InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Torastudie 167: zonen van Aharon – Leviticus 16:1-30

Torastudie 167: zonen van Aharon – Leviticus 16:1-30

Torastudie 167: zonen van Aharon – Leviticus 16:1-30 Het begin van deze Torastudie gaat over de zonen van Aharon die de Eeuwige te dicht naderden en stierven. Het was niet zo dat het zondige mensen waren; integendeel het waren zeer rechtvaardige priesters. Maar zij stegen boven de rationaliteit uit. De mens mag alleen maar God dienen volgens de regels die God heeft opgelegd. Anders dienen de mensen zichzelf in plaats van God.

Tekst Leviticus 16:1-30

En de Eeuwige sprak tot Mozes, na de dood van de twee zonen van Aharon, – toen zij naderden voor de Eeuwige, toen stierven zij. De Eeuwige ze namelijk tot Mozes: spreek tot Aharon, uw broeder, dat hij niet te allen tijde komt in het heiligdom binnen het voorhangsel, vóór het deksel, dat op de ark is, opdat hij niet sterft; want in een wolk verschijn Ik boven het deksel.
…..
…..
En het zij u een instelling voor eeuwig: in de zevende maand, op de tienden der maand zult gij uzelf kwellen en generlei werk verrichten, de inboorling zowel als de vreemde, die zich ophoudt in uw midden. Want op deze dag zal men verzoening voor u doen, om u te reinigen, van al uw zonde zult gij rein zijn vóór de Eeuwige.

Tekst in het Hebreeuws

א וַיְדַבֵּר יְהוָה אֶל-מֹשֶׁה אַחֲרֵי מוֹת שְׁנֵי בְּנֵי אַהֲרֹן בְּקָרְבָתָם לִפְנֵי-יְהוָה וַיָּמֻתוּ. ב וַיֹּאמֶר יְהוָה אֶל-מֹשֶׁה דַּבֵּר אֶל-אַהֲרֹן אָחִיךָ וְאַל-יָבֹא בְכָל-עֵת אֶל-הַקֹּדֶשׁ מִבֵּית לַפָּרֹכֶת אֶל-פְּנֵי הַכַּפֹּרֶת אֲשֶׁר עַל-הָאָרֹן וְלֹא יָמוּת כִּי בֶּעָנָן אֵרָאֶה עַל-הַכַּפֹּרֶת. ג בְּזֹאת יָבֹא אַהֲרֹן אֶל-הַקֹּדֶשׁ בְּפַר בֶּן-בָּקָר לְחַטָּאת וְאַיִל לְעֹלָה. ד כְּתֹנֶת-בַּד קֹדֶשׁ יִלְבָּשׁ וּמִכְנְסֵי-בַד יִהְיוּ עַל-בְּשָׂרוֹ וּבְאַבְנֵט בַּד יַחְגֹּר וּבְמִצְנֶפֶת בַּד יִצְנֹף בִּגְדֵי-קֹדֶשׁ הֵם וְרָחַץ בַּמַּיִם אֶת-בְּשָׂרוֹ וּלְבֵשָׁם. ה וּמֵאֵת עֲדַת בְּנֵי יִשְׂרָאֵל יִקַּח שְׁנֵי-שְׂעִירֵי עִזִּים לְחַטָּאת וְאַיִל אֶחָד לְעֹלָה. ו וְהִקְרִיב אַהֲרֹן אֶת-פַּר הַחַטָּאת אֲשֶׁר-לוֹ וְכִפֶּר בַּעֲדוֹ וּבְעַד בֵּיתוֹ. ז וְלָקַח אֶת-שְׁנֵי הַשְּׂעִירִם וְהֶעֱמִיד אֹתָם לִפְנֵי יְהוָה פֶּתַח אֹהֶל מוֹעֵד. ח וְנָתַן אַהֲרֹן עַל-שְׁנֵי הַשְּׂעִירִם גֹּרָלוֹת גּוֹרָל אֶחָד לַיהוָה וְגוֹרָל אֶחָד לַעֲזָאזֵל. ט וְהִקְרִיב אַהֲרֹן אֶת-הַשָּׂעִיר אֲשֶׁר עָלָה עָלָיו הַגּוֹרָל לַיהוָה וְעָשָׂהוּ חַטָּאת. י וְהַשָּׂעִיר אֲשֶׁר עָלָה עָלָיו הַגּוֹרָל לַעֲזָאזֵל יָעֳמַד-חַי לִפְנֵי יְהוָה לְכַפֵּר עָלָיו לְשַׁלַּח אֹתוֹ לַעֲזָאזֵל הַמִּדְבָּרָה. יא וְהִקְרִיב אַהֲרֹן אֶת-פַּר הַחַטָּאת אֲשֶׁר-לוֹ וְכִפֶּר בַּעֲדוֹ וּבְעַד בֵּיתוֹ וְשָׁחַט אֶת-פַּר הַחַטָּאת אֲשֶׁר-לוֹ. יב וְלָקַח מְלֹא-הַמַּחְתָּה גַּחֲלֵי-אֵשׁ מֵעַל הַמִּזְבֵּחַ מִלִּפְנֵי יְהוָה וּמְלֹא חָפְנָיו קְטֹרֶת סַמִּים דַּקָּה וְהֵבִיא מִבֵּית לַפָּרֹכֶת. יג וְנָתַן אֶת-הַקְּטֹרֶת עַל-הָאֵשׁ לִפְנֵי יְהוָה וְכִסָּה עֲנַן הַקְּטֹרֶת אֶת-הַכַּפֹּרֶת אֲשֶׁר עַל-הָעֵדוּת וְלֹא יָמוּת. יד וְלָקַח מִדַּם הַפָּר וְהִזָּה בְאֶצְבָּעוֹ עַל-פְּנֵי הַכַּפֹּרֶת קֵדְמָה וְלִפְנֵי הַכַּפֹּרֶת יַזֶּה שֶׁבַע-פְּעָמִים מִן-הַדָּם בְּאֶצְבָּעוֹ. טו וְשָׁחַט אֶת-שְׂעִיר הַחַטָּאת אֲשֶׁר לָעָם וְהֵבִיא אֶת-דָּמוֹ אֶל-מִבֵּית לַפָּרֹכֶת וְעָשָׂה אֶת-דָּמוֹ כַּאֲשֶׁר עָשָׂה לְדַם הַפָּר וְהִזָּה אֹתוֹ עַל-הַכַּפֹּרֶת וְלִפְנֵי הַכַּפֹּרֶת. טז וְכִפֶּר עַל-הַקֹּדֶשׁ מִטֻּמְאֹת בְּנֵי יִשְׂרָאֵל וּמִפִּשְׁעֵיהֶם לְכָל-חַטֹּאתָם וְכֵן יַעֲשֶׂה לְאֹהֶל מוֹעֵד הַשֹּׁכֵן אִתָּם בְּתוֹךְ טֻמְאֹתָם. יז וְכָל-אָדָם לֹא-יִהְיֶה בְּאֹהֶל מוֹעֵד בְּבֹאוֹ לְכַפֵּר בַּקֹּדֶשׁ עַד-צֵאתוֹ וְכִפֶּר בַּעֲדוֹ וּבְעַד בֵּיתוֹ וּבְעַד כָּל-קְהַל יִשְׂרָאֵל. יח וְיָצָא אֶל-הַמִּזְבֵּחַ אֲשֶׁר לִפְנֵי-יְהוָה וְכִפֶּר עָלָיו וְלָקַח מִדַּם הַפָּר וּמִדַּם הַשָּׂעִיר וְנָתַן עַל-קַרְנוֹת הַמִּזְבֵּחַ סָבִיב. יט וְהִזָּה עָלָיו מִן-הַדָּם בְּאֶצְבָּעוֹ שֶׁבַע פְּעָמִים וְטִהֲרוֹ וְקִדְּשׁוֹ מִטֻּמְאֹת בְּנֵי יִשְׂרָאֵל. כ וְכִלָּה מִכַּפֵּר אֶת-הַקֹּדֶשׁ וְאֶת-אֹהֶל מוֹעֵד וְאֶת-הַמִּזְבֵּחַ וְהִקְרִיב אֶת-הַשָּׂעִיר הֶחָי. כא וְסָמַךְ אַהֲרֹן אֶת-שְׁתֵּי יָדָו עַל רֹאשׁ הַשָּׂעִיר הַחַי וְהִתְוַדָּה עָלָיו אֶת-כָּל-עֲו‍ֹנֹת בְּנֵי יִשְׂרָאֵל וְאֶת-כָּל-פִּשְׁעֵיהֶם לְכָל-חַטֹּאתָם וְנָתַן אֹתָם עַל-רֹאשׁ הַשָּׂעִיר וְשִׁלַּח בְּיַד-אִישׁ עִתִּי הַמִּדְבָּרָה. כב וְנָשָׂא הַשָּׂעִיר עָלָיו אֶת-כָּל-עֲו‍ֹנֹתָם אֶל-אֶרֶץ גְּזֵרָה וְשִׁלַּח אֶת-הַשָּׂעִיר בַּמִּדְבָּר. כג וּבָא אַהֲרֹן אֶל-אֹהֶל מוֹעֵד וּפָשַׁט אֶת-בִּגְדֵי הַבָּד אֲשֶׁר לָבַשׁ בְּבֹאוֹ אֶל-הַקֹּדֶשׁ וְהִנִּיחָם שָׁם. כד וְרָחַץ אֶת-בְּשָׂרוֹ בַמַּיִם בְּמָקוֹם קָדוֹשׁ וְלָבַשׁ אֶת-בְּגָדָיו וְיָצָא וְעָשָׂה אֶת-עֹלָתוֹ וְאֶת-עֹלַת הָעָם וְכִפֶּר בַּעֲדוֹ וּבְעַד הָעָם. כה וְאֵת חֵלֶב הַחַטָּאת יַקְטִיר הַמִּזְבֵּחָה. כו וְהַמְשַׁלֵּחַ אֶת-הַשָּׂעִיר לַעֲזָאזֵל יְכַבֵּס בְּגָדָיו וְרָחַץ אֶת-בְּשָׂרוֹ בַּמָּיִם וְאַחֲרֵי-כֵן יָבוֹא אֶל-הַמַּחֲנֶה. כז וְאֵת פַּר הַחַטָּאת וְאֵת שְׂעִיר הַחַטָּאת אֲשֶׁר הוּבָא אֶת-דָּמָם לְכַפֵּר בַּקֹּדֶשׁ יוֹצִיא אֶל-מִחוּץ לַמַּחֲנֶה וְשָׂרְפוּ בָאֵשׁ אֶת-עֹרֹתָם וְאֶת-בְּשָׂרָם וְאֶת-פִּרְשָׁם. כח וְהַשֹּׂרֵף אֹתָם יְכַבֵּס בְּגָדָיו וְרָחַץ אֶת-בְּשָׂרוֹ בַּמָּיִם וְאַחֲרֵי-כֵן יָבוֹא אֶל-הַמַּחֲנֶה. כט וְהָיְתָה לָכֶם לְחֻקַּת עוֹלָם בַּחֹדֶשׁ הַשְּׁבִיעִי בֶּעָשׂוֹר לַחֹדֶשׁ תְּעַנּוּ אֶת-נַפְשֹׁתֵיכֶם וְכָל-מְלָאכָה לֹא תַעֲשׂוּ הָאֶזְרָח וְהַגֵּר הַגָּר בְּתוֹכְכֶם. ל כִּי-בַיּוֹם הַזֶּה יְכַפֵּר עֲלֵיכֶם לְטַהֵר אֶתְכֶם מִכֹּל חַטֹּאתֵיכֶם לִפְנֵי יְהוָה תִּטְהָרוּ.

Leviticus 16:1

Na de dood van de twee zonen van Aharon.

artsen

Rabbi Elazar ben Azaria verklaart dit aan de hand van een gelijkenis. Een arts bezoekt een patiënt en zegt tegen hem: “Eet geen koud eten en lig niet vochtig anders zal je sterven.” Er komt een tweede arts die hetzelfde zegt. De tweede arts heeft meer invloed dan de eerste. Daarom staat er in het vers. “Na de dood van de twee zonen van Aharon.”

Leviticus 16:1

Toen zij naderden voor de Eeuwige.

Hemels licht

Zij naderden het Hemelse licht uit grote liefde voor de Heilige en stierven daarop. Zij stierven door de 'Goddelijk kus' zoals rechtvaardigen overkomt; alleen rechtvaardigen sterven door de Goddelijke kus, als zij deze naderen. Hoewel zij hun eigen ondergang voelden, weerhield hen dit niet om dichterbij God te komen tot hun zielen niet meer van hen waren.

Leviticus 16:4

Heilige klederen zijn het, hij zal zijn lichaam in water baden en ze daarna aantrekken.

Hoge Priester

Op die dag dompelde de Hoge Priester zichzelf vijf keer onder (in een mikve) en waste zijn handen en voeten tien keer in de kiyyor (basin); elke keer als hij van kleren verwisselde, moest hij een keer onderdompelen en twee keer wassen.

Er waren vijf diensten op die dag:
  1. De gewone ochtenddiensten in 'gouden kleding'.
  2. De speciale dagdiensten in linnen kleding.
  3. De twee rammen aangeboden als 'opstijgende offers' en de moesafoffers in de gouden kleding.
  4. Terug naar het Heilige der Heiligen om de pan met brandend wierook te verwijderen in linnen kleding;
  5. De gewone middagdiensten in gouden kleding.

Leviticus 16:5

Twee geitenbokken

identiek

Deze moeten identiek qua uiterlijk, grootte en prijs zijn en moeten samen verkregen zijn.

Leviticus 16:16

En evenzo zal hij doen voor de tent der samenkomst, die bij hen zetelt te midden van hun onreinheden.

Shechina

Ook wanneer ze in een toestand van onreinheid zijn, woont de Shechina bij hen.

Leviticus 16:30

Want op deze dag zal men verzoening voor u doen.

Jom Kippoer

Op Jom Kippoer zal de dag zelf verzoenen.

Nadere toelichting op bovenstaande Joodse commentaren

Het betreden van de Heilige Tempel kan niet zomaar plaatsvinden. Er zijn beperkingen aan verbonden. De Tempel mag alleen maar betreden worden door bepaalde mensen op bepaalde tijdstippen. Deze regels werden duidelijk toen de zonen van Aharon het Heiligdom betraden en te dicht bij God kwamen en stierven. Zouden deze regel regels niet in acht worden genomen dan zou de tragedie zich herhalen. De zonen van Aharon stierven omdat ze een niet geautoriseerde offer brachten of geen overleg hadden gevoerd met Mozes en om nog een aantal andere redenen. Toch worden de zonen als rechtvaardig beschouwd zelfs in hun dood. God zegt dat Hij geheiligd wordt door mensen die dicht bij hem staan. De dag dat de zonen van Aharon stierven is de yahrzeit van de rechtvaardigen die zijn overleden.

Hoe kan deze tegenstrijdigheid verklaard worden? De zonen van Aharon rebelleerden niet. Het was hun hoge staat van rechtvaardigheid dat tot hun dood leidde. Zij waren in extase. Zij stegen boeven rationaliteit, tijd en ruimte uit. Toch is het de taak van de mens om de materiële wereld te verheffen. De mens moet niet alleen zijn fysieke verlangens controleren maar ook zijn spirituele verlangens. Tora en mitswot moeten in de letterlijke zin nageleefd worden. De mens moet God dienen volgens de regels die God hem opgedragen heeft. De menselijke motieven mogen de Goddelijke aanwijzingen niet overstijgen. Anders gaat het om wat de mens wil in plaats van wat God wil.



Samenvatting - vragen

Om voor uzelf te controleren of u de tekst goed begrepen heeft volgt hier een aantal vragen. De antwoorden vindt u terug in bovenstaande tekst.
  1. Waarom naderden de twee zonen van Aharon de Eeuwige?
  2. Waardoor sterven rechtvaardige mensen?
  3. Hoe dompelt de Hoge Priester zich onder tijdens Jom Kippoer?
  4. Op welke punten moeten de twee geitenbokken identiek zijn?
  5. Wat verzoent op Jom Kippoer?
  6. Waarom zijn Gods regels van belang bij het dienen van God?
  7. Wanneer is de yahrzeit van de rechtvaardigen?
  8. Hoe kan het dat de rechtvaardige zonen van Aharon te dicht bij God kwamen?

Lees verder

© 2011 - 2017 Etsel, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Joodse rituele spijsbereiding - reine en onreine dierenJoodse rituele spijsbereiding - reine en onreine dierenDe Tora maakt een onderscheid tussen 'reine' en 'onreine' dieren en geeft hierbij aan wat de kenmerken en eigenschappen…
Torastudie 146: Offers – Leviticus 6:9-7:37Torastudie 146: Offers – Leviticus 6:9-7:37Bij parsja Vajikra gaat het om zelf een offer te brengen, terwijl parsja Tsav de wetten beschrijft van de priester die o…
Torastudie 178: Priesterlijke reinheid – Leviticus 21:1-11Torastudie 178: Priesterlijke reinheid – Leviticus 21:1-11Leviticus 21:1-11 bespreekt de priesterlijke reinheid. Een priester mag niet in contact komen met overleden mensen. Dit…
Torastudie 147: Priesters – Leviticus 9:1-6/10:1-2Torastudie 147: Priesters – Leviticus 9:1-6/10:1-2(Leviticus: 9:1-6) Na de zeven inwijdingsdagen van de Tabernakel komt op de achtste dag de Goddelijke aanwezigheid in he…
Torastudie 151: Objectieve/subjectieve waarheid – Lev. 10:16Torastudie 151: Objectieve/subjectieve waarheid – Lev. 10:16In Psalm 85:11 staat: “Welwillendheid en waarheid omhelzen elkaar, recht en vrede begroeten elkaar met een kus.” Aharon…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Tdjgordon / Pixabay
  • Immanuel Schochet
  • Rashi
  • Ohr HaChaim
  • Talmoed, tractaat Yoma
  • Talmoed, Yoma 62b
  • Maimonides

Reageer op het artikel "Torastudie 167: zonen van Aharon – Leviticus 16:1-30"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Etsel
Laatste update: 11-12-2016
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Special: Torastudie
Bronnen en referenties: 7
Schrijf mee!