InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Torastudie 69: Roeping van Mozes I - Exodus (3:1-14)

Torastudie 69: Roeping van Mozes I - Exodus (3:1-14)

Torastudie 69: Roeping van Mozes I - Exodus (3:1-14) In Exodus 3:1-14 lezen we dat God Mozes roept om Zijn Volk uit de slavernij van Egypte te redden. God verschijnt in een brandend doornbos dat niet verteert. God stelt zich aan Mozes voor als de God van zijn vader Amram. God heeft de ellende gezien van Zijn volk in Egypte en vraagt Mozes, die door God als groot leider wordt beschouwd vanwege zijn nederigheid, om naar de Farao te gaan en het volk uit Egypte te leiden.

Exodus 3:1-14

Mozes nu weidde het kleinvee van Jithro, zijn schoonvader, de priester van Midjan, en dreef het kleinvee naar de woestijn, en kwam naar de berg Gods, naar Choreb. Toen verscheen hem een engel des Eeuwigen in een vuurvlam van uit het doornbos; hij zag, en zie, het doornbos brandde in het vuur, maar het doornbos werd niet verteerd. Hierop zei Mozes: laat mij toch heengaan en zien die grote verschijning: waarom het doornbos niet verbrandt. Toen de Eeuwige zag, dat hij heenging om te zien, riep God hem van uit het doornbos en zei: Mozes! Mozes! en deze zei: hier ben ik...En Mozes zei tot God: zie, kom ik tot de kinderen Israëls en zeg ik tot hen: de God uwer vaderen heeft mij tot u gezonden, en zeggen zij mij: hoe is Zijn naam? wat zal ik dan tot hen zeggen? Hierop zei God tot Mozes: Ik ben, die Ik zal zijn; en Hij zei: zo zult gij zeggen tot de kinderen Israëls: Hij die altijd dezelfde zal zijn, heeft mij tot u gezonden.

De volledige tekst in het Hebreeuws luidt:

א וּמֹשֶׁה הָיָה רֹעֶה אֶת-צֹאן יִתְרוֹ חֹתְנוֹ כֹּהֵן מִדְיָן וַיִּנְהַג אֶת-הַצֹּאן אַחַר הַמִּדְבָּר וַיָּבֹא אֶל-הַר הָאֱלֹהִים חֹרֵבָה. ב וַיֵּרָא מַלְאַךְ יְהוָה אֵלָיו בְּלַבַּת-אֵשׁ מִתּוֹךְ הַסְּנֶה וַיַּרְא וְהִנֵּה הַסְּנֶה בֹּעֵר בָּאֵשׁ וְהַסְּנֶה אֵינֶנּוּ אֻכָּל. ג וַיֹּאמֶר מֹשֶׁה אָסֻרָה-נָּא וְאֶרְאֶה אֶת-הַמַּרְאֶה הַגָּדֹל הַזֶּה מַדּוּעַ לֹא-יִבְעַר הַסְּנֶה. ד וַיַּרְא יְהוָה כִּי סָר לִרְאוֹת וַיִּקְרָא אֵלָיו אֱלֹהִים מִתּוֹךְ הַסְּנֶה וַיֹּאמֶר מֹשֶׁה מֹשֶׁה וַיֹּאמֶר הִנֵּנִי. ה וַיֹּאמֶר אַל-תִּקְרַב הֲלֹם שַׁל-נְעָלֶיךָ מֵעַל רַגְלֶיךָ כִּי הַמָּקוֹם אֲשֶׁר אַתָּה עוֹמֵד עָלָיו אַדְמַת-קֹדֶשׁ הוּא. ו וַיֹּאמֶר אָנֹכִי אֱלֹהֵי אָבִיךָ אֱלֹהֵי אַבְרָהָם אֱלֹהֵי יִצְחָק וֵאלֹהֵי יַעֲקֹב וַיַּסְתֵּר מֹשֶׁה פָּנָיו כִּי יָרֵא מֵהַבִּיט אֶל-הָאֱלֹהִים. ז וַיֹּאמֶר יְהוָה רָאֹה רָאִיתִי אֶת-עֳנִי עַמִּי אֲשֶׁר בְּמִצְרָיִם וְאֶת-צַעֲקָתָם שָׁמַעְתִּי מִפְּנֵי נֹגְשָׂיו כִּי יָדַעְתִּי אֶת-מַכְאֹבָיו. ח וָאֵרֵד לְהַצִּילוֹ מִיַּד מִצְרַיִם וּלְהַעֲלֹתוֹ מִן-הָאָרֶץ הַהִוא אֶל-אֶרֶץ טוֹבָה וּרְחָבָה אֶל-אֶרֶץ זָבַת חָלָב וּדְבָשׁ אֶל-מְקוֹם הַכְּנַעֲנִי וְהַחִתִּי וְהָאֱמֹרִי וְהַפְּרִזִּי וְהַחִוִּי וְהַיְבוּסִי. ט וְעַתָּה הִנֵּה צַעֲקַת בְּנֵי-יִשְׂרָאֵל בָּאָה אֵלָי וְגַם-רָאִיתִי אֶת-הַלַּחַץ אֲשֶׁר מִצְרַיִם לֹחֲצִים אֹתָם. י וְעַתָּה לְכָה וְאֶשְׁלָחֲךָ אֶל-פַּרְעֹה וְהוֹצֵא אֶת-עַמִּי בְנֵי-יִשְׂרָאֵל מִמִּצְרָיִם. יא וַיֹּאמֶר מֹשֶׁה אֶל-הָאֱלֹהִים מִי אָנֹכִי כִּי אֵלֵךְ אֶל-פַּרְעֹה וְכִי אוֹצִיא אֶת-בְּנֵי יִשְׂרָאֵל מִמִּצְרָיִם. יב וַיֹּאמֶר כִּי-אֶהְיֶה עִמָּךְ וְזֶה-לְּךָ הָאוֹת כִּי אָנֹכִי שְׁלַחְתִּיךָ בְּהוֹצִיאֲךָ אֶת-הָעָם מִמִּצְרַיִם תַּעַבְדוּן אֶת-הָאֱלֹהִים עַל הָהָר הַזֶּה. יג וַיֹּאמֶר מֹשֶׁה אֶל-הָאֱלֹהִים הִנֵּה אָנֹכִי בָא אֶל-בְּנֵי יִשְׂרָאֵל וְאָמַרְתִּי לָהֶם אֱלֹהֵי אֲבוֹתֵיכֶם שְׁלָחַנִי אֲלֵיכֶם וְאָמְרוּ-לִי מַה-שְּׁמוֹ מָה אֹמַר אֲלֵהֶם. יד וַיֹּאמֶר אֱלֹהִים אֶל-מֹשֶׁה אֶהְיֶה אֲשֶׁר אֶהְיֶה וַיֹּאמֶר כֹּה תֹאמַר לִבְנֵי יִשְׂרָאֵל אֶהְיֶה שְׁלָחַנִי אֲלֵיכֶם.

Exodus 3:1

Mozes nu weidde het kleinvee van Jithro.

God test de rechtvaardige

God test de rechtvaardige. Hoe doet Hij dat? Met schapen.
Hij testte David door schapen en vond hem een goede schaapsherder. Als een schaapsherder brengt David de kleinste schapen eerst zodat ze in het malse gras kunnen grazen; dan staat hij de oude schapen toe om in het gewone gras te grazen; als laatste brengt hij de jonge levendige schapen om in het taaiste gras te grazen. Hierop zei God: Hij die weet hoe voor schapen te zorgen zal voor mijn volk zorgen.
Ook Mozes werd door God getest door schapen. Onze rabbijnen vertellen dat toen Mozes het kleinvee van Jithro in de wildernis weidde, hem een lammetje ontglipte. Hij rende er achteraan tot het een schaduw plaats bereikte. Daar was een stroompje en het lammetje stopte om te drinken. Mozes zei: Ik wist niet dat je wegrende omdat je dorst had. Hij zette het lammetje op zijn schouder en wandelde terug. Daarop zei God: Omdat je weet hoe kleinvee te begeleiden, mag je Mijn volk Israël leiden.

Exodus 3:1

En hij kwam naar de berg Gods, naar Choreb.

Vijf namen

De berg had vijf namen: de berg Gods, Berg Bashan, Berg van Pieken, Berg Choreb en Berg Sinaï.

Exodus 3:2

Toen verscheen hem een engel des Eeuwigen in een vuurvlam vanuit het doornbos

Doornbos

Waarom in een doornbos en niet in een andere boom? Om aan te tonen dat "Ik bij hen ben in hun kwelling."

Exodus 3:2

Het doornbos brandde in vuur, maar het doornbos werd niet verteerd.

Verteren

Mozes had zichzelf geleerd dat de Egyptische macht Israël verteert. Dus God toonde hem een vuur dat brandde maar niet verteerde, zeggende tegen hem: "Net zoals het doornbos brandt en niet wordt verteerd, zo zullen de Egyptenaren niet in staat zijn Israël te vernietigen."

Fruitbomen

De mens is een boom in het veld (Deuteronomium 20:19). Maar het veld heeft verschillende soorten bomen. De Talmoed vergelijkt de rechtvaardige Tora geleerden met fruitbomen die schoonheid, geur en voeding aan de wereld schenkt. De fruitbomen branden ook - zij branden met de extase van hun Tora studie, met het drift van hun gebed, met de warmte van hun goede daden. Maar die van hen is een vuur dat brandt en uitbrandt, een vuur dat wordt gevoed door de woorden van de Tora en gebed en de vervulling van de Goddelijke wil.
Maar het doornbos brandt met een vuur dat nooit is verzadigd. De simpele Jood, die de diepte van de Tora niet kan doorgronden, die nauwelijks zijn gebeden kan articuleren, die weinig verstand heeft van de betekenis van een mitswa, heeft een dorst die nooit wordt gelest. Zijn hart brandt met een vurig verlangen naar God waarvan hij nooit hoopt dat die stil wordt, met een liefde waarvan hij nooit hoopt dat die verteert.
Toen Mozes, de meest perfecte mens, de kern van de vlam zag dat smeulde in het doornbos, werd hij nederig door het aanzicht. Ik moet hier vandaan weggaan waar ik ben en ernaar streven in mijzelf het onverzadigbare vuur van de simpele Jood wakker te maken.

Exodus 3:4-6

God riep hem vanuit het doornbos: "Ik ben de God van uw vader."

Stem van Amram

God riep Mozes eerst met de stem van Amram zijn vader, om hem niet te laten schrikken. Op dat moment riep Mozes blij: "Mijn vader leeft nog steeds." God zei: "Ik ben niet je vader, maar de God van je vader."

Exodus 3:6

Toen verborg Mozes zijn aangezicht, want hij vreesde ervoor, naar God te zien.

Gezicht verbergen

Rabbi Joshua ben Korach en Rabbi Hoshaia bespraken dit voorval. De eerste zei: Mozes deed er niet goed aan zijn gezicht te beschermen, want als hij het niet had gedaan, dan zou God geopenbaard hebben wat boven en wat onder is, wat is gebeurd en wat zal gebeuren.
Rabbi Hoshaia zei: Mozes deed er goed aan zijn gezicht te verbergen. God zei tegen hem: Omdat je me respect toonde en je gezicht verborg toen ik Mezelf aan je toonde, verzeker ik je dat je bij Me zal zijn op de berg voor 40 dagen en 40 nachten, waarin je niet zal eten noch zal drinken, maar vasten onder de pracht van de Goddelijke Aanwezigheid.

Exodus 3:11-12

Hierop zei Mozes tot God: wie ben ik, dat ik gaan zou tot Farao? En Hij zei: daar Ik met u zal zijn, en dit zij u tot teken, dat Ik u gezonden heb.

Nederigheid

Dit zelf -je nederigheid- is de reden waarom Ik je gekozen heb.

Twee broers

Er is een verhaal over twee broers, beide discipelen van Rebbe van Lublin, die dienden als Chassidische rabbijnen. Eén heeft veel volgelingen en de andere slechts een paar.
De tweede broer zei tegen de eerste: "Ik begrijp het niet. We zijn beide discipelen van onze meester; we bezitten allebei evenveel kennis en vroomheid; dus waarom komen zo weinig Chassidiem naar mij en zo veel naar jou?"
De eerste broer antwoordde: "Ik stel me dezelfde vraag. Waarom komen ze naar mij in plaats van naar jou? Maar het blijkt dat in beide gevallen onze vraag ook het het antwoord is. Ze komen niet naar jou omdat je niet kan begrijpen waarom ze niet naar jou komen; en ze komen naar mij omdat ik niet begrijp waarom ze naar mij komen."

Exodus 3:14

Hierop zei God tot Mozes: Ik ben, die Ik zal zijn; en Hij zei: zo zult gij zeggen tot de kinderen Israëls: Hij, die altijd dezelfde zal zijn, heeft mij tot u gezonden.

Ik ben

God zei tegen Mozes: "Ga en zeg tegen Israël: 'Ik ben' met je in deze dienstbaarheid, en 'Ik ben' met jullie in de dienstbaarheid van de andere koninkrijken."
Mozes zei tegen God: "Meester van het Universum! Het is genoeg dat zij omgaan met elk probleem in haar eigen tijd." (waarom nu met hen praten over hun toekomstige onderdrukkingen).
God zei: "Je hebt goed gesproken. Ga en vertel hen: 'Ik ben' heeft me naar jullie gezonden.

Naam van God

God zei tegen Mozes: "Wil je Mijn naam weten? Ik word genoemd naar Mijn daden. Ik mag genoemd worden E-l Sha-dai of Tzevakot of Elohiem of HaVaYa. Wanneer ik Mijn wezens beoordeel, heet ik Elohiem. Wanneer Ik oorlog voer tegen de goddelozen, heet ik Tzevakot. Wanneer ik de zonde van de mens tolereer, heet ik E-l Sha-dai. Wanneer ik medelijden toon aan Mijn wereld word Ik HaVaYa genoemd..."



Samenvatting - vragen

Om voor uzelf te controleren of u de tekst goed begrepen heeft volgt hier een aantal vragen. De antwoorden vindt u terug in bovenstaande tekst.
  1. Hoe test God de rechtvaardige?
  2. Welke vijf namen heeft de Berg Choreb?
  3. Waarom verscheen een engel in een doornbos en niet in een andere boom?
  4. Waarop berust de vergelijking van een doornbos met Israël?
  5. Waarmee vergelijkt de Talmoed de rechtvaardige Tora geleerden?
  6. Op welke wijze sprak God Mozes voor het eerst aan?
  7. Op welke wijze beloonde God Mozes toen deze zijn gezicht verborg voor God?
  8. Waarom heeft God Mozes gekozen om het Joodse volk te bevrijden?
  9. Noem verschillende namen voor God.

Lees verder

© 2008 - 2017 Etsel, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Joodse Bijbel: Mozes en Aäron bij de FaraoJoodse Bijbel: Mozes en Aäron bij de FaraoMozes keert terug naar Egypte. Samen met zijn broer Aäron gaat hij naar de Farao. Verbaasd en bang door hun plotselinge…
De symbolische besnijdenis van Mozes, Exodus 4: 24-26De symbolische besnijdenis van Mozes, Exodus 4: 24-26Exodus 4: 24-26 beschrijft hoe Mozes in de nacht door wordt God aangevallen. Er volgt een doodsstrijd van Mozes. Hij bli…
Pesach: Avadiem hajinoe "slaven waren wij voor Farao"Tijdens de ballingschap in Egypte waren de Joden slaven voor Farao. Een slaaf heeft geen eigen doel in het leven. Hij mo…
Torastudie 72: Mozes en de Messias - Exodus (4:13)Torastudie 72: Mozes en de Messias - Exodus (4:13)De Joodse wijzen stellen dat de eerste verlosser de laatste verlosser zal zijn. Dit wil niet zeggen dat Mozes en de Masj…
Torastudie 70: Ik ben, die Ik zal zijn - Exodus (3:14)Torastudie 70: Ik ben, die Ik zal zijn - Exodus (3:14)In Exodus 3:14 staat: "Ik ben, die Ik zal zijn." Wanneer God aan Mozes verschijnt in het brandende doornbos en hem verzo…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Tdjgordon / Pixabay
  • Midrash Rabbah
  • Rashi
  • Rabbi Israel Baal Shem Tov
  • Avnei Azel
  • Maayanah Shel Torah
  • Talmoed

Reageer op het artikel "Torastudie 69: Roeping van Mozes I - Exodus (3:1-14)"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Etsel
Laatste update: 03-01-2017
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Special: Torastudie
Bronnen en referenties: 7
Schrijf mee!