InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Sociaal cultureel > Geen boete voor jood zonder ID-kaart: wet wijkt voor God?
mijn kijk op

Geen boete voor jood zonder ID-kaart: wet wijkt voor God?

Geen boete voor jood zonder ID-kaart: wet wijkt voor God? Op 17 februari 2012 heeft de kantonrechter geoordeeld dat een orthodox-joodse man die vorig jaar in Rijswijk een boete kreeg opgelegd voor het niet bij zich dragen van identiteitspapieren, deze niet hoeft te betalen. Hij is ontslagen van alle rechtsvervolging. De religieuze jood leeft conform de orthodox-joodse voorschriften en één van die leefregels schrijft voor dat hij op de joodse rustdag, de sabbat, niets bij zich mag dragen. Dus ook geen identiteitskaart.

Wet wijkt voor God?


ID-plicht op sabbat

De joodse man werd op een vrijdagavond na zonsondergang — het tijdstip dat de sabbat aanvangt — door iemand van de politie gevraagd zijn identiteitsbewijs te tonen. Hij deelde de betreffende agent ogenblikkelijk mede dat hij, omdat het sabbat was, dit bewijs niet bij zich had. Hij gaf de politie toestemming zijn rijbewijs op te halen in zijn huis, zodat ze alsnog zijn identiteit konden vaststellen. De politie ging daarop naar het huis van de man en troffen het rijbewijs in zijn huis aan. Ze hebben daarvan een
fotokopie gemaakt, waarmee de identiteit van de man vaststond. Toch kreeg de joodse man daarna een transactievoorstel van € 60 van de officier van justitie, waartegen hij gemotiveerd bezwaar heeft gemaakt. De officier van justitie honoreerde dit bezwaar niet en daarom maakte de man de gang naar de kantonrechter.

De raadsman van de orthodox-joodse man voerde bij de kantonrechter aan dat bij de totstandkoming van de Wet op de Identificatieplicht reeds is gewezen op de positie van orthodoxe Joden op sabbat. Toenmalig minister Donner stelde destijds voor dat er in de uitvoeringspraktijk rekening mee moest worden gehouden.

De kantonrechter heeft de joodse man ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat hij van oordeel is dat in deze zaak niet van de joodse man gevraagd kon worden dat hij tegen zijn religieuze verplichting in een identiteitsbewijs bij zich zou dragen. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de man leeft volgens de orthodox-Joodse voorschriften en richtlijnen en dat één van die
voorschriften hem het dragen van een ID-bewijs op Sjabbat verbiedt. De raadsman had een brief mee waarin rabbijn Evers verklaart dat een orthodoxe Jood op sjabbat niets bij zich mag dragen behalve de kleren die hij aanheeft. Dus ook geen identiteitsbewijs.

Andere zaken die meespeelden in de afwegingen van de kantonrechter, waren het feit dat het wettelijk voorschrift dat de man heeft overtreden slechts een overtreding betreft (en geen misdrijf) en dat zijn identiteit op zijn aanwijzing op gemakkelijke wijze binnen een uur kon worden vastgesteld.

Het Openbaar Ministerie (OM) gaat in hoger beroep, omdat het zou gaan om een principiële, juridische kwestie. Een woordvoerder deelde mee dat 'burgers moeten weten waar ze aan toe zijn'.

Fundamentalistisch gelijheidsdenken

De uitzondering die gemaakt is voor de joods-orthodoxe man heeft veel stof doen opwaaien, zowel in de media als onder politici. Een Kamermeerderheid van VVD, PvdA, PVV, D66 en GroenLinks wil van minister Opstelten van Veiligheid en Justitie opheldering over deze uitspraak. Tofik Dibi van GroenLinks zei: "Het lijkt de omgekeerde wereld. Elke religie is begrensd door de wet en de wet wordt niet begrensd door religieuze overtuigingen". D66-Tweede Kamerlid Boris van der Ham twitterde: "God boven de wet? Nee. Godsdienst is niets meer dan een van de vele meningen, en is begrensd door zelfde overheidswetten." Deze volksvertegenwoordigers lijken zich niet te hebben verdiept in de motivatie van de rechter, maar willen wel op zijn stoel zitten. Vreemd, want normaal gesproken onthouden politici zich van commentaar, zolang de zaak onder de rechter is. Ook hebben ze geen kennis genomen van de behandelingsgeschiedenis van de wet. Hierover schreef het Friesch Dagblad:

De politie kan dus in die zeer weinig voorkomende gevallen van ‘sabbatproblematiek’ rekening houden met de religieuze gevoelens van joden. Donner wees op het feit dat de politie een automobilist die geen rijbewijs bij zich heeft te allen tijde direct kan bekeuren, maar dat zo’n overtreder ook vaak zijn rijbewijs later mag tonen zonder dat hij bekeurd wordt. Bij de behandeling van de wet kwam verder naar voren dat de politie met betrekking tot verstandelijke gehandicapten en psychiatrische patiënten ook geen proces-verbaal zal opmaken. Maar het ging voor de minister te ver om voor deze categorieën een uitzondering in de wet te maken.[1]

Heden ten dage heeft de opvatting wortel geschoten dat er geen uitzonderingen gemaakt mogen worden. 'Het mag dan zo zijn dat die man in Rijswijk op sabbat niets bij zich wilde dragen, zelfs geen simpel plastic kaartje, maar dat is zijn probleem. Daar mag en kan je geen rekening mee houden. Wij moeten ons aan de wet houden, dus deze man ook. Iedereen altijd en overal gelijk behandelen', zo luidt het tegenwoordige rechtsgevoel.

Historicus Jan Dirk Snel schreef naar aanleiding van deze zaak:

Het gelijkheidsdenken is vandaag de dag diepgeworteld. Wet is wet en de wet geldt voor iedereen. Het is een legalistische wijze van denken waar de protestgeneratie van ’68 nooit van had kunnen denken dat die tegenwoordig ook onder zogenaamde ‘linkse’ of ‘progressieve’ mensen zo wijdverbreid zou zijn.[2]

Het lijkt wel alsof er geen onderscheid meer gemaakt mag worden. Gelijkheidsdenken en uniformiteit staan op gespannen voet met ruimte maken voor diversiteit en anders-zijn. Doordat het gelijkheidsbeginsel verabsoluteert wordt, lijkt zij steeds meer de klassieke vrijheidsrechten te gaan overheersen, met als gevolg dat het vrijheidsrecht van de sterkste geldt en minderheden het onderspit delven.

Ashley Terlouw, hoogleraar Rechtssociologie Radboud Universiteit Nijmegen, zegt dat we "dreigen te vergeten dat de blinddoek van vrouwe Justitia niet betekent dat verschillen niet mogen worden gezien (of bestaan), maar dat verschillen die niet relevant zijn niet mogen meewegen." Hij benadrukt dat het gelijkheidsbeginsel is bedoeld ter bescherming van diversiteit en het betekent niet dat iedereen gelijk moet zijn of althans moet worden. "Daarover moeten we ons zeer ernstige zorgen maken. Zonder waardering van diversiteit kan de rechtsstaat niet bestaan," aldus de hoogleraar.[3]

In 2006 heeft de Raad voor het openbaar bestuur (Rob) aan de regering een advies uitgebracht over de betekenis van het gelijkheidsbeginsel voor wetgeving en bestuur. In het advies ('Verschil moet er zijn - Bestuur tussen discriminatie en differentiatie') neemt de Raad afstand van "angstvallig gelijkheidsdenken". De Raad beschouwt 'gelijke gevallen gelijk behandelen' als een fundamentele waarde van de democratische rechtsstaat en 'de Raad vindt het daarom een goede zaak dat het gelijkheidsbeginsel op allerlei plaatsen in het recht is verankerd. Zo wil de Raad niet tornen aan de gelijkheid voor de wet en de bescherming tegen discriminatie, zoals verwoord in artikel 1 van de Grondwet. Wel is de Raad van mening dat het gelijkheidsbeginsel niet mag ontaarden in een keurslijf dat diversiteit en maatwerk uitbant. Volgens de Raad is in de Nederlandse bestuurscultuur sprake van een 'taboe' op het maken van onderscheid en we zien — zo voeg ik er aan toe — dit taboe weerspiegelt in de samenleving en in de landelijke politiek.

God boven de wet?

Onder meer De Telegraaf kopte 'Wet wijkt voor God'. Hoezo 'God boven de wet'? Waar halen ze deze onzin vandaan? God speelde helemaal geen rol bij de beslissing die de rechter heeft genomen. Er werd rekening gehouden met de religieuze opvattingen en verplichtingen van de joods-orthodoxe man. Dit betekent overigens niet dat mensen die in God geloven meer vrijheden genieten, zoals de laatste tijd vaak beweerd wordt. Artikel 6 van de Nederlandse Grondwet luidt:

  1. Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
  2. De wet kan ter zake van de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

Hierbij zijn levensovertuiging en godsdienst principieel géén verschillende zaken. Volgens dr. Henk Post heeft de wetgever dat ook onderkend bij de grondwetswijziging van 1983. Godsdienst (zoals jodendom, christendom en islam) is een levensovertuiging, maar agnosticisme of materialistisch atheïsme zijn dat niet minder.[4]

Art. 6 van de Grondwet erkent uitdrukkelijk de belijdenisvrijheid en de wetsgeschiedenis toont duidelijk dat daaronder ook 'het zich naar het geloven gedragen' valt. De reikwijdte van de belijdenisvrijheid is niet uitgekristalliseerd, waardoor zowel de wetgever als de rechter de mogelijk hebben deze eng dan wel ruim te interpreteren. De beperkingsclausule omvat de formele wet, waaronder de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb).

De vrijheid van godsdienst en levensovertuiging omvat dus niet alleen het huldigen van een geloofsovertuiging, maar ook het zich ernaar te kunnen gedragen. Dit wordt ook wel 'handelingsvrijheid' genoemd. Dit beoogt betrokkenen in staat te stellen hun leven in te richten volgens godsdienstige voorschriften en regels. Hierbij moet worden worden getoetst of is voldaan aan het vereiste dat het niet slechts gaat om een individuele opvatting over godsdienstige voorschriften. Dat is dan ook de reden dat de raadsman van de joods-orthodoxe man een verklaring van rabbijn Evers aan de kantonrechter overhandigde waarin staat vermeld dat een orthodoxe Jood op sjabbat geen identiteitsbewijs bij zich mag dragen. Het is dus geen privé-frats van deze man. De opmerking dat 'godsdienst niets meer is dan een van de vele meningen' van Boris van der Ham toont derhalve een enorm gebrek aan kennis. Het gaat om de vraag hoe serieus overtuigingen zijn. Als de man in zijn opvatting over het bij zich mogen dragen van zaken op de sabbat alleen had gestaan, was het inderdaad niet meer 'dan een van de vele meningen' en dan had de man met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid nul op zijn rekest gekregen van de rechter.

Natuurlijke rek uit de rechtsstaat

Op deze website las ik het volgende potsierlijke betoog naar aanleiding van deze zaak:

Stel ik heb een geloof dat kleuren niet erkent, alles moet ik grijs zien, anders kom ik niet in de hemel. Mag ik dan ineens door het rode licht rijden? Mag ik blauwe enveloppen negeren? Mijn geloof schrijft dat toch voor? Dan mag het toch, ik sta dan boven de wet, en mag dus meer als ieder ander die dat geloof niet heeft. Lekker puh, hadden jullie ook maar moeten geloven wat ik geloof.[5]

Deze persoon heeft duidelijk last van zwart-wit-denken en moeite met grijstinten. Bovendien slaat hij de plank finaal mis. Het ging bij de joods-orthodoxe man niet om een privé-opvatting, maar om een gevestigd joods-religieus voorschrift. Bovendien had de man een lichte overtreding begaan en geen misdrijf (overtredingen zijn relatief lichte vergrijpen en misdrijven zijn ernstigere feiten), waarbij hij niemand in wat voor opzicht dan ook benadeeld had, wat bij fiscale fraude zo is, of in gevaar had gebracht, wat bij een verkeersovertreding als door rood licht rijden het geval is. Door rood licht rijden levert een direct gevaar op voor de medeweggebruikers. Daar komt nog bij dat de betreffende man niet om geloofsreden onwillig was zich te legitimeren. Sterker nog, hij nam de agenten op zijn aanwijzing mee naar zijn huis om hen daar zijn rijbewijs te tonen.

Het Reformatorisch Dagblad schreef in een hoofdredactioneel commentaar dat 'de natuurlijke rek die een gezonde rechtsstaat in zich heeft er steeds meer uit lijkt te raken'.[6] In een rechtsstaat moet altijd rekening gehouden worden met de opvattingen van minderheden, zeker als het wezenlijke dimensies van hun leven betreft. Het gaat om soepelheid bij zowel het maken van wetten als bij het handhaven daarvan. Toenmalig minister Donner heeft dat gedaan door te erkennen dat orthodoxe joden op sabbat niets bij zich mogen dragen en door er op te wijzen dat agenten niet verplicht zijn een bekeuring te geven voor een overtreding. In zeldzame gevallen, zoals in de onderhavige zaak, kan rekening gehouden worden met de religieuze gevoelens van joden. De betreffende persoon kan ook op een later tijdstip zijn ID-kaart tonen.

Als de rek eruit is en het maken van onderscheid tot taboe wordt verklaard, dan wordt het steeds moeilijker samen-leven. Verschil moet er kunnen zijn en er moet recht worden gedaan aan mensen in hun eigenheid. Als de agenten of het Openbaar Ministerie dát hadden begrepen, had de betreffende man zich de gang naar de rechter kunnen besparen. Gewoon een beetje meer gezond verstand en invoelingsvermogen... Dat is alles.

Aanvulling (26-02-2013)
Het Reformatorisch Dagblad berichtte op 26 februari 2013: "Een 42-jarige orthodox-joodse man die om religieuze redenen weigert op de sabbat zijn identiteitsbewijs bij zich te dragen, heeft in hoger beroep een boete gekregen van 60 euro. Het gerechtshof in Den Haag oordeelde dinsdagmorgen in hoger beroep dat iedereen zich moet kunnen legitimeren. Hij gaat daarmee in tegen het oordeel van de kantonrechter."

Noten
  1. http://www.frieschdagblad.nl/index.asp?artID=58625
  2. https://jandirksnel.wordpress.com/tag/identificatieplicht/
  3. http://www.groene.nl/2011/wetenschappers/ashley-terlouw
  4. Henk Post: Gelijkheid als nieuwe religie - een studie over het spanningsveld tussen godsdienstvrijheid en gelijkheid, Wolf Legal Publishers, Nijmegen, 2010, p186-187.
  5. http://mijn-kijk-op.infonu.nl/mens-en-samenleving/93521-god-boven-de-wet.html
  6. http://www.refdag.nl/opinie/commentaar/commentaar_soepelheid_onmisbaar_in_een_rechtsstaat_1_624891

Lees verder

© 2012 - 2019 Tartuffel, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Joods Historisch Museum: rituelen en geschiedenisJoods Historisch Museum: rituelen en geschiedenisHet Joods Historisch Museum is gevestigd in vier synagogen, die tegen elkaar ‘aangeplakt’ staan in het centrum van Amste…
Firmware op de R4i installeren (DSi)Firmware op de R4i installeren (DSi)Heb je een R4i kaart met een Micro SD kaart gekocht, dan moet je er nog firmware op installeren om de kaart te laten com…
De VikingCard: eigenschappen en verschillende soortenDe Viking (prepaid) Mastercard is een handig betalingsmiddel op 32 miljoen locaties verspreid over heel de wereld waar d…
Chakra's en de TarotChakra's en de TarotEr zijn in ons lichaam zeven grote chakra's te vinden. Deze zeven verschillende chakra’s zijn verbonden met de grote en…
La Place Extra's kaartLa Place Extra's kaartMet de La Place Extra's kaart kun je kan sparen voor korting bij La Place restaurants in Nederland. Je kan de La Place E…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Blagomeni, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)
  • Henk Post: Gelijkheid als nieuwe religie - een studie over het spanningsveld tussen godsdienstvrijheid en gelijkheid, Wolf Legal Publishers, Nijmegen, 2010.
  • http://www.niw.nl/id-plicht-op-sjabbat/
  • http://juridischdagblad.nl/content/view/11365/53/
  • http://www.refdag.nl/nieuws/binnenland/oude_belofte_donner_pleit_voor_joodse_man_1_624886
  • http://mijn-kijk-op.infonu.nl/mens-en-samenleving/93521-god-boven-de-wet.html
  • http://www.refdag.nl/opinie/commentaar/commentaar_soepelheid_onmisbaar_in_een_rechtsstaat_1_624891
  • http://www.refdag.nl/nieuws/binnenland/vragen_over_id_plicht_joden_met_sabbat_1_623930
  • http://www.groene.nl/2011/wetenschappers/ashley-terlouw
  • https://jandirksnel.wordpress.com/tag/identificatieplicht/
  • http://www.telegraaf.nl/binnenland/11544846/__Wet_wijkt_voor_God__.html
  • http://www.frieschdagblad.nl/index.asp?artID=58625
  • Raad voor het openbaar bestuur: Verschil moet er zijn - Bestuur tussen discriminatie en differentiatie, april 2006.

Reageer op het artikel "Geen boete voor jood zonder ID-kaart: wet wijkt voor God?"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reacties

Axxyaan, 12-03-2012 11:14 #3
Ik vrees dat u gedeeltelijk de bal misslaat. Artikel 9 van de EVRM geeft ons de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst. Het maakt dus helemaal niet uit dat het in het ene geval om een prive-opvatting zou gaan en in het andere geval om een gevestigd joods voorschrift. Om het even wie mag (beweren) een openbaring (te) hebben en aan de hand van die openbaring, bepaalde overtuigingen aanhangen en leven volgens bepaalde taboes en voorschriften en kan daarvoor aanspraak maken op de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst. Reactie infoteur, 12-03-2012
Ik denk niet dat ik de plank missla. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) stelde op 23-05-2000 het volgende:

"Artikel 9 van het EVRM bepaalt dat een ieder het recht heeft op vrijheid van
gedachte, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van
godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen,
hetzij met anderen, zowel in het openbaar als privé zijn godsdienst te belijden
of overtuiging tot uitdrukking te brengen in erediensten, in onderricht, in
praktische toepassing ervan en in het onderhouden van geboden en voorschriften.

Zoals door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens als door de Europese
Commissie herhaaldelijk is overwogen is niet iedere individuele opvatting of
voorkeur een geloof of overtuiging ('religion or belief') in de zin van artikel
9 van het EVRM en geeft de in dit artikel geformuleerde vrijheid een individu
niet het recht om op grond van zijn subjectieve opvattingen af te wijken van
voor een ieder geldende algemene wettelijke voorschriften.

Voorts valt niet iedere gedraging, ook al is deze gemotiveerd door geloof of
overtuiging, onder de term 'to manifest… in practice' als bedoeld in artikel
9: er moet sprake zijn van een gedraging waardoor de betrokkene naar objectieve
maatstaven een directe uitdrukking geeft aan zijn godsdienst of overtuiging in
de zin van dat artikel."

Bron: LJN ZB8799, Centrale Raad van Beroep.

Huna, 04-03-2012 19:54 #2
Hallo,

Op het moment dat deze meneer zijn woning verliet zonder ID, wist hij dat hij willens en wetens in overtreding was. Als orthodox gelovige zou ik ook mijn principes volgen, en hetzelfde gedaan hebben. Als je dan om de één of andere reden (terecht of onterecht) met "de sterke arm in aanraking" komt (ook als slachtoffer van een misdrijf kan er naar je ID gevraagd worden) moet je de gevolgen accepteren en die prent betalen. Het kan soms interessant zijn om een proces uit te lokken om te kijken hoe de rechter er over denkt. Tot zover allemaal nog te begrijpen. Waar mijn nekharen van overeind gingen staan was de uitspraak van de rechter. Ik heb niets tegen othodoxe joden die achter hun principes blijven staan, maar wel tegen rechters. die menen dat dus niet iedereen gelijk is voor de wet.
Wat ik mij af vraag: er is voor het slachten van dieren een bij wet geregelde uitzondering gemaakt op de slachtwet voor bepaalde religies. Het moet dan toch mogelijk zijn om bij wet te regelen dat orthodoxe joden tijdens de sabbat het recht krijgen om zich op een later tijdstip te legitimeren?

Met vriendelijke groet

HuNA

P.S. Ik denk niet zo zwart-wit, maar soms kan een overdrijving handig zijn. Natuurlijk was het een lichte overtreding, en natuurlijk dreigde er geen gevaar, dat weet ik ook wel.
Natuurlijk hadden deze agenten een beetje hun hersens moeten gebruiken, zeker nadat hij zich alsnog had gelegitimeerd. Het gaat mij om die rechter, en de vraag waar de grens ligt. Reactie infoteur, 12-03-2012
De man wist toen hijd e woning verliet zonder ID, dat bij de totstandkoming van de Wet op de Identificatieplicht reeds is gewezen op de positie van orthodoxe Joden op sabbat. Toenmalig minister Donner stelde destijds voor dat er in de uitvoeringspraktijk rekening mee moest worden gehouden.

En de rechter heeft gedaan wat hij moest doen, namelijk recht spreken. De blinddoek van vrouwe Justitia betekent niet dat verschillen niet mogen worden gezien (of bestaan), maar dat verschillen die niet relevant zijn niet mogen meewegen. Art. 1 van de Grondwet geeft aan dat gelijke gevallen gelijk behandeld dienen te worden (gelijkheidsbeginsel). Het laat dus ruimte voor diversiteit en anders-zijn.

Etsel (infoteur), 28-02-2012 09:48 #1
Hallo,
In het Nieuw Israelietisch Weekblad (NIW) stond: "CIDI-directeur Ronnie Naftaniel noemde via Twitter de uitspraak van de kantonrechter ‘verkeerd’. „Hoger beroep lijkt geboden!” twitterde hij. „Iedereen moet zich kunnen identificeren, ook orthodoxe Joden, ” licht Naftaniel toe. „Bovendien kunnen orthodoxe Joden dit probleem oplossen door een identiteitsbewijs in hun jas op te hangen of vast te plakken.” Zie verder: http://www.niw.nl/id-plicht-op-sjabbat/

Het is opvallend dat Naftaniel (een liberale Jood) zich wederom negatief uitlaat over orthodoxe Joden. Eerder deed hij dat ook bij bij de kwestie Ralbag, een orthodoxe Rabbijn die een verklaring ondertekende waarin het Tora standpunt t.a.v. homoseksualiteit wordt geformuleerd.

Dit is een slechte zaak omdat antisemieten dit zeker zullen aangrijpen om Joden tegen elkaar uit te spelen. Bovendien heeft Naftaniel geen enkel recht zich als liberale Jood te bemoeien met de leefregels (halacha) van orthodoxe Joden.

Ook blijkt dat velen de uitspraak van de kantonrechter niet goed begrepen hebben. Zou de orthodoxe Joodse man namelijk wel bij een misdrijf zijn betrokken dan zou hij uiteraard terecht een boete hebben moeten krijgen. In dit geval is echter geen sprake van een misdrijf.

Kwalijker is dus het feit dat de politie nu al voor de zoveelste keer misbruik heeft gemaakt van de wet identificatieplicht door naar identificatie te vragen zonder dat daar een reden voor is. Dit is een ongeoorloofde inbreuk op de privacy. De Nationale ombudsman heeft dat in een ander zaak ook al eens duidelijk gemaakt. Zie verder: http://www.nationaleombudsman.nl/rapporten/2011/112

Groet, Etsel Reactie infoteur, 28-02-2012
Bedankt voor uw aanvulling. Raadsman Ronnie Eisenmann zegt n.a.v. de uitlatingen van Naftaniel: "Blijkbaar werpt Ronnie Naftaniel zich nu opeens op als deskundige op het terrein van de halacha. Een oordeel hierover is noch aan mij, noch aan hem. Dat is aan de rabbijnen. Maar er geldt op sjabbat nu eenmaal een draagverbod." Ik ben het roerend met hem eens. Het is aan de mensen zelf die deel uitmaken van een bepaalde geloofsgemeenschap om uit te maken wie bevoegd is zich uit te laten over bepaalde leefregels en hoe ze gepraktiseerd moeten worden. Mensen van buiten de gemeenschap kunnen er wel van alles van vinden, maar ze kunnen niet voor hen bepalen of en hoe ze religieuze voorschriften moeten naleven. Mensen moeten vrij zijn om hun leven in te richten conform hun persoonlijke levensovertuiging. In een samenleving waar één of meerdere van de klassieke grondrechten ontbreken, kan een individu nooit echt vrij zijn. Deze klassieke grondrechten beschermen het persoonlijk domein van het individu en van een geloofsgemeenschap. Marcel ten Hoven schrijft hierover: "Elk individu is tegelijkertijd een gemeenschapsdier dat de ruimte wil om zich met gelijkgezinden te organiseren. Daarom is zijn vrijheid pas compleet als hij naast individuele vrijheidsrechten, zoals de bescherming tegen discriminatie, ook verzekerd is van beschermende rechten voor zijn gemeenschap."

Infoteur: Tartuffel
Laatste update: 28-09-2016
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Sociaal cultureel
Bronnen en referenties: 13
Reacties: 3
Artikelen met het label 'Mijn kijk op…' bevatten naast objectieve informatie ook een persoonlijke mening en/of ervaring.
Schrijf mee!