InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Torastudie 105: Rechten Hebreeuwse slaven (Exodus 21:1-37)

Torastudie 105: Rechten Hebreeuwse slaven (Exodus 21:1-37)

Torastudie 105: Rechten Hebreeuwse slaven (Exodus 21:1-37) In dit Tora gedeelte gaan we in op de rechten van de Hebreeuwse slaven. Er is niets moeilijker voor een persoon onderworpen te zijn aan een andere persoon. Dit is waarom de parsja (tora gedeelte) begint met de wetten op welke wijze een Hebreeuwse slaaf wordt behandeld.

Exodus 21:1-37

En dit zijn de rechten, die gij hun zult voorleggen. Wanneer gij zult kopen een Hebreeuwse slaaf, zal hij zes jaar dienen, en in het zevende zal hij in vrijheid heengaan om niet. Indien hij als enkel persoon gekomen is, zal hij als enkel persoon heengaan; indien hij de echtgenoot ener vrouw is, dan zal zijn vrouw met hem heengaan. Indien zijn heer hem een vrouw gegeven heeft en zij hem zonen en dochters gebaard heeft, dan zal de vrouw met haar kinderen zijn voor haar heer, en hij zal heengaan als enkel persoon. Doch indien de knecht mocht zeggen: ik bemin mijn heer, mijn vrouw en mijn kinderen, ik wil niet heengaan in vrijheid. Dan zal zijn heer hem doen naderen tot de rechters, en hem doen naderen tot de deurpost, en zal zijn heer zijn oor doorboren met een priem....Indien hem een zoengeld opgelegd wordt, dan zal hij geven tot lossing voor zijn persoon naar al, wat hem opgelegd zal worden. Hetzij hij een zoon stoot, of een dochter stoot, naar dit recht zal met hem gehandeld worden. Indien de os een slaaf stoot of een slavin, dan zal hij dertig sikkelen zilver geven aan zijn heer, en de os zal gestenigd worden. En wanneer iemand opent een put of wanneer iemand graaft een put en hem niet bedekt, en daarin een os of ezel valt. Dan zal de eigenaar van de put betalen, geld zal hij de eigenaar van gene doe toekomen, en het dode zal voor hem zijn. En wanneer iemands os de os van zijn naaste kwetst, zodat deze sterft, dan zullen zij verkopen de levenden os en het geld ervoor verdelen en ook de dode zullen zij verdelen. Of was het bekend, dat het een stootende os was van gisteren en eergisteren, en heeft zijn eigenaar hem niet bewaakt, dan zal deze betalen een os voor een os, en de dode zal voor hem zijn. Wanneer iemand mocht stelen een os of een lam en het slacht of het verkoopt, dan zal hij vijf runderen betalen voor de os en vier stuks kleinvee voor het lam.

De tekst in het Hebreeuws

א וְאֵלֶּה הַמִּשְׁפָּטִים אֲשֶׁר תָּשִׂים לִפְנֵיהֶם. ב כִּי תִקְנֶה עֶבֶד עִבְרִי שֵׁשׁ שָׁנִים יַעֲבֹד וּבַשְּׁבִעִת יֵצֵא לַחָפְשִׁי חִנָּם. ג אִם-בְּגַפּוֹ יָבֹא בְּגַפּוֹ יֵצֵא אִם-בַּעַל אִשָּׁה הוּא וְיָצְאָה אִשְׁתּוֹ עִמּוֹ. ד אִם-אֲדֹנָיו יִתֶּן-לוֹ אִשָּׁה וְיָלְדָה-לוֹ בָנִים אוֹ בָנוֹת הָאִשָּׁה וִילָדֶיהָ תִּהְיֶה לַאדֹנֶיהָ וְהוּא יֵצֵא בְגַפּוֹ. ה וְאִם-אָמֹר יֹאמַר הָעֶבֶד אָהַבְתִּי אֶת-אֲדֹנִי אֶת-אִשְׁתִּי וְאֶת-בָּנָי לֹא אֵצֵא חָפְשִׁי. ו וְהִגִּישׁוֹ אֲדֹנָיו אֶל-הָאֱלֹהִים וְהִגִּישׁוֹ אֶל-הַדֶּלֶת אוֹ אֶל-הַמְּזוּזָה וְרָצַע אֲדֹנָיו אֶת-אָזְנוֹ בַּמַּרְצֵעַ וַעֲבָדוֹ לְעֹלָם. {ס} ז וְכִי-יִמְכֹּר אִישׁ אֶת-בִּתּוֹ לְאָמָה לֹא תֵצֵא כְּצֵאת הָעֲבָדִים. ח אִם-רָעָה בְּעֵינֵי אֲדֹנֶיהָ אֲשֶׁר-לא (לוֹ) יְעָדָהּ וְהֶפְדָּהּ לְעַם נָכְרִי לֹא-יִמְשֹׁל לְמָכְרָהּ בְּבִגְדוֹ-בָהּ. ט וְאִם-לִבְנוֹ יִיעָדֶנָּה כְּמִשְׁפַּט הַבָּנוֹת יַעֲשֶׂה-לָּהּ. י אִם-אַחֶרֶת יִקַּח-לוֹ שְׁאֵרָהּ כְּסוּתָהּ וְעֹנָתָהּ לֹא יִגְרָע. יא וְאִם-שְׁלָשׁ-אֵלֶּה לֹא יַעֲשֶׂה לָהּ וְיָצְאָה חִנָּם אֵין כָּסֶף. {ס} יב מַכֵּה אִישׁ וָמֵת מוֹת יוּמָת. יג וַאֲשֶׁר לֹא צָדָה וְהָאֱלֹהִים אִנָּה לְיָדוֹ וְשַׂמְתִּי לְךָ מָקוֹם אֲשֶׁר יָנוּס שָׁמָּה. {ס} יד וְכִי-יָזִד אִישׁ עַל-רֵעֵהוּ לְהָרְגוֹ בְעָרְמָה מֵעִם מִזְבְּחִי תִּקָּחֶנּוּ לָמוּת. {ס} טו וּמַכֵּה אָבִיו וְאִמּוֹ מוֹת יוּמָת. {ס} טז וְגֹנֵב אִישׁ וּמְכָרוֹ וְנִמְצָא בְיָדוֹ מוֹת יוּמָת. {ס} יז וּמְקַלֵּל אָבִיו וְאִמּוֹ מוֹת יוּמָת. {ס} יח וְכִי-יְרִיבֻן אֲנָשִׁים וְהִכָּה-אִישׁ אֶת-רֵעֵהוּ בְּאֶבֶן אוֹ בְאֶגְרֹף וְלֹא יָמוּת וְנָפַל לְמִשְׁכָּב. יט אִם-יָקוּם וְהִתְהַלֵּךְ בַּחוּץ עַל-מִשְׁעַנְתּוֹ וְנִקָּה הַמַּכֶּה רַק שִׁבְתּוֹ יִתֵּן וְרַפֹּא יְרַפֵּא. {ס} כ וְכִי-יַכֶּה אִישׁ אֶת-עַבְדּוֹ אוֹ אֶת-אֲמָתוֹ בַּשֵּׁבֶט וּמֵת תַּחַת יָדוֹ נָקֹם יִנָּקֵם. כא אַךְ אִם-יוֹם אוֹ יוֹמַיִם יַעֲמֹד לֹא יֻקַּם כִּי כַסְפּוֹ הוּא. {ס} כב וְכִי-יִנָּצוּ אֲנָשִׁים וְנָגְפוּ אִשָּׁה הָרָה וְיָצְאוּ יְלָדֶיהָ וְלֹא יִהְיֶה אָסוֹן עָנוֹשׁ יֵעָנֵשׁ כַּאֲשֶׁר יָשִׁית עָלָיו בַּעַל הָאִשָּׁה וְנָתַן בִּפְלִלִים. כג וְאִם-אָסוֹן יִהְיֶה וְנָתַתָּה נֶפֶשׁ תַּחַת נָפֶשׁ. כד עַיִן תַּחַת עַיִן שֵׁן תַּחַת שֵׁן יָד תַּחַת יָד רֶגֶל תַּחַת רָגֶל. כה כְּוִיָּה תַּחַת כְּוִיָּה פֶּצַע תַּחַת פָּצַע חַבּוּרָה תַּחַת חַבּוּרָה. {ס} כו וְכִי-יַכֶּה אִישׁ אֶת-עֵין עַבְדּוֹ אוֹ-אֶת-עֵין אֲמָתוֹ וְשִׁחֲתָהּ לַחָפְשִׁי יְשַׁלְּחֶנּוּ תַּחַת עֵינוֹ. כז וְאִם-שֵׁן עַבְדּוֹ אוֹ-שֵׁן אֲמָתוֹ יַפִּיל לַחָפְשִׁי יְשַׁלְּחֶנּוּ תַּחַת שִׁנּוֹ. {פ}

כח וְכִי-יִגַּח שׁוֹר אֶת-אִישׁ אוֹ אֶת-אִשָּׁה וָמֵת סָקוֹל יִסָּקֵל הַשּׁוֹר וְלֹא יֵאָכֵל אֶת-בְּשָׂרוֹ וּבַעַל הַשּׁוֹר נָקִי. כט וְאִם שׁוֹר נַגָּח הוּא מִתְּמֹל שִׁלְשֹׁם וְהוּעַד בִּבְעָלָיו וְלֹא יִשְׁמְרֶנּוּ וְהֵמִית אִישׁ אוֹ אִשָּׁה הַשּׁוֹר יִסָּקֵל וְגַם-בְּעָלָיו יוּמָת. ל אִם-כֹּפֶר יוּשַׁת עָלָיו וְנָתַן פִּדְיֹן נַפְשׁוֹ כְּכֹל אֲשֶׁר-יוּשַׁת עָלָיו. לא אוֹ-בֵן יִגָּח אוֹ-בַת יִגָּח כַּמִּשְׁפָּט הַזֶּה יֵעָשֶׂה לּוֹ. לב אִם-עֶבֶד יִגַּח הַשּׁוֹר אוֹ אָמָה כֶּסֶף שְׁלֹשִׁים שְׁקָלִים יִתֵּן לַאדֹנָיו וְהַשּׁוֹר יִסָּקֵל. {ס} לג וְכִי-יִפְתַּח אִישׁ בּוֹר אוֹ כִּי-יִכְרֶה אִישׁ בֹּר וְלֹא יְכַסֶּנּוּ וְנָפַל-שָׁמָּה שּׁוֹר אוֹ חֲמוֹר. לד בַּעַל הַבּוֹר יְשַׁלֵּם כֶּסֶף יָשִׁיב לִבְעָלָיו וְהַמֵּת יִהְיֶה-לּוֹ. {ס} לה וְכִי-יִגֹּף שׁוֹר-אִישׁ אֶת-שׁוֹר רֵעֵהוּ וָמֵת וּמָכְרוּ אֶת-הַשּׁוֹר הַחַי וְחָצוּ אֶת-כַּסְפּוֹ וְגַם אֶת-הַמֵּת יֶחֱצוּן. לו אוֹ נוֹדַע כִּי שׁוֹר נַגָּח הוּא מִתְּמוֹל שִׁלְשֹׁם וְלֹא יִשְׁמְרֶנּוּ בְּעָלָיו שַׁלֵּם יְשַׁלֵּם שׁוֹר תַּחַת הַשּׁוֹר וְהַמֵּת יִהְיֶה-לּוֹ. {ס} לז כִּי יִגְנֹב-אִישׁ שׁוֹר אוֹ-שֶׂה וּטְבָחוֹ אוֹ מְכָרוֹ חֲמִשָּׁה בָקָר יְשַׁלֵּם תַּחַת הַשּׁוֹר וְאַרְבַּע-צֹאן תַּחַת הַשֶּׂה.

Exodus 21:1

En dit zijn de rechten, die gij hun zult voorleggen

rechten

'En dit' impliceert dat er sprake is van een vervolg op wat er eerder geschreven staat. Dit is om ons te onderwijzen dat net als de Tien Geboden van Sinaï komen, deze ook van Sinaï komen.

logische wetten

Omdat de meerderheid van de wetten die voorkomen in de parsha Misjpatiem logische wetten zijn, wenst de Tora te benadrukken dat deze ook goddelijk zijn.

Exodus 21:2

Wanneer gij zult kopen een Hebreeuwse slaaf...

Hebreeuwse slaaf

Er is niets moeilijker voor een persoon onderworpen te zijn aan een andere persoon. Dit is waarom de parsja begint met de wetten op welke wijze een Hebreeuwse slaaf wordt behandeld.

Tijdcycli

De wet dat de Hebreeuwse slaaf vrijgelaten moet worden in het zevende jaar doet denken aan de Exodus uit Egypte verwijzend naar de eerste van de Tien Geboden. De Tora zegt m.b.t. tot de Hebreeuwse slaaf: “U zult herinneren dat u slaaf was in het land Egypte, en God verloste u; daarom beveel Ik u deze zaak vandaag.” Het herinnert ook aan het werk van de schepping, omdat, zoals Sjabbat, de slaaf vrijstelling krijgt van zijn meester op de zevende dag. Alle tijdcycli worden bepaald door cycli van zeven, ter verwijzing van de zeven dagen-cyclus van de schepping. Dus het past dat deze mitswa het eerste komt in onze parsja.

Exodus 21:6

En zal zijn heer zijn oor doorboren met een priem

Oor

Waarom het oor? Het oor dat hoorde op de Berg Sinaï, "Want de kinderen van Israël zijn Mijn dienaren" (Leviticus 25:55) – toch eiste deze persoon een menselijke meester voor zichzelf – dat oor zal doorboord worden.

Exodus 21:13

Wie echter geen lagen gelegd heeft, maar wiens hand God het treffen deed, voor hem zal Ik u plaats bepalen, waarheen hij vluchten kan

Doden door een fout en doden met opzet

Over welk geval spreek het vers? Over het geval van twee personen die gedood hebben, één door een fout en de ander met opzet. Er zijn geen getuigen in beide zaken. God zegt dat beide elkaar ontmoeten in een herberg; hij die met opzet heeft gedood zit onder de ladder, en hij die door een fout heeft gedood komt onder de ladder, valt en doodt hem (met getuigen erbij). Dus degene die met opzet doodt wordt gedood, terwijl degenen die doodt door een fout wordt verbannen.

Exodus 21:18

En wanneer mannen twisten, en de een de ander slaat met een steen of een vuist...

Verantwoordelijk voor schade

Een persoon is altijd verantwoordelijk voor de schade die hij veroorzaakt, onopzettelijk of opzettelijk, wakker of slapend: als hij zijn buurmans oog blind maakt of zijn beenderen breekt, moet hij volledige compensatie schenken.

Exodus 21:19

Slechts zijn verzuim zal hij geven en hem doen genezen

Arts

Hieraan is ontleend dat een arts is toegestaan te genezen (we zeggen niet omdat God de persoon verwondt heeft, het verboden is hem te genezen).

Exodus 21:28

En wanneer een os een man of een vrouw mocht stoten, zodat deze sterft, dan zal de os gestenigd worden...

23 rechters

Net zoals een persoon alleen ter dood veroordeeld kan worden door een sanhedrin van 23 rechters, zo kan een os alleen ter dood veroordeeld worden door een sanhedrin van 23.

Exodus 21:37

Dan zal hij vijf runderen betalen voor de os en vier stuks kleinvee voor het lam.

De waardigheid van een persoon

Rabbi Yochanan ben Zakkai zegt: God overweegt de waardigheid van een persoon. Voor een rund betaalt hij het vijfvoudige. Voor een schaap die de dief op zijn schouders moest dragen, betaalt hij vier keer haar waarden.
Rabbi Meir zegt: Zie hoe waardevol het werk is. Voor een os, waarvan de dief de eigenaar zijn werk ontneemt, betaalt de dief het vijfvoudige. Voor een schaap waarbij er geen arbeid verloren gaat voor de eigenaar, betaalt hij slechts vier keer.



Samenvatting - vragen

Om voor uzelf te controleren of u de tekst goed begrepen heeft volgt hier een aantal vragen. De antwoorden vindt u terug in bovenstaande tekst.
  1. Waarom wenst de Tora te benadrukken dat de de meerderheid van de wetten in parsha Misjpatiem ook goddelijk zijn?
  2. Waarom begint de parsja met de wetten op welke wijze een Hebreeuwse slaaf wordt behandeld?
  3. Waarom doet de wet dat de Hebreeuwse slaaf vrijgelaten moet worden in het zevende jaar denken aan de Exodus uit Egypte?
  4. Over welk geval spreek het Exodus 21:13?

Lees verder

© 2010 - 2017 Etsel, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
613 geboden Tora III: tijden, kosher, zaken, werknemers613 geboden Tora III: tijden, kosher, zaken, werknemersIn deze derde serie over de 613 mitswot die Joden na moeten leven aandacht voor de Shabbat, hoogtijdagen, kosjere wetten…
Pesach: Avadiem hajinoe – "slaven waren wij voor Farao"Tijdens de ballingschap in Egypte waren de Joden slaven voor Farao. Een slaaf heeft geen eigen doel in het leven. Hij mo…
Historisch overzicht Amerika slavernijHistorisch overzicht van Amerika en de rassenscheiding. In Amerika zijn zwarten en blanken nog steeds niet gelijk. De ve…
Slaven in hat antieke RomeWe kunnen dat slavernij bij de Romeinen genuanceerd moet worden. Enerzijds hebben we het miserabele beeld van slaven bij…
De oorsprong van JazzDe oorsprong van JazzDe meeste mensen weten zo globaal wel te vertellen waar jazz vandaan komt. Het is een muziekstijl die is meegenomen uit…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Tdjgordon / Pixabay
  • Mechilta; Rashi
  • Ibn Ezra
  • Nachmanides
  • Rashi
  • Talmoed, Makkot 10b
  • Talmoed, Bava Kamma 26a
  • Talmoed, Bava Kamma 85a
  • Mechilta d’Rashbi

Reageer op het artikel "Torastudie 105: Rechten Hebreeuwse slaven (Exodus 21:1-37)"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Etsel
Laatste update: 08-05-2017
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Special: Torastudie
Bronnen en referenties: 9
Schrijf mee!