InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Torastudie 108: Het dienen van God - Exodus (21-24)

Torastudie 108: Het dienen van God - Exodus (21-24)

Torastudie 108: Het dienen van God - Exodus (21-24) Vaak denken we dat we zelf het dagelijks leven bepalen en dat God de grote lijnen uitzet. Echter het tegenovergestelde is het geval. Wanneer het op de do's en don'ts in ons leven aankomt geeft de Tora ons instructies. Natuurlijk hebben we een vrije wil, maar het is niet aan ons te bepalen wat goed of fout is. De taak van de Joden is om God te dienen zonder eigenbelang; bij christenen staat de redding van de mens centraal en gaat het dus meer om eigenbelang.

De betekenis van de vrije wil: kiezen om de goddelijke wil te gehoorzamen of niet

De vrije wil betekent niets anders dan dat we kunnen kiezen om de goddelijke wil te gehoorzamen door naleving Tora. Door de goddelijke wil te gehoorzamen brengen we ons leven in harmonie met de wijze waarop de Schepper van het leven het ontworpen heeft om geleefd te worden. We kunnen er ook voor kiezen die goddelijke wil niet te gehoorzamen. Maar dat laatste is zo destructief, dat men nauwelijks van een vrije keuze kan spreken. Deze 'kleine zaken' bepaalt God. Maar wanneer het om basisvragen over het leven gaat zoals: Wat zijn we? Waarom zijn we hier?, dan zegt God: “Dat laat ik aan jullie over. Welke manier jullie kiezen om reden te geven aan het bestaan en aan jullie relatie met Mij, dat zal jullie waarheid worden. Dat is hoe ik jullie zal beschouwen.”

De vier bewaarders

De wetten van de vier bewaarders komen we tegen in Exodus 21-24. Een bewaarder (shomer) is elke persoon, die om welke reden dan ook, verantwoordelijk is voor een voorwerp dat eigendom is van een ander. Er zijn vier soorten bewaarders:
  1. de onbetaalde bewaarder: deze krijgt geen compensatie voor de zorg van iemands eigendom. Bij verlies of schade moet hijzelf betalen; bij een eed is hij gevrijwaard.
  2. de betaalde bewaarder: deze krijgt wel compensatie maar de verantwoordelijkheid is groter. Er is een onderscheid tussen 'vermijdbare schade', zoals diefstal of verlies, en 'onvermijdbare schade', zoals gewapende overval en natuurlijke dood. Alleen in het eerste geval is hij verantwoordelijk voor de schade.
  3. de lener: dit is het hoogste niveau van verantwoordelijkheid. Het voorwerp wordt gegeven aan de lener voor zijn eigen voordeel. Hij is er geheel verantwoordelijk voor, behalve bij schade door normaal gebruik en als de eigenaar het in zijn bezit had ten tijde van verlies.
  4. de huurder: deze betaalt voor het gebruik. Onduidelijk is zijn verantwoordelijkheid. De Talmoed spreekt van of gelijkheid aan de onbetaalde bewaarder (volgens Rabbi Juda) of aan de betaalde bewaarder (volgens Rabbi Meir).

Waarom is de huurder een vierde categorie?

Er zijn nog meer scenario's denkbaar maar die vallen allemaal onder één van de bovenstaande categorieën. Waarom is de huurder een aparte categorie terwijl deze de gelijkheid heeft aan de onbetaalde of betaalde bewaarder? Dan moeten we kijken naar het debat tussen Rabbijn Juda en Rabbijn Meir hierover.

Volgens Rabbijn Juda biedt de betaling aan de huurder de rechten die hij geniet. Dat weegt tegen elkaar op. De huurder krijgt dus niets voor de zorg en dus is zijn status gelijk aan die van een onbetaalde bewaarder.
Volgens Rabbijn Meir klopt dit, maar toch geeft hij een ander perspectief. Het gaat om de vraag waarom de huurder het in bezit heeft. Het gaat zowel bij de onbetaalde als de betaalde bewaarder om de gunst voor de eigenaar. De verantwoordelijkheid is dus minimaal. In geval van de betaalde bewaarder is er ook enige verantwoordelijkheid. Maar bij de huurder en de lener is het omgekeerde het geval: het gaat om de gunst voor de bewaarder. Dus de verantwoordelijkheid is geheel. De toevoeging van de betaling heeft een gelijk effect als in geval van de betaalde bewaarder.

Dus in geval van Rabbi Juda zijn er slechts drie bewaarders (de huurder is een vorm van onbetaalde bewaarder); in geval van Rabbi Meir zijn er vier bewaarders.

Op het spiritueel niveau

Bovenstaande kan toegepast worden op het innerlijke leven van de ziel en haar relatie met de Schepper. De rol van de mens in de schepping is die van bewaarder (Genesis 2:15). De Tora wetten van de bewaarders stellen enige centrale vragen van het leven centraal: Wiens leven is het? Mogen we dit zelf bepalen of moeten we rechten verdienen? Wat zijn onze verantwoordelijkheden naar de Schepper toe en wat is de correlatie met de beloningen? Is het voldoende wanneer we ons best doen of worden we beloond naar onze prestatie?

  1. De onbetaalde bewaarder is het ideaal: hij is slechts geschapen om God te dienen en hoeft geen compensatie van God.
  2. De lener is het minst ideaal: hem wordt gegeven wat voor zijn eigen voordeel is. Hij realiseert dat er een Eigenaar is, maar is Hem niets verschuldigd voor de zegeningen.
  3. De betaalde bewaarder en de huurder staan er tussen in. Ze verschillen over de kwestie 'waarom zijn we hier?' Maar zij denken gelijk over de 'betaling'. De spirituele huurder is een lener wat betreft het eigen voordeel, maar hij verdient dit door ook zijn Schepper te dienen. De betaalde bewaarder is als de onbetaalde bewaarder in dat het doel is om God te dienen, maar hij reserveert in hem een klein eigen belang. Hij verdient een eigen leven.

Allen zijn werkelijk

De Joodse wijzen zeggen dat God ons meet, Hij beantwoordt ons op de manier hoe we ons gedragen en onze relatie met Hem definiëren. “God is uw schaduw” (Psalm 121:5). De mens kan zelf kiezen wat voor soort bewaarder hij is en zo zijn leven definiëren. Maar als hij kiest om lener te zijn, dan is hij wel zelf verantwoordelijk voor de fouten in zijn leven. Hij koos immers zelf voor zijn manier van leven. En zo behandelt God ook de huurder en de betaalde bewaarder, hoewel zij minder verantwoordelijk zijn voor hun eigen leven. Maar de onbetaalde bewaarder hoeft zich geen zorgen te maken over de valstrikken van het leven. God neemt de gehele verantwoordelijkheid voor zijn leven omdat de onbetaalde bewaarder Hem dient.



Nadere toelichting op bovenstaande Joodse commentaren

Het Jodendom stelt zich op als de onbetaalde bewaarder. Alleen het dienen van God door naleving Tora staat centraal. Er staat geen beloning van de Schepper tegenover, maar God neemt wel de gehele verantwoordelijkheid voor het leven op zich. Om die reden is het Joodse volk ook het Uitverkoren volk; dat wil zeggen uitverkoren om God te dienen (een andere betekenis aan het begrip 'Uitverkoren volk' kan niet worden gegeven).

In dat opzicht is het Jodendom wezenlijk anders dan het christendom waarbij 'de redding van de mens' centraal staat en niet het dienen van God. De enige manier waarop de mens volgens de christelijke leer gered kan worden is door in Jezus te geloven. Christenen leven de Tora dan ook niet na, terwijl het Jodendom juist stelt dat de Tora de enige manier is om God te kunnen dienen. Bovendien is het zo dat in het Messiaanse tijdperk ieder mens de Tora bestudeert. Bij de christelijke messias (Jezus) zien we het tegenovergestelde, namelijk dat de mensen NIET meer de Tora hoeven na te leven omdat Jezus dit al voor hen gedaan (vervuld) zou hebben. Zo wordt o.a. beweerd dat Jezus het Mozaïsche offerstelsel zou hebben vervuld en beëindigd door zelf als offer te dienen. Dit komt echter niet overeen met de Joodse uitleg van het begrip Masjiach. De echte Joodse Masjiach zorgt er juist voor dat iedereen WEL de gehele Tora van Mozes naleeft. Dat is nu precies één van de taken van de Joodse Masjiach. En de Joodse Masjiach zal zeker NIET zijn lichaam offeren om mensen zogenaamd van hun zonden te bevrijden. De Tora verbiedt mensenoffers ten strengste! Dat God een mensenoffer (Jezus) zou accepteren is een duidelijk christelijk verzinsel en is nergens terug te vinden in de Tora. Bovendien zullen -met de herbouw van de Tempel (de Derde Tempel)- de Levieten juist hun taak weer hervatten door brandoffers te brengen aan God. De Tora leert daarnaast dat iedereen zelf verantwoordelijk is voor zijn persoonlijke zonden, daar kan de Masjiach dus verder niets aan doen. Een christen is dus -om weer terug te komen op de kern van dit artikel- meer een betaalde bewaker of een huurder (die volgens Rabbi Juda een vorm van een onbetaalde bewaarder is, maar volgens Rabbi Meir juist weer niet), waarbij dus wel de Schepper erkend wordt maar er tevens een tegenprestatie wordt verlangd wordt van God, namelijk eeuwig leven c.q. redding.

Ditzelfde verhaal geldt voor de islam waarbij onderwerping centraal staat en niet het dienen. Ook de moslims zijn geen onbetaalde bewaarders, maar eerder betaalde bewakers of huurders. De goddelozen kunnen tot slot gezien worden als de leners die slechts hun eigen leven willen bepalen en geen verantwoording aan God willen afleggen c.q. God niet willen dienen.



Samenvatting - vragen

Om voor uzelf te controleren of u de tekst goed begrepen heeft volgt hier een aantal vragen. De antwoorden vindt u terug in bovenstaande tekst.
  1. Wat betekent de vrije wil?
  2. Wat bepaalt God en wat laat hij aan de mensen over?
  3. Verklaar de wetten van de vier bewaarders.
  4. Hoeveel bewaarders zijn er volgens Rabbi Juda en hoeveel volgens Rabbi Meir?
  5. Welke bewaarder is het meest ideaal en welk het minste?
  6. Wat betekent “God is uw schaduw” (Psalm 121:5)?
  7. Waarom wordt het Joodse volk gelijk gesteld als onbetaalde bewaarder?

Lees verder

© 2010 - 2017 Etsel, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Pesach: Avadiem hajinoe – "slaven waren wij voor Farao"Tijdens de ballingschap in Egypte waren de Joden slaven voor Farao. Een slaaf heeft geen eigen doel in het leven. Hij mo…
Torastudie 72: Mozes en de Messias - Exodus (4:13)Torastudie 72: Mozes en de Messias - Exodus (4:13)De Joodse wijzen stellen dat de eerste verlosser de laatste verlosser zal zijn. Dit wil niet zeggen dat Mozes en de Masj…
Torastudie 118: Mozes' naam afwezig - Exodus 27:20Torastudie 118: Mozes' naam afwezig - Exodus 27:20In Parsja Tetzevah wordt de naam van Mozes niet genoemd, net als overigens in het hele boek Deuteronomium niet. Toch is…
Joods gebed: de betekenis van de tefillien (gebedsriemen)Joods gebed: de betekenis van de tefillien (gebedsriemen)Tefillien is één van de belangrijkste Mitswot (plichten) van de Tora. Het wordt al duizenden jaren door de Joden uitgevo…
Torastudie 102: Onder de berg Sinaï - Exodus 19:17Torastudie 102: Onder de berg Sinaï - Exodus 19:17Op de zesde dag van de maand Sivan in het Joodse jaar 2448 verzamelde het hele Joodse volk zich aan de voet van de berg…
Bronnen en referenties

Reageer op het artikel "Torastudie 108: Het dienen van God - Exodus (21-24)"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Etsel
Laatste update: 25-05-2017
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Special: Torastudie
Bronnen en referenties: 2
Schrijf mee!