InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Torastudie 60: Jakob zegent zonen Jozef -Genesis (48:1-22)

Torastudie 60: Jakob zegent zonen Jozef -Genesis (48:1-22)

Torastudie 60: Jakob zegent zonen Jozef -Genesis (48:1-22) In Genesis 48:1-22 wordt verteld hoe Jakob de zonen van Jozef zegent. Menasse zal groot worden want Gideon stam van hem af. Maar Efraïm zal nog groter worden want Jozua stamt van hem af.

Genesis 48:1-22

Hierna gebeurde het, dat men tot Jozef zei: Zie, uw vader is ziek. Daarop nam hij zijn beide zonen met zich, Manasse en Efraïm. Toen men aan Jakob meegedeeld had: Zie, uw zoon Jozef komt tot u, verzamelde Israël al zijn krachten en ging op het bed zitten. En Jakob zei tot Jozef: God, de Almachtige, is mij verschenen te Luz in het land Kanaän en heeft mij gezegend en tot mij gezegd: zie, Ik zal u vruchtbaar maken, u vermenigvuldigen en u maken tot een menigte van volken; Ik zal dit land aan uw nageslacht geven tot een altoosdurende bezitting...Toen Israël de zonen van Jozef zag, zei hij: Wie zijn dit? En Jozef zei tot zijn vader: Dat zijn mijn zonen, die God mij gegeven heeft. Daarop zei hij: Breng hen tocht tot mij, opdat ik hen zegen. Israëls ogen nu waren dof geworden van ouderdom, hij kon niet zien...En hij plaatste Efraïm vóór Manasse. En Israël zei tot Jozef: Zie, ik ga sterven, maar God zal met u zijn en u terugbrengen naar het land van uw vader. En ik geef u, boven uw broers, een bergrug, die ik met mijn zwaard en mijn boog aan de Amorieten heb ontrukt.

De volledige tekst in het Hebreeuws luidt:

א וַיְהִי אַחֲרֵי הַדְּבָרִים הָאֵלֶּה וַיֹּאמֶר לְיוֹסֵף הִנֵּה אָבִיךָ חֹלֶה וַיִּקַּח אֶת-שְׁנֵי בָנָיו עִמּוֹ אֶת-מְנַשֶּׁה וְאֶת-אֶפְרָיִם. ב וַיַּגֵּד לְיַעֲקֹב וַיֹּאמֶר הִנֵּה בִּנְךָ יוֹסֵף בָּא אֵלֶיךָ וַיִּתְחַזֵּק יִשְׂרָאֵל וַיֵּשֶׁב עַל-הַמִּטָּה. ג וַיֹּאמֶר יַעֲקֹב אֶל-יוֹסֵף אֵל שַׁדַּי נִרְאָה-אֵלַי בְּלוּז בְּאֶרֶץ כְּנָעַן וַיְבָרֶךְ אֹתִי. ד וַיֹּאמֶר אֵלַי הִנְנִי מַפְרְךָ וְהִרְבִּיתִךָ וּנְתַתִּיךָ לִקְהַל עַמִּים וְנָתַתִּי אֶת-הָאָרֶץ הַזֹּאת לְזַרְעֲךָ אַחֲרֶיךָ אֲחֻזַּת עוֹלָם. ה וְעַתָּה שְׁנֵי-בָנֶיךָ הַנּוֹלָדִים לְךָ בְּאֶרֶץ מִצְרַיִם עַד-בֹּאִי אֵלֶיךָ מִצְרַיְמָה לִי-הֵם אֶפְרַיִם וּמְנַשֶּׁה כִּרְאוּבֵן וְשִׁמְעוֹן יִהְיוּ-לִי. ו וּמוֹלַדְתְּךָ אֲשֶׁר-הוֹלַדְתָּ אַחֲרֵיהֶם לְךָ יִהְיוּ עַל שֵׁם אֲחֵיהֶם יִקָּרְאוּ בְּנַחֲלָתָם. ז וַאֲנִי בְּבֹאִי מִפַּדָּן מֵתָה עָלַי רָחֵל בְּאֶרֶץ כְּנַעַן בַּדֶּרֶךְ בְּעוֹד כִּבְרַת-אֶרֶץ לָבֹא אֶפְרָתָה וָאֶקְבְּרֶהָ שָּׁם בְּדֶרֶךְ אֶפְרָת הִוא בֵּית לָחֶם. ח וַיַּרְא יִשְׂרָאֵל אֶת-בְּנֵי יוֹסֵף וַיֹּאמֶר מִי-אֵלֶּה. ט וַיֹּאמֶר יוֹסֵף אֶל-אָבִיו בָּנַי הֵם אֲשֶׁר-נָתַן-לִי אֱלֹהִים בָּזֶה וַיֹּאמַר קָחֶם-נָא אֵלַי וַאֲבָרְכֵם. י וְעֵינֵי יִשְׂרָאֵל כָּבְדוּ מִזֹּקֶן לֹא יוּכַל לִרְאוֹת וַיַּגֵּשׁ אֹתָם אֵלָיו וַיִּשַּׁק לָהֶם וַיְחַבֵּק לָהֶם. יא וַיֹּאמֶר יִשְׂרָאֵל אֶל-יוֹסֵף רְאֹה פָנֶיךָ לֹא פִלָּלְתִּי וְהִנֵּה הֶרְאָה אֹתִי אֱלֹהִים גַּם אֶת-זַרְעֶךָ. יב וַיּוֹצֵא יוֹסֵף אֹתָם מֵעִם בִּרְכָּיו וַיִּשְׁתַּחוּ לְאַפָּיו אָרְצָה. יג וַיִּקַּח יוֹסֵף אֶת-שְׁנֵיהֶם אֶת-אֶפְרַיִם בִּימִינוֹ מִשְּׂמֹאל יִשְׂרָאֵל וְאֶת-מְנַשֶּׁה בִשְׂמֹאלוֹ מִימִין יִשְׂרָאֵל וַיַּגֵּשׁ אֵלָיו. יד וַיִּשְׁלַח יִשְׂרָאֵל אֶת-יְמִינוֹ וַיָּשֶׁת עַל-רֹאשׁ אֶפְרַיִם וְהוּא הַצָּעִיר וְאֶת-שְׂמֹאלוֹ עַל-רֹאשׁ מְנַשֶּׁה שִׂכֵּל אֶת-יָדָיו כִּי מְנַשֶּׁה הַבְּכוֹר. טו וַיְבָרֶךְ אֶת-יוֹסֵף וַיֹּאמַר הָאֱלֹהִים אֲשֶׁר הִתְהַלְּכוּ אֲבֹתַי לְפָנָיו אַבְרָהָם וְיִצְחָק הָאֱלֹהִים הָרֹעֶה אֹתִי מֵעוֹדִי עַד-הַיּוֹם הַזֶּה. טז הַמַּלְאָךְ הַגֹּאֵל אֹתִי מִכָּל-רָע יְבָרֵךְ אֶת-הַנְּעָרִים וְיִקָּרֵא בָהֶם שְׁמִי וְשֵׁם אֲבֹתַי אַבְרָהָם וְיִצְחָק וְיִדְגּוּ לָרֹב בְּקֶרֶב הָאָרֶץ. יז וַיַּרְא יוֹסֵף כִּי-יָשִׁית אָבִיו יַד-יְמִינוֹ עַל-רֹאשׁ אֶפְרַיִם וַיֵּרַע בְּעֵינָיו וַיִּתְמֹךְ יַד-אָבִיו לְהָסִיר אֹתָהּ מֵעַל רֹאשׁ-אֶפְרַיִם עַל-רֹאשׁ מְנַשֶּׁה. יח וַיֹּאמֶר יוֹסֵף אֶל-אָבִיו לֹא-כֵן אָבִי כִּי-זֶה הַבְּכֹר שִׂים יְמִינְךָ עַל-רֹאשׁוֹ. יט וַיְמָאֵן אָבִיו וַיֹּאמֶר יָדַעְתִּי בְנִי יָדַעְתִּי גַּם-הוּא יִהְיֶה-לְּעָם וְגַם-הוּא יִגְדָּל וְאוּלָם אָחִיו הַקָּטֹן יִגְדַּל מִמֶּנּוּ וְזַרְעוֹ יִהְיֶה מְלֹא-הַגּוֹיִם. כ וַיְבָרְכֵם בַּיּוֹם הַהוּא לֵאמוֹר בְּךָ יְבָרֵךְ יִשְׂרָאֵל לֵאמֹר יְשִׂמְךָ אֱלֹהִים כְּאֶפְרַיִם וְכִמְנַשֶּׁה וַיָּשֶׂם אֶת-אֶפְרַיִם לִפְנֵי מְנַשֶּׁה. כא וַיֹּאמֶר יִשְׂרָאֵל אֶל-יוֹסֵף הִנֵּה אָנֹכִי מֵת וְהָיָה אֱלֹהִים עִמָּכֶם וְהֵשִׁיב אֶתְכֶם אֶל-אֶרֶץ אֲבֹתֵיכֶם. כב וַאֲנִי נָתַתִּי לְךָ שְׁכֶם אַחַד עַל-אַחֶיךָ אֲשֶׁר לָקַחְתִּי מִיַּד הָאֱמֹרִי בְּחַרְבִּי וּבְקַשְׁתִּי. {פ}

Genesis 48:1

Het geschiedde na deze gebeurtenissen: men zei tot Jozef: zie uw vader is ziek.

Ouderdom, leed en ziekte

Abraham introduceerde ouderdom in de wereld, Izaäk leed, en Jakob ziekte.

Abraham verzocht een oude leeftijd aan God: "Meester van het Universum! Wanneer een man en zijn zoon een stad binnengaan, niemand weet wie te eren." God zei: "Je hebt een juist zaak aangeroerd en het zal bij jou beginnen." Dus vanaf het begin van de Bijbel wordt ouderdom niet genoemd, maar wanneer Abraham komt, werd hem een oude leeftijd geschonken, want er staat geschreven: "En Abraham was oud en hoogbejaard" (Genesis 24:1).

Izaäk vroeg om leed aan God: "Meester van het Universum! Wanneer een mens zonder leed sterft, bedreigt het Oordeel hem; maar als U hem leed brengt, zal het Oordeel hem niet bedreigen." God zei tegen hem: "Je hebt het goed gevraagd het zal bij jou beginnen." Dus vanaf het begin van de Bijbel wordt leed niet genoemd tot Izaäk, want er staat geschreven: "Toen Izaäk oud geworden was, werden zijn ogen zo verzwakt, dat hij niet kon zien" (Genesis 27:1).

Jakob verzocht ziekte aan God: "Meester van het Universum! Een mens sterft niet voor ziekte en kan zijn zaken niet regelen met zijn kinderen; maar als hij twee of drie dagen ziek was, kon hij zaken regelen met zijn kinderen." God zei tegen hem: "Je hebt het goed gevraagd, en het zal met jou beginnen." Want er staat geschreven: "Er werd tegen Jozef gezegd: Zie, uw vader is ziek."

Genesis 48:7

En ik -toen ik kwam van Paddan, stierf mij Rachel in het land Kanaän op de weg, terwijl er nog een uitgestrektheid lands was, om naar Efrat te komen; maar ik begroef haar daar op de weg naar Efrat, dit is Bethlehem.

Rachels begrafenis

Waarom riep Jakob de herinnering van Rachels begrafenis op?

Jakob zei tegen Jozef: Ik vraag je je zorgen te maken me mee te nemen om in het Land te begraven, zelfs hoewel ik niet hetzelfde deed voor je moeder. Ze stierf op korte afstand van Bethlehem, en ik nam het zelfs niet mee naar Bethlehem maar begroef haar langs de weg.

Ik weet dat er wrok is in je hart hierover. Maar weet dat het Goddelijk bevel was dat ik haar hier begroef, zodat ze een hulp zou zijn voor haar kinderen wanneer Nebukadnezar hen in ballingschap vervoerde. Dan zal Rachel uit haar graf komen en huilen en een pleidooi voor haar houden, zo staat geschreven in Jeremia 31:14.

Genesis 48:19

Ook hij (Menasse) zal tot een volk worden en ook hij zal groot worden, maar zijn jongere broer zal groter worden dan hij.

Menasse en Efraïm

Menasse zal groot zijn omdat Gideon van hem zal afstammen en God zal wonderen door hem tonen; maar zijn jongere broer zal groter zijn daar Jozua een afstammeling van hem is en die het land zal veroveren en de Tora aan Israël zal onderwijzen.

Genesis 48:22

Ik heb aan jou gegeven...Sichem.

Jozef begraven in Sichem

Er staat geschreven: "En Jozefs beenderen...zij zijn begraven in Sichem" (Jozua 24:32)

Dit is analoog aan de dieven die een vat wijn stalen; toen de eigenaar hen vond en zie: "Wees zo vriendelijk, wanneer jullie de wijn hebben opgedronken, het vat weer op zijn plaats te zetten." Zo ook werd Jozef gekidnapt door zijn broers in Sichem en in Sichem legden zij zijn beenderen.

Genesis 48:22

Sichem...dat ik neem uit de hand van de Emoriet met mijn zwaard en met mijn boog.

Zwaard en boog

Jakob had niet verlangd dat zijn zonen die daad bedreven; echter toen zij het deden, riep hij uit: "Zal ik mijn zonen in de handen van de heidenen laten vallen!" wat deed hij? Hij nam zijn zwaard en boog en stond bij de poort van Sichem, zeggende: "Als de heidenen komen om mijn zonen aan te vallen, zal ik tegen ze vechten."

Gebed en toevoeging

Veroverde Jakob dan Sichem met zijn zwaard en boog? Maar 'mijn zwaard' is zijn gebed, en 'mijn boog' is zijn toevoeging.

Gebed is als een boog

Waarom is gebed als een boog? Net zoals een boog, hoe meer een persoon het touw spant, hoe verder de pijl vliegt. Zo is het ook met het gebed: hoe dieper men in zijn eigen hart delft, hoe hoger het gebed opstijgt...



Samenvatting - vragen

Om voor uzelf te controleren of u de tekst goed begrepen heeft volgt hier een aantal vragen. De antwoorden vindt u terug in bovenstaande tekst.
  1. Wat introduceerden Abraham, Izaäk en Jakob in de wereld?
  2. Waarom riep Jakob de herinnering van Rachels begrafenis op?
  3. Waarom is Efraïm groter dan Menasse?
  4. Waar ligt Jozef begraven?
  5. Waarom is gebed als een boog?

Lees verder

© 2008 - 2017 Etsel, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Tora lezing - Parasha: GenesisDe Tora lezing in de synagoge begint met het Bijbelboek Genesis. De volgende parashot komen aan de orde: Parsha Bereishi…
De eerste vijf boeken van de bijbelDe eerste vijf boeken van de bijbelWie de bijbel leest, begint meestal bij het begin. Om deze reden hier een korte inhoud van de eerste vijf boeken van de…
Joodse Bijbel: Jozef en zijn broersJoodse Bijbel: Jozef en zijn broersJozef is de favoriete zoon van Jakob. Dit wekt veel jaloezie op bij de andere broers. Ze gaan hem nog meer haten wanneer…
Joodse Bijbel: Jakob en zijn familie naar EgypteJoodse Bijbel: Jakob en zijn familie naar EgypteJakob is overdonderd wanneer hij van zijn zoons verneemt dat Jozef nog in leven is. Hij aanvaardt de uitnodiging om in E…
De twee dromen van Jozef (Genesis 37) en hun betekenisDe twee dromen van Jozef (Genesis 37) en hun betekenisGenesis 37 beschrijft de twee dromen die Jozef krijgt. In de eerste droom buigen de elf graanschoven van zijn broers voo…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Tdjgordon / Pixabay
  • Midrash Rabbah
  • Rashi
  • Daat Zekeinim
  • Mechilta
  • Rebbe van Kotzk

Reageer op het artikel "Torastudie 60: Jakob zegent zonen Jozef -Genesis (48:1-22)"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Etsel
Laatste update: 20-12-2016
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Special: Torastudie
Bronnen en referenties: 6
Schrijf mee!