Evangelisatie door de Kerk aan Israël en de Joden

Evangelisatie door de Kerk aan Israël en de Joden Niet alle ontmoetingen tussen Joden en christenen zijn negatief. Niet alle christenen geloven dat het Joodse volk volledig en definitief verworpen zal zijn. Er zijn ook christenen die geloven dat de Joden in de toekomst tot bekering zullen komen. In de geschiedenis kan men momenten van verbondenheid zien en pogingen tot verkondiging van het evangelie. In de geschiedenis zijn er verschillende voorbeelden van de missionaire inspanning en, hoe evangelisatie tot de Joden gericht is. De kerk, Israël en de Joden in de middeleeuwen
In de middeleeuwen was er sterk de verwachting van de bekering van de Joden. In kunst en literatuur was dat in die tijd al sterk te merken. Ook op missionair gebied werd door de bedelorden activiteiten ontplooid. Men denkt hierbij aan de Dominicanen. De Joden hebben geen goede herinneringen aan de ´bekeringsdrang´van de christenen tot de Joden in de middeleeuwen. Volgens de Nederlands rabbijn J. Soetendorp konden christelijke woordvoerders alles zeggen terwijl, de Joden het gevaar liepen voor Godslastering. Ook kent men in die tijd de dwangdoop als bekeringsmiddel. Met geweld moesten Joden zich laten dopen terwijl deze doop later weer ontkent werd.

De kerk, Israël en de Joden in de Reformatie

In de Reformatie was er sterk de gedachte dat Joden geen enkele toekomst meer hadden en geen aanspraak meer konden maken op het heil. De Reformatoren hadden geen uitgesproken visie op Israël en er was weinig tot geen tijd voor evangelisatie onder de Joden. Maarten Luther was erg ´hard´ tegenover de Joden. Hij deed confronterende uitspraken en drong er op aan om beter niet met de Joden in discussie te gaan omdat je ze toch niet kunt bekeren.

Martin Bucer over de bekering van de Joden

Bucer was milder dan Luther. Hij gaf aan dat christenen het goede voorbeeld moesten geven als ze willen dat de Joden zich moeten bekeren. Toch laat Bucer ook weten dat d Joden de schuld aan hun zelf hebben als het gaat om hun lijdensweg die ze moeten gaan. Bucer heeft zich regelmatig gemengd in een maatschappelijke discussie over de plek van Joden in de samenleving. Bucer is ambivalent in zijn uitspraken over de Joden. Toch blijven de meest positieve meningen overeind. Hij is en blijft er van overtuigd dat het Gods volk is en eens tot bekering zal komen.

Johannes Calvijn en de belofte voor het Joodse volk

Ook Calvijn werd geacht in sommige situaties een uitspraak te doen over Joden. Er zijn brieven waarin Calvijn om een mening gevraagd wordt ivm een maatschappelijke kwestie maar het antwoord van Calvijn is nooit gevonden. Uit verdere briefwisseling kan opgemaakt worden dat Calvijn in ieder geval niet net als Luther de hoop voor het Joodse volk heeft verloren. Calvijn houdt sterk vast aan de belofte van God voor Zijn volk. In zijn institutie zegt Calvijn dat de Joden de natuurlijke erfgenamen zijn van het evangelie. En wij, christenen zijn later geboren kinderen van Abraham en dan door aanneming en niet door natuur, hebben we deel aan het verbond. Calvijn geeft richtlijnen en preekt over hoe men om moet gaan met Joden. Calvijn was voorstander van zending onder de Joden in de vorm van een getuigend gesprek.

Nederlandse gereformeerden in de 17e en 18e eeuw

In de gouden eeuw was er volgens historicus J. Meyer sprake van een Hebreeuwse tint. De belangstelling voor het Jodendom groeide en economisch was Nederland voor de Joden ook aantrekkelijk Sefardische Joden uit Spanje en Portugal hebben in de Gouden Eeuw een grote rol gespeeld in de economische opbouw van ons land. Het dialoog kwam op gang tussen predikant en Rabbijn en ook in de kunst werd aandacht aan de Joden besteed. Het Calvinisme in Nederland heeft er ook toe bijgedragen dat de liefde tot de Joden sterk kon groeien.

Kerkelijke uitspraken over het Joodse volk en Israël

De houding van de kerk was niet altijd positief. De Dordtse Synode van 1618/1619 vroeg aandacht te geven aan de joodse godslasterlijkheden. Men overwoog maatregelen te treffen maar men zag nog geen roeping voor de kerk om de joden met het evangelie te benaderen. Men is eerst nog afzijdig en afwachten tegen over het Jodendom en weert het liefst nog steeds de Synagoge. Vervolgens kwam men tot een heel ander besluit. De joden moesten bekeerd worden. De particuliere synode van Delft trof de volgende maatregelen; gebed voor de Joden, wegnemen van aanstoot die bekering in de weg staan, vriendelijk uitnodigen van Rabbijnen. Niet alle onderdelen zijn in de praktijk gebracht. De overheid stond niet positief tegenover het programma. De kerk krijgt vanaf die tijd wel een toenemende betrokkenheid met de Joden.

De Nadere Reformatie

De Reformatie was een periode waarin de sympathie voor het Joodse volk sterk is gegroeid. Deze tijd heeft grote invloed uitgeoefend in de protestantse gezindte. Dit kwam vooral doordat de theologen van deze tijd aandacht schonken aan de bijbelse toekomst verwachting en de eschatologische gerichtheid. Ook heeft de Nadere Reformatie bijgedragen aan een positieve ontwikkeling op het zendingsgebied waaronder ook de Joden. Volgens Hellenbroek is het de roeping van de kerk om Joden uit te nodigen om te wandelen in het licht des Heeren. Hij verwijt de christenen dat er te weinig middelen gebruikt worden om de Joden het evangelie te brengen en door een slordige levenswandel eerder af te schrikken.

Johannes Hoornbeeck en zending onder het Joodse volk

Hoornbeeck was een leerling van Voetius. Voetius had zich als een van de eersten bezig gehouden met zending onder de Joden. Hoornbeeck was goed thuis in de Joodse geschriften. Maar ook hij beoordeelde hen als schuldig aan de verwerping van de Messias en de huidige toestand hadden ze aan hun zelf te wijten. Hoornbeeck bestempelde hen als een slechte en boosaardig volk. Hoornbeeck heft een sterke missionaire drijfveer om zich met het Joodse volk bezig te houden en hij voegt er aan toe dat het Joodse geloof niet het laatste woord heeft. God is niet klaar is met Israel. Eens zal de beloofde Messias komen. Hoornbeeck is overigens van mening dat alle volken met de zending bereikt moeten worden. Als missionaire methode kiest Hoornbeeck voor het gesprek met de Joden aan te gaan. Het gaat dan om de verkondiging en verdediging van het christelijke gekloof. Hoornbeeck is ook van mening dat christenen toegerust moeten worden in de Joodse cultuur en taal.

Wilhelmus á Brakel over Israël

Net als Hoornbeeck was Brakel een leerling van Voetius en was er van overtuigd dat God zijn belofte met het volk Israël niet verbroken had. Brakel benadrukte de positieve dingen van de Joden. Doordat de joden nog steeds hun geloofsovertuiging uitdragen als eeuwen terug is duidelijk te zien dat ze de Messias verwachten. Brakel gelooft niet in een herbouw van de tempel. Hij vindt dat wie gelooft in een heilvolle toekomst gaat allerlei plichten naleven. Ik zal ze hieronder kort noemen;
  • Men heeft aandachtig te letten op de onveranderlijkheid van het verbond.
  • De kerk mag de Joodse natie niet verachten.
  • Christenen moeten medelijden hebben met de staat der Joden
  • We moeten bidden voor hun bekering
  • Door een heilig leven moeten wij tonen, dat wij wandelen in de voetstappen van Vader Abraham.

Hoezeer wij ook onze roeping verstaan mogen, is Brakel er ook wel van overtuigd dat niet door inspanning van de mens, maar door God, de Joden tot bekering zullen komen.

De Coccejaanse richting

a. Verbonds-theologie
Onder de ‘gewone’ gereformeerden zien we de tegenhanger van Brakel, Johannes Coccejus. Hoewel beiden de belangstelling voor het Joodse volk gemeen had waren er toch enkele kwestie waarover men het met elkaar niet eens kon zijn. Coccejus was een uitgesproken verbondstheoloog. Die uitstekend thuis was in de Joodse taal en cultuur. Hij onderscheidde enkele tijdperken waarin de heilsgeschiedenis zich voltrok. In de laatste fase waarin de antichrist ontmaskert zal zijn zal het volk Israël tot bekering komen.

b. Henricus Groenewegen
Groenewegen was een leerling de school van Coccejus. Ook hij had een hoopvolle verwachting van het volk Israël en vond ook dat de situatie waarin men zich verkeerde de schuld van hun ongeloof was. Groenewegen benadrukt ook de trouw van God aan zijn volk. In zijn werken stelt hij Romeinen 11:25 centraal. Groenewegen is er van overtuigd dat de bekering van het volk Israël geen ‘geheimenis’ is maar een voltrekking van een groot wonder waarbij het hele Joodse volk tot bekering komt. Ook Groenwegen ziet het als taak van de christenen om er alles aan te doen om de Joden te behouden. Hierbij noemt hij ook de kennis van taal en cultuur van de Joden die nodig i som met hen in gesprek te gaan.

Joods-christelijke zending onder Israël

In die tijd waren er ook Messias belijdende Joden. Zijn hadden er moeite mee om hun broeders met het evangelie te benaderen. Er worden er twee genoemd.

Fridericus Ragstat á Weille
Weille was een geboren Jood die het zelf s gebracht heeft tot Rabbijn. Hij kwam tot geloof in de Messias. Hij was heel bedreven in het verkondigen van het evangelie onder de Joden. Tijdens zijn leven mocht hij enkele Joden dopen, die tijdens zijn onderwijs aan hen tot bekering zijn gekomen. Ook Weille roept de kerk op tot zending onder de Joden.

Christiaan Salomon Duytsch
Duytsch was een Joods predikant in Mijdrecht die zijn volksgenoten voor Christus heeft proberen te winnen. Tot aan zijn dood is Duytsch aan deze gemeente verbonden geweest en er worden in enkele geschriften twee namen van Joden genoemd die door hem zijn gedoopt. J. Haitsma wijst op een kenmerkend verschil tussen Weille en Duytsch. Duytsch beroept zich vaker op de talmoed en andere rabbijnse literatuur dan Weille. Duytsch wilde de joden door eigen geschriften overtuigen terwijl Weille het gesprek wilde voeren op basis van Mozes en de profeten.

Weinig resultaat van de bekeringsdrang van de kerk

Ondanks de regelmatige individuele bekeringen van Joden is volgens J.F.A. de le Roy tot aan de 18e eeuw weinig resultaat geboekt. De auteur noemt een bijzondere bekeringsgeschiedenis van twee Joodse broers, Aaron en Izaak Dias da Fonseca. Niet altijd waren de motieven om tot de kerk toe te treden zuiver. Er is een voorbeeld bekend dat de kerk van Utrecht de Joden een forse premie beloofden wanneer zij zich lieten dopen. Ondanks alle inspanningen die door de kerk werd gedaan zijn de resultaten niet bijzonder groot. De Joden bleven voor een groot deel afkerig tegenover de kerkelijke bekeringsijver. Een naam die hier nog genoemd moet woerden is Samuel Lieberkuhn. Hij kreeg toestemming om in de synagoge te spreken en naar wie vele Joden kwamen luisteren.

Zending onder Joden in de 19e en 20e eeuw

De 19e eeuw wordt de zendingseeuw bij uitstek genoemd. In die periode groeide het besef dat de kerk geroepen is om het evangelie te verkondigen over de hele wereld. Nadrukkelijk werd aandacht gevraagd voor de evangelisatiearbeid onder de Joden. De veelbelovende initiatieven van de Gouden Eeuw waren vervaagd. In Nederland bevonden zich op dat moment vooral veel Oost-Europese Joden. Een minderheid was afkomstig uit Spanje en Portugal.

De Zionskapel te Amsterdam

Amsterdam was een belangrijk toevluchtsoord voor de Joden. Het is zelfs zo dat de Joden door hun gedreven handelsgeest Amsterdam voor een groot deel hebben opgebouwd. Deze bloei bleef niet onopgemerkt. Vanuit Engeland kwam een sterk impuls voor het werk onder Joden in Nederland. C.W.Pauli werd als zendeling onder Joden werkzaam vanuit de Zionskapel in Amsterdam. Mevrouw Zalman-Marda heeft veel bijzonderheden over dat werk in haar boekje beschreven. Dat boekje heeft de titel; van een Engelse plant in Hollandse bodem. In die tijd weren een paar honderd Joden gedoopt. J. Rottenberg schreef in de Elimbode geen lovende dingen over Pauli. De rabbijnen deden er alles aan om Pauli uit het land te zetten, wat nooit gelukt is. Pauli’s een opvolger, A.C. Adler is in de lijn van Pauli doorgegaan met evangelisatie onder de Joden. Onder zijn leiding is het werk uitgebreid naar Den Haag en Rotterdam. In 1910 is in Amsterdam het werk gestopt vanwege financiële problemen.

Elim: Zending onder Joden door Joden

In Rotterdam is onder leiding van J.R. Zalman, die door Adler gedoopt was, het zendingswerk Elim opgericht. Onder druk van de pogroms kwamen veel Joden naar Rotterdam om daar op een schip te wachten naar Amerika. Dit wachten kon maanden duren. Zalman opende een opvang waar men gedurende deze wachttijd onderdak kreeg en de gelegenheid om de schriften van Mozes en de Profeten te bestuderen. Toen de emigratie in 1922 eindigde leek het werk onder de emigranten niet meer nodig en verlegde men het werk naar de Joden in Nederland. Binnen Elim werden alleen zendelingen aangesteld die zelf uit het Jodendom afkomstig waren. Men had de overtuiging dat (Messiasbelijdende)Joden elkaar beter begrepen. Rottenberg gaf aan dat het niet de bedoeling was om de Joden te ontjoodsen maar om het Joodse volk tot het besef te brengen, dat het alleen in zijn Messias rechtsbestaan heeft.

De Nederlandsche vereeniging voor Israël

Ook heiden-christenen ontdekten hun roeping t.a.v. de zending onder de joden. Het Reveil heeft een grote invloed gehad. Hier kunnen drie aspecten genoemd worden; 1) Reveil vond aansluiting op de bevindelijkheid van de Nadere Reformatie. 2) Door intensieve Bijbelstudie is er liefde ontstaan voor Israël. 3) Vanuit Schotland was een nieuw impuls in de zending voor Joden gekomen. In Nederland waren het Capadose en Da Costa die allebei Joods waren, de kerk nieuwe impulsen voor het zendingswerk gaven. Mr. C.M. van der Kemp was een uitgesproken tegenstander van evangelisatie onder Joden. Hij meende dat daarvoor de tijd nog niet gekomen was omdat het volk nog onder het oordeel en verharding liggen, dat God over hen heen heeft gebracht. God zal Zelf hun de ogen doen openen en zolang dat nog niet gebeurd is, is het zendingswerk onder Joden zinloos. In 1849 kwam vanuit Schotland Carl Schwartz naar Amsterdam. Samen met Da Costa en Capadose hebben zij de 'Nederlandsche vereniging voor Israël' opgericht. Ook tijdens dit werk werd tegenstand van Joodse zijde ervaren. Er werd zelfs een Joodse vereniging opgericht ter bestrijding van de zendingspraktijken.

Rottenberg

Zowel de vereniging voor Israël als Elim zochten in feite weinig contact met elkaar. In jaren 30 werd dat wat beter. In de Tweede oorlog werden beide organisaties door de nazi’s opgeheven. Rottenberg werd opgepakt, gemarteld en is daar aan overleden. Andere vooraanstaande mannen werden naar concentratiekampen getransporteerd en overleefden de oorlog. Nog tijdens de oorlog ontstonden er in het geheim plannen vanuit de kerk om het werk van de opgeheven organisatie voort te zetten. In de nieuwe kerkorde van de Hervormde kerk is het begrip zending gewijzigd in ‘getuigend gesprek’.

Achtergronden en praktijk van het gesprek

In de tekst van de hervormde kerkorde staat opvallend het gesprek met Israël van alle apostolaire taken boven aan. De hervormde synode was er van overtuigd dat de liefde en toewijding van de christenen zich allereerst tot de Joden moest richten. Men wilde door het gesprek op basis van het Oude Testament de Joden bereiken. De kerk benadrukt dat het niet een zaak is van enkele Israël fans maar voor de hele gemeente.

De les van de geschiedenis over Israël

De feiten van de holocaust en de herrijzenis van de staat Israël hebben er toe bij gedragen dat velen tot het besef zijn gebracht dat het Joodse volk een geheim met zich meedraagt. Het is triest dat het door zulke afschuwelijke gebeurtenissen de ogen open moeten gaan en niet door de bestudering van de bijbel.

Twee voortrekkers

A.A. van Ruler

Van Ruler wordt wel de architect van de hervormde kerkorde genoemd. Hij is tevens met anderen er over eens dat Gods geheimenissen voor het volk Israël te groot voor ons zijn om het te bevatten. En wij hebben dat geheimenis te respecteren. Wij kunnen het Joodse volk niet rangschikken onder de zending. Israël behoort niet tot de heidense naties. Wij hoeven Israël niet de waarheid te verkondigen. Dat heeft het volk reeds. Ook van Ruler is voorstander van gesprek op basis van het Oude Testament. Van Ruler wijst op de handelswijze van Paulus en Jezus zelf. In de zending gaat het vooral om prediking en waarheid verkondiging. Dat is onder het Joodse volk niet nodig. Van Ruler vergelijkt het gesprek met de Joden met een huisbezoek in de tenten van Abraham. De term gesprek koppelt hij direct aan de term ontmoeting. Wanneer van Ruler constateert dat ook in de benadering van andere godsdiensten wordt gesproken over ‘gesprek’ geeft hij protest. Andere godsdiensten hebben niet reeds de waarheid van de God van Israël.

K.H. Miskotte

Ook Miskotte had een ideaal om Israël een plek te geven in de nieuwe kerkorde en een plaats te geven in het belijden van de kerk. Volgens Miskotte is Israël een spiegel voor de christenen. Aan de ene kant een spiegel van Gods gericht. Aan de andere kant een spiegel van Gods geduld. Miskotte benadrukt dat Joden en christenen zonen zijn van één en dezelfde huis. Er is een scheiding getrokken door Jezus Christus. We mogen er niet bij gaan rusten omdat de kerk hiermee nog niet volgroeid is. Ook de Joden kunnen niet zonder de Messias.

Juiste beslissing

Miskotte is niet voor het woord zending. Hij is van mening dat zending niet het juiste woord was omdat zending voor de volken is die nog niet van God gehoord hebben. Israël kent god al. De christenen komen uit Israël. Israël heeft een roeping om tot zegen te zijn. Dat zien we al bij Abraham. God is ondanks alle ontrouw van het volk trouw gebleven aan Zijn belofte. Miskotte is er van overtuigd dat de christenen niet moet denken dat ze als enig en eersten over God gehoord hebben alsof er nooit iets in Israël gebeurd is.

Bij Israël ingelijfd

Volgens Calvijn is de kerk al bij Abraham begonnen. Met de komst van Christus is het verbond voortgezet en uitgebreid. Van Ruler dacht in dezelfde lijn en meende dat er enige wilde takken op de stam van Israël zijn geënt. Anderen in de kerkgeschiedenis waren van mening dat de kerk als iets nieuws gezien kan worden en dat los van Israël staat. De gemeente in Efeze was een gemengde gemeente en daar zien we al een scheiding ontstaan. Er ontstonden problemen en de heiden christenen voelden zich verheven en hoogmoedig t.o.v. de joodse christenen. Paulus wijst de heiden christenen echter op hun afkomst en dat ze daarom respect en bescheidenheid moeten hebben.

De rol van de Messiasbelijdende Joden

Messiasbelijdende joden ‘hangen’ tussen de heiden christenen en de joden in. Door hun volksgenoten worden ze verstoten en door de heiden christenen worden ze niet (volledig) geaccepteerd. Calvijn beschouwde hun als ‘eerstgeborenen in de familie Gods’ en gaf hun de plaats die hun toekomt. De Messiasbelijdende joden kunnen als tolk fungeren tussen jodendom en christendom. Alleen zij verstaan immers hun volksgenoten als geen ander. Rottenberg gaf eerder ook al aan dat de arbeid onder de Joden met name door Messiasbelijdende joden moest geschieden.

Tegenstemmen

Er waren ook mensen die het niet eens waren om de term zending te wijzigen naar de term ‘gesprek’. De grootste bezwaren kwamen van de raad voor Uitwendige zending. secretaris J. Batelaan meende dat de term ‘gesprek’ verwaterd was. Als tegenargument voerde hij aan dat de term ‘zending’ ‘heerlijk bijbels en vol van triomfant van geluid is’. Batelaan geeft aan dat er in het Nieuwe Testament wel degelijk gesproken wordt over verkondiging en waarschuwing aan het adres van de Joden. Ondanks tegenstemmen werd het artikel met algemene stemmen door de synode aangenomen. In Hervormd –Gereformeerde kring beleef men vasthouden aan de rem zending.

Niet vrijblijvend

Velen waren bevreesd dat de term ‘gesprek’ te vrijblijvend zou worden en geen sprake meer zou zijn van een appél. Het is van belang dat het volk Israël de Messias leert kennen en daardoor tot hun uiteindelijke bestemming komt. Daarom mag het gesprek tussen kerk en Israël geen ‘flauw en slap praten met elkaar’ worden.

Nieuwe ontwikkelingen

Vanaf 1979 is er een ander ontwikkeling tot stand gekomen. Het bevorderen van inzicht in wezen en vormen van het antisemitisme en het bestrijden daarvan. De kerk had de taak om samen met Israël de heilige schrift te verklaren en te getuigen. In verschillende synodes werd besproken hoe men de wijziging moest doorvoeren.

Luisteren naar signalen uit Israël

Verschillende theologen hebben de laatste jaren gewaarschuwd om niet alleen te luisteren maar ook iets te zeggen. In gesprek met Israël kan de kerk de vragen die op hen afkomt niet zomaar naast zich neerleggen. Het is een hoogmoedige vergissing van de kerk om te menen dat men te maken heeft met een ‘uitgestorven’ geloof. Integendeel de kerk kan enorm veel leren van de Joden. Een fundamentele vraag die op de kerk afkomt is bv, ‘hoe komt het dat het antisemitisme jarenlang door de kerk is toegelaten? Een tweede vraag is ‘als Jezus als Verlosser en Zaligmaker al is gekomen hoe kan het dan dat de wereld er nog zo ellendig uitziet? Een derde vraag is van belang voor d belijdenis van de kerk. Joden vragen zich af hoe christen in de Drie-eenheid kunnen geloven. Joden zeggen op hun gebeurt dat christenen in een meergodendom geloven. Als vierde vraag legt het Jodendom de kerk voor dat er van het christelijk belijden zo weinig in de praktijk te merken is. Het jodendom is veelmeer een Way of life. Openstaan en goed luisteren naar wat de Joden ons te zeggen hebben kan ons verrijken en tot zegen zijn.

Paulus, heidenen en Israël

Van Paulus kunnen we leren hoe hij omging met zijn manier van evangelie verkondiging. Paulus was immers ook een Jood? Hij riep mensen met kracht op tot bekering. In de synagoge ging hij echter het ‘gewonde’ gesprek aan. Paulus koos voor de Joden een andere manier van benadering dan voor de heidenen. We zouden Israël tekort doen als we zwijgen over het evangelie. Als we liefde voor Israël hebben dan willen wij aan hen de rijkdom van Jezus Christus getuigen.

Bescheiden en ootmoedig

De kerk moet wel beseffen dat het gesprek met Israël op ene bescheiden en ootmoedige wijze moet gebeuren. Wij christenen denken vaak dat wij een boodschap van liefde hebben. Ik wil hier een citaat van een Amerikaanse rabbijn.’ De christenen moeten ons niet vertellen dat het kruis het symbool van liefde is. Wij Joden weten helaas wel beter, want dat kruis is al duizenden malen op onze schedels stuk geslagen’. De kerk beseft niet hoe de Joden de kruisiging van Jezus nog na beleven en hoe zwaar deze beschuldiging al eeuwen op hun volk drukt. We moeten ons daarvan bewust zijn dat het een belemmering is in het spreken met Israël.

Moeizaam...

Het gesprek komt maar moeizaam op gang en veel christenen zien het gesprek met de Joden nog niet in. We moeten ons beseffen dat de kloof die gegroeid is niet zomaar is overbrugt. De Joden zijn er bevreesd over dat de christenen het joodse geloof naar zich toe trekken en dat het door de christenen anders wordt ingekleurd en voorgesteld dan de Joden dat nu doen.

...maar ook verrassend!

Er zijn ook verrassende feiten te melden. Mensen die ervaring hebben met het gesprek met Joden benadrukken de gastvrijheid, betrokkenheid in het bezig zijn met de Schriften, en gebed die je als christen beschaamd maakt.

Drie positieve V’s

Bij de methode die Paulus hanteert zien we vaak dat het gaat om een voorbeeld functie. In Romeinen 11: 14 lezen we ‘ tot jaloersheid verwekken’. Zijn wij zo transparant dat andere kunnen zien vanuit welk geheimenis wij leven? In het eerste hoofdstuk is de geschiedenis van de joods-christelijke verhoudingen negatief afgetekend met 4 kernwoorden;, vervanging, verguizing, vervolging. Het boekje In Gods trouw verbonden wat is uitgegeven door de Evangelische Alliantie word een positief beeld beschreven. De auteur noemt in dit kader drie positieve V’s. Deze V’s hebben de bedoeling om op te roepen tot positieve daden t.o.v. Israël:
  • Verootmoediging; Het is niet te ontkennen dat de kerk schuldig is aan het wortel schieten van het antisemitisme. Het is droevig dat de kerk nog nooit tot een schuldbelijdenis is gekomen. Op 20 mei 1949 is er wel een poging gedaan voor een kanselboodschap maar daar was nog veel protest tegen.
  • Voorbede: Deze oproep richt zich op het feit dat er op dit moment meer gediscussieerd wordt dan gebeden. Vooral jongeren beseffen niet het belang en de kracht van het gebed.
  • Vertroosting: Dit aspect is ontleend aan Jesaja 40. Hier gaat het om meeleven en medelijden met Israël. Hierbij gaat het om het ontmaskeren van alle vormen van antisemitisme. Een tweede punt is het economisch steunen van Israël en een derde punt is de solidariteit met de staat Israël.

Ons gesprek en Gods eschatologisch handelen

Er zullen altijd christenen blijven die elke inspanning voor het behoud van Israël zinloos vinden. Sommigen menen dat wanneer Paulus schrijft op enkele plaatsen in zijn brieven, hiervoor ook een argumentatie vormen. Ook kwam C. Graafland tot deze mening. Ondanks alle negatieve geluiden zien we dat God bezig is met het vervullen van de heilsgeschiedenis. De christenen hebben net als de Joden en de Moslims en andere godsdiensten een plek in dit plan. De bijbel toont ons een rijke belofte aan het volk Israël. Als we daarop geen acht slaan in onze tijd kunnen we de heilige Schrift niet begrijpen en andersom. Er blijft tot de Grote Dag een geheim tussen God en zijn volk wat wij nooit zullen begrijpen.

In gesprek met Flusser en Lapide

Heimholung Jesu

Er is de laatste jaren veel belangstelling onder de Joden voor het leven en werk van Jezus Christus. Men wil Jezus de plek geven die Hij oorspronkelijk in het Nieuwe Testament had. Dit noemt men de Heimholung Jesu. Men vind dat de ‘echte’ Jezus thuis hoort in de Joodse wereld. Bekende Joodse schrijvers als Schalom Ben Chorin en Martin Buber hebben een grote invloed gehad aan deze ontwikkeling. Joden hebben lange tij het Nieuwe Testament verworpen en de persoon Jezus doodgezwegen. Joseph Klausner heeft ook baanbrekend werk verricht en omschreef Jezus als de meest joodse mens van alle Joden. Ook David Flusser had grote invloed in het joods-christelijk dialoog. Hij is er van overtuigd dat de bestudering van het Nieuwe Testament een noodzakelijk onderzoek is om een beter beeld te krijgen van Jezus’ geloof en leven. Anderzijds is Flusser van mening dat de kerk niet zonder de synagoge kan. Flusser gelooft niet dat Jezus de Messias kan zijn maar als bij de wederkomst blijkt dat Hij het wel is, weinig Joden zullen protesteren.

Geloof en feit

Anders dan moderne christelijke theologen is Flusser wel van mening dat het christelijk geloof op feiten berust. Flusser is het niet eens met die christenen die zeggen dat het alleen om het geloof gaat. Hij vind dat het christendom als doel moet stellen om wetenschappelijk vast te stellen wat er werkelijk gebeurt is. Het feit dat christenen steeds vaker twijfelen aan de historiciteit van de feiten is een bedreiging voor het geloof.

Taalkundige benadering

Flusser laat ook een andere visie van hem zien. Het gaat hem niet allen om de historische feiten maar hij is van mening dat de beschrijving van die feiten door de schrijver of vertalers zijn bijgekleurd. De evangelist Markus zou bv. zelf dingen er bij hebben verzonnen. Hij is voorstander van een goede taalstudie om ‘bijkleuringen’ en eigen interpretaties van schrijvers te analyseren.

Christologisch drama

Flusser is van mening dat het niet gaat om het geloof in Jezus maar in het geloof van Jezus. Hij noemt Jezus een ‘religieus genie’. Als Jezus zich zelf Zoon van God noemt dan an men dat nog in de context van de tijd en de Joodse gewoonten plaatsen. Maar het loopt vast wanneer men Jezus ging aanbidden en Hem als God gingen zien. De Joden hebben moeite met het feit dat door Zijn verzoenende dood dat alleen de zaligmakende daad van verlossing zou zijn. Flusser noemt dit een uitgekristalliseerde christologie. Flusser is er van overtuigd dat dit het schisma heeft veroorzaakt tussen kerk en Israël. Hij verwijt in dit verband ook de apostel Paulus.

Schisma

Flusser ziet in de evangeliën een begin van het schisma. Hij is ook van mening dat Grieks sprekende redacteuren teksten verkeerd hebben geïnterpreteerd of bewust anders hebben beschreven. Een anti-joods Griekse schrijver zou de Joden zomaar in een verkeerd daglicht kunne stellen door een tekst te ‘kleuren’ ten nadele van de Joden.

Pinchas Lapide

Net als Flusser is Lapide van mening de christen een groet dienst te bewijzen door zijn werk. Lapide wil door zijn werk een ‘bruggenbouwer’ zijn de ogen van christen doen openen doordat hij als Jood de joodse cultuur goed kent. Lapide is een zeer wijs man en bijzonder thuis in de Bijbel en Joodse geschriften. Toch voegt Lapide ook zijn eigen ‘fantasie’ toe aan zijn bijbel commentaren. Lapide wil door zijn studie in het Nieuwe Testament de christenen behulpzaam zijn bij het herontdekken van deze ‘Verstopte Nazarener’. Hij noemt dat ‘op zoek naar de vijfde Jezus’. Lapide wijst wel op het feit dat de discipelen en ook Jezus geen Grieks hebben gesproken maar Aramees en Hebreeuws. Grieks was wel de voertaal maar de Joden spraken hun eigen taal. Zonder kennis van die talen is het onmogelijk om het Nieuwe Testament goed te lezen of te begrijpen. Lapide ziet het als een uitdaging om het Nieuwe Testament te vertalen naar de moedertaal van Jezus.

De opstanding

Lapide is er trouwens wel van overtuigd dat Jezus is opgestaan uit de dood. Net zoals de Joden niet zonder het gebeuren bij de Sinaï kunnen, kan het christelijke geloof niet zonder het wonder van Pasen. Ondanks de opstanding van Jezus uit de dood heeft Hij daarmee nog niet bewezen dat Hij de Messias is. Volgens de Joden is de komst van de Messias verbonden met het aanbreken van het Rijk van Vrede. Dat rijk is niet gekomen en dus kan Jezus de Messias niet zijn.

Heiland der wereld

Net als Maimonides ziet Lapide Jezus als een ‘wegbereider voor de Koning Messias’. Door de grote invloed die Jezus in de wereld gehad heeft en nog steeds, ziet Lapide Jezus duidelijk als een ‘onderdeel’ van Gods heilplan. Maar dat Jezus de enige weg tot God is kan Lapide niet geloven.

De bergrede

Lapide ziet de Bergrede als de kern van het Nieuwe Testament. In de Bergrede zien we de essentie van heel Jezus ethiek. Lapide is het met Wellhausen eens dat de Bergrede terug te vinden is in de Talmoed.

Joods-christelijk dialoog: noodzakelijk en nuttig

Lapide is er van overtuigd dat er door het dialoog tussen Joden en christenen een gesprek op gang komt van geloof tot geloof. Al enig heikel punt blijft volgens Lapide wel de kwestie over Jezus’ godheid en dat hij de enige weg tot God zou zijn. Lapide pleit voor afzien van absoluutheid-aanspraken. Als argument gebruikt daarvoor dat Gods liefde alomvattend is voor de hele wereld. Christenen en Joden moeten oppassen dat ze geen eenzame eilandjes van geloof worden.

Evaluatie

We mogen constateren dat Lapide en Flusser er hebben bijgedragen dat Joden meer dan voorheen zich met Jezus hebben bezig gehouden. Hun openheid naar de christenen toe en hun werk is bijzonder leerzaam en verrijkend. Christenen kunnen hun voordeel doen om zo meer kennis op te doen van de Joodse cultuur. Misverstanden en vooroordelen van beide zeiden, zijn mede door hun werk uit de weg geruimd.

Holocaust

Lapide houdt de kerk een spiegel voor. De kerk heeft talloze middelen aangewend om Joden tot bekering te brengen. Lapide spreekt zijn waardering uit over de Barmer Thesen maar tegelijk legt hij de zere vinger bij de Holocaust. Waar waren de kerken toen de Joden naar de gaskamers getransporteerd werden?
De geschriften van Lapide en Flusser prikkelen de christenen om antwoord te geven op enkel belangrijke onderstaande punten;
  • Ontdekken van de historische Jezus
  • Onbetrouwbaarheid van de Griekse tekst
  • Anti-Joodse elementen in het Nieuwe Testament
  • ‘Ontmanteling’ van de Nieuw Testamentische getuigenis van Jezus Christus.

Bruggenbouwers voor Israël

Lapide en Flusser zijn bruggenbouwers maar er is ook een tendens te zien dat zij belangrijke bouwstenen uit het evangelie wegnemen! Het is terecht op te merken dat christen zich moeten schamen voor wat er in het verleden is gebeurd maar we mogen ons niet schamen voor het evangelie!

Tot slot

In de literatuur van dr. Van Campen valt het op dat de kerk altijd intensief met evangelisatie onder de Joden bezig is geweest waarbij de liefde van Christus niet altijd overgedragen werd zoals Jezus het bedoelde. We kunnen hieruit leren dat een andere manier van zending bedrijven onder het Joodse volk nodig is. Israel krijgt steeds meer betekenis in het dagelijkse gesprek. In geloofsgesprekken wordt vaker en nadrukkelijker de betekenis en invloed van het Joodse volk aangestipt. In het dagelijkse leven heeft niet iedereen met Joden te maken. De geschriften van Flusscher en Lapide maken enthousiast om verder in de Joodse literatuur te verdiepen.
© 2009 - 2020 Hessel, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Bijbels Christen Zionisme: wat geloven christen zionisten?Bijbels Christen Zionisme: wat geloven christen zionisten?Christen zionisten zijn christenen die geloven dat de terugkeer van de Joden naar het Heilige Land, Eretz Yisrael, en de…
Ds. W.J.J. Glashouwer: de wortel van het antisemitismeDs. W.J.J. Glashouwer: de wortel van het antisemitismeDs. Willem J.J. Glashouwer is predikant binnen de PKN. Ds. Glashouwer is als voorzitter van de 'European Coalition for I…
Boekrecensie: Meeluisteren met Israel - Wiesje de LangerecensieBoekrecensie: Meeluisteren met Israel - Wiesje de LangeMeeluisteren met Israel is het prachtige boek van Wiesje de Lange uit 2004. Het gaat over de unieke positie van Israël i…
Joden in Nederland: 1516-1621 – Reformatie en de JodenJoden in Nederland: 1516-1621 – Reformatie en de JodenTegelijkertijd met de Reformatie raakten verschillende renaissancegeleerden in Italië geïnteresseerd in oude Joodse teks…

Kabbala: de aartsvaders en het Joodse geloofGenesis is eigenlijk een buitenbeentje in de Tora. Het bevat nauwelijks wetten en handelt voornamelijk over de aartsvade…
Tehilliem: Psalm 15 - een Joodse uitlegTehilliem: Psalm 15 - een Joodse uitlegDe Tora heeft 613 geboden. Zijn het niet deze geboden die toegang verschaffen tot de tent van HaShem? David beschrijft e…
Bronnen en referenties
  • Reader Kerk en Israel
  • Kerk en Israel in gesprek. Drs. M. van Campen. Reformatiereeks, uitgeversmaatschappij J.H. Kok – Kampen
  • Sterrekinderen, Clara Asscher-Pinkhof. Uitgeverij Kok-Kampen

Reageer op het artikel "Evangelisatie door de Kerk aan Israël en de Joden"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reacties

Hessel (infoteur), 15-04-2009 01:07 #3
Het Sanhedrin zag Jezus als Rabbi, een Joodse leraar die van God gezonden moest zijn. Dat blijkt uit het feit dat Nicodemus tegen Jezus zegt; 'Rabbi, wij weten dat Gij van God gekomen zijt als leraar; want niemand kan die tekenen doen, welke Gij doet, tenzij God met Hem is' Joh. 3: 1-2.
Pilatus zag geen schuld in hem. Jezus was Dikaios. (Rechtvaardig) '… bemoei u toch niet met die Rechtvaardige' Mat. 27: 19.
'De overpriesters en de gehele Raad trachten een vals getuigenis tegen Jezus te vinden om Hem ter dood te brengen, maar zij vonden er geen' Mattheus 26: 59

Groet Hessel

Etsel (infoteur), 14-04-2009 17:39 #2
Hallo,

HaShem heeft de Tora zo gemaakt dat in principe elke mens deze kan naleven. Dat dat niet altijd lukt wil nog niet zeggen dat die daarom niet meer geldig is. Wanneer sommige mensen een bepaalde wiskunde som niet kunnen oplossen, wil nog niet zeggen dat die wiskunde som niet geldig is. We moeten het blijven proberen. Zo is het ook met de naleving van de Tora.

Je opmerking dat de mensen zich niet kunnen houden aan de Tora vanwege de zondeval is ronduit belachelijk. De Tora is pas op de Sinaï door God aan de Joden gegeven. Toen was de zonde van Adam en Eva in Gan Eden allang achter de rug.

Jezus heeft de wet helemaal niet vervuld. Alleen al de bewering dat hij zoon van God is, druist tegen de Tora in. God heeft duidelijk aangegeven dat hij geen mens is. En ook op andere gebieden kwam Jezus de wet niet na. Zo moet bijvoorbeeld een Messias getrouwd zijn en kinderen hebben. Aan die eis voldoet Jezus helemaal niet.

Groet, Etsel

Etsel (infoteur), 26-03-2009 15:03 #1
Hallo, Geen enkel gesprek tussen Joden en christenen is positief, zolang christenen uit zijn op bekering. De Joden hoeven niet gered te worden, want zij hebben met God een eeuwig verbond gesloten (de Tora). De Tora is bedoeld om God te dienen.

Gelet op het feit dat christenen zich niet aan de Tora houden, moet elke bekeringspoging van christenen gezien worden als een poging om Joden van de Tora los te weken. Uiteraard zal God dit nooit toestaan. Dat bewijst de geschiedenis ook.

Laten de christenen maar eerst eens zelf de Tora gaan naleven. Pas dan is een goed gesprek mogelijk en zullen christenen inzien dat bekering een heilloze weg is.

Groet, Etsel Reactie infoteur, 07-04-2009
Christenen zijn net als de Joden verdeeld. Het gaat de christenen niet expliciet om de Joden te bekeren. Dat kan alleen God doen. Aangezien Joden en Christenen zich niet aan de Tora of de Decaloog kunnen houden(vanwege de zondeval) is het eeuwige verbond eenzijdig. God heeft het verschillende malen opnieuw geprobeerd. De mens is niet bij machte om het verbond met God in stand te houden. En dus niet in staat om de Tora na te kunnen leven. Er is tot nu toe nog maar Eén Persoon die dat heeft volbracht; Jezus Christus. Helaas scheiden daar de wegen tussen Jood en Christen. Een dialoog is nodig om juist te ontdekken welke waarde de Tora heeft voor de erkenning van Jezus als Zoon van God. Niet zozeer over de veronderstelling dat bekering een heilloze weg zou zijn.

Infoteur: Hessel
Laatste update: 25-01-2020
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Bronnen en referenties: 3
Reacties: 3
Schrijf mee!