InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Torastudie 180: God als Hogepriester/Priester – Leviticus 21

Torastudie 180: God als Hogepriester/Priester – Leviticus 21

Torastudie 180: God als Hogepriester/Priester – Leviticus 21 God is de essentie van het leven. De dood is onnatuurlijk dat pas in werking trad na de zonde van Adam en Eva (overigens geheel in overeenstemming met Gods plan). Wanneer de Masjiach komt zal de dood weer overwonnen worden. Tot die tijd is contact met een dode een onreine handeling en moet een persoon zich daarna in een mikve (ritueel bad) onderdompelen. Een priester mag sowieso gen contact hebben met een dode, m.u.v. een naaste familielid (Leviticus 21:1-11). Een Hogepriester mag met geen enkele dode contact hebben. Metaforisch gezien is God zowel Hogepriester als Priester. In dit artikel, gebaseerd op het artikel 'A Pool of Fire' van Rebbe Menachem Mendel Schneerson, wordt uitgelegd waarom God metaforisch gezien zowel Hogepriester als Priester is. Tevens wordt dieper ingegaan op het antropomorfisch taalgebruik in de Tenach.

De Tora is Gods eigen 'gedragspatroon'

De Tora is meer dan alleen een instructieboek hoe hier op aarde te leven. Het is Gods eigen 'gedragspatroon' waarmee Hij een relatie aangaat met Zijn Schepping. Door de Tora na te leven imiteren we Gods gedragspatroon: we vertalen de Goddelijke relatie met Zijn Schepping in fysieke termen. God vertelt Israël wat Hijzelf doet. God is als een soort Hogepriester. Omdat God Mozes zelf heeft begraven moest hij zich onderdompelen in vuur om weer rein te worden.

Een overeenkomstig universum

Op basis van wat refereren we God aan een Hogepriester? In de Tora worden antropomorfische termen voor God gebruikt: Vader, Schepper, Heerser, Rechter, etc. Waarom gebruiken we antropomorfische termen? Omdat God deze termen zelf in de Tora gebruikt. God wil dat de mens Zijn bestaan begrijpt. Ook is onze realiteit een uitloper van Zijn realiteit. De tien sefirot die God van Zichzelf projecteert, definieert Zijn relatie met ons zich ontwikkelend in spiritueel “DNA” dat de aard van elk geschapen ding bepaalt.

In de Talmoed en de Midrash wordt de aard en betekenis van de schepsels bediscussieerd: welk aspect van de goddelijke realiteit reflecteren ze? Van welk goddelijk attribuut ontwikkelen ze zich?

De vertaling van het licht

Een metafoor is een krachtig instrument. Het kan veel verduidelijken maar wanneer het niet begrepen wordt kan het ook veel verwarring veroorzaken. Zo moeten we niet denken dat God een lichaam heeft omdat in de Tora staat dat Hij ons naar Zijn evenbeeld heeft geschapen. Onze realiteit is eindig, terwijl Gods realiteit oneindig is.

In de Kabbala wordt veelvuldig de term 'licht' gebruikt: “licht van wijsheid”, “licht van mededogen”, “licht van harmonie”, etc. Het beschrijft de verschillende dimensies van Gods relatie met de realiteit als “doordringend licht”, “omringend licht”, etc. De algemene term is “Or Ein Sof” (Oneindig Licht).

Waarom wordt de term 'licht' gebruikt? Dit associeert met spiritualiteit, ontastbaar, puurheid, macht, etc. Licht is ook spontaan. Denk aan zonlicht dat een kamer binnen schijnt wanneer het gordijn open wordt gedaan. De zon hoeft er niet voor te werken. Dit geldt ook voor goddelijk licht dat de wereld beïnvloedt zonder dat God er iets voor hoeft te doen. Toch is er een verschil tussen het licht van de zon en het licht van God. De zon doet het spontaan zonder ervoor te kiezen, terwijl God er juist voor kiest. De zon is dus beperkt en eindig.

God als Hogepriester

De menselijke Hogepriester is beperkt. Hij mag geen contact met de doden hebben. God als Hogepriester is immuun voor besmetting. God is dus niet dezelfde Hogepriester als de menselijke Hogepriester.

Dubbel identiteit: God zowel Hogepriester als Priester

God is niet alleen een Hogepriester voor ons maar ook een Priester. Als God alleen Hogepriester was was er geen noodzaak Zichzelf onder te dompelen in een mikve van vuur nadat Mozes begraven werd. Als God als Hogepriester onder de Israëlieten woont zou er geen noodzaak zijn voor verzoening voor de goddelijke heiligheid. Als het alleen de goddelijke Hogepriester was die Mozes de kracht gaf de Israëlieten uit Egypte te bevrijden, zou Hij niet verschenen zijn in een doornstruik.

God kiest ook voor de gewone Priester om Zichzelf te besmetten tijdens het begraven van Mozes, te lijden met Zijn volk. God is niet alleen aanwezig waar wij zijn, Hij onderwerpt Zich ook waar wij onderworpen zijn. Tegelijkertijd staat Hij er als Hogepriester boven.

Nadere toelichting op bovenstaande Joodse commentaren

Het is naar aanleiding van deze lering van de Lubavitcher Rebbe aardig om verder in te gaan op het metaforisch taalgebruik in de Tenach. Voor vele (vooral niet-Joden) schijnt dit nogal lastig te zijn. Dit komt vooral omdat ze de Tenach in samenhang lezen met het Nieuwe Testament (de christelijke Bijbel). Onlangs hadden we een discussie met een christelijke bezoeker van InfoNu die verkondigde dat de mens naar het evenbeeld van God is geschapen. De mens zou op God lijken, m.a.w. God is mens. Vandaar ook dat christenen Jezus als zoon van God c.q. als God zien. Zij beschouwen dat niet als een metafoor zoals alle mensen kinderen van God zijn (zie de Tora), maar denken dat God werkelijk mens is geworden. Deze zienswijze komt niet overeen met de Tora c.q. Joodse visie waarin begrippen als Vader, Schepper, Heerser, Rechtvaardige, etc. alleen maar metaforisch gebruikt worden. God is immers geen mens en kan Zich ook niet voortplanten als een mens. God is onveranderlijk.

Zoals de Lubavitcher Rebbe ook al prachtig uitlegt is God zowel Priester als Hogepriester metaforisch gezien. God staat enerzijds boven ons als Hogepriester en anderzijds maakt Hij als Priester mee waaraan wij onderworpen zijn. God verandert daarmee niet in een mens want dan zou Hij beperkt c.q. eindig zijn; Hij is een goddelijke Hogepriester en een goddelijke Priester. Daarmee kan Hij dus overal aanwezig zijn en tegelijkertijd overal aan onderworpen worden omdat Hij oneindig is. Een godheid die in een mens zou veranderen, zoals het christendom meent in het geval van Jezus, zou slechts onderworpen zijn aan waar die ene mens (Jezus) onderworpen is en niet aan waar alle mensen onderworpen zijn. Deze afgod is beperkt c.q. eindig. Dit is niet de God van Israël die in de Tora voorkomt. God kan alleen het menselijk lijden ervaren door juist God te zijn en niet iets anders.

Het metaforisch taalgebruik in de Tenach moet dus alleen zo geïnterpreteerd worden om God beter te kunnen begrijpen. We mogen dit taalgebruik nooit letterlijk nemen en God verlagen tot een mens. God is God en de mens is mens. De realiteit van God is anders dan onze realiteit. De mens kan en moet alleen maar Gods 'gedragspatroon' imiteren zodat hij een relatie met Hem aan kan gaan. Dit kan alleen door de Tora (voor Joden) en de Noachidische geboden (voor niet-Joden) na te leven. Let wel, het betreft dus alleen Gods 'gedragspatroon'. God zelf kan uiteraard nimmer geïmiteerd worden omdat wij mensen zijn. Geen enkel mens kan zich God wanen.



Samenvatting - vragen

Om voor uzelf te controleren of u de tekst goed begrepen heeft volgt hier een aantal vragen. De antwoorden vindt u terug in bovenstaande tekst.
  1. Hoe kunnen we Gods 'gedragspatroon' imiteren?
  2. Waarom moeten we Gods 'gedragspatroon' imiteren?
  3. Op basis van wat refereren we God aan een Hoge Priester?
  4. Waarom gebruiken we antropomorfische termen in de Tora?
  5. Waar is onze realiteit een uitloper van?
  6. Wat is het verschil tussen onze realiteit en Gods realiteit?
  7. Waarom wordt de term 'licht' gebruikt in de Kabbala?
  8. Wat is het verschil tussen het licht van God en van de zon?
  9. Waarom heeft God een dubbele identiteit?

Lees verder

© 2012 - 2017 Etsel, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Torastudie 146: Offers – Leviticus 6:9-7:37Torastudie 146: Offers – Leviticus 6:9-7:37Bij parsja Vajikra gaat het om zelf een offer te brengen, terwijl parsja Tsav de wetten beschrijft van de priester die o…
De priester in de Babylonische godsdienstDe priester in de Babylonische godsdienstDe basis van de Babylonische beschaving is gelegd door de Amoritische koning Hammurabi. Hij vereerde de god Marduk. . Ha…
Leviticus 14: twee vogels - wet op de melaatsheid, huidvraatLeviticus 14: twee vogels - wet op de melaatsheid, huidvraatLeviticus 14: twee vogels - wet op de melaatsheid, huidvraat. In de reinigingswet voor de melaatse zoals beschreven in h…
Joodse rituele spijsbereiding - reine en onreine dierenJoodse rituele spijsbereiding - reine en onreine dierenDe Tora maakt een onderscheid tussen 'reine' en 'onreine' dieren en geeft hierbij aan wat de kenmerken en eigenschappen…
Torastudie 143: Vrede/Zondoffer– Leviticus 3 en 4Torastudie 143: Vrede/Zondoffer– Leviticus 3 en 4Bij een vredeoffer doet iedereen mee. Het vredeoffer is niet voor God maar voor de mens. Toch worden offers Gods brood g…
Bronnen en referenties

Reageer op het artikel "Torastudie 180: God als Hogepriester/Priester – Leviticus 21"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Etsel
Laatste update: 11-12-2016
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Special: Torastudie
Bronnen en referenties: 2
Schrijf mee!