InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Torastudie 78: eerste en tweede plaag -Exodus (7:10-28)

Torastudie 78: eerste en tweede plaag -Exodus (7:10-28)

Torastudie 78: eerste en tweede plaag -Exodus (7:10-28) In Exodus 7:10-28 wordt verteld over de eerste en de tweede plaag die Egypte treft. God straft Farao door al het water in de Nijl in bloed te veranderen. Alleen de Israëlieten drinken gewoon water; de Egyptenaren drinken bloed. Nadat de Egyptische tovenaars hetzelfde kunststukje uithalen, verstokt het hart van de Farao en weigert de Joden te laten gaan. Hierop straft God Egypte met de tweede plaag: kikvorsen teisteren het hele land.

Exodus 7:10-28

En Mozes en Aharon kwamen tot Farao en deden zoo, zoals de Eeuwige geboden had. Aharon wierp zijn staf vóór Farao en vóór zijn dienaren, en deze werd tot een slang. Toen riep ook Farao de wijzen en de wichelaars; en ook zij, de beeldschriftkundigen van Egypte, deden hun geheime kunsten zo. Zij wierpen, ieder zijn staf, en deze werden tot slangen; hierop verslond de staf van Aharon hun staven. Doch het hart van Farao bleef verstokt en hij luisterde niet naar hen, zoals de Eeuwige gesproken had. Toen zei de Eeuwige tot Mozes: verstokt is het hart van Farao; hij weigert, het volk te laten heentrekken. Ga tot Farao in de morgen, zie, dan gaat hij uit naar het water, en gij zult u tegenover hem plaatsen aan de oever der rivier; en de staf, die veranderd is in een slang, zult gij nemen in uw hand. En gij zult zeggen tot hem: de Eeuwige, de God der Hebreeën, heeft mij tot u gezonden, zeggende: laat Mijn volk heentrekken, opdat zij Mij dienen in de woestijn...Toen zeven dagen voleindigd waren, nadat de Eeuwige de rivier had geslagen, toen zei de Eeuwige tot Mozes: ga tot Farao en zeg tot hem: zo zegt de Eeuwige: laat Mijn volk heentrekken, opdat zij Mij dienen. En indien gij weigert te laten heentrekken, zie dan sla Ik uw geheel gebied met kikvorsen. En de rivier zal wemelen van kikvorsen, en deze zullen opstijgen en komen in uw huis en in uw slaapvertrek en op uw legerstede en in uw huis van uw dienaren en over uw volk, en in uw ovens en in uw baktroggen.

De volledige tekst in het Hebreeuws luidt:

י וַיָּבֹא מֹשֶׁה וְאַהֲרֹן אֶל-פַּרְעֹה וַיַּעֲשׂוּ כֵן כַּאֲשֶׁר צִוָּה יְהוָה וַיַּשְׁלֵךְ אַהֲרֹן אֶת-מַטֵּהוּ לִפְנֵי פַרְעֹה וְלִפְנֵי עֲבָדָיו וַיְהִי לְתַנִּין. יא וַיִּקְרָא גַּם-פַּרְעֹה לַחֲכָמִים וְלַמְכַשְּׁפִים וַיַּעֲשׂוּ גַם-הֵם חַרְטֻמֵּי מִצְרַיִם בְּלַהֲטֵיהֶם כֵּן. יב וַיַּשְׁלִיכוּ אִישׁ מַטֵּהוּ וַיִּהְיוּ לְתַנִּינִם וַיִּבְלַע מַטֵּה-אַהֲרֹן אֶת-מַטֹּתָם. יג וַיֶּחֱזַק לֵב פַּרְעֹה וְלֹא שָׁמַע אֲלֵהֶם כַּאֲשֶׁר דִּבֶּר יְהוָה. {ס} יד וַיֹּאמֶר יְהוָה אֶל-מֹשֶׁה כָּבֵד לֵב פַּרְעֹה מֵאֵן לְשַׁלַּח הָעָם. טו לֵךְ אֶל-פַּרְעֹה בַּבֹּקֶר הִנֵּה יֹצֵא הַמַּיְמָה וְנִצַּבְתָּ לִקְרָאתוֹ עַל-שְׂפַת הַיְאֹר וְהַמַּטֶּה אֲשֶׁר-נֶהְפַּךְ לְנָחָשׁ תִּקַּח בְּיָדֶךָ. טז וְאָמַרְתָּ אֵלָיו יְהוָה אֱלֹהֵי הָעִבְרִים שְׁלָחַנִי אֵלֶיךָ לֵאמֹר שַׁלַּח אֶת-עַמִּי וְיַעַבְדֻנִי בַּמִּדְבָּר וְהִנֵּה לֹא-שָׁמַעְתָּ עַד-כֹּה. יז כֹּה אָמַר יְהוָה בְּזֹאת תֵּדַע כִּי אֲנִי יְהוָה הִנֵּה אָנֹכִי מַכֶּה בַּמַּטֶּה אֲשֶׁר-בְּיָדִי עַל-הַמַּיִם אֲשֶׁר בַּיְאֹר וְנֶהֶפְכוּ לְדָם. יח וְהַדָּגָה אֲשֶׁר-בַּיְאֹר תָּמוּת וּבָאַשׁ הַיְאֹר וְנִלְאוּ מִצְרַיִם לִשְׁתּוֹת מַיִם מִן-הַיְאֹר. {ס} יט וַיֹּאמֶר יְהוָה אֶל-מֹשֶׁה אֱמֹר אֶל-אַהֲרֹן קַח מַטְּךָ וּנְטֵה-יָדְךָ עַל-מֵימֵי מִצְרַיִם עַל-נַהֲרֹתָם עַל-יְאֹרֵיהֶם וְעַל-אַגְמֵיהֶם וְעַל כָּל-מִקְוֵה מֵימֵיהֶם וְיִהְיוּ-דָם וְהָיָה דָם בְּכָל-אֶרֶץ מִצְרַיִם וּבָעֵצִים וּבָאֲבָנִים. כ וַיַּעֲשׂוּ-כֵן מֹשֶׁה וְאַהֲרֹן כַּאֲשֶׁר צִוָּה יְהוָה וַיָּרֶם בַּמַּטֶּה וַיַּךְ אֶת-הַמַּיִם אֲשֶׁר בַּיְאֹר לְעֵינֵי פַרְעֹה וּלְעֵינֵי עֲבָדָיו וַיֵּהָפְכוּ כָּל-הַמַּיִם אֲשֶׁר-בַּיְאֹר לְדָם. כא וְהַדָּגָה אֲשֶׁר-בַּיְאֹר מֵתָה וַיִּבְאַשׁ הַיְאֹר וְלֹא-יָכְלוּ מִצְרַיִם לִשְׁתּוֹת מַיִם מִן-הַיְאֹר וַיְהִי הַדָּם בְּכָל-אֶרֶץ מִצְרָיִם. כב וַיַּעֲשׂוּ-כֵן חַרְטֻמֵּי מִצְרַיִם בְּלָטֵיהֶם וַיֶּחֱזַק לֵב-פַּרְעֹה וְלֹא-שָׁמַע אֲלֵהֶם כַּאֲשֶׁר דִּבֶּר יְהוָה. כג וַיִּפֶן פַּרְעֹה וַיָּבֹא אֶל-בֵּיתוֹ וְלֹא-שָׁת לִבּוֹ גַּם-לָזֹאת. כד וַיַּחְפְּרוּ כָל-מִצְרַיִם סְבִיבֹת הַיְאֹר מַיִם לִשְׁתּוֹת כִּי לֹא יָכְלוּ לִשְׁתֹּת מִמֵּימֵי הַיְאֹר. כה וַיִּמָּלֵא שִׁבְעַת יָמִים אַחֲרֵי הַכּוֹת-יְהוָה אֶת-הַיְאֹר. {פ}

כו וַיֹּאמֶר יְהוָה אֶל-מֹשֶׁה בֹּא אֶל-פַּרְעֹה וְאָמַרְתָּ אֵלָיו כֹּה אָמַר יְהוָה שַׁלַּח אֶת-עַמִּי וְיַעַבְדֻנִי. כז וְאִם-מָאֵן אַתָּה לְשַׁלֵּחַ הִנֵּה אָנֹכִי נֹגֵף אֶת-כָּל-גְּבוּלְךָ בַּצְפַרְדְּעִים. כח וְשָׁרַץ הַיְאֹר צְפַרְדְּעִים וְעָלוּ וּבָאוּ בְּבֵיתֶךָ וּבַחֲדַר מִשְׁכָּבְךָ וְעַל-מִטָּתֶךָ וּבְבֵית עֲבָדֶיךָ וּבְעַמֶּךָ וּבְתַנּוּרֶיךָ וּבְמִשְׁאֲרוֹתֶיךָ. כט וּבְכָה וּבְעַמְּךָ וּבְכָל-עֲבָדֶיךָ יַעֲלוּ הַצְפַרְדְּעִים.

Exodus 7:10-12

Aharon wierp zijn staf vóór Farao en vóór zijn dienaren, en deze werd tot een slang. Toen riep ook Farao de wijzen en en de wichelaars; en ook zij, de beeldschriftkundigen van Egypte, deden hun geheime kunsten zo. Zij wierpen, ieder zijn staf, en deze werden tot slangen.

Magie

Toen begon Farao hen te bespotten en naar hen te kraaien als een haan, zeggende tegen hen: Dus dit zijn de tekenen van jullie God! Het is de gewoonte dat mensen goederen naar een plaats nemen waar een tekort is; maar importeert men vis in Akko? Zijn jullie niet bewust dat alle soorten magie binnen mijn gebied plaatsvinden?" Daarna brengt hij schoolkinderen en zij toonden ook deze wonderen.

Mozes zei: "Naar Kruidenstad brengt men kruiden."

Exodus 7:12

Hierop verslond de staf van Aharon hun staven.

Slang

God zei: "Als Aharons slang de slangen van de Egyptenaren zal verslinden dan is dat niet opmerkelijk, want slangen eten elkaar vaker op. Laat het daarom weer de vorm aannemen van een staf zodat de staf de andere staven verslindt.

Spreuken 3:17

De Tora is: "Haar wegen zijn liefelijk wegen, al haar paden zijn vrede" (Spreuken 3:17). Onze taak is om licht te creëren, niet om tegen duisternis te vechten. Toch is het soms nodig te vechten tegen degenen die ons willen vernietigen. Dus Mozes en Aharon dienen de macht van Egypte te verpulveren.

Hierin ligt de les van de slang die weer staf werd. De Jood is geen slang die haat spuwt. Zijn instrument van wraak is als een versteende staf, zo koud als de razernij van de oorlog.

Exodus 7:19

En de Eeuwige zei tot Mozes: zeg tot Aharon: neem uw staf en strek uw hand uit over de wateren van Egypte.

Aharon teistert het water

De eerste drie plagen (bloed, kikkers en ongedierte) werden door Aharon gebracht. Want God zei tegen Mozes: het water dat je beschermde toen je de rivier opdreef en de grond die je beschermde toen je de Egyptenaar begroef, zullen niet door jouw hand geteisterd worden. Daarom zal Ik ze via Aharon teisteren.

Exodus 7:19

In de houten en stenen voorwerpen.

Water

Als een Egyptenaar en een Israëliet uit hetzelfde vat water dronken dan werd het voor de Egyptenaar bloed en voor de Israëliet bleef het water. Als de Egyptenaar vroeg: "Mag ik uit jouw hand drinken", dan werd het water nog steeds bloed. Slechts wanneer de Egyptenaar er voor betaalde kon hij water drinken. Zo werden de Israëlieten rijk.

Exodus 7:25

Toen zeven dagen voleindigd waren, nadat de Eeuwige de rivier had geslagen.

Plagen

Met elk van de plagen waarschuwde Mozes hen voor 24 dagen, en de plagen zelf duurden zeven dagen.

Exodus 7:27

Zie, dan sla Ik uw geheel gebied met kikvorsen.

Ruzie tussen de Ethiopiërs en de Egyptenaren

De plagen die God op de Egyptenaren bracht hadden ook effect op de vrede onder hen. Hoe dan? Er was ruzie tussen de Ethiopiërs en de Egyptenaren; de laatsten zeiden: Onze grenzen reiken tot hier", terwijl de eersten claimden: "Onze grenzen reiken tot hier." Maar toen de kikkers kwamen was de ruzie voorbij, want de plaag trof alleen het Egyptische gebied en dus wisten de Ethiopiërs dat het niet van hen was.

Exodus 7:28

En de rivier zal wemelen van kikvorsen, en deze zullen opstijgen en komen in uw huis en in uw slaapvertrek en op uw legerstede en in uw huis van uw dienaren en over uw volk, en in uw ovens en in uw baktroggen.

De Goddelijke naam heiligen

Wat leidde Chanania, Mishael en Azaria naar de brandende ovens voor de heiliging van de Goddelijke Naam? (Daniël, hoofdstuk 3). Als kikkers, die niet de opdracht hadden de Goddelijke Naam te heiligen. "Wij hebben de opdracht wel de Goddelijke Naam te heiligen."

Zelfopoffering

"Zelfopoffering" is niet slechts de bereidheid te sterven voor iemands geloof; het is de manier waarop men leeft voor hen. Het is de bereidheid iemands "ego" op te offeren. In het Hebreeuws betekent 'zelfopoffering', mesiroet nefesh ('het geven van het leven' of het 'geven van de wil'). De uiterste test van geloof gaat verder dan de kwestie van leven en dood - het is de aard overtreffen ter wille van een hogere waarheid.



Samenvatting - vragen

Om voor uzelf te controleren of u de tekst goed begrepen heeft volgt hier een aantal vragen. De antwoorden vindt u terug in bovenstaande tekst.
  1. Waarom bespotte de Farao Mozes en Aharon?
  2. Waarom moest de slang van Aharon weer de vorm aannemen van een staf?
  3. Waarom werden de eerste drie plagen door Aharon gebracht en niet door Mozes?
  4. Waardoor werden de Israëlieten rijk?
  5. Waar hadden de Ethiopiërs en de Egyptenaren ruzie over en hoe werd dit opgelost?
  6. Wat houdt zelfopoffering in?

Lees verder

© 2008 - 2017 Etsel, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Joodse Bijbel: de tien plagen van EgypteJoodse Bijbel: de tien plagen van EgypteMet tien plagen treft G'd de Farao en Egypte. Na elke plaag belooft Farao het volk Israël te laten gaan, maar telkens ve…
Torastudie 86: middernacht - Exodus (11:4 en 12:29)Torastudie 86: middernacht - Exodus (11:4 en 12:29)Precies om twaalf uur middernacht van de 15de Nissan 2448 (1313 voor gewone jaartelling) doodde God de eerstgeboren zone…
Torastudie 81: Aankondiging tiende plaag - Exodus (11:1-2)Torastudie 81: Aankondiging tiende plaag - Exodus (11:1-2)In Exodus 11:1-2 wordt verteld dat de Eeuwige tegen Mozes zei dat Egypte en de Farao nog door één plaag getroffen zouden…
Bespreking Mozes op den Nijl (Bijbels gedicht)Mozes op den Nijl is een gedicht van Nicolaas Beets dat gelinkt kan worden aan het Bijbelverhaal van Mozes.De link wordt…
Torastudie 79: tweede tot zevende plaag -Exodus (8:3-9:33)Torastudie 79: tweede tot zevende plaag -Exodus (8:3-9:33)In Exodus 8:3-9:33 komen de tweede tot en met de zevende plaag aan de orde. Steeds vraagt Farao aan Mozes om de straf te…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Tdjgordon / Pixabay
  • Midrash Rabbah
  • Lubavitcher Rebbe
  • Mishnat Rabbi Eliezer
  • Talmoed, Pesachim 53b

Reageer op het artikel "Torastudie 78: eerste en tweede plaag -Exodus (7:10-28)"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Etsel
Laatste update: 02-04-2017
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Special: Torastudie
Bronnen en referenties: 5
Schrijf mee!