InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Torastudie 75: Eerste optreden van Mozes - Exodus (5:1-21)

Torastudie 75: Eerste optreden van Mozes - Exodus (5:1-21)

Torastudie 75: Eerste optreden van Mozes - Exodus (5:1-21) In Exodus 5:1-21 wordt verteld over Mozes' eerste optreden. Samen met Aäron gaat hij naar de Farao toe. Ze vertellen hem dat de Eeuwige wil dat Farao het Joodse Volk laat gaan. Farao antwoordt: wie is de Eeuwige? Farao wil dat Mozes en Aäron vertrekken en het volk laten doorwerken. De ambstlieden vangen de klappen van de Egyptenaren op zodat het Volk Israël minder lijdt. Toch klaagt het Volk Israël dat ze uiteen worden gescheurd tussen Mozes en de Farao.

Exodus 5:1-21

En daarna kwamen Mozes en Aharon en zeiden tot Farao: zo zegt de Eeuwige, de God van Israël: laat heentrekken Mijn volk, opdat zij Mij een feest vieren in de woestijn. Doch de Farao zei: wie is de Eeuwige, naar Wiens stem ik luisteren zou, om Israël te laten heentrekken? Ik ken de Eeuwige niet, en ik zal ook Israël niet laten heentrekken...Toen zagen de ambtslieden der kinderen Israëls zich in de nood, te moeten zeggen: gij moogt niets verminderen aan uw tichelstenen, de dagtaak op iedere dag. Toen zij nu Mozes en Aharon ontmoeten, die tegenover hen stonden, toen zij vertrokken van Farao, zeiden zij tot hen: de Eeuwige zie neer op en richt u, die ons in kwaden reuk hebt gebracht in de ogen van de Farao en in de ogen zijner dienaren, wegens het geven van een zwaard in hun hand, om ons te doden.

De volledige tekst in het Hebreeuws luidt:

א וְאַחַר בָּאוּ מֹשֶׁה וְאַהֲרֹן וַיֹּאמְרוּ אֶל-פַּרְעֹה כֹּה-אָמַר יְהוָה אֱלֹהֵי יִשְׂרָאֵל שַׁלַּח אֶת-עַמִּי וְיָחֹגּוּ לִי בַּמִּדְבָּר. ב וַיֹּאמֶר פַּרְעֹה מִי יְהוָה אֲשֶׁר אֶשְׁמַע בְּקֹלוֹ לְשַׁלַּח אֶת-יִשְׂרָאֵל לֹא יָדַעְתִּי אֶת-יְהוָה וְגַם אֶת-יִשְׂרָאֵל לֹא אֲשַׁלֵּחַ. ג וַיֹּאמְרוּ אֱלֹהֵי הָעִבְרִים נִקְרָא עָלֵינוּ נֵלְכָה נָּא דֶּרֶךְ שְׁלֹשֶׁת יָמִים בַּמִּדְבָּר וְנִזְבְּחָה לַיהוָה אֱלֹהֵינוּ פֶּן-יִפְגָּעֵנוּ בַּדֶּבֶר אוֹ בֶחָרֶב. ד וַיֹּאמֶר אֲלֵהֶם מֶלֶךְ מִצְרַיִם לָמָּה מֹשֶׁה וְאַהֲרֹן תַּפְרִיעוּ אֶת-הָעָם מִמַּעֲשָׂיו לְכוּ לְסִבְלֹתֵיכֶם. ה וַיֹּאמֶר פַּרְעֹה הֵן-רַבִּים עַתָּה עַם הָאָרֶץ וְהִשְׁבַּתֶּם אֹתָם מִסִּבְלֹתָם. ו וַיְצַו פַּרְעֹה בַּיּוֹם הַהוּא אֶת-הַנֹּגְשִׂים בָּעָם וְאֶת-שֹׁטְרָיו לֵאמֹר. ז לֹא תֹאסִפוּן לָתֵת תֶּבֶן לָעָם לִלְבֹּן הַלְּבֵנִים כִּתְמוֹל שִׁלְשֹׁם הֵם יֵלְכוּ וְקֹשְׁשׁוּ לָהֶם תֶּבֶן. ח וְאֶת-מַתְכֹּנֶת הַלְּבֵנִים אֲשֶׁר הֵם עֹשִׂים תְּמוֹל שִׁלְשֹׁם תָּשִׂימוּ עֲלֵיהֶם לֹא תִגְרְעוּ מִמֶּנּוּ כִּי-נִרְפִּים הֵם עַל-כֵּן הֵם צֹעֲקִים לֵאמֹר נֵלְכָה נִזְבְּחָה לֵאלֹהֵינוּ. ט תִּכְבַּד הָעֲבֹדָה עַל-הָאֲנָשִׁים וְיַעֲשׂוּ-בָהּ וְאַל-יִשְׁעוּ בְּדִבְרֵי-שָׁקֶר. י וַיֵּצְאוּ נֹגְשֵׂי הָעָם וְשֹׁטְרָיו וַיֹּאמְרוּ אֶל-הָעָם לֵאמֹר כֹּה אָמַר פַּרְעֹה אֵינֶנִּי נֹתֵן לָכֶם תֶּבֶן. יא אַתֶּם לְכוּ קְחוּ לָכֶם תֶּבֶן מֵאֲשֶׁר תִּמְצָאוּ כִּי אֵין נִגְרָע מֵעֲבֹדַתְכֶם דָּבָר. יב וַיָּפֶץ הָעָם בְּכָל-אֶרֶץ מִצְרָיִם לְקֹשֵׁשׁ קַשׁ לַתֶּבֶן. יג וְהַנֹּגְשִׂים אָצִים לֵאמֹר כַּלּוּ מַעֲשֵׂיכֶם דְּבַר-יוֹם בְּיוֹמוֹ כַּאֲשֶׁר בִּהְיוֹת הַתֶּבֶן. יד וַיֻּכּוּ שֹׁטְרֵי בְּנֵי יִשְׂרָאֵל אֲשֶׁר-שָׂמוּ עֲלֵהֶם נֹגְשֵׂי פַרְעֹה לֵאמֹר מַדּוּעַ לֹא כִלִּיתֶם חָקְכֶם לִלְבֹּן כִּתְמוֹל שִׁלְשֹׁם גַּם-תְּמוֹל גַּם-הַיּוֹם. טו וַיָּבֹאוּ שֹׁטְרֵי בְּנֵי יִשְׂרָאֵל וַיִּצְעֲקוּ אֶל-פַּרְעֹה לֵאמֹר לָמָּה תַעֲשֶׂה כֹה לַעֲבָדֶיךָ. טז תֶּבֶן אֵין נִתָּן לַעֲבָדֶיךָ וּלְבֵנִים אֹמְרִים לָנוּ עֲשׂוּ וְהִנֵּה עֲבָדֶיךָ מֻכִּים וְחָטָאת עַמֶּךָ. יז וַיֹּאמֶר נִרְפִּים אַתֶּם נִרְפִּים עַל-כֵּן אַתֶּם אֹמְרִים נֵלְכָה נִזְבְּחָה לַיהוָה. יח וְעַתָּה לְכוּ עִבְדוּ וְתֶבֶן לֹא-יִנָּתֵן לָכֶם וְתֹכֶן לְבֵנִים תִּתֵּנוּ. יט וַיִּרְאוּ שֹׁטְרֵי בְנֵי-יִשְׂרָאֵל אֹתָם בְּרָע לֵאמֹר לֹא-תִגְרְעוּ מִלִּבְנֵיכֶם דְּבַר-יוֹם בְּיוֹמוֹ. כ וַיִּפְגְּעוּ אֶת-מֹשֶׁה וְאֶת-אַהֲרֹן נִצָּבִים לִקְרָאתָם בְּצֵאתָם מֵאֵת פַּרְעֹה. כא וַיֹּאמְרוּ אֲלֵהֶם יֵרֶא יְהוָה עֲלֵיכֶם וְיִשְׁפֹּט אֲשֶׁר הִבְאַשְׁתֶּם אֶת-רֵיחֵנוּ בְּעֵינֵי פַרְעֹה וּבְעֵינֵי עֲבָדָיו לָתֶת-חֶרֶב בְּיָדָם לְהָרְגֵנוּ.

Exodus 5:1

En daarna kwamen Mozes en Aharon en zeiden tot Farao.

De oudsten

Waar waren de oudsten gebleven? Zij worden hier niet genoemd, hoewel God tegen Mozes had gezegd: "En jullie zullen komen, jij en de oudsten van Israël, naar de koning van Egypte."
Onze wijzen verklaarden dat de oudsten inderdaad met hen meegingen, maar gingen heimelijk weg, enkel of in paren, zodat tegen de tijd zij het paleis van de Farao bereikten, er niemand van hen daar was.
Om deze reden, toen Mozes en Aäron met de oudsten naar de Berg Sinaï gingen om de Tora te ontvangen, stuurde God hen weg, want er staat in Exodus 24:14: En tot de oudsten zei hij: wacht hier op ons.

Exodus 5:2

Doch Farao zei: wie is de Eeuwige?

Farao

Die dag was de dag van Farao voor de ontvangst van ambassadeurs, toen alle koningen hem eer kwamen bewijzen, met hen mee brengend kronen waarmee zij hem heer van de wereld kroonde, en ook hun afgoden brachten ze met hen mee.
Nadat zij hem kroonden, kwamen de dienaren van Farao en zeiden: "Twee oude mannen staan bij de poort."
Wanneer Mozes en Aharon binnenkwamen, vroeg Farao hen, Wie zijn jullie?"
"Wij zijn de ambassadeurs van God, gezegend is Hij."
"Wat willen jullie?"
"Dus zegt God, de God van Israël: "Laat mijn volk gaan, zodat zij een feest voor Me vieren in de woestijn."
"Heeft hij geen gevoel me een kroon te sturen, dat jullie slechts met woorden komen? Wacht, terwijl ik in mijn gegevens kijk."
Farao ging van alle landen de goden uitzoeken. Toen zei hij tegen hen: "Ik heb in mijn archieven gezocht maar kan hem niet vinden. Is hij jong of oud? Heeft hij veel steden veroverd? Hoeveel gebieden heeft hij onderworpen? Wanneer besteeg hij de troon?"

Exodus 5:4

Toen zei tot hen de koning van Egypte: waarom houdt gij, Mozes en Aharon het volk af van zijn werkzaamheden? Gaat aan uw lastdiensten.

Stam Levi

Het was de gewoonte dat elke natie leraren had voor haar geloof. Om deze reden hoefde de stam Levi niet deel te nemen aan de gedwongen arbeid. De Farao erkende ze als de wijzen en oudsten van het Joodse Volk. Dus Farao zei tegen Mozes en Aharon "Ga naar jullie arbeid", omdat de slavernij niet de stam Levi betrof.

Exodus 5:14

Geslagen werden de ambtslieden der kinderen Israëls die de drijvers van Farao over hen gesteld hadden, zeggende: waarom hebt gij nog gisteren, noch heden afgemaakt uw taak van tichelstenen maken, zoals eergisteren.

Ambtslieden

Deze ambtslieden waren waardevol omdat ze hun leven in de waagschaal stelden voor Israël. Zij vingen de slagen op van de Egyptenaren zodat Israëls taak lichter werd. Zij kregen de heilige geest, zoals God later Mozes instrueerde: "Verzamel voor Me zeventig man van de oudsten van Israël, van wie je weet dat het de oudsten van het volk zijn en ambtslieden over hen." God zei: "Omdat zij werden geslagen omwille van Israël, zullen zij de heilige geest ontvangen en aangesteld worden als profeten over hen.

Exodus 5:21

Zeiden zij tot hen: de Eeuwige zie neer op en richt u, die ons in kwaden reuk hebt gebracht in de ogen van de Farao en in de ogen zijner dienaren, wegens het geven van een zwaard in hun hand, om ons te doden.

Lam en wolf

Zij zeiden tegen Mozes: "Met wat worden we vergeleken? Met een lam die door een wolf wordt verslonden en vervolgens een schaapsherder komt die het bevrijdt uit de kaken van de wolf. Door de schaapsherder en de wolf wordt het lam in tweeën gescheurd." Dus Israël zegt: Mozes, tussen jou en Farao gaan we dood.



Samenvatting - vragen

Om voor uzelf te controleren of u de tekst goed begrepen heeft volgt hier een aantal vragen. De antwoorden vindt u terug in bovenstaande tekst.
  1. Waar waren de oudsten gebleven?
  2. Waarom kon Farao God niet vinden?
  3. Welke stam hoefde niet in slavernij te leven?
  4. Wat deden de ambtslieden?
  5. Met wat vergelijkt het volk Israël zichzelf?

Lees verder

© 2008 - 2017 Etsel, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Torastudie 67: geboorte Mozes/opvoeding - Exodus (2:1-10)Torastudie 67: geboorte Mozes/opvoeding - Exodus (2:1-10)In Exodus 2:1-10 wordt verteld dat Mozes wordt geboren in een tijd dat Farao een decreet uitvaardigt om alle Joodse baby…
Joodse Bijbel: de geboorte van MozesJoodse Bijbel: de geboorte van MozesDe dag nadert wanneer, volgens de Egyptische astrologen, de bevrijder van de kinderen van Israël geboren zal worden. Omd…
Joodse Bijbel: Mozes en Aäron bij de FaraoJoodse Bijbel: Mozes en Aäron bij de FaraoMozes keert terug naar Egypte. Samen met zijn broer Aäron gaat hij naar de Farao. Verbaasd en bang door hun plotselinge…
Exodus: Mozes, farao, de tien plagen en de Egyptische godenExodus: Mozes, farao, de tien plagen en de Egyptische godenMozes, farao, de tien plagen van Egypte en de Egyptische goden en godinnen. Als Mozes in opdracht van God naar de Israël…
Torastudie 94: Mirjam - tamboerijnen - Exodus (15:20)Torastudie 94: Mirjam - tamboerijnen - Exodus (15:20)De Joden hadden het zwaar te verduren in Egypte. Ze werden als slaaf wreed behandeld. Farao besloot zelfs de eerstgebore…
Bronnen en referenties

Reageer op het artikel "Torastudie 75: Eerste optreden van Mozes - Exodus (5:1-21)"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Etsel
Laatste update: 28-03-2017
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Special: Torastudie
Bronnen en referenties: 3
Schrijf mee!