InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Jesaja 53: Profetieën Oude Testament vervuld door Jezus (3)
mijn kijk op

Jesaja 53: Profetieën Oude Testament vervuld door Jezus (3)

Jesaja 53: Profetieën Oude Testament vervuld door Jezus (3) Jesaja 53 uitleg en betekenis. In het Bijbelboek Jesaja komt het thema v/d dienaar steeds terug. Het begrip dienaar kan op verschillende identiteiten slaan. Het kan op een individu slaan (22:20), op de natie Israël (41:8), het overblijfsel van Israël (49:3) of op de Messias (52:13). De dienaar is een instrument in de handen van God. De dienaar stelt zich geheel in dienst van God en hij voert Zijn wil uit. De lijdende dienaar in Jesaja 53 is de Messias, door wie God zijn plan volvoert. Het wijst vooruit naar Jezus.

Jesaja 53: Profetieën Oude Testament (Bijbel) vervuld door Jezus (3)


1. Jesaja 53: De lijdende dienaar

In het Bijbelgedeelte Jesaja 52:13-53:12 bevat de bekende passage over de lijdende dienaar, in de statenvertaling ''de Knecht des HEEREN ' genoemd. Deze dienaar zal koningen sprakeloos doen staan (52:13-15). Desalniettemin werd hij door de mensen veracht, gemeden en door ons verguisd en geminacht. Ook ondervond hij ziekte en lijden (53:1-3). Hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. De wandaden van ons allen liet de HEER op hem neerkomen (53:4-6). Zonder protest liet hij zich naar de slachtbank lijden. Om de zonden van Gods volk werd hij geslagen (53:7-8). Door het lijden van de dienaar bereikte God zijn doel: Hij droeg de schuld van velen en nam het voor zondaars op. En de lijdende dienaar overwon door een leven van lijden en pijn overeenkomstig het plan van God (53:9-12).

In de prelude (52:13) staat reeds dat de lijdende dienaar verhoogd en verheven zal zijn. Dat zijn woorden die normaliter voorbehouden zijn aan God. De lijdende dienaar zal gloriëren. Gods dienaar zal Zijn verlossingswerk volbrengen.

2. Jesaja 53: Wie is de lijdende dienaar?

Er zijn door geleerden verschillende interpretaties gegeven over wie de lijdende dienaar in Jesaja 53 zou kunnen zijn. Er zijn er grofweg vier:
  1. de profeet Jesaja;
  2. Israël of het gelovige overblijfsel van Israël;
  3. de Messias;
  4. de Messias in de persoon van Jezus Christus.

2.1. Jesaja 53: De lijdende dienaar is Jesaja of een andere profeet

Dat de lijdende dienaar op de profeet Jesaja of een andere profeet zou slaan, is geen reeële gedachte. Nergens in de bijbel treffen we een profeet aan die lijdt vanwege de zonden van zijn volk. Bovendien protesteert een profeet tegen onrecht en onderdrukking en laat hij zich niet als een schaap naar de slacht leiden.

2.2. Jesaja 53: De lijdende dienaar is Israël of het gelovige overblijfsel van Israël

Sommige geleerden beweren dat de lijdende dienaar Israël zou representeren. Weer anderen beperken het tot het gelovige overblijfsel van Israël (Jesaja 10:20). Dat Israël of het overblijfsel van Israël moest lijden vanwege de zonden van het volk is echter een onhoudbare stelling. In het Bijbelgedeelte 2 Koningen 17:7-23 en Jesaja 42:23-25 staat klip en klaar dat Israël en Juda moesten boeten voor hun eigen zonden. Er werd niet plaatsvervangend geleden. Bovendien erkennen de rechtvaardige Israëlieten, die schuil gaan achter achter de aanduidingen 'wij' en 'ons' in de verzen 53:3vv, zelf dat de lijdende dienaar hun ziekten en zonden heeft gedragen. God deed dus niet op hen, maar op hem de schuld neerkomen die zij bedreven hadden.(1)

2.3. Jasaja 53: Een Messiaanse interpretatie

Veel traditioneel Joodse bronnen komen met een Messiaanse interpretatie van dit Jesaja-gedeelte. We noemen enkele van deze bronnen. In de Babylonische Talmoed, Sanhedrin 97b (zie afbeelding hiernaast), wordt verwezen naar Jesaja 53:4 als het over de Messias gaat:

  • The Rabbis said: His name is 'the leper scholar,' as it is written, Surely he hath borne our griefs, and carried our sorrows: yet we did esteem him a leper, smitten of God, and afflicted. De rabbijnen zeiden: Zijn naam is "de melaatse geleerde," want er staat geschreven, voorwaar hij heeft onze smarten gedragen, en ons lijden op zich genomen: toch beschouwen we hem als een lepralijder, gekweld en gestraft door God.(2)

Midrasj Rabbah (klassieke joodse Bijbeluitleg) spreekt in een vijfde - allegorische - verklaring van de Bijbeltekst Ruth 2:14 over de Koning Messias en de frase 'En doop uw stukje in de azijn' wordt verbonden met diens lijden. Dit zou volgens de exegese in verband staan met het tekstgedeelte in Jesaja 53:5 dat verwijst naar het lijden van de Messias: 'Maar hij werd gewond om onze overtredingen'.

De bekende rabbijn Rashi (Rabbi Solomon Izaak, circa 1040-1105) probeerde de centrale focus van Jesaja 53 te verleggen naar Israël.(3) Hij wilde voorkomen dat Joden zich zouden bekeren tot het gedegenereerde middeleeuwse christendom. De invloedrijke rabbijn, filosoof en arts Maimonides (1135-1204) was het met deze interpretatie echter niet eens en bevestigde de Messiaanse interpretatie van deze passage. Er werden een drietal tegenargumenten opgeworpen tegen de vernieuwing van Rashi. Ten eerste bestond er consensus onder de vroegere geleerden dat dit tekstgedeelte op de Messias sloeg. Rashi kwam derhalve met een interpretatie zonder 'historisch precedent'. Voorts kan opgemerkt worden dat het tekstgedeelte in het enkelvoud staat geschreven. Het is daardoor niet aannemelijk dat de tekst zou gaan over een natie of meerdere personen. Bovendien is vers 8 niet toepasbaar op het volk van Israël: "Door een onrechtvaardig vonnis werd hij weggenomen. Wie van zijn tijdgenoten heeft er oog voor gehad? Hij werd verbannen uit het land der levenden, om de zonden van mijn volk werd hij geslagen." De Joden als volk zijn nooit in hun geheel verbannen uit het land der levenden. God zou dat nooit ofte nimmer toelaten. Er staat immers geschreven:

Dit zegt de HEER,
die de zon heeft gemaakt als het licht voor de dag,
de maan en sterren als de lichten voor de nacht,
die de zee opzweept, zodat de golven bruisen,
wiens naam is HEER van de hemelse machten:
Pas als deze orde ophoudt te bestaan
– spreekt de HEER –
bestaat ook Israël niet meer,
is het niet meer voor altijd mijn volk.
Dit zegt de HEER:
Zoals de hoogte van de hemel niet gemeten wordt,
de diepte van het fundament der aarde niet gepeild,
zo verwerp ik niet het nageslacht van Israël
om alles wat het heeft misdaan
– spreekt de HEER. (Jeremia 31:35-37)

Ondanks alle ellende, verdrukking en vervolging die door de eeuwen heen over het volk Israël is uitgestort, zal Gods volk blijven bestaan zolang de zon, maan en de sterren aan de hemel staan. Wat een krachtige belofte! Gods woord houdt stand in eeuwigheid en zal geen duimbreed wijken.

Nogmaals, de klassiek Joodse bronnen identificeren de lijdende dienaar overwegend met de Messias, met één enkel persoon. In de Midrasj over Exodus 35:4 wordt het idee verkondigd dat God de zonden van Zijn volk op een rechtvaardige man (dat wil zeggen een onschuldig persoon) afwentelt:

  • Moses spake before the Holy One, blessed be he, ‘Will not a time come upon when Israel will have neither Tabernacle nor Temple? What will happen to them (as regards atonement)?’ He replied, ‘I will take a righteous man from amongst them and make him a pledge on their account, and I will atone for their iniquities.’Mozes sprak voor de Heilige, gezegend is Hij, "Zal niet een keer een tijd aanbreken dat Israël over een tabernakel noch een tempel zal beschikken? Wat gebeurt er met hen (wat betreft boetedoening)? "Hij antwoordde: "Ik zal een rechtschapen man uit hun midden nemen als onderpand op hun rekening, en Ik zal boeten voor hun ongerechtigheden."(4)

2.4. Jasaja 53: Een Messiaans-christologische verklaring

Veel christelijke exegeten en christenen geven een christologische interpretatie aan Jesaja 53. De lijdende dienaar verwijst in dat geval naar Jezus Christus. Nieuwtestamentische gegevens leiden ontegenzeggelijk tot een Messiaans-christologische interpretatie. Jezus groeide op in Israël en verkondigde de blijde boodschap van het Koninkrijk der hemelen. Hij werd door velen veracht en verguisd. Hij werd uiteindelijk mishandeld en gedood. Hij stierf voor de zonden van anderen. Hij werd tussen twee misdadigers aan het kruis genageld en hij werd begraven in het graf van een rijke. Jezus’ offer aan het kruis was bedoeld om alle mensen die dit offer aanvaarden, met God te verzoenen en hen eeuwig leven te schenken.(5)

3. Jesaja 53 wijst vooruit naar Jezus Christus: uitwerking

Jesaja 53 is een profetie over Jezus Christus. We zullen de woorden van Jesaja naast teksten in het Nieuwe Testament die gaan over Jezus leggen.(6)

Vers: Jesaja 52:13
Voorzegging (of beschrijving van de dienaar): "Ja, mijn dienaar zal slagen, hij zal groots zijn, hoog verheven in aanzien."
Vervulling in Jezus Christus: "Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader." (Filippenzen 2:9-11)

Vers: Jesaja 52:14
Voorzegging (of beschrijving van de dienaar): "Zoals hij velen deed huiveren – zo gruwelijk, zo onmenselijk was zijn aanblik,
zijn uiterlijk had niets meer van een mens..."
Vervulling in Jezus Christus: "Daarop spuwden ze hem in het gezicht en sloegen hem. Anderen stompten hem..." (Matteüs 26:67) Ze sloegen hem met een rietstok tegen het hoofd en bespuwden hem, en bogen onderdanig voor hem. (Marcus 15:19)

Vers: Jesaja 52:15
Voorzegging (of beschrijving van de dienaar): Hij zal vele heidenen besprengen (Statenvertaling).
Vervulling in Jezus Christus: Besprenging met het bloed van Jezus Christus brengt vergeving. (1 Petrus 1:2)

Vers: Jesaja 53:3
Voorzegging (of beschrijving van de dienaar): "Hij werd veracht, door mensen gemeden..."
Vervulling in Jezus Christus: De leiders en vele anderen verwierpen hem. (Johannes 11:47-50)

Vers: Jesaja 53:4-6 en 12
Voorzegging (of beschrijving van de dienaar): "Maar hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. Wij echter zagen hem als een verstoteling, door God geslagen en vernederd. Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing. Wij dwaalden rond als schapen, ieder zocht zijn eigen weg; maar de wandaden van ons allen liet de HEER op hem neerkomen."
Vervulling in Jezus Christus: Jezus stierf voor onze zonden aan het kruis. (1 Korintiërs 15:3; Marcus 10:45; Johannes 1:29)

Vers: Jesaja 53:7
Voorzegging (of beschrijving van de dienaar): "Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet en deed zijn mond niet open. Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, als een ooi die stil is bij haar scheerders deed hij zijn mond niet open."
Vervulling in Jezus Christus: Jezus zweeg tegen zijn beschuldigers. (Markus 14:60-61) Toen begonnen sommigen hem te bespuwen; ze blinddoekten hem en sloegen hem in het gezicht en zeiden tegen hem: ‘Profeteer nu maar!’, en ook de dienaren onthaalden hem op vuistslagen. (Marcus 14:65) Jezus leverde hij [Pilatus] uit om gekruisigd te worden, nadat hij hem eerst nog had laten geselen. (Marcus 15:15) Ze sloegen hem met een rietstok tegen het hoofd en bespuwden hem, en bogen onderdanig voor hem. (Marcus 15:19)

Vers: Jesaja 53:8
Voorzegging (of beschrijving van de dienaar): "Door een onrechtvaardig vonnis werd hij weggenomen. Wie van zijn tijdgenoten heeft er oog voor gehad? Hij werd verbannen uit het land der levenden, om de zonden van mijn volk werd hij geslagen."
Vervulling in Jezus Christus: "Wat ons drijft is de liefde van Christus, omdat we ervan overtuigd zijn dat één mens voor alle mensen is gestorven, waardoor alle mensen zijn gestorven, en dat hij voor allen is gestorven opdat de levenden niet langer voor zichzelf zouden leven, maar voor hem die voor de levenden is gestorven en is opgewekt." (2 Korintiërs 5:14-15)

Vers: Jesaja 53:9
Voorzegging (of beschrijving van de dienaar): "Hij kreeg een graf bij misdadigers, zijn laatste rustplaats was bij de rijken; toch had hij nooit enig onrecht begaan, nooit bedrieglijke taal gesproken."
Vervulling in Jezus Christus: Hij werd gekruisigd tussen twee misdadigers en begraven in het graf van een vooraanstaand raadsheer. (Markus 15:27-28 en 43-46)

Vers: Jesaja 53:10
Voorzegging (of beschrijving van de dienaar): "Maar de HEER wilde hem breken, hij maakte hem ziek. Hij offerde zijn leven voor hun schuld..."
Vervulling in Jezus Christus: "Des te zekerder is het dus dat wij, nu we door zijn dood zijn vrijgesproken, dankzij hem zullen worden gered en niet veroordeeld." (Romeinen 5:9)

Vers: Jesaja 53:12
Voorzegging (of beschrijving van de dienaar): Omdat hij zijn leven gaf, wordt hij rijkelijk beloond.
Vervulling in Jezus Christus: "[Hij] heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis. Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat..." (Filippenzen 2:9-11 en Hebreeën 1:3-4)

4. Jesaja 53: Conclusie

Niet alleen veel christenen, maar ook klassieke Joodse bronnen identificeren het tekstgedeelte in Jesaja 53 met de Messias. Christenen zien de woorden van Jesaja vervuld in het lijden en sterven van Jezus Christus. De meeste Joden echter verwerpen Jezus als de Messias. Doch als we de woorden van de profeet Jesaja in 52:13-53:12 naast nieuwtestamentische gegevens leggen, kunnen we niet anders dan vaststellen dat de voorzeggingen van de profeet stuk voor stuk zijn vervuld door Jezus Christus. Andere interpretaties als zou de lijdende dienaar slaan op de profeet Jesaja of op (een deel van) het volk Israël, schieten deerlijk tekort.

Noten
  1. Dr. Jochem Bouma: Jesaja, Jeremia, Klaagliederen - Gaan in het spoor van het Oude Testament; Kok, Kampen, 2006, p. 55-56.
  2. Babylonian Talmud - Tractate Sanhedrin, Folio 98ab: http://www.come-and-hear.com/sanhedrin/sanhedrin_98.html (voor het laatst geraadpleegd op 18 april 2009).
  3. Isaiah 53 according tot Rabbis: http://www.hopeofisrael.net/index.php?option=com_content&task=view&id=48&Itemid=27 (voor het laatst geraadpleegd op 18 april 2009).
  4. Isaiah 53: Of Whom Does The Prophet Speak? http://www.jesusplusnothing.com/messiah/messiah.htm#Appendix%20A (voor het laatst geraadpleegd op 18 april 2009).
  5. Bill T. Arnold & Bryan E. Beyer: In ontmoeting met het Oude Testament - Een historisch en theologisch overzicht; Groen, Heerenveen, 2008, p. 377.
  6. Ibid, p. 376.

Lees verder

© 2009 - 2019 Tartuffel, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Messiaanse teksten: Doel, beroep, belang Messiaanse profetieMessiaanse teksten: Doel, beroep, belang Messiaanse profetieMessiaanse profetie, Messiaanse teksten. In het Nieuwe Testament doen de apostelen een beroep op twee aspecten in het le…
Jezus in het jodendomMiljoenen mensen geloven vandaag de dag dat Jezus de Messias was. Hun geloof gaat zover dat ze menen dat Jezus God zelf…
Jesaja 53: Had Jezus' uiterlijk niets meer van een mens?Jesaja 53: Had Jezus' uiterlijk niets meer van een mens?Jesaja 53 (of beter: 52:13-15 en 53:1-12) gaat over de lijdende dienaar van de HEER. Het Nieuwe Testament beschouwt Jezu…
Het Bijbelboek de brief aan de HebreeënDe brief aan de Hebreeën is een bijzonder bijbelboek. Er ontbreekt een begroeting aan het begin en de naam van de schrij…
Welke uitspraken deed Jezus Christus over zichzelf?Welke uitspraken deed Jezus Christus over zichzelf?Uit de uitspraken van Jezus kunnen we concluderen dat Hij zelf bewust was van zijn goddelijke identiteit. Verschillende…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Didgeman, Pixabay
  • Bill T. Arnold & Bryan E. Beyer: In ontmoeting met het Oude Testament - Een historisch en theologisch overzicht; Groen, Heerenveen, 2008.
  • Dr. Jochem Bouma: Jesaja, Jeremia, Klaagliederen - Gaan in het spoor van het Oude Testament; Kok, Kampen, 2006.
  • http://www.come-and-hear.com/sanhedrin/sanhedrin_98.html
  • http://www.hopeofisrael.net/index.php?option=com_content&task=view&id=48&Itemid=27
  • http://www.jesusplusnothing.com/messiah/messiah.htm#Appendix%20A
  • http://74.125.77.132/search?q=cache:WIXwXDX3fJ8J:www.messiaanshetlevendwater.be/Presentatie%2520studies_files/Jesaja53.pps+messiaans+christologische+verklaring&cd=1&hl=nl&ct=clnk&gl=nl
  • Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) en Statenvertaling

Reageer op het artikel "Jesaja 53: Profetieën Oude Testament vervuld door Jezus (3)"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reacties

Pfyxzljnakyjjnmetf, 18-04-2012 16:52 #10
Sinds 1998 heb ik om de 4 jaar in de zomermaanden last van de dbgamarmaacterie, waarna prompt een tryple kuur, die achteraf na 2 mnd z.n. herhaald moet worden, maar helaas nooit gebeurd is.deze zomer had ik weer maanden last en vorige week dus een gastroscopie, bacterie op kweek, mogelijk resistent was de vraag.volgens de internist is die resistentie nog niet voorgekomen in Nederland, in welk land dan wel? vraag ik me af, je leest er genoeg over.Gek genoeg zijn de klachten minder geworden nadat ik 1 dag een zuurremmer moest gebruiken n.l omeprazol, waar ik beslist niet tegen kan, omdat ik geen maagzuur meer produceer.Daarom denk ik dat ik die tryplekuur maar even uitstel en vrede sluit met mijn bacterie, die blijkbaar bij me hoort. Ik ben trouwens 81 jaar, gebruik geen medicijnen, dus ik mag niet mopperen. Reactie infoteur, 20-04-2012
Ik denk dat u op het verkeerde artikel hebt gereageerd.

Tartuffel (infoteur), 03-05-2009 19:18 #9
Hallo Etsel,

Ik zie dat ik in mijn lange bijdrage toch nog wat vergeten ben. Ik ben vergeten in te gaan op de term 'avdie' waar u het over heeft. Bij dezen alsnog een reactie.

Allereest, Jesaja 43:10 gaat over Israel - dat zal ik niet betwisten:
Mijn getuige zijn jullie? spreekt de HEER?,
mijn dienaar, die ik uitgekozen heb
opdat jullie mij zouden kennen en vertrouwen,
en zouden inzien dat ik het ben.
Vóór mij is er geen god gevormd,
en na mij zal er geen zijn.

God gebruikt Israel om aan en in en door dit volk Zichzelf te openbaren. Israel als Gods dienaar, Gods dienstknecht.

Doch de term 'ebed' (dienaar) die in de grondtekst staat vermeld, hoeft niet noodzakelijkerwijs te slaan op Israel, maar kan - afhankelijk van de context - meerdere betekenissen hebben. Ebed is zn van abad, d.w.z. 'voor iemand anders werken, iemand anders door zijn arbeid dienen'. Ebed kan de volgende betekenissen hebben:

1. dienaar, slaaf
1a. dienaar, slaaf
1b. onderhorigen
1c. onderdanen, dienaren (van God)
1d. dienstknecht (in de speciale betekenis van profeten, Levieten etc.
1e. dienaar (gezegd van Israel)
1f. dienaar (als aanspreektitel onder gelijken)
(Bron: Hebreeuws-Nederlands Lexicon op basis van de Strong-coderingen, 2007, p.198.)

Het woord kan dus net zo goed slaan op de Messias en dat is - wat ik al schreef - afhankelijk van de context. Over de context en de onmogelijkheid dat de dienaar in Jesaja 53 op Israel zou slaan heb ik reeds e.e.a. gezegd in: 'Reactie infoteur op 29-04-2009'. Dus de betekenis van de term 'ebed' is uit de context op te maken. Wat is die - bredere -context? In Jesaja is er sprake van twee knechten: De dienaar die naar Gods stem luistert, en Zijn wil doet, in tegenstelling tot of afgezet tegen het volk Israël, dat tot dienaar geroepen was maar jammerlijk faalde. (Desondanks blijft God trouw aan Zijn volk, ook w.b. de beloften - laat daar geen misverstand over bestaan). Lees verder onderstaande reactie. Anders ga ik zaken herhalen en daar zit niemand op te wachten.

mvg,

Tartuffel.



:-):-):-):-):-)

Etsel (infoteur), 21-04-2009 09:52 #8
Hallo Tartuffel,

Wanneer de Masjiach op aarde komt is er geen sprake van lijden meer. De Joodse Masjiach is dus geen lijdende dienaar op aarde (wel voordat hij op aarde komt, zie Kabbala).

In het Hebreeuws wordt voor dienaar de term avdie gebruikt, zoals in Jesaja 53. Wanneer het expliciet over de messias gaat, wordt de term avdie echter niet gebruikt. Avdie werd gebruikt voor: Abraham, Mozes, Kaleb, David, Jesaja, Israël, Jakob, Tsemach, Job, Nebukadnezar, en anderen. De Messias wordt dus niet aangeduid als avdie.

Avdie wordt alleen aangeduid voor een enkel persoon of een enkele entiteit zoals een natie. In Jesaja 43:10 wordt gesproken over mijn getuigen (edai in het Hebreeuws) en mijn knecht (avdie). Knecht staat dus in het enkelvoud en getuigen in het meervoud. Knecht moet dus slaan op meerdere mensen, meerdere getuigen (in dit geval Israël).

Groet, Etsel Reactie infoteur, 13-06-2009
*** Op 29-04-2009 had ik reeds gereageerd, maar vanwege een storende fout in mijn reactie, heb ik deze aangepast ***

Hallo Etsel,

Allereerst bedankt voor uw reactie.
In uw reactie zegt u dat er “geen sprake is van plaatsvervangend lijden”. Toch is daar overduidelijk sprake van in Jesaja 53.

Maar hij was het die onze ziekten droeg,
die ons lijden op zich nam. (vers 4)

Om onze zonden werd hij doorboord,
om onze wandaden gebroken.
Voor ons welzijn werd hij getuchtigd,
zijn striemen brachten ons genezing. (vers 5)

… maar de wandaden van ons allen
liet de HEER op hem neerkomen. (vers 6)

Hij werd verbannen uit het land der levenden,
om de zonden van mijn volk werd hij geslagen. (vers 8)

Hij offerde zijn leven voor hun schuld,
om zijn nageslacht te zien en lang te leven. (vers 10)

Mijn rechtvaardige dienaar verschaft velen recht,
hij neemt hun wandaden op zich. (vers 11)

Hij droeg echter de schuld van velen
en nam het voor zondaars op. (vers 12)

Het staat in Jesaja 53 zeven keer duidelijk en ondubbelzinnig vermeld dat de ’hij’-figuur plaatsvervangend lijdt voor de zonden en wandaden van anderen.

Maar stel nu dat ik uw betoogtrant volg dat Israël de lijdende dienaar is. Dan krijg je dus dit:
13 Ja, mijn dienaar [Israël] zal slagen,
hij [Israël] zal groots zijn, hoog verheven in aanzien.
14 Zoals hij [Israël] velen deed huiveren
– zo gruwelijk, zo onmenselijk was zijn [Israëls] aanblik,
zijn [Israëls] uiterlijk had niets meer van een mens –,
15 zo zal hij [Israël] veel volken opschrikken,
en koningen zullen sprakeloos staan.
En zij aan wie niets was verteld, zullen zien,
zij die niets hadden gehoord, zullen begrijpen.
1 Wie kan geloven wat wij hebben gehoord?
Aan wie is de macht van de HEER geopenbaard?
2 Als een loot schoot hij [Israël] op onder Gods ogen,
als een wortel die uitloopt in dorre grond.
Onopvallend was zijn [Israëls] uiterlijk,
hij [Israël] miste iedere schoonheid,
zijn [Israëls] aanblik kon ons niet bekoren.
3 Hij [Israël] werd veracht, door mensen gemeden,
hij [Israël] was een man die het lijden kende
en met ziekte vertrouwd was,
een man [Israël] die zijn gelaat voor ons verborg,
veracht, door ons verguisd en geminacht.
4 Maar hij [Israël] was het die onze ziekten droeg,
die ons lijden op zich nam.
Wij echter zagen hem [Israël] als een verstoteling,
door God geslagen en vernederd.
5 Om onze zonden werd hij [Israël] doorboord,
om onze wandaden gebroken.
Voor ons welzijn werd hij [Israël] getuchtigd,
zijn [Israëls] striemen brachten ons genezing.
6 Wij dwaalden rond als schapen,
ieder zocht zijn eigen weg;
maar de wandaden van ons allen
liet de HEER op hem [Israël] neerkomen.
7 Hij [Israël] werd mishandeld, maar verzette zich niet
en deed zijn mond niet open.
Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid,
als een ooi die stil is bij haar scheerders
deed hij [Israël] zijn mond niet open.
8 Door een onrechtvaardig vonnis werd hij [Israël] weggenomen.
Wie van zijn tijdgenoten heeft er oog voor gehad?
Hij [Israël] werd verbannen uit het land der levenden,
om de zonden van mijn volk werd hij [Israël] geslagen.
9 Hij [Israël] kreeg een graf bij misdadigers,
zijn [Israëls] laatste rustplaats was bij de rijken;
toch had hij nooit enig onrecht begaan,
nooit bedrieglijke taal gesproken.
10 Maar de HEER wilde hem [Israël] breken, hij maakte hem ziek.
Hij [Israël] offerde zijn leven voor hun schuld,
om zijn nageslacht te zien en lang te leven.
En door zijn [Israëls] toedoen slaagde wat de HEER wilde.
11 Na het lijden dat hij [Israël] moest doorstaan,
zag hij het licht en werd met kennis verzadigd.
Mijn rechtvaardige dienaar [Israël] verschaft velen recht,
hij [Israël] neemt hun wandaden op zich.
12 Daarom ken ik hem [Israël] een plaats toe onder velen
en zal hij [Israël] met machtigen delen in de buit,
omdat hij [Israël] zijn leven prijsgaf aan de dood
en zich tot de zondaars liet rekenen.
Hij [Israël] droeg echter de schuld van velen
en nam het voor zondaars op.

Deze interpretatie is volledig in strijd met de Tenach en wel om de volgende vier redenen:

1)
Jesaja 43:22-28 beschrijft een volk onder zonden:
22 Maar jij hebt niet tot mij geroepen, Jakob,
jij gaf je geen moeite voor mij, Israël.
23 Je hebt niet aan mij je schapen geofferd,
mij met je offers geen eer bewezen.
Ik heb je niet met graanoffers belast
en je niet vermoeid met de plicht
om wierook voor mij te branden.
24 Je hebt van je zilver geen kalmoes voor mij gekocht,
mij niet verzadigd met het vet van je offers.
Nee, je hebt mij met je zonden belast,
mij vermoeid met al je schulden.
25 Ik, ík ben het, die omwille van zichzelf
je misdaden tenietdoet en je zonden vergeet.
26 Breng mij mijn tekortkomingen in herinnering,
laten we samen tot een uitspraak komen,
en voer zelf het woord om je zaak te bepleiten.
27 Je eerste voorvader heeft al gezondigd
en je woordvoerders zijn steeds tegen mij opgestaan.
28 Daarom heb ik de dienaren van het heiligdom ontwijd,
Jakob aan de vernietiging prijsgegeven
en Israël aan spot en hoon.

Of zoals Jesaja 42 beschrijft over de Isrealieten:
18 Doven, luister! Blinden, open je ogen en zie!
19 Is er iemand zo blind als mijn dienaar,
zo doof als de bode die ik zend?
Is er iemand zo blind als dit gestrafte volk,
blind als de dienaar van de HEER?
20 Het ziet veel, maar onthoudt niets,
het heeft zijn oren open, maar hoort niets.
21 Eens schepte de HEER er behagen in
om de kracht van zijn onderricht te tonen
omwille van zijn rechtvaardigheid.
22 Maar nu is het volk beroofd en geplunderd,
zijn jonge strijders zijn geketend
en in de gevangenis gegooid.
Een prooi zijn zij geworden, en niemand die hen redt;
ze zijn buitgemaakt, en niemand die zegt: ‘Geef terug!’
23 Is er iemand onder jullie die dit hoort,
die aandachtig luistert en begrijpt wat er nu volgt?
24 Wie heeft Jakob tot buit gemaakt,
Israël uitgeleverd aan plunderaars?
Is het niet de HEER,
hij tegen wie wij hebben gezondigd?
Zij wilden niet de weg gaan die hij wees,
niet luisteren naar zijn onderricht.
25 Hij stortte zijn brandende toorn over hen uit
in allesverterend krijgsgeweld.
Ze waren omringd door vlammen,
maar zagen niet in waarom,
ze stonden in brand, maar trokken er geen lering uit.

Als het in Jesaja 53 zou gaan om Israël, dan is dat in flagrante tegenspraak met het gedeelte in hoofdstuk 42 en 43. In Jesaja 53:9 staat bij voorbeeld:
Hij reeg een graf bij misdadigers,
zijn laatste rustplaats was bij de rijken;
toch had hij nooit enig onrecht begaan,
nooit bedrieglijke taal gesproken

“Je eerste voorvader heeft al gezondigd en je woordvoerders zijn steeds tegen mij opgestaan” versus: “…toch had hij nooit enig onrecht begaan, nooit bedrieglijke taal gesproken.” Dit kun je met de beste wil van de wereld niet met elkaar rijmen.

2)
Op 7 plaatsen is er – zoals ik hierboven reeds uiteengezet heb – sprake van plaatsvervangend lijden. Dat is in tegenspraak met de Tenach indien het Israël zou betreffen. In het bijbelgedeelte 2 Koningen 17:7-23 en Jesaja 42:23-25 staat - kort en goed - dat Israël en Juda moesten boeten voor hun eigen zonden. Er werd niet plaatsvervangend door Israël en Juda geleden. Jesaja 53 kan derhalve niet op Israël slaan. Dat zou in volledige tegenspraak zijn met de aangehaalde teksten in de tenach.

3)
Bovendien is Jesaja vers 8 duidelijk niet toepasbaar op het volk van Israël: "Door een onrechtvaardig vonnis werd hij weggenomen. Wie van zijn tijdgenoten heeft er oog voor gehad? Hij werd verbannen uit het land der levenden, om de zonden van mijn volk werd hij geslagen." De Joden als volk zijn nooit in hun geheel verbannen uit het land der levenden. God zou dat nooit ofte nimmer toelaten. Er staat immers geschreven:

Dit zegt de HEER,
die de zon heeft gemaakt als het licht voor de dag,
de maan en sterren als de lichten voor de nacht,
die de zee opzweept, zodat de golven bruisen,
wiens naam is HEER van de hemelse machten:
Pas als deze orde ophoudt te bestaan
– spreekt de HEER –
bestaat ook Israël niet meer,
is het niet meer voor altijd mijn volk.
Dit zegt de HEER:
Zoals de hoogte van de hemel niet gemeten wordt,
de diepte van het fundament der aarde niet gepeild,
zo verwerp ik niet het nageslacht van Israël
om alles wat het heeft misdaan
– spreekt de HEER. (Jeremia 31:35-37)

Ondanks alle ellende, verdrukking en vervolging die door de eeuwen heen over het volk Israël is uitgestort, zal Gods volk blijven bestaan zolang de zon, maan en de sterren aan de hemel staan.

4)
In het tekstgedeelte 52:13 staat dat de lijdende dienaar verhoogd en verheven zal zijn. Dat zijn woorden die normaliter voorbehouden zijn aan God. Dit kan nooit op (het zondige) Israël van toepassing zijn; lees Jesaja 43:22-28. Op geen enkele sterveling overigens, want niemand is zonder zonde.


Over wie gaat het nu in Jesaja 53? Dan moeten we naar de context kijken zoals u ook benadrukt.

In Jesaja is er sprake van twee knechten: het volk Israel en de ene Knecht. Jesaja 41:8-9 slaat inderdaad op het volk Israel; dit volk is echter schromelijk tekortgeschoten in zijn roeping als God getuige en heeft nu zelf Gods hulp nodig om bevrijd te worden. Reden dat er een figuur uit dat volk speciaal geroepen wordt - de knecht - om verlossing te brengen, iets waar de mens niet toe in staat is.

Zoals in 42:1 staat:
Hier is mijn dienaar, hem zal ik steunen,
hij is mijn uitverkorene, in hem vind ik vreugde,
ik heb hem met mijn geest vervuld.
Hij zal alle volken het recht doen kennen.

In Jesaja 49:6 lezen we dat de rol van 'de knecht' (de Messias!) universeel is: niet alleen volk Israel bevrijden, maar aan de hele wereld verlossing brengen.
Hij zei: “Dat je mijn dienaar bent
om de stammen van Jakob op te richten
en de overlevenden van Israël terug te brengen,
dat is nog maar het begin.
Ik zal je maken tot een licht voor alle volken,
opdat de redding die ik brengen zal
tot aan de einden der aarde reikt.”

We zien in Jesaja dat iedere volgende profetie steeds specifieker wordt over de knecht en het lijden van dat Hij moet ondergaan en in hoofdstuk 53 wordt het heel gedetailleerd.

We kunnen lezen dat hij gehoorzaam uitvoering geeft aan zijn opdracht en "en door zijn toedoen slaagde wat de HEER wilde." (53:10) De Messias zou op een dag in glorie gaan regeren, maar voor die tijd eerst waardig tonen door Zijn lijden (53:10-12).

Even resumerend: Jesaja 53 gaat niet over Israel. Daar heb ik 4 argumenten voor aangevoerd. Ik heb laten zien vanuit de context dat Jesaja in zijn profetie de Messias, Gods gezalfde, Die zou komen om Zijn volk te verlossen en wiens koningschap een zegen zou zijn voor de hele wereld (11:1-16), beschrijft, hetgeen uitmondt in een beschrijving van de lijdende dienaar in Jesaja 53, die we kunnen identificeren als de Messias, die conform Gods plan redding brengt voor de gehele wereld (49:6), waarna hij op een dag in glorie zal gaan regeren.

Maar wie is nu de Messias?
Jesaja 53 kunnen we beschouwen als een DNA-profiel van de Messias. De gelijkenis tussen de woorden in Jesaja 53 en het leven van Jezus leidt tot onherroepelijk de conclusie - zie de 10 overeenkomsten in dit artikel - dat er een match is. Dit geldt ook voor de andere tientallen - zo niet honderden - profetieën aangaande de Messias die in de Tenach staan vermeld. Enkele tientallen daarvan bespreek ik in de andere delen van deze artikelenreeks.

Ten slotte. U haalt de Kabbala en de mondelinge Tora aan. U stelt dat het christendom deze boeken niet erkent. Het verbaast mij echter dat u deze boeken wel erkent als gezaghebbend. Ik zal u uitleggen waarom. Nergens in de Tenach wordt er naar deze bronnen verwezen ter lering of navolging.

In Jozua 23:6-8 staat geschreven:
6 Weest zeer standvastig in het onderhouden en volbrengen van alles wat geschreven staat in het wetboek van Mozes, opdat gij daarvan niet afwijkt naar rechts of links, 7 en u niet inlaat met deze volken, die nog bij u overgebleven zijn, de naam van hun goden niet belijdt of daarbij zweert, noch hen dient of u voor hen nederbuigt. 8 Maar de HERE, uw God, zult gij aanhangen, zoals gij tot op deze dag gedaan hebt.

Indien er een mondelinge Tora bestond, waarom zei God dan niet tegen Jozua dat ze zich ook moesten houden aan de traditie? Het antwoord luidt volgens Ariel en D’vorah Berkowitz in ‘De Tora: Ontdek opnieuw wat de eerste vijf Bijbelboeken betekenen voor de gemeente en voor u’: “Elke generatie moest zich bij het volgen van de geschreven Tora laten leiden door de geest van God, en niet door een vaststaande, onveranderlijke interpretatie die bekend staat als de mondelinge Tora.(…) Hij [God] wist dat deskundigen op het gebied van de mondelinge Tora zouden verklaren dat de eenvoudige gelovige de Tora niet kan begrijpen zonder hun hulp. Hij wist dat mensen deze neiging hebben en daarom gaf Hij ons in de woorden van Deuteronomium 30:11-14 de volgende bescherming:
11 Want dit gebod, dat ik u heden opleg, is niet te moeilijk voor u en het is niet ver weg. 12 Het is niet in de hemel, zodat gij zoudt moeten zeggen: Wie zal opstijgen ten hemel, het voor ons halen, en het ons doen horen opdat wij het volbrengen? 13 En het is niet aan de overkant der zee, zodat gij zoudt moeten zeggen: Wie zal oversteken naar de overkant der zee, het voor ons halen, en het ons doen horen opdat wij het volbrengen? 14 Maar dit woord is zeer dicht bij u, in uw mond en in uw hart om het te volbrengen.”

Met vriendelijke groet,

Tartuffel.

Etsel (infoteur), 20-04-2009 21:54 #7
Hallo,

Misschien nog belangrijk op te merken wie er steeds aan het woord is. In Jesaja 52:13-15 spreekt God. In Jesaja 53:1-8 spreken de heidense volkeren die Israël vernederd hebben en inzien dat ze fout zijn geweest. Vanaf Jesaja 53:9-12 is God weer aan het woord. Dit is van belang omdat er dan geen sprake is van plaatsvervangend lijden. De heidense volkeren hebben gewoon fout gehandeld en zien dat nu in en erkennen dat Israël juist heeft gehandeld, zij zeggen dat zelf in Jesaja 53:1-8.

Wat betreft Jesaja 53:8 staat in de Hebreeuwse tekst: "is de plaag op hen ('lamo', is meervoud in het Hebreeuws en slaat dus op Israël) geweest". Het staat fout vertaald in de Nederlandse tekst waar: "hem" staat. Maar dat laatste zou ook niet kunnen omdat er geen lijdende Messias is.

Groet, Etsel

Etsel (infoteur), 20-04-2009 18:45 #6
Hallo,

Wat betreft het verschil van mening tussen Rashi en Maimonides kan gezegd worden dat in het Jodendom beide interpretaties voor Jesaja 53 gelden: dus zowel Israël als de Masjiach (dus niet Jezus). De uitleg van Rashi valt wel te begrijpen omdat hij leefde in de tijd van de kruistochten in Frankrijk. Hij werd sterk beïnvloed door het lijden van de Joden in die tijd. Vandaar meer de nadruk op Israël. Overigens hoort de Masjiach ook bij Israël. Dus Rashi sluit de Masjiach zelf niet uit. Dat de tekst in het enkelvoud is geschreven doet hier niet aan af. In de hoofdstukken vóór Jesaja 53 wordt duidelijk dat het gaat om Jacob (=Israël).

In ieder geval bedoelde Maimonides niet Jezus. Als u de werken van Maimonides zou kennen dat weet u dat hij de nadruk legt op de Eenheid van God (anders dan de drie-eenheid bij het christendom).

Opnieuw dient u Jesaja 53 in de context te lezen. Jesaja 53 wordt vooraf gegaan daar Jesaja 52. Volgens de Joodse rabbijnen bevat Jesaja 53 de luide kreet van de wereldleiders in de Messiaanse tijd. De koningen van de volkeren zullen toegeven dat ze door Jodenhaat bijgedragen hebben aan het lijden van de Joden. In Jesaja 53:5 staat: "Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden."
Niet de Joden waren blind, maar de Jodenhaters. De Joden bleven trouw aan de enige ware God.
In Jesaja 52:10 staat: "De Here heeft zijn heiligen arm ontbloot voor de ogen van alle volken en alle einden der aarde zullen zien het heil van onze God." (onze God, slaat dus op de God van Israël en niet alleen van de Masjiach!).

Tot slot nog een opmerking over de Kabbala. Deze is geopenbaard op de Sinaï voor het hele Joodse Volk (Adam en Abraham kende de Kabbala al). Bestudering van de Kabbala is voor niet-Joden niet van belang. Het MAG echter wel. U leert God zo dieper ervaren, het betreft immers de studie van de ziel waarmee u verbonden bent met God. De kans is echter wel groot dat u dan het Nieuwe Testament vaarwel zult zeggen en dat wilt u waarschijnlijk niet.

MVG, Etsel

Etsel (infoteur), 20-04-2009 16:57 #5
Hallo,

Ja, dat weet ik. Christenen missen veel boeken, vandaar dat ze Joden en de Tora nooit goed begrijpen.

Kabbala bestaat al sinds Adam. Zie verder mijn artikel: http://mens-en-samenleving.infonu.nl/religie/19237-kabbala-kabbalisten-vanaf-de-schepping-tot-de-talmoed-i.html

MVG, Etsel

Etsel (infoteur), 20-04-2009 15:50 #4
Ook in de Zohar (II,212a) staat over de lijdende ziel van de Masjiach. De Zohar is een Kabbalistisch boek. De Kabbalah is de ziel van de Tora. Reactie infoteur, 20-04-2009
Hallo Etsel,

Ik beschouw alleen de bijbel als het Woord van God. Alleen de boeken uit de Tenach en het NT zijn voor mij bron en norm voor geloof en leven. Mystieke interpretaties van de Tenach helpen mij niet de bijbel (beter) te begrijpen, maar brengen mij er verder vanaf. God heeft zich op duidelijke en klare wijze geopenbaard in de Schrift.

mvg,

Tartuffel.

Etsel (infoteur), 20-04-2009 15:24 #3
De stukken die u aanhaalt uit Jesaja 53 leest u verkeerd, althans niet goed in de context van de Joodse Bijbel (in dit artikel geeft u bijvoorbeeld 4 verschillende interpretaties van 'Knecht des Heren', terwijl u niet aangeeft waarom Jesaja steeds weer een andere dienaar zou bedoelen).

Plaatsvervangend lijden zoals u dat bedoelt heeft als doel dat Jezus de schuld op zich neemt van de erfzonde van de mensheid zoals de christelijke ideologie stelt. Maar de erfzonde komt niet voor in de Tenach. God heeft elk mens goed geschapen. De mens heeft een vrije wil om te kiezen tussen goed en kwaad en is dus ook verantwoordelijk voor zijn eigen zonde. Als de mens gedoemd zou zijn tot zonde zoals christenen stellen dan heeft de mens ook geen vrije wil en zouden we robots zijn.

Dat de ziel van de Masjiach lijdt staat in de Talmoed (Mondelinge Tora) die het christendom niet erkent.

De Joodse Masjiach die nog moet komen zal alleen de schuld van de wereld als geheel (bijvoorbeeld oorlogen, honger, etc.) op zich nemen, niet van de individuele zonden. Vandaar dat u naar uw dood beoordeeld wordt op uw individuele zonden.

Tot slot nog een opmerking over dit soort artikelen. Hoewel u over het algemeen in andere artikelen positief over Israël en de Joden schrijft, is dit artikel plus een aantal andere van uw hand graag geziene leesvoer voor antisemieten. Ze zullen uw teksten misbruiken om Joden te haten. Wees er dus voorzichtig mee. Dat u positief over het christendom wilt schrijven vind ik niet bezwaarlijk, maar ga niet steeds opschrijven dat Joodse wijzen de Bijbel volgens u verkeerd interpreteren omdat ze niet in Jezus geloven. De geschiedenis heeft bewezen dat dit leidt tot antisemitisme (zie bijvoorbeeld de protestant Maarten Luther). Reactie infoteur, 20-04-2009
Hallo Etsel,

Dat Jesaja 53 handelt over de Messias kun je ook lezen in de klassieke Joodse bronnen. Het was Rashi die in reactie op de gecorrumpeerde Middeleeuwse christelijke kerk met een andere interpretatie kwam, hetgeen hij ook erkende. Hij wilde Joden behoeden over te stappen naar deze kerk. Zeer begrijpelijk voor een ieder die de geschiedenis kent.

Indien Jesaja 53 niet over de Messias zou gaan, maar over (een deel van) het volk van Israel, dan ben ik benieuwd wat uw antwoord is op de bezwaren van Maimomides e.a. die in mijn artikel staan opgesomd.

Voorts ben ik het met u eens dat de mens een vrije wil heeft en verantwoordelijk is voor zijn eigen daden. Doch door je aan de wet te houden word je niet gerechtvaardigd. Jesaja zinspeelt reeds op het verlossingswerk van de Messias:

Om onze zonden werd hij doorboord,
om onze wandaden gebroken.
Voor ons welzijn werd hij getuchtigd,
zijn striemen brachten ons genezing.
Wij dwaalden rond als schapen,
ieder zocht zijn eigen weg;
maar de wandaden van ons allen
liet de HEER op hem neerkomen. (Jesaja 53:5-6)

Het gaat expliciet om de wandaden van ONS ALLEN. Dus niemand uitgezonderd. Een ieder is gelijkelijk zondaar.

Op 7 plaatsen in jesaja 53 komt expliciet het plaatsvervangend lijden van de Messias ter sprake, zoals ik reeds uiteengezet heb ik mijn vorige respons.

Over uw laatste opmerking het volgende. Antisemitsime is diabolisch en verwerpelijk. De furie van maarten Luther jegens de Joden ook. Indien mensen mijn artikelen aangrijpen om anderen zoals moslims, Joden, atheisten of wie dan ook te haten, dan hebben ze geen donder van de inhoud van mijn schrijfsels begrepen en al helemaal niets van het geloof. Ik geef bovendien in mijn artikelen geen enkele aanleiding voor antisemitisme of haat tegen wie dan ook. Beargumenteerde kritiek is te allen tijde geoorloofd. Niemand is boven kritiek verheven. Antisemitisme moet fel bestreden worden - maar dit fenomeen mag niet leiden tot het niet meer mogen uiten van inhoudelijke kritiek t.a.v. geloofsopvattingen of politieke opvattingen als het Joden of de Joodse staat betreft. Hetzelfde geldt trouwens voor christelijke, islamitische, atheistische, enz. opvattingen.

mvg,

Tarutffel.

Etsel (infoteur), 20-04-2009 08:09 #2
In mijn eerste reactie staat een klein foutje: "Ieder mens is zelf verantwoordelijk voor zijn lijden." Dit moet zijn: "Ieder mens is zelf verantwoordelijk voor zijn zonden."

Etsel (infoteur), 20-04-2009 07:59 #1
Uw opmerking klopt: "In het bijbelgedeelte 2 Koningen 17:7-23 em Jesaja 42:23-25 staat klip en klaar dat Israël en Juda moesten boeten voor hun eigen zonden. Er werd niet plaatsvervangend geleden".

De Joodse Bijbel kent niet het principe van plaatsvervangend lijden. Ieder mens is zelf verantwoordelijk voor zijn lijden. Vandaar dat het onmogelijk is om Jesaja 53 te beschouwen als een tekst dat gaat over 'plaatsvervangend lijden'. De idee dat Jezus de zonden van ieder individu kan wegnemen komt dus niet overeen met de Joodse Bijbel.

De Masjiach zal pas komen als ALLE mensen eerst berouw tonen. Nu lijdt de ziel van de Masjiach voor hij de wereld kan betreden. Reactie infoteur, 20-04-2009
Hallo Etsel,

Bedankt voor uw reatie.

Jesaja 53 komt weldegelijk met het 'concept' van plaatsvervangend lijden:

Maar hij was het die onze ziekten droeg,
die ons lijden op zich nam. (vers 4)

Om onze zonden werd hij doorboord,
om onze wandaden gebroken.
Voor ons welzijn werd hij getuchtigd,
zijn striemen brachten ons genezing. (vers 5)

… maar de wandaden van ons allen
liet de HEER op hem neerkomen. (vers 6)

Hij werd verbannen uit het land der levenden,
om de zonden van mijn volk werd hij geslagen. (vers 8)

Hij offerde zijn leven voor hun schuld,
om zijn nageslacht te zien en lang te leven. (vers 10)

Mijn rechtvaardige dienaar verschaft velen recht,
hij neemt hun wandaden op zich. (vers 11)

Hij droeg echter de schuld van velen
en nam het voor zondaars op. (vers 12)

De idee dat de Messias de zonden van ieder individu kan wegnemen komt dus overeen met de Tenach. Het laat zich lezen in bovengenoemde zeven verzen.

Jesaja 53 kunnen we beschouwen als een DNA-profiel van de Messias. (Ook klassieke Joodse bronnen identificeren de lijdende knecht in dit tekstgedeelte met de Messias). De gelijkenis tussen de woorden in Jesaja 53 en het leven van Jezus leidt tot de conclusie - zie de 10 overeenkomsten in het artikel - dat er een match is.

U schreef: "De Masjiach zal pas komen als ALLE mensen eerst berouw tonen. Nu lijdt de ziel van de Masjiach voor hij de wereld kan betreden." Dat idee tref ik echter nergens aan in de Tenach.

mvg,

Tartuffel.

Infoteur: Tartuffel
Laatste update: 10-08-2019
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Special: Profetieën Oude Testament
Bronnen en referenties: 8
Reacties: 10
Mijn kijk op…
Deze rubriek bevat artikelen welke naast objectieve informatie ook een mening en/of ervaring beschrijven.
Schrijf mee!