InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Torastudie 64: Jozefs dood - Genesis (50:2-26)

Torastudie 64: Jozefs dood - Genesis (50:2-26)

Torastudie 64: Jozefs dood - Genesis (50:2-26) In Genesis 50:2-26 wordt verteld over Jakobs begrafenis. Jakob wordt begraven in de Spelonk van Machpéla. Jozef troost zijn broers die bang zijn dat Jozef wraak wil nemen. Uiteindelijk sterft Jozef op 110 jarige leeftijd, nog eerder dan zijn broers.

Genesis 50:2-26

En Jozef gebood zijn dienaren, de geneesheren, zijn vader te balsemen; en de geneesheren balsemden Israël. Dit duurde bij hem veertig dagen, want zo lang duurden de dagen van het balsemen, en de Egyptenaren beweenden hem zeventig dagen. En toen de dagen dat men hem beweende, voorbijgegaan waren, sprak Jozef tot het huis van Farao...Toen Jozefs broeders zagen dat hun vader gestorven was, zeiden zij: Als Jozef zich nu maar niet op ons gaat wreken en ons ten volle al het kwaad vergeldt, dat wij hem hebben aangedaan...En Jozef deed de zonen van Israël zweren: God zal zeker naar u omzien; dan zult gij mijn gebeente van hier meevoeren. En Jozef stierf, honderd en tien jaar oud, en men balsemde hem, en hij werd in een kist gelegd, in Egypte.

De hele tekst in het Hebreeuws luidt:

ב וַיְצַו יוֹסֵף אֶת-עֲבָדָיו אֶת-הָרֹפְאִים לַחֲנֹט אֶת-אָבִיו וַיַּחַנְטוּ הָרֹפְאִים אֶת-יִשְׂרָאֵל. ג וַיִּמְלְאוּ-לוֹ אַרְבָּעִים יוֹם כִּי כֵּן יִמְלְאוּ יְמֵי הַחֲנֻטִים וַיִּבְכּוּ אֹתוֹ מִצְרַיִם שִׁבְעִים יוֹם. ד וַיַּעַבְרוּ יְמֵי בְכִיתוֹ וַיְדַבֵּר יוֹסֵף אֶל-בֵּית פַּרְעֹה לֵאמֹר אִם-נָא מָצָאתִי חֵן בְּעֵינֵיכֶם דַּבְּרוּ-נָא בְּאָזְנֵי פַרְעֹה לֵאמֹר. ה אָבִי הִשְׁבִּיעַנִי לֵאמֹר הִנֵּה אָנֹכִי מֵת בְּקִבְרִי אֲשֶׁר כָּרִיתִי לִי בְּאֶרֶץ כְּנַעַן שָׁמָּה תִּקְבְּרֵנִי וְעַתָּה אֶעֱלֶה-נָּא וְאֶקְבְּרָה אֶת-אָבִי וְאָשׁוּבָה. ו וַיֹּאמֶר פַּרְעֹה עֲלֵה וּקְבֹר אֶת-אָבִיךָ כַּאֲשֶׁר הִשְׁבִּיעֶךָ. ז וַיַּעַל יוֹסֵף לִקְבֹּר אֶת-אָבִיו וַיַּעֲלוּ אִתּוֹ כָּל-עַבְדֵי פַרְעֹה זִקְנֵי בֵיתוֹ וְכֹל זִקְנֵי אֶרֶץ-מִצְרָיִם. ח וְכֹל בֵּית יוֹסֵף וְאֶחָיו וּבֵית אָבִיו רַק טַפָּם וְצֹאנָם וּבְקָרָם עָזְבוּ בְּאֶרֶץ גֹּשֶׁן. ט וַיַּעַל עִמּוֹ גַּם-רֶכֶב גַּם-פָּרָשִׁים וַיְהִי הַמַּחֲנֶה כָּבֵד מְאֹד. י וַיָּבֹאוּ עַד-גֹּרֶן הָאָטָד אֲשֶׁר בְּעֵבֶר הַיַּרְדֵּן וַיִּסְפְּדוּ-שָׁם מִסְפֵּד גָּדוֹל וְכָבֵד מְאֹד וַיַּעַשׂ לְאָבִיו אֵבֶל שִׁבְעַת יָמִים. יא וַיַּרְא יוֹשֵׁב הָאָרֶץ הַכְּנַעֲנִי אֶת-הָאֵבֶל בְּגֹרֶן הָאָטָד וַיֹּאמְרוּ אֵבֶל-כָּבֵד זֶה לְמִצְרָיִם עַל-כֵּן קָרָא שְׁמָהּ אָבֵל מִצְרַיִם אֲשֶׁר בְּעֵבֶר הַיַּרְדֵּן. יב וַיַּעֲשׂוּ בָנָיו לוֹ כֵּן כַּאֲשֶׁר צִוָּם. יג וַיִּשְׂאוּ אֹתוֹ בָנָיו אַרְצָה כְּנַעַן וַיִּקְבְּרוּ אֹתוֹ בִּמְעָרַת שְׂדֵה הַמַּכְפֵּלָה אֲשֶׁר קָנָה אַבְרָהָם אֶת-הַשָּׂדֶה לַאֲחֻזַּת-קֶבֶר מֵאֵת עֶפְרֹן הַחִתִּי עַל-פְּנֵי מַמְרֵא. יד וַיָּשָׁב יוֹסֵף מִצְרַיְמָה הוּא וְאֶחָיו וְכָל-הָעֹלִים אִתּוֹ לִקְבֹּר אֶת-אָבִיו אַחֲרֵי קָבְרוֹ אֶת-אָבִיו. טו וַיִּרְאוּ אֲחֵי-יוֹסֵף כִּי-מֵת אֲבִיהֶם וַיֹּאמְרוּ לוּ יִשְׂטְמֵנוּ יוֹסֵף וְהָשֵׁב יָשִׁיב לָנוּ אֵת כָּל-הָרָעָה אֲשֶׁר גָּמַלְנוּ אֹתוֹ. טז וַיְצַוּוּ אֶל-יוֹסֵף לֵאמֹר אָבִיךָ צִוָּה לִפְנֵי מוֹתוֹ לֵאמֹר. יז כֹּה-תֹאמְרוּ לְיוֹסֵף אָנָּא שָׂא נָא פֶּשַׁע אַחֶיךָ וְחַטָּאתָם כִּי-רָעָה גְמָלוּךָ וְעַתָּה שָׂא נָא לְפֶשַׁע עַבְדֵי אֱלֹהֵי אָבִיךָ וַיֵּבְךְּ יוֹסֵף בְּדַבְּרָם אֵלָיו. יח וַיֵּלְכוּ גַּם-אֶחָיו וַיִּפְּלוּ לְפָנָיו וַיֹּאמְרוּ הִנֶּנּוּ לְךָ לַעֲבָדִים. יט וַיֹּאמֶר אֲלֵהֶם יוֹסֵף אַל-תִּירָאוּ כִּי הֲתַחַת אֱלֹהִים אָנִי. כ וְאַתֶּם חֲשַׁבְתֶּם עָלַי רָעָה אֱלֹהִים חֲשָׁבָהּ לְטֹבָה לְמַעַן עֲשֹׂה כַּיּוֹם הַזֶּה לְהַחֲיֹת עַם-רָב. כא וְעַתָּה אַל-תִּירָאוּ אָנֹכִי אֲכַלְכֵּל אֶתְכֶם וְאֶת-טַפְּכֶם וַיְנַחֵם אוֹתָם וַיְדַבֵּר עַל-לִבָּם. כב וַיֵּשֶׁב יוֹסֵף בְּמִצְרַיִם הוּא וּבֵית אָבִיו וַיְחִי יוֹסֵף מֵאָה וָעֶשֶׂר שָׁנִים. כג וַיַּרְא יוֹסֵף לְאֶפְרַיִם בְּנֵי שִׁלֵּשִׁים גַּם בְּנֵי מָכִיר בֶּן-מְנַשֶּׁה יֻלְּדוּ עַל-בִּרְכֵּי יוֹסֵף. כד וַיֹּאמֶר יוֹסֵף אֶל-אֶחָיו אָנֹכִי מֵת וֵאלֹהִים פָּקֹד יִפְקֹד אֶתְכֶם וְהֶעֱלָה אֶתְכֶם מִן-הָאָרֶץ הַזֹּאת אֶל-הָאָרֶץ אֲשֶׁר נִשְׁבַּע לְאַבְרָהָם לְיִצְחָק וּלְיַעֲקֹב. כה וַיַּשְׁבַּע יוֹסֵף אֶת-בְּנֵי יִשְׂרָאֵל לֵאמֹר פָּקֹד יִפְקֹד אֱלֹהִים אֶתְכֶם וְהַעֲלִתֶם אֶת-עַצְמֹתַי מִזֶּה. כו וַיָּמָת יוֹסֵף בֶּן-מֵאָה וָעֶשֶׂר שָׁנִים וַיַּחַנְטוּ אֹתוֹ וַיִּישֶׂם בָּאָרוֹן בְּמִצְרָיִם. {ש}

Genesis 50:2

En Jozef gebood zijn dienaren, de geneesheren, om zijn vader te balsemen.

Jozef sterft

Waarom stierf Jozef eerder dan zijn broers? Rabbi Juda HaNasi zei: Omdat hij zijn vader balsemde. De Heilige, gezegend is Hij, zei tegen hem: "Kan ik niet mijn rechtvaardigen behouden? Zei ik dus niet tegen hem 'Vrees niet de worm Jakob?'" De Rabbijnen waren het oneens: Het was Jakob die hen opdracht gaf te balsemen, want er wordt gezegd 'En zijn zonen deden hem zoals hij hen beval.'

Genesis 50:6

Hierop zei Farao: trek op en begraaf uw vader, zoals hij u heeft bezworen.

Zeventig talen

Toen Farao Jozef aanstelde als bestuurde over Egypte, protesteerden zijn ministers: "Wil je over ons een slaaf plaatsen die door zijn meester van 24 stukken zilver is gekocht!" Hij antwoordde hen: "Ik zie in hem koninklijke kenmerken." Zij zeiden tegen hem: "In dat geval moet hij bekend zijn met zeventig talen." Die nacht kwam de engel Gabriël bij Jozef langs en leerde hem zeventig talen...De volgende ochtend in welke taal Farao ook met Jozef sprak, antwoordde Jozef hem; maar toen Jozef tegen Farao sprak in de heilige taal, begreep Farao niet wat hij zei. Farao vroeg Jozef het hem te leren; hij onderwees het hem maar hij kon het niet leren. Farao zei tegen Jozef: "Zweer me dat je dit aan niemand zal openbaren"; en Jozef zwoor het hem.

Toen Jakob stierf, weigerde hij Jozef hem in het Land Kanaän te begraven. Toen Jozef tegen hem zei: "Mijn vader liet me zweren zeggende...Farao zei: "Vernietig je eed!" Jozef zei tegen Farao: "Moet ik ook mijn eed vernietigen betreffende u?" Toen ze Farao: "Trek op en begraaf uw vader, zoals hij u heeft bezworen."

Genesis 50:10

En zij kwamen tot Goren-Haätad (de dorsvloer van doornen), dat aan de overzijde van de Jordaan is, en hielden daar een zeer groot en zwaar rouwbeklag; en hij bedreef over zijn vader rouw zeven dagen.

Doodskist van Jakob

Maar is er een dorsvloer van doornen? Rabbi Abbahoe zei: Het vers leert ons dat zij de doodskist van Jakob versierden met kronen zoals een dorsvloer die omgeven is met een haag van doornen, omdat de zonen van Ezau, Ismaël en Ketoera ook kwamen...Zij kwamen om een oorlog te beginnen (tegen de Israëlieten); maar wanneer ze Jozefs kroon zagen hangen op Jakobs doodskist, namen zij allen hun kronen en hingen die op de doodskist. Er werd geleerd: 36 kronen hingen aan Jakobs doodskist.

Genesis 50:10

En hij bedreef over zijn vader rouw zeven dagen.

Zeven dagen van rouw

Van hier is ontleend de wet van zeven ("shiva") dagen van rouw na de dood.

Genesis 50:13

Zijn zonen droegen hem naar het land Kanaän en begroeven hem in de spelonk van het veld Machpéla.

Spelonk van Machpela

Toen Jakobs begrafenis processie het land Kanaän bereikte, hoorde Ezau dit en kwam met vele bewapende mannen naar Hebron en hij wilde niet toestaan dat Jozef zijn vader in de Spelonk van Machpéla zijn vader begroef. Hij zei: "Er zijn acht begraafplaatsen in de grot; Adam en Eva zijn hier al begraven, Abraham en Sara, Izaäk en Rebekka. Jakob heeft Lea in zijn deel begraven en het overige deel behoort mij toe.
Jakobs zonen zeiden tegen hem: "Je hebt je deel aan onze vader verkocht."
Ezau zei: "Ik heb mijn geboorterecht verkocht, maar verkocht ik mijn erfrecht?"
Zij zeiden: "Ja, je hebt het verkocht."
Hij zei tegen hen: "Toon me het document."
De zonen van Jakob zeiden: "Het document is in het land Egypte. Wie zal het halen? Laat Naftali gaan, want hij is zo snel als een hert."
Onder hen van Chusim de zoon van Dan, die doof was; dus hij vroeg hen: "Wat is er aan de hand?" zij zeiden tegen hem: "Ezau houdt de begrafenis tegen tot Naftali terugkeert uit Egypte."
Chusim zei: "Moet mijn grootvader daar liggen tot Naftali terugkeert uit Egypte!" Hij nam een zwaard en hakte daarmee Ezau's hoofd eraf dat in de Spelonk van Machpéla rolde en rustte bij Izaäks schoot, waar het nu ligt. Ezau's hoofd ligt in de schoot van Izaäk.
Daarmee kwam de profetie van Rebekka uit, namelijk dat ze rouwde om beiden op één dag. Hoewel ze beiden op een andere dag stierven vond de begrafenis op dezelfde dag plaats.

Genesis 50:15

Toen de broers van Jozef zagen dat hun vader gestorven was, zeiden zij: misschien zal Jozef ons haten en ons vergelden het kwade, dat wij hem hebben aangedaan.

Put

Wat zagen zij dat zij nu zo bang voor hem waren? Zij zagen dat op hun terugkeer van de begrafenis van hun vader, Jozef naar de put ging waarin zij hem hadden gegooid. (Jozef ging daar naartoe om de zegen te reciteren die een persoon verplicht is te reciteren op de plek waar een wonder voor hem werd getoond).

Genesis 50:16-17

En zij vaardigden af naar Jozef, om te zeggen: uw vader heeft gelast voor zijn dood als volgt: Zo zult gij zeggen tot Jozef:...

Liegen ter wille van de vrede

Rabbi I'laah zegt: "Een persoon wordt toegestaan te liegen ter wille van de vrede, want er staat geschreven: "En zij zonden het woord dringend naar Jozef, zeggende: Uw vader beval voor hij stierf, zeggende, zo zal je tot Jozef zeggen..."

Jakob zei dit niet, want hij verdacht Jozef niet van wraak.

Genesis 50:17

En Jozef weende toen men tot hem sprak.

Huilen

Hij huilde omdat zij hem verdachten van dit.

Genesis 50:19

Maar Jozef zei tot hen: "vreest niet, want ben ik in plaats van God!"

Kaarsen

Hij zei tegen hen: Als tien kaarsen niet in staat zijn één kaars te doven, zou men dan met één kaars tien kunnen doven?

Genesis 50:19-20

"Vreest niet, want ben ik in de plaats van God! Hebt gij ook kwaad tegen mij gesmeed, God heeft het ten goede gedacht."

Wreken

Jozef zei: Hebt gij ook kwaad tegen mij gesmeed, God heeft het ten goede gedacht; als ik mezelf zou wreken op jullie, zou ik ook hetzelfde doen. Maar dit kan ik niet doen, want alleen God kan dit doen...

Genesis 50:22

En Jozef leefde honderd en tien jaar.

Levensreikwijdte

De levensreikwijdte van zes paar waren gelijk: Rebekka en Kehot leefden beiden 133 jaar, Levi en Abraham 137 jaar, Jozef en Jozua 110 jaar, Samuël en Salomo 52 jaar, Mozes en Hille 120 jaar, Rabbi Jochanan ben Zakkai en Rabbi Akiva 120 jaar.

Autoriteit

Waarom stierf Jozef eerder dan zijn broers? Omdat hij autoriteit veronderstelt. Maar zei Rabbi Juda HaNasi niet tegen Rabban Gamliel, "Heers hogerhand en zaai angst onder je volgelingen?" Dit is een leiders openbaar gedrag, maar niet in zijn privé gedrag.

Genesis 50:24

Maar God zal u gedenken.

Teken

De Kinderen van Israël werd dit teken gegeven: wie komt en zegt pakod yifkod (zeker gedenken), is hun ware verlosser.

Genesis 50:26

En legde hem in een kist in Egypte.

IJzeren kist

De Egyptenaren legden Jozef in een ijzeren kist en dompelden het onder in de Nijl, zodat de wateren gezegend zouden zijn.



Samenvatting - vragen

Om voor uzelf te controleren of u de tekst goed begrepen heeft volgt hier een aantal vragen. De antwoorden vindt u terug in bovenstaande tekst.
  1. Waarom stierf Jozef eerder dan zijn broers?
  2. Waarom moest Jozef zeventig talen spreken?
  3. Hoe kwam het dat de broers bang waren voor Jozef?
  4. Wanneer mag gelogen worden?
  5. Waarom legden de Egyptenaren Jozef in een ijzeren kist en dompelden die onder in de Nijl?

Lees verder

© 2008 - 2017 Etsel, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Tora lezing - Parasha: GenesisDe Tora lezing in de synagoge begint met het Bijbelboek Genesis. De volgende parashot komen aan de orde: Parsha Bereishi…
Torastudie 56: Studiehuis in Egypte - Genesis 46Torastudie 56: Studiehuis in Egypte - Genesis 46In Genesis 46 wordt verteld dat Jakob naar Egypte verhuist en Juda vooruit stuurt om een studiehuis te vestigen voor het…
Joodse Bijbel: Jakob en zijn familie naar EgypteJoodse Bijbel: Jakob en zijn familie naar EgypteJakob is overdonderd wanneer hij van zijn zoons verneemt dat Jozef nog in leven is. Hij aanvaardt de uitnodiging om in E…
Torastudie 58: Jakobs verzoek om rust - Genesis 47Torastudie 58: Jakobs verzoek om rust - Genesis 47Clichés zijn banaal maar vaak waar. Bijvoorbeeld "onwetendheid is geluk". Ben je moedeloos van al de onrechtvaardigheid…
De eerste vijf boeken van de bijbelDe eerste vijf boeken van de bijbelWie de bijbel leest, begint meestal bij het begin. Om deze reden hier een korte inhoud van de eerste vijf boeken van de…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Tdjgordon / Pixabay
  • Midrash Rabbah
  • Talmoed, Sotah 36b
  • Talmoed, Sotah 13a; Rashi
  • Jeruzalem Talmoed
  • Targoem Yonatan
  • Midrash Tanchoema
  • Talmoed, Yevamot 65b; Rashi
  • Talmoed, Megillah 16b
  • De Oztrotzver Rebbe
  • Midrash Rabbah
  • Talmoed (manuscript), Berachot 55a
  • Talmoed, Sotah 13a

Reageer op het artikel "Torastudie 64: Jozefs dood - Genesis (50:2-26)"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Etsel
Laatste update: 20-12-2016
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Special: Torastudie
Bronnen en referenties: 13
Schrijf mee!