InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Diversen > De prehistorie vanaf het Neolithicum in Eurazië

De prehistorie vanaf het Neolithicum in Eurazië

De prehistorie vanaf het Neolithicum in Eurazië De mensheid (homo sapiens) verspreidde zich in de periode 80000 - 60000 v.Chr. vanuit Afrika via Centraal Azië over de aardbol. Het Neoliticum begon omstreeks 10900 v.Chr. in het zuiden van Anatolië, waarna het Middellandse Zeegebied werd bereikt in 6500 v.Chr. Landbouw was overal aanwezig in het gebied van de halve maan rond 7000 v.Chr. en bereikte in 5600 v.Chr. Mesopotamië en het verre Oosten. Vervolgens in 4000 v.Chr. het Nijldal en in het 4de millennium v.Chr. de Indusvallei om uiteindelijk in 2500 v.Chr. te worden uitgeoefend in de Donauvallei.

Algemeen

Voorafgaand aan het Neolithicum, mogelijk reeds vanaf 20000 v.Chr. veredelden mensen grassen en staken vanuit Azië via de Beringstraat over naar Alaska. Deze landbrug ontstaan in 33000 v.Chr. verdween in 12000 v.Chr. weer onder water, doordat de zee 120 meter steeg. Deze zee-engte was op zijn smalste punt 85 kilometer breed en er lagen eilandjes in de doorgang. Reeds in 9500 v.Chr. werden stenen van geometrische lijnen voorzien in Göbekli Tepe in het zuiden van Anatolia. In de periode tussen 7400 - 5600 v. Chr. ontstond de 2150 meter diepe Zwarte Zee door een doorbraak van de Middellandse Zee. Tevens vond in deze warmere periode de overgang plaats van jagers en verzamelingsgemeenschappen, die onder meer beschikten over pijl en boog, naar landbouw en veeteelt op een vaste plaats. Men ging nuttige planten planmatig verbouwen en domesticeerde dieren. De gemiddelde levensduur in die tijd van de gewone burgers was hooguit 25 jaar, waarbij de aanzienlijken ouder werden. Kinderen van dezelfde vader maar van een andere moeder golden in vroeg historische tijden niet als elkanders bloedverwanten, omdat ze van de vader geen bloed meekregen tijdens de geboorte. Doden werden in de oost-west richting begraven, terwijl ze in een latere fase werden bijgezet in de embryonale houding. De groei of afname van de bewoners in een bepaald gebied was in eerste instantie afhankelijk van het heersende klimaat.

Structuurveranderingen in het Neoliticum

De mensen organiseerden zich in eerste instantie in groepen van 10-15 families, welk aantal zich na vestiging op één plaats allengs uitbreidde. Ook trad er meer specialisatie op door verdere verdeling van taken in de woongemeenschap. De meeste kledingstukken werden in de hele Steentijd in elkaar gezet door er met (vuur) stenen gaten in te boren. De levensomstandigheden van de mensen nam aanvankelijk echter slechts in geringe mate toe, omdat men de neiging had mee te groeien met de bestaansmiddelen.

Landbouw in het Midden-Oosten

In 7400 v.Chr. werd er reeds koren verbouwd in het noorden van Syria en tarwe en gerst in de stad Jericho. Daarbij vestigden deze landbouwers zich in dorpen. In 5600 v.Chr. daalde de temperatuur op de gehele aarde met enige graden, daardoor kreeg de landbouw in regengebieden op de vlakten van het Midden Oosten een verdere impuls. Ook al omdat in Mesopotamië, wat voor 6000 v.Chr. nauwelijks bewoond was, een begin werd gemaakt met de drainage en irrigatie van de velden. Uiteindelijk konden vooral door genoemde aanleg van irrigatie voorraden aangelegd worden, waardoor het vormen van steden door Obeid volken mogelijk werd. Ook de welvaart nam daardoor navenant toe, ook al omdat de handwerkslieden zich gingen specialiseren. Deze welvaart verspreidde zich van Sumerië noordwaarts naar Akkad en de noordelijke dalen van de Eufraat en de Tigris. De naam Eufraat is een verbastering van Purattu, zoals deze rivier door de Sumeriërs werd genoemd. De rivier de Tigris stond ook bekend als id-Ugina. Doordat de stadstaten zich steeds uitbreidden, vormden de twisten over de onderlinge grenzen en waterrechten de basis voor toenemende oorlogen.

Woongebieden in het Neoliticum

De Wadi Rum een zand/natuur gebied van 720 km2 met rotsachtige heuvels gelegen in het zuiden van Jordanië werd reeds bewoond in 9000 v.Chr. De belangrijkste stad in die regio was Hegra en de Godin Allat werd onder meer door de woestijnstam Thamud vereerd. Door overbegrazing verdorde op de lange duur de grond. De stad Damascus (Da-misk) werd reeds circa 6200 v.Chr. gesticht. Archeologische vondsten van inscripties op beelden en vaatwerk, waar kleur, model, afbeeldingen en in welke grondlaag ze gevonden werden, vormen een zeer belangrijke factor om ze in de tijd te duiden. Herhaaldelijk werd door de mensen gebouwd op het genivelleerde terrein van voorgangers, wat uiteindelijk zou leiden tot het vormen van kunstmatige heuvels (Tells) van wel 40 meter hoog. Een voorbeeld daarvan was Tell Brak, wat het dal van de rivier de Tigris beheerste en later zou uitgroeien tot de provinciehoofdstad van de Akkadische Rijk. Vroege vestigingen met riet gedekte huizen waren er ook in Mureybet (Abu Hureyra) aan de oever van de rivier de Eufraat in 6000 v.Chr. en in het noorden van Syria.

Overgang van het matriarchale naar het patriarchale tijdperk

Uit de tijd van de beginnende akkerbouw en het houden van kudden, waarbij de man fysiek meer bijdroeg in het levensonderhoud, stammen de eerste berichten van mannelijke Godheden. Ook al omdat de rol van de man als bevruchter van de vrouw duidelijk werd en deswege de macht overging van het matriarchale naar het patriarchale. In het noorden van China werden gierst en sojabonen de voornaamste landbouwproducten, terwijl in het zuidoosten van Azië de taro wortel de basis van de akkerbouw vormde. Zulks werd eerst veel later namelijk omstreeks 1500 v.Chr. vervangen door het verbouwen van rijst in het zuiden van China. Sedert het vierde millennium v.Chr. wijzigden rivieren in Mesopotamië met name de Eufraat meerdere malen hun loop en in Noord- Europa smolten omstreeks 3000 v.Chr. de ijskappen die dat gebied tot dan toe bedekten. In het jaar 4250 en 2900 v.Chr. waren er invallen van de Kurganiërs vanuit de steppen ten Noorden van de Zwarte Zee in de Donau-Delta. Het spijkerschrift ontstond in 3300 v.Chr. in Sumerië, waarbij men van boven naar beneden in klei krasten, welke creatie men vervolgens in de zon liet drogen. In 2700 v.Chr. wat tevens het einde van het Neolithicum is, maakte men bij dit krassen gebruik van een stylus en werd de tekst van links naar rechts gelezen.

Woning en tempelbouw vanaf 5000 v.Chr

In die tijd ontstonden de eerste landbouwdorpen in Sumerië, daarnaast ontstonden steden met woningbouw in het zuiden van Anatolia. Volgens de overlevering bracht de vreemdeling Oannes beschaving in Syria. De rechthoekige huizenopgetrokken uit klei en baksteen werden allengs steviger en regelmatiger van bouw, waarbij men zowel complexen in de vorm van een honingraat aantreft als losstaande huizen met één of meer kamers. Er kwamen al meer verdiepingen voor. De muren bestonden uit aangestampte leem en in de open lucht gedroogde tegels en waren in het algemeen gepleisterd. Ronde huizen waren zeldzaam en dienden dan meer als opslagruimtes. Omstreeks 4000 v.Chr. werden er in Tell Brak en Tepe Gawra in Noord Mesopotamië tempels gebouwd. In een latere fase fungeerde de tempel meer en meer als een economische organisatie, waarbij de tempel (ook) werd benut voor de opslag van granen en producten van ambachten en industrieën.

Godendom in de prehistorie

Inanna de grote Moedergod was de eerste en oudste onder de Sumerische goden. Ook Shamasj (zon) en Nanna-Sin (maan) werden door de Sumeriërs vereerd. In de Uruk tijd, rond 3000 v.Chr. regelden godinnen nog alle aspecten van het leven, namelijk vruchtbaarheid, voortplanting, genezing en dood. Tot hen behoorden de moeder- en geboortegodinnen Ninhursag, Nintu en Gatumdug; de graangodinnen Nisaba en Ninsud; de veegodin Ninsun, de genezeres Gula en Ereskigal, de godin van de dood. Tegenover hen stond de god Enki. Daarnaast waren er drie mannelijke hemelgoden: Hemel, Zon en Maan. Na de Sumerische tijd neemt een god veelal de rol van een godin over. Zo volgde Nabu de godin Nisaba op als god van de schrijfkunst. Ook veranderde sommige godinnen simpelweg van geslacht en werden voortaan als mannelijk beschouwd.

Materialen & gebruiksartikelen

Vuistbijlen gemaakt van basalt kende men reeds in 70000 v.Chr. In het Neolithicum gebruikte men basalt ook voor molenstenen en vijzels. Vuursteen en obsidiaan dienden om snijwerktuigen (wapens) te maken en kalksteen en kwartsiet om zwaarder gereedschap zoals hamers, koppen voor knotsen en stampers te fabriceren. Hierbij werd soms obsidiaan, het ruwe materiaal voor de meeste werktuigen, uit vulkanische afzettingen gehaald op meer dan 100 kilometer afstand. Vondsten uit Anatolia en ten oosten van de rivier de Tigris vertonen talrijke naakte vrouwenbeeldjes, gemaakt uit klei of albast. Nieuw zijn ook sikkelbladen: klingen die op een rij in een houten heft zijn geplaatst en gebruikt werden om het koren te maaien en vernieuwingen bij het verwerken van stenen. Doordat men ging slijpen en boren kon men strijdbijlen gaan fabriceren. In 6200 v.Chr. werd het pottenbakken uitgevonden, waarbij vanaf 3000 v.Chr. gebruik wordt gemaakt van een met de hand aangedreven pottenbakkerswiel.

Het gebruik van metalen

Koper, wat trouwens vóór 3000 v.Chr. het enige in het Midden Oosten gebruikte metaal was en onder meer uit Dilmun (Bahrein) kwam, kende men reeds vanaf 5500 v.Chr. Vanaf het derde millennium v.Chr. smeedde men koper + 1/10 deel van zijn gewicht samen met een metaal, zoals tin, arsenicum of lood, waardoor brons verkregen werd. Koper werd onder meer gedolven in mijnen in Ergani, 20 kilometer van Cayönü Tepesi, in het zuidoosten van het huidige Turkije. Ook werd het koper door Sumerië aangevoerd vanuit Oman, Dilmun en uit de Kaukasus, omdat het veelal effectiever bleek te zijn dan steen. Daarna brak van 3000 - 1200 v.Chr. het bronzen tijdperk aan, daarbij werd tin ingevoerd uit Afghanistan om de bronzen wapens te kunnen maken.

Lees verder

© 2014 - 2018 Zonne, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Pottenbakken, de geschiedenisPottenbakken, de geschiedenisPottenbakken is een leuke hobby en mensen doen dit al eeuwen lang. Wanneer zijn mensen begonnen met pottenbakken en hoe…
Turre bij Almería: landbouw en Moorse geschiedenisHet stadje Turre is van een agrarisch gebied uitgegroeid tot een toeristenbestemming. Turre koestert haar Moorse verlede…
De SwifterbantcultuurIn de Flevopolder zijn er tussen 1950 en 1970 overblijfselen gevonden van de Swifterbantcultuur. Dit is een archeologisc…
Jagers en VerzamelaarsHoewel er heden ten dage nauwelijks meer culturen bestaan die zich enkel en alleen bezig houden met jagen en verzamelen,…
De Myceense beschavingDe Myceense beschavingRond het jaar 1600 voor Christus ontwikkelde zich in wat nu Griekenland is een nieuwe beschaving. Deze wordt de Myceense…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: IsabelPerelloMartinez, Pixabay
  • De mens in de prehistorie van David en Joan Oates
  • Economische wereldgeschiedenis uitgave 1991 van Rondo Cameron

Reageer op het artikel "De prehistorie vanaf het Neolithicum in Eurazië"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Zonne
Laatste update: 16-11-2017
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Diversen
Bronnen en referenties: 3
Schrijf mee!