InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Torastudie 120: De priesterlijke kledij - Exodus 28:6-43

Torastudie 120: De priesterlijke kledij - Exodus 28:6-43

Torastudie 120: De priesterlijke kledij - Exodus 28:6-43 Exodus 28:6-43 handelt geheel over de priesterlijke kledij van de priester Aharon en zijn zonen. Er wordt uitgelegd uit welke onderdelen deze bestaat en waarvan het is gemaakt. Ook wordt ingegaan op de diepere betekenis van de priesterlijke kledij. Voor dit artikel zijn Joodse bronnen gebruikt ter verklaring.

Exodus 28:6-43

En zij zullen maken het bovenkleed van goud, purperblauwe en purperrode, karmozijn kleurige wol en getweernd byssus, kunstweverswerk. Twee bindende schouderstukken zal het hebben aan zijn beide uiteinden; zo zal het verbonden zijn. En de gordel voor het aantrekken van het bovenkleed, die daaraan wezen moet, daarmede uit één stuk zijn: van goud, purperblauwe en purperrode en karmozijn kleurige wol en getweernd byssus. En gij zult nemen twee Shoham-stenen en daarin graven de namen der kinderen Israëls.
…..
…..
En gij zult daarmede kleden Aharon, uw broeder, en zijn zonen met hem; en gij zult hen zalven en hen wijden en hen heiligen, dat zij Mij priesters zullen zijn. En maak voor hen linnen broeken om te bedekken het vlees der schaamte van de lendenen tot de heupen zullen zij zijn. En Aharon en zijn zonen zullen ze aan hebben, wanneer zij komen zullen in de tent der samenkomst, of wanneer zij naderen zullen tot het altaar, om dienst te doen in het heiligdom, opdat zij zich met geen misdaad beladen en sterven zullen; een instelling voor eeuwig voor hem en voor zijn kroost na hem.

Tekst in het Hebreeuws

ו וְעָשׂוּ אֶת-הָאֵפֹד זָהָב תְּכֵלֶת וְאַרְגָּמָן תּוֹלַעַת שָׁנִי וְשֵׁשׁ מָשְׁזָר מַעֲשֵׂה חֹשֵׁב. ז שְׁתֵּי כְתֵפֹת חֹבְרֹת יִהְיֶה-לּוֹ אֶל-שְׁנֵי קְצוֹתָיו וְחֻבָּר. ח וְחֵשֶׁב אֲפֻדָּתוֹ אֲשֶׁר עָלָיו כְּמַעֲשֵׂהוּ מִמֶּנּוּ יִהְיֶה זָהָב תְּכֵלֶת וְאַרְגָּמָן וְתוֹלַעַת שָׁנִי וְשֵׁשׁ מָשְׁזָר. ט וְלָקַחְתָּ אֶת-שְׁתֵּי אַבְנֵי-שֹׁהַם וּפִתַּחְתָּ עֲלֵיהֶם שְׁמוֹת בְּנֵי יִשְׂרָאֵל. י שִׁשָּׁה מִשְּׁמֹתָם עַל הָאֶבֶן הָאֶחָת וְאֶת-שְׁמוֹת הַשִּׁשָּׁה הַנּוֹתָרִים עַל-הָאֶבֶן הַשֵּׁנִית כְּתוֹלְדֹתָם. יא מַעֲשֵׂה חָרַשׁ אֶבֶן פִּתּוּחֵי חֹתָם תְּפַתַּח אֶת-שְׁתֵּי הָאֲבָנִים עַל-שְׁמֹת בְּנֵי יִשְׂרָאֵל מֻסַבֹּת מִשְׁבְּצוֹת זָהָב תַּעֲשֶׂה אֹתָם. יב וְשַׂמְתָּ אֶת-שְׁתֵּי הָאֲבָנִים עַל כִּתְפֹת הָאֵפֹד אַבְנֵי זִכָּרֹן לִבְנֵי יִשְׂרָאֵל וְנָשָׂא אַהֲרֹן אֶת-שְׁמוֹתָם לִפְנֵי יְהוָה עַל-שְׁתֵּי כְתֵפָיו לְזִכָּרֹן. {ס} יג וְעָשִׂיתָ מִשְׁבְּצֹת זָהָב. יד וּשְׁתֵּי שַׁרְשְׁרֹת זָהָב טָהוֹר מִגְבָּלֹת תַּעֲשֶׂה אֹתָם מַעֲשֵׂה עֲבֹת וְנָתַתָּה אֶת-שַׁרְשְׁרֹת הָעֲבֹתֹת עַל-הַמִּשְׁבְּצֹת. {ס} טו וְעָשִׂיתָ חֹשֶׁן מִשְׁפָּט מַעֲשֵׂה חֹשֵׁב כְּמַעֲשֵׂה אֵפֹד תַּעֲשֶׂנּוּ זָהָב תְּכֵלֶת וְאַרְגָּמָן וְתוֹלַעַת שָׁנִי וְשֵׁשׁ מָשְׁזָר תַּעֲשֶׂה אֹתוֹ. טז רָבוּעַ יִהְיֶה כָּפוּל זֶרֶת אָרְכּוֹ וְזֶרֶת רָחְבּוֹ. יז וּמִלֵּאתָ בוֹ מִלֻּאַת אֶבֶן אַרְבָּעָה טוּרִים אָבֶן טוּר אֹדֶם פִּטְדָה וּבָרֶקֶת הַטּוּר הָאֶחָד. יח וְהַטּוּר הַשֵּׁנִי נֹפֶךְ סַפִּיר וְיָהֲלֹם. יט וְהַטּוּר הַשְּׁלִישִׁי לֶשֶׁם שְׁבוֹ וְאַחְלָמָה. כ וְהַטּוּר הָרְבִיעִי תַּרְשִׁישׁ וְשֹׁהַם וְיָשְׁפֵה מְשֻׁבָּצִים זָהָב יִהְיוּ בְּמִלּוּאֹתָם. כא וְהָאֲבָנִים תִּהְיֶיןָ עַל-שְׁמֹת בְּנֵי-יִשְׂרָאֵל שְׁתֵּים עֶשְׂרֵה עַל-שְׁמֹתָם פִּתּוּחֵי חוֹתָם אִישׁ עַל-שְׁמוֹ תִּהְיֶיןָ לִשְׁנֵי עָשָׂר שָׁבֶט. כב וְעָשִׂיתָ עַל-הַחֹשֶׁן שַׁרְשֹׁת גַּבְלֻת מַעֲשֵׂה עֲבֹת זָהָב טָהוֹר. כג וְעָשִׂיתָ עַל-הַחֹשֶׁן שְׁתֵּי טַבְּעוֹת זָהָב וְנָתַתָּ אֶת-שְׁתֵּי הַטַּבָּעוֹת עַל-שְׁנֵי קְצוֹת הַחֹשֶׁן. כד וְנָתַתָּה אֶת-שְׁתֵּי עֲבֹתֹת הַזָּהָב עַל-שְׁתֵּי הַטַּבָּעֹת אֶל-קְצוֹת הַחֹשֶׁן. כה וְאֵת שְׁתֵּי קְצוֹת שְׁתֵּי הָעֲבֹתֹת תִּתֵּן עַל-שְׁתֵּי הַמִּשְׁבְּצוֹת וְנָתַתָּה עַל-כִּתְפוֹת הָאֵפֹד אֶל-מוּל פָּנָיו. כו וְעָשִׂיתָ שְׁתֵּי טַבְּעוֹת זָהָב וְשַׂמְתָּ אֹתָם עַל-שְׁנֵי קְצוֹת הַחֹשֶׁן עַל-שְׂפָתוֹ אֲשֶׁר אֶל-עֵבֶר הָאֵפֹד בָּיְתָה. כז וְעָשִׂיתָ שְׁתֵּי טַבְּעוֹת זָהָב וְנָתַתָּה אֹתָם עַל-שְׁתֵּי כִתְפוֹת הָאֵפוֹד מִלְּמַטָּה מִמּוּל פָּנָיו לְעֻמַּת מַחְבַּרְתּוֹ מִמַּעַל לְחֵשֶׁב הָאֵפוֹד. כח וְיִרְכְּסוּ אֶת-הַחֹשֶׁן מִטַּבְּעֹתָו אֶל-טַבְּעֹת הָאֵפוֹד בִּפְתִיל תְּכֵלֶת לִהְיוֹת עַל-חֵשֶׁב הָאֵפוֹד וְלֹא-יִזַּח הַחֹשֶׁן מֵעַל הָאֵפוֹד. כט וְנָשָׂא אַהֲרֹן אֶת-שְׁמוֹת בְּנֵי-יִשְׂרָאֵל בְּחֹשֶׁן הַמִּשְׁפָּט עַל-לִבּוֹ בְּבֹאוֹ אֶל-הַקֹּדֶשׁ לְזִכָּרֹן לִפְנֵי-יְהוָה תָּמִיד. ל וְנָתַתָּ אֶל-חֹשֶׁן הַמִּשְׁפָּט אֶת-הָאוּרִים וְאֶת-הַתֻּמִּים וְהָיוּ עַל-לֵב אַהֲרֹן בְּבֹאוֹ לִפְנֵי יְהוָה וְנָשָׂא אַהֲרֹן אֶת-מִשְׁפַּט בְּנֵי-יִשְׂרָאֵל עַל-לִבּוֹ לִפְנֵי יְהוָה תָּמִיד. {ס} לא וְעָשִׂיתָ אֶת-מְעִיל הָאֵפוֹד כְּלִיל תְּכֵלֶת. לב וְהָיָה פִי-רֹאשׁוֹ בְּתוֹכוֹ שָׂפָה יִהְיֶה לְפִיו סָבִיב מַעֲשֵׂה אֹרֵג כְּפִי תַחְרָא יִהְיֶה-לּוֹ לֹא יִקָּרֵעַ. לג וְעָשִׂיתָ עַל-שׁוּלָיו רִמֹּנֵי תְּכֵלֶת וְאַרְגָּמָן וְתוֹלַעַת שָׁנִי עַל-שׁוּלָיו סָבִיב וּפַעֲמֹנֵי זָהָב בְּתוֹכָם סָבִיב. לד פַּעֲמֹן זָהָב וְרִמּוֹן פַּעֲמֹן זָהָב וְרִמּוֹן עַל-שׁוּלֵי הַמְּעִיל סָבִיב. לה וְהָיָה עַל-אַהֲרֹן לְשָׁרֵת וְנִשְׁמַע קוֹלוֹ בְּבֹאוֹ אֶל-הַקֹּדֶשׁ לִפְנֵי יְהוָה וּבְצֵאתוֹ וְלֹא יָמוּת. {ס} לו וְעָשִׂיתָ צִּיץ זָהָב טָהוֹר וּפִתַּחְתָּ עָלָיו פִּתּוּחֵי חֹתָם קֹדֶשׁ לַיהוָה. לז וְשַׂמְתָּ אֹתוֹ עַל-פְּתִיל תְּכֵלֶת וְהָיָה עַל-הַמִּצְנָפֶת אֶל-מוּל פְּנֵי-הַמִּצְנֶפֶת יִהְיֶה. לח וְהָיָה עַל-מֵצַח אַהֲרֹן וְנָשָׂא אַהֲרֹן אֶת-עֲו‍ֹן הַקֳּדָשִׁים אֲשֶׁר יַקְדִּישׁוּ בְּנֵי יִשְׂרָאֵל לְכָל-מַתְּנֹת קָדְשֵׁיהֶם וְהָיָה עַל-מִצְחוֹ תָּמִיד לְרָצוֹן לָהֶם לִפְנֵי יְהוָה. לט וְשִׁבַּצְתָּ הַכְּתֹנֶת שֵׁשׁ וְעָשִׂיתָ מִצְנֶפֶת שֵׁשׁ וְאַבְנֵט תַּעֲשֶׂה מַעֲשֵׂה רֹקֵם. מ וְלִבְנֵי אַהֲרֹן תַּעֲשֶׂה כֻתֳּנֹת וְעָשִׂיתָ לָהֶם אַבְנֵטִים וּמִגְבָּעוֹת תַּעֲשֶׂה לָהֶם לְכָבוֹד וּלְתִפְאָרֶת. מא וְהִלְבַּשְׁתָּ אֹתָם אֶת-אַהֲרֹן אָחִיךָ וְאֶת-בָּנָיו אִתּוֹ וּמָשַׁחְתָּ אֹתָם וּמִלֵּאתָ אֶת-יָדָם וְקִדַּשְׁתָּ אֹתָם וְכִהֲנוּ לִי. מב וַעֲשֵׂה לָהֶם מִכְנְסֵי-בָד לְכַסּוֹת בְּשַׂר עֶרְוָה מִמָּתְנַיִם וְעַד-יְרֵכַיִם יִהְיוּ. מג וְהָיוּ עַל-אַהֲרֹן וְעַל-בָּנָיו בְּבֹאָם אֶל-אֹהֶל מוֹעֵד אוֹ בְגִשְׁתָּם אֶל-הַמִּזְבֵּחַ לְשָׁרֵת בַּקֹּדֶשׁ וְלֹא-יִשְׂאוּ עָו‍ֹן וָמֵתוּ חֻקַּת עוֹלָם לוֹ וּלְזַרְעוֹ אַחֲרָיו.

Exodus 28:6-8

En zij zullen maken het bovenkleed...Twee verbindende schouderstukken zal het hebben aan zijn beide uiteinden...En de gordel voor het aantrekken van het bovenkleed, die daaraan wezen moet, zal, naar diens bewerking, daarmede uit één stuk zijn.

bovenkleed – efod

Rashi geeft aan dat hij geen uitleg heeft gevonden voor de vorm van het bovenkleed (efod). Zijn hart vertelt hem dat het op de rug wordt vastgebonden en dat het de vorm van een schort heeft zoals gedragen door prinsessen wanneer zij paard rijden...

Waarom zegt Rashi 'mijn hart vertelt me'. De Lubavitcher Rebbe legt dit als volgt uit: “Alles wat een persoon ziet of hoort behoort hem te dienen als een les in zijn dienst aan God.” Misschien kwam Rashi op die dag een prinses op een paard tegen en omdat hij moeite had de efod te beschrijven vergeleek hij het met het schort van de prinses.

Exodus 28:17-20

En gij zult het bezetten met stenen, vier rijen stenen...zij zullen in goud gevat zijn bij hun zettingen.

Kleuren van de stenen

Volgens de Midrasj waren de kleuren van de stenen als volgt:
  1. Steen van Reuben – odem – rood
  2. Steen van Simeon – piteda – groen
  3. Steen van Levi – bareket – wit
  4. Steen van Juda – nofech – hemelsblauw
  5. Steen van Issachar – sapir – donkerblauw
  6. Steen van Zeboelon – jahalon – wit
  7. Steen van Dan – leshem – sapier
  8. Steen van Gad – shvo – grijs
  9. Steen van Naftali – achlama – wijnrood
  10. Steen van Asher – tarshish – edelstenen
  11. Steen van Jozef – shoham – zwart
  12. Steen van Benjamin – yashpei – kleur van alle twaalf stenen

De stenen bevatten ook de woorden 'Abraham, Izaäk, Jakob Shivtei Jesjoeroen (rechtvaardige stammen), dus het borstschild bevat alle 22 letters van de Heilige Taal.

Exodus 28:28

Opdat het borstschild niet weggerukt wordt van boven het bovenkleed

kloof

De diepere betekenis is dat er geen 'kloof' moet zijn tussen de boven en beneden aspecten van het leven of tussen voorwaartse en achterwaartse elementen. Het lichaam bestaat uit het gevoelige hart (spirituele momenten) en de functionele voet (dagelijkse noden).

Exodus 28:30

En gij zult leggen in het borstschild voor het recht der Oeriem en de Thoemiem.

inscriptie

De Oeriem en Thoemiem waren de inscriptie van de Naam van God. Het borstschild werd het 'borstschild van recht' genoemd omdat het dingen voor de mens bepaalde (zie ook Numeru 27:21).

Exodus 28:30

Zo zal Aharon dragen het recht der kinderen Israëls op zijn hart vóór de Eeuwige, altijd.

offers en priesterlijke gewaden

Offers en priesterlijke gewaden staan naast elkaar geschreven: want offers brengen verzoening, en priesterlijke gewaden brengen verzoening. Zie ook: Genesis 37:31; Exodus 28:42; Exodus 28:15; Hosea 3:4; Jeremia 3:3.

Exodus 28:33-35

En gij zult maken....gouden schellen....opdat het geluid ervan gehoord wordt wanneer hij komen zal in het heiligdom

kloppen

Toen Rabbi Yochanan Rabbi Chanina bezocht om te kijken hoe het met diens gezondheid ging, klopte hij op de deur conform het vers: 'Opdat het geluid ervan gehoord wordt.'

Exodus 28:39

En gij zult met vakjes weven het hemd van linnen, en gij zult maken een hoofdbedekking van linnen, en een gordel zult gij maken van kunstnaaldwerk.

gordel

De gordel was ongeveer 48 voet lang. Het werd 32 keer rond de middel gewonden. Het was 2, 3 of 4 vingers breed.

Exodus 28:43

En Aharon en zijn zonen zullen ze aan hebben, wanneer zij komen zullen in de tent der samenkomst, of wanneer zij naderen zullen tot het altaar, om dienst te doen in het heiligdom, opdat gij zich met geen misdaad beladen en sterven zullen

kledij

God verschafte Aharon kledij naar het patroon van de goddelijke kledij. Zie Jesaja 59:17: “Hij gordde het harnas van de gerechtigheid aan en zette de helm van de redding op zijn hoofd. Hij deed het kleed van de vergelding aan en hulde zich in de mantel van de strijdlust.”



Samenvatting - vragen

Om voor uzelf te controleren of u de tekst goed begrepen heeft volgt hier een aantal vragen. De antwoorden vindt u terug in bovenstaande tekst.
  1. Wat is de Hebreeuwse naam voor bovenkleed?
  2. Welke uitleg geeft Rashi aan het bovenkleed? Waarom met zijn hart?
  3. Beschrijf de kleuren van de stenen in het priesterlijke kledij.
  4. Welke woorden bevatten de stenen?
  5. Wat wordt bedoeld met dat het bovenkleed niet weggerukt wordt van boven het bovenkleed?
  6. Wat waren Oeriem en Thoemiem?
  7. Wat is de overeenkomst tussen offers en priester gewaden?
  8. Wie verschafte Aharon de priesterlijke kledij?

Lees verder

© 2010 - 2017 Etsel, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Torastudie 74: Mozes en Aharon - Exodus (4:27)/Psalm (85:11)Torastudie 74: Mozes en Aharon - Exodus (4:27)/Psalm (85:11)In Psalm 85:11 staat: "Goedertierenheid en waarheid ontmoeten elkander, gerechtigheid en vrede kussen elkaar." De Midras…
Torastudie 138: Tabernakel – Exodus 38:21-40:17Torastudie 138: Tabernakel – Exodus 38:21-40:17God was tevreden met de bouw van de Tabernakel. Zolang de Joden daarmee bezig waren mopperden ze niet tegen God. Daarom…
Pesach: Avadiem hajinoe – "slaven waren wij voor Farao"Tijdens de ballingschap in Egypte waren de Joden slaven voor Farao. Een slaaf heeft geen eigen doel in het leven. Hij mo…
Torastudie 73: Mozes' terugkeer in Egypte-Exodus (4:20-31)Torastudie 73: Mozes' terugkeer in Egypte-Exodus (4:20-31)In Exodus 4:20-31 wordt beschreven hoe Mozes terugkeert naar Egypte. Mozes wordt door zijn broer Aharon geholpen die het…
Torastudie 125: Het Gouden Kalf (deel 1) – Exodus 32:1-6Torastudie 125: Het Gouden Kalf (deel 1) – Exodus 32:1-6Terwijl Mozes 40 dagen op de Sinaï verbleef, werd het volk ongeduldig. Zij veronderstelden dat Mozes niet meer terug zou…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Tdjgordon / Pixabay
  • Rashi: Rabbi Shlomo Yitzchaki; 1040-1105; foremost commentator on the Torah and Talmud; leader of the Jewish community in Alsace-Lorraine
  • Israel Baal Shem Tov: (lit. “Master of the Good Name”); Rabbi Yisrael ben Eliezer (1698-1760), founder of Chassidism
  • Midrash: (a) the classical collection of the Sages’ homiletic teachings on the Torah, on the non-literal level of derush; (b) any one such teaching
  • Talmud
  • The Lubavitcher Rebbe
  • Talmud, Zevachim 88b
  • Midrash Rabbah: a compilation of Midrashic interpretations of the Pentateuch and certain other Biblical books, composed in the fourth century
  • Maimonides; Kadmoniyot
  • Tosafot: (lit. “supplements”); classical commentaries on the Talmud, composed by the descendants and disciples of Rashi, which began to appear in the mid-twelfth century and are traditionally printed together with the text of the Talmud

Reageer op het artikel "Torastudie 120: De priesterlijke kledij - Exodus 28:6-43"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Etsel
Laatste update: 01-07-2015
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Special: Torastudie
Bronnen en referenties: 10
Schrijf mee!