InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Torastudie 80: achtste en negende plaag - Exodus (10:1-23)

Torastudie 80: achtste en negende plaag - Exodus (10:1-23)

Torastudie 80: achtste en negende plaag - Exodus (10:1-23) In Exodus 10:1-23 komen de achtste (sprinkhanen) en negende (duisternis) plaag aan de orde. God heeft de harten van de Farao en zijn dienaren inmiddels verstokt. Farao is wel bereid om de ouderen te laten gaan, maar niet de kinderen. Zo zou Israël ging toekomst hebben. Nadat God de sprinkhanen uit het land Egypte heeft verjaagd en Farao opnieuw weigert het Joodse Volk te laten gaan omdat God zijn hart verstokt, volgt de negende plaag: de duisternis.

Exodus 10:1-23

Toen zei de Eeuwige tot Mozes: ga bij Farao, want Ik heb verstokt zijn hart en het hart van zijn dienaren, om deze Mijn tekenen te verrichten in zijn midden. En opdat gij zult verhalen ten aanhore van uw zoon en uw kleinzoon, hoe Ik gespot heb met Egypte, en Mijn tekenen, die Ik verricht heb onder hen; en gij weten zult, dat Ik de Eeuwige ben. Hierop kwamen Mozes en Aharon tot Farao en zeiden tot hem: zo spreekt de Eeuwige, de God der Hebreeën: tot hoe lang weigert gij, u voor Mij te vernederen? Laat Mijn volk heen trekken, opdat zij Mij dienen. Want indien gij weigerachtig blijft, Mijn volk te laten heentrekken, zie, dan breng Ik morgen de sprinkhaan in uw gebied. En deze zal bedekken het aangezicht der aarde, zodat men de aarde niet zal kunnen zien; en hij zal wegvreten de ontkomende rest, wat u overgebleven is van de hagel; en hij zal wegvreten al het geboomte, dat voor u ontsproten is uit het veld...En de Eeuwige wendde de wind om in een zeer sterken westenwind, en deze nam de sprinkhaan op en dreef hem in de Schelfzee; er bleef niet één sprinkhaan over in het gehele gebied van Egypte. Doch de Eeuwige verstokte het hart van Farao, zodat deze de kinderen Israëls niet lieten heentrekken. Hierop zei de Eeuwige tot Mozes: strek uw hand uit hemelwaarts en er zij duisternis over het land Egypte, en de duisternis zij tot nacht. En Mozes strekte zijn hand uit hemelwaarts en er was dikke duisternis in het gehele land Egypte drie dagen. De een zag de ander niet en niemand stond op van zijn plaats gedurende drie dagen, maar alle kinderen Israëls hadden licht in hun woning.

De volledige tekst in het Hebreeuws luidt:

א וַיֹּאמֶר יְהוָה אֶל-מֹשֶׁה בֹּא אֶל-פַּרְעֹה כִּי-אֲנִי הִכְבַּדְתִּי אֶת-לִבּוֹ וְאֶת-לֵב עֲבָדָיו לְמַעַן שִׁתִי אֹתֹתַי אֵלֶּה בְּקִרְבּוֹ. ב וּלְמַעַן תְּסַפֵּר בְּאָזְנֵי בִנְךָ וּבֶן-בִּנְךָ אֵת אֲשֶׁר הִתְעַלַּלְתִּי בְּמִצְרַיִם וְאֶת-אֹתֹתַי אֲשֶׁר-שַׂמְתִּי בָם וִידַעְתֶּם כִּי-אֲנִי יְהוָה. ג וַיָּבֹא מֹשֶׁה וְאַהֲרֹן אֶל-פַּרְעֹה וַיֹּאמְרוּ אֵלָיו כֹּה-אָמַר יְהוָה אֱלֹהֵי הָעִבְרִים עַד-מָתַי מֵאַנְתָּ לֵעָנֹת מִפָּנָי שַׁלַּח עַמִּי וְיַעַבְדֻנִי. ד כִּי אִם-מָאֵן אַתָּה לְשַׁלֵּחַ אֶת-עַמִּי הִנְנִי מֵבִיא מָחָר אַרְבֶּה בִּגְבֻלֶךָ. ה וְכִסָּה אֶת-עֵין הָאָרֶץ וְלֹא יוּכַל לִרְאֹת אֶת-הָאָרֶץ וְאָכַל אֶת-יֶתֶר הַפְּלֵטָה הַנִּשְׁאֶרֶת לָכֶם מִן-הַבָּרָד וְאָכַל אֶת-כָּל-הָעֵץ הַצֹּמֵחַ לָכֶם מִן-הַשָּׂדֶה. ו וּמָלְאוּ בָתֶּיךָ וּבָתֵּי כָל-עֲבָדֶיךָ וּבָתֵּי כָל-מִצְרַיִם אֲשֶׁר לֹא-רָאוּ אֲבֹתֶיךָ וַאֲבוֹת אֲבֹתֶיךָ מִיּוֹם הֱיוֹתָם עַל-הָאֲדָמָה עַד הַיּוֹם הַזֶּה וַיִּפֶן וַיֵּצֵא מֵעִם פַּרְעֹה. ז וַיֹּאמְרוּ עַבְדֵי פַרְעֹה אֵלָיו עַד-מָתַי יִהְיֶה זֶה לָנוּ לְמוֹקֵשׁ שַׁלַּח אֶת-הָאֲנָשִׁים וְיַעַבְדוּ אֶת-יְהוָה אֱלֹהֵיהֶם הֲטֶרֶם תֵּדַע כִּי אָבְדָה מִצְרָיִם. ח וַיּוּשַׁב אֶת-מֹשֶׁה וְאֶת-אַהֲרֹן אֶל-פַּרְעֹה וַיֹּאמֶר אֲלֵהֶם לְכוּ עִבְדוּ אֶת-יְהוָה אֱלֹהֵיכֶם מִי וָמִי הַהֹלְכִים. ט וַיֹּאמֶר מֹשֶׁה בִּנְעָרֵינוּ וּבִזְקֵנֵינוּ נֵלֵךְ בְּבָנֵינוּ וּבִבְנוֹתֵנוּ בְּצֹאנֵנוּ וּבִבְקָרֵנוּ נֵלֵךְ כִּי חַג-יְהוָה לָנוּ. י וַיֹּאמֶר אֲלֵהֶם יְהִי כֵן יְהוָה עִמָּכֶם כַּאֲשֶׁר אֲשַׁלַּח אֶתְכֶם וְאֶת-טַפְּכֶם רְאוּ כִּי רָעָה נֶגֶד פְּנֵיכֶם. יא לֹא כֵן לְכוּ-נָא הַגְּבָרִים וְעִבְדוּ אֶת-יְהוָה כִּי אֹתָהּ אַתֶּם מְבַקְשִׁים וַיְגָרֶשׁ אֹתָם מֵאֵת פְּנֵי פַרְעֹה. {ס} יב וַיֹּאמֶר יְהוָה אֶל-מֹשֶׁה נְטֵה יָדְךָ עַל-אֶרֶץ מִצְרַיִם בָּאַרְבֶּה וְיַעַל עַל-אֶרֶץ מִצְרָיִם וְיֹאכַל אֶת-כָּל-עֵשֶׂב הָאָרֶץ אֵת כָּל-אֲשֶׁר הִשְׁאִיר הַבָּרָד. יג וַיֵּט מֹשֶׁה אֶת-מַטֵּהוּ עַל-אֶרֶץ מִצְרַיִם וַיהוָה נִהַג רוּחַ-קָדִים בָּאָרֶץ כָּל-הַיּוֹם הַהוּא וְכָל-הַלָּיְלָה הַבֹּקֶר הָיָה וְרוּחַ הַקָּדִים נָשָׂא אֶת-הָאַרְבֶּה. יד וַיַּעַל הָאַרְבֶּה עַל כָּל-אֶרֶץ מִצְרַיִם וַיָּנַח בְּכֹל גְּבוּל מִצְרָיִם כָּבֵד מְאֹד לְפָנָיו לֹא-הָיָה כֵן אַרְבֶּה כָּמֹהוּ וְאַחֲרָיו לֹא יִהְיֶה-כֵּן. טו וַיְכַס אֶת-עֵין כָּל-הָאָרֶץ וַתֶּחְשַׁךְ הָאָרֶץ וַיֹּאכַל אֶת-כָּל-עֵשֶׂב הָאָרֶץ וְאֵת כָּל-פְּרִי הָעֵץ אֲשֶׁר הוֹתִיר הַבָּרָד וְלֹא-נוֹתַר כָּל-יֶרֶק בָּעֵץ וּבְעֵשֶׂב הַשָּׂדֶה בְּכָל-אֶרֶץ מִצְרָיִם. טז וַיְמַהֵר פַּרְעֹה לִקְרֹא לְמֹשֶׁה וּלְאַהֲרֹן וַיֹּאמֶר חָטָאתִי לַיהוָה אֱלֹהֵיכֶם וְלָכֶם. יז וְעַתָּה שָׂא נָא חַטָּאתִי אַךְ הַפַּעַם וְהַעְתִּירוּ לַיהוָה אֱלֹהֵיכֶם וְיָסֵר מֵעָלַי רַק אֶת-הַמָּוֶת הַזֶּה. יח וַיֵּצֵא מֵעִם פַּרְעֹה וַיֶּעְתַּר אֶל-יְהוָה. יט וַיַּהֲפֹךְ יְהוָה רוּחַ-יָם חָזָק מְאֹד וַיִּשָּׂא אֶת-הָאַרְבֶּה וַיִּתְקָעֵהוּ יָמָּה סּוּף לֹא נִשְׁאַר אַרְבֶּה אֶחָד בְּכֹל גְּבוּל מִצְרָיִם. כ וַיְחַזֵּק יְהוָה אֶת-לֵב פַּרְעֹה וְלֹא שִׁלַּח אֶת-בְּנֵי יִשְׂרָאֵל. {פ}

כא וַיֹּאמֶר יְהוָה אֶל-מֹשֶׁה נְטֵה יָדְךָ עַל-הַשָּׁמַיִם וִיהִי חֹשֶׁךְ עַל-אֶרֶץ מִצְרָיִם וְיָמֵשׁ חֹשֶׁךְ. כב וַיֵּט מֹשֶׁה אֶת-יָדוֹ עַל-הַשָּׁמָיִם וַיְהִי חֹשֶׁךְ-אֲפֵלָה בְּכָל-אֶרֶץ מִצְרַיִם שְׁלֹשֶׁת יָמִים. כג לֹא-רָאוּ אִישׁ אֶת-אָחִיו וְלֹא-קָמוּ אִישׁ מִתַּחְתָּיו שְׁלֹשֶׁת יָמִים וּלְכָל-בְּנֵי יִשְׂרָאֵל הָיָה אוֹר בְּמוֹשְׁבֹתָם.

Exodus 10:1

Toen zei de Eeuwige tot Mozes: ga bij Farao

Ga bij Farao

Waarom staat er: "ga bij Farao" in plaats van "ga naar Farao?" God bracht Mozes in een kamer binnen een kamer, in de woning van de bovennatuurlijke machtige slang die de ziel van Egypte is uit wie veel minder slangen voortkomen. Mozes was bang hem te benaderen, omdat zijn wortels in hemelse regionen zijn, en hij benaderde zijn zijrivieren. Toen God zag dat Mozes bang was voor de slang zei hij: ga bij Farao.

Exodus 10:1

Ik heb verstokt zijn hart en het hart zijner dienaren

Harten verstokken

Wanneer Farao milder zou worden, zouden zijn dienaren en ministers hun hart verstokken; wanneer zij milder zouden worden, zou Farao zijn hart verstokken; wanneer beiden milder zouden worden, zou God hun harten verstokken.

Krachten van het kwaad

Mozes was bedroefd om de krachten van het kwaad te zien die tot zulke besluiten in staat was. Dus God zei tegen hem: zij bezitten uit zichzelf niet zulke kracht. Het is slechts omdat Ik hun harten heb verstokt...

Exodus 10:9

Met onze jongelingen en met onze grijsaards willen wij gaan; met onze zonen en onze dochters.

Geen toekomst voor het volk Israël

Farao was bereid de volwassenen te laten gaan, zolang als de kinderen achter blijven; want zolang de jongere generatie in Egypte blijft zou er geen toekomst zijn voor het volk Israël.

De "Farao's" in onze tijd hebben dezelfde houding. Als de ouderen zich wensen vast te houden aan de Joodse traditie is dat volledig acceptabel; maar de jeugd moet in de tijdgeest worden opgevoed.

Exodus 10:10

En de Farao zei tot hen: "...dat gij boosheid vóór uw aangezicht hebt."

Bloed der besnijdenis

Farao zei tot hen: "ik zie in mijn wichelarij die ster u tegemoet komen in de woestijn en zij is een teken van bloed en dood."

En toen Israël zich bezondigde aan het gouden kalf, en de Heilige, geloofd zij Hij, hen wilde ombrengen, zei Mozes in zijn gebed: waarom zullen de Egyptenaren zeggen als volgt: Hij bracht hen voort in kwaad." De Egyptenaren zullen zeggen: Inderdaad we hebben het al gezegd: "dat gij boosheid vóór uw aangezicht hebt." En aanstonds veranderde de Eeuwige van besluit omtrent het kwaad.

En God veranderde het bloed, van welke deze ster een embleem is, tot bloed der besnijdenis. Dus wanneer Jozua het volk Israël in de woestijn besneed (voor het binnentreden van het Heilige Land), zei hij: "heden heb Ik van u verwijderd de schande van Egypte" die namelijk tot u zeiden: "bloed zien wij over u in de woestijn."

Exodus 10:19

En de Eeuwige wendde de wind om in een zeer sterke westenwind, en deze nam de sprinkhaan op en dreef hem in de Schelfzee; er bleef niet één sprinkhaan over in het gehele gebied van Egypte.

Sprinkhanen

Toen de eerste sprinkhanen kwamen waren de Egyptenaren blij en zeiden: "Laten we ze vangen en ze in vaten stoppen." Toen zei God: "Ellendelingen! Zijn jullie blij met de plagen die ik op jullie gebracht hebben?" Onmiddellijk "wendde de Eeuwige de wind om in een zeer sterke westenwind, en deze nam de sprinkhaan op en dreef hem in de Schelfzee; er bleef niet één sprinkhaan over in het gehele gebied van Egypte." Zelfs niet deze die in de vaten waren gestopt.

Exodus 10:21

Strek uw hand uit hemelwaarts en er zij duisternis over het land Egypte.

Duisternis

Waarom bracht God duisternis over Egypte? Omdat er zondaars waren in Israël die Egyptische beschermheren hadden en leefden in welvaart en niet bereid waren te vertrekken. Dus God zei: "Als ik hen publiekelijk een plaag breng waaraan zij zullen overlijden, zullen de Egyptenaren zeggen: "Net als het ons treft, zo heeft het hen getroffen." Daarom bracht Hij duisternis over de Egyptenaren voor drie dagen, zodat de Israëlieten hun doden konden begraven zonder dat de vijanden hen zien.

Exodus 10:23

De een zag de ander niet en niemand stond op van zijn plaats gedurende drie dagen.

Zes dagen duisternis

Er waren zes dagen van duisternis...gedurende de eerste drie dagen zag de een de ander niet; gedurende de laatste drie dagen, hij die zat kon niet staan, hij die stond kon niet zitten, en hij die lag kon niet rechtop zitten.

Noden van zijn medemens

Er is geen grotere duisternis dan waarin de een de ander niet kan zien, waarin een persoon vergeetachtig wordt in de noden van zijn medemens. Wanneer dat gebeurt wordt een persoon belemmerd in zijn persoonlijke ontwikkeling - "nog stond iemand van zijn plaats op."



Samenvatting - vragen

Om voor uzelf te controleren of u de tekst goed begrepen heeft volgt hier een aantal vragen. De antwoorden vindt u terug in bovenstaande tekst.
  1. Waarom staat er: "ga bij Farao" in plaats van "ga naar Farao?"
  2. Wanneer zal God de harten van de Farao en zijn dienaren verstokken?
  3. Waarom moeten de kinderen van Israël in Egypte achterblijven?
  4. Waarom bracht God duisternis over Egypte?
  5. Wanneer is sprake van duisternis bij de mensen?

Lees verder

© 2008 - 2017 Etsel, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Joodse Bijbel: de tien plagen van EgypteJoodse Bijbel: de tien plagen van EgypteMet tien plagen treft G'd de Farao en Egypte. Na elke plaag belooft Farao het volk Israël te laten gaan, maar telkens ve…
Pesach: Het Pesach verhaalSinds de komst van Jozef en zijn familie naar Egypte vanwege de hongersnood in Kanaän, woonden er Joden in Egypte. Zij h…
Exodus: Mozes, farao, de tien plagen en de Egyptische godenExodus: Mozes, farao, de tien plagen en de Egyptische godenMozes, farao, de tien plagen van Egypte en de Egyptische goden en godinnen. Als Mozes in opdracht van God naar de Israël…
Pesach: Avadiem hajinoe "slaven waren wij voor Farao"Tijdens de ballingschap in Egypte waren de Joden slaven voor Farao. Een slaaf heeft geen eigen doel in het leven. Hij mo…
Torastudie 86: middernacht - Exodus (11:4 en 12:29)Torastudie 86: middernacht - Exodus (11:4 en 12:29)Precies om twaalf uur middernacht van de 15de Nissan 2448 (1313 voor gewone jaartelling) doodde God de eerstgeboren zone…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Tdjgordon / Pixabay
  • Zohar
  • Midrash HaGadol
  • De Chassidische meesters
  • Maayanah Shel Torah
  • Rashi
  • Midrash Rabbah
  • Chidushei HaRim

Reageer op het artikel "Torastudie 80: achtste en negende plaag - Exodus (10:1-23)"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Etsel
Laatste update: 03-04-2017
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Special: Torastudie
Bronnen en referenties: 8
Schrijf mee!