InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Torastudie 57: Jozef neemt maatregelen -Genesis (47:8-27)

Torastudie 57: Jozef neemt maatregelen -Genesis (47:8-27)

Torastudie 57: Jozef neemt maatregelen -Genesis (47:8-27) In Genesis 47:8-27 wordt verteld hoe Jozef maatregelen neemt de hongersnood te bestrijden. Wanneer Jakob naar Egypte komt blijkt de hongersnood niet zeven jaar te duren, maar eindigde na twee jaar omdat Jakob de Farao had gezegend.

Genesis 47:8-27

Toen zei Farao tot Jakob: Hoe groot is het getal van uw levensjaren? En Jakob zei tot Farao: Het getal der jaren van mijn vreemdelingenschap is honderdertig; weinig in getal en kwaad zijn al mijn levensjaren van mijn vaderen in de dagen van hun vreemdelingenschap. Toen zegende Jakob Farao en ging van Farao heen...Er was nu in het gehele land geen brood, want de hongersnood was zeer zwaar, en het land Egypte en het land Kanaän raakten uitgeput tengevolge van de honger. En Jozef zamelde al het geld in, dat zich in het land Egypte en in het land Kanaän bevond, voor het koren dat men kwam kopen, en Jozef bracht het geld in Farao's huis...Toen zeiden zij: Gij hebt ons in het leven behouden; mogen wij de genegenheid van mijn heer winnen, dan zullen wij Farao dienstbaar zijn. En Jozef maakte het tot een inzetting tot op de huidige dag met betrekking tot het grondbezit in Egypte, dat Farao daarvan een vijfde deel zou hebben; alleen de grond van de priesters kwam niet aan Farao. Israël dan woonde in het land Egypte, in het land Gosen, en zij werden daar ingezetenen. Zij waren vruchtbaar en vermenigvuldigde zich zeer.

De volledige tekst in het Hebreeuws luidt:

ח וַיֹּאמֶר פַּרְעֹה אֶל-יַעֲקֹב כַּמָּה יְמֵי שְׁנֵי חַיֶּיךָ. ט וַיֹּאמֶר יַעֲקֹב אֶל-פַּרְעֹה יְמֵי שְׁנֵי מְגוּרַי שְׁלֹשִׁים וּמְאַת שָׁנָה מְעַט וְרָעִים הָיוּ יְמֵי שְׁנֵי חַיַּי וְלֹא הִשִּׂיגוּ אֶת-יְמֵי שְׁנֵי חַיֵּי אֲבֹתַי בִּימֵי מְגוּרֵיהֶם. י וַיְבָרֶךְ יַעֲקֹב אֶת-פַּרְעֹה וַיֵּצֵא מִלִּפְנֵי פַרְעֹה. יא וַיּוֹשֵׁב יוֹסֵף אֶת-אָבִיו וְאֶת-אֶחָיו וַיִּתֵּן לָהֶם אֲחֻזָּה בְּאֶרֶץ מִצְרַיִם בְּמֵיטַב הָאָרֶץ בְּאֶרֶץ רַעְמְסֵס כַּאֲשֶׁר צִוָּה פַרְעֹה. יב וַיְכַלְכֵּל יוֹסֵף אֶת-אָבִיו וְאֶת-אֶחָיו וְאֵת כָּל-בֵּית אָבִיו לֶחֶם לְפִי הַטָּף. יג וְלֶחֶם אֵין בְּכָל-הָאָרֶץ כִּי-כָבֵד הָרָעָב מְאֹד וַתֵּלַהּ אֶרֶץ מִצְרַיִם וְאֶרֶץ כְּנַעַן מִפְּנֵי הָרָעָב. יד וַיְלַקֵּט יוֹסֵף אֶת-כָּל-הַכֶּסֶף הַנִּמְצָא בְאֶרֶץ-מִצְרַיִם וּבְאֶרֶץ כְּנַעַן בַּשֶּׁבֶר אֲשֶׁר-הֵם שֹׁבְרִים וַיָּבֵא יוֹסֵף אֶת-הַכֶּסֶף בֵּיתָה פַרְעֹה. טו וַיִּתֹּם הַכֶּסֶף מֵאֶרֶץ מִצְרַיִם וּמֵאֶרֶץ כְּנַעַן וַיָּבֹאוּ כָל-מִצְרַיִם אֶל-יוֹסֵף לֵאמֹר הָבָה-לָּנוּ לֶחֶם וְלָמָּה נָמוּת נֶגְדֶּךָ כִּי אָפֵס כָּסֶף. טז וַיֹּאמֶר יוֹסֵף הָבוּ מִקְנֵיכֶם וְאֶתְּנָה לָכֶם בְּמִקְנֵיכֶם אִם-אָפֵס כָּסֶף. יז וַיָּבִיאוּ אֶת-מִקְנֵיהֶם אֶל-יוֹסֵף וַיִּתֵּן לָהֶם יוֹסֵף לֶחֶם בַּסּוּסִים וּבְמִקְנֵה הַצֹּאן וּבְמִקְנֵה הַבָּקָר וּבַחֲמֹרִים וַיְנַהֲלֵם בַּלֶּחֶם בְּכָל-מִקְנֵהֶם בַּשָּׁנָה הַהִוא. יח וַתִּתֹּם הַשָּׁנָה הַהִוא וַיָּבֹאוּ אֵלָיו בַּשָּׁנָה הַשֵּׁנִית וַיֹּאמְרוּ לוֹ לֹא-נְכַחֵד מֵאֲדֹנִי כִּי אִם-תַּם הַכֶּסֶף וּמִקְנֵה הַבְּהֵמָה אֶל-אֲדֹנִי לֹא נִשְׁאַר לִפְנֵי אֲדֹנִי בִּלְתִּי אִם-גְּוִיָּתֵנוּ וְאַדְמָתֵנוּ. יט לָמָּה נָמוּת לְעֵינֶיךָ גַּם-אֲנַחְנוּ גַּם אַדְמָתֵנוּ קְנֵה-אֹתָנוּ וְאֶת-אַדְמָתֵנוּ בַּלָּחֶם וְנִהְיֶה אֲנַחְנוּ וְאַדְמָתֵנוּ עֲבָדִים לְפַרְעֹה וְתֶן-זֶרַע וְנִחְיֶה וְלֹא נָמוּת וְהָאֲדָמָה לֹא תֵשָׁם. כ וַיִּקֶן יוֹסֵף אֶת-כָּל-אַדְמַת מִצְרַיִם לְפַרְעֹה כִּי-מָכְרוּ מִצְרַיִם אִישׁ שָׂדֵהוּ כִּי-חָזַק עֲלֵהֶם הָרָעָב וַתְּהִי הָאָרֶץ לְפַרְעֹה. כא וְאֶת-הָעָם הֶעֱבִיר אֹתוֹ לֶעָרִים מִקְצֵה גְבוּל-מִצְרַיִם וְעַד-קָצֵהוּ. כב רַק אַדְמַת הַכֹּהֲנִים לֹא קָנָה כִּי חֹק לַכֹּהֲנִים מֵאֵת פַּרְעֹה וְאָכְלוּ אֶת-חֻקָּם אֲשֶׁר נָתַן לָהֶם פַּרְעֹה עַל-כֵּן לֹא מָכְרוּ אֶת-אַדְמָתָם. כג וַיֹּאמֶר יוֹסֵף אֶל-הָעָם הֵן קָנִיתִי אֶתְכֶם הַיּוֹם וְאֶת-אַדְמַתְכֶם לְפַרְעֹה הֵא-לָכֶם זֶרַע וּזְרַעְתֶּם אֶת-הָאֲדָמָה. כד וְהָיָה בַּתְּבוּאֹת וּנְתַתֶּם חֲמִישִׁית לְפַרְעֹה וְאַרְבַּע הַיָּדֹת יִהְיֶה לָכֶם לְזֶרַע הַשָּׂדֶה וּלְאָכְלְכֶם וְלַאֲשֶׁר בְּבָתֵּיכֶם וְלֶאֱכֹל לְטַפְּכֶם. כה וַיֹּאמְרוּ הֶחֱיִתָנוּ נִמְצָא-חֵן בְּעֵינֵי אֲדֹנִי וְהָיִינוּ עֲבָדִים לְפַרְעֹה. כו וַיָּשֶׂם אֹתָהּ יוֹסֵף לְחֹק עַד-הַיּוֹם הַזֶּה עַל-אַדְמַת מִצְרַיִם לְפַרְעֹה לַחֹמֶשׁ רַק אַדְמַת הַכֹּהֲנִים לְבַדָּם לֹא הָיְתָה לְפַרְעֹה. כז וַיֵּשֶׁב יִשְׂרָאֵל בְּאֶרֶץ מִצְרַיִם בְּאֶרֶץ גֹּשֶׁן וַיֵּאָחֲזוּ בָהּ וַיִּפְרוּ וַיִּרְבּוּ מְאֹד.

Genesis 47:8

En Farao zei tot Jakob: hoeveel zijn ten volle de jaren van uw leven?

Og (de koning van Bashan):
Og (de koning van Bashan) was daar. Dus zij zeiden tegen hem: "Zei je niet dat Abraham een steriele bastaard is die geen kinderen kan verwekken? Hier is zijn kleinzoon met zeventig nakomelingen!" Og zei: "Dit is Abraham zelf." Hij dacht dat Jakob Abraham was, omdat Jakobs gezicht leek op Abrahams gezicht. Dus Farao begon Jakob vragen te stellen, zeggende: "Hoeveel zijn ten volle de jaren van uw leven?"

Genesis 47:9

Hierop zei Jakob tot Farao: ten volle zijn de jaren van mijn omzwervingen honderd en dertig jaar; weinig en ongelukkig waren al de jaren van mijn leven; en zij bereikten niet al de levensjaren van mijn vaderen in de dagen van hun omzwervingen.

totale, universele perfectie:
De meesten van ons zijn tevreden met redelijke aspiraties: ontwikkelen van de geest, rondkomen, leven in vrede met de naasten. Maar er zijn er die meer willen. Zij zoeken naar totale, universele perfectie zolang zij in een wereld wonen waar kwaad en hebzucht nog steeds bestaat. Zij ervaren hun eigen ego als gebrekkig en hebzuchtig. Zo'n man was Jakob. Hij staat synoniem voor het Joodse Volk. Want Jakob leefde niet een individualistisch leven. Zijn aardse leven en daden waren slechts het begin van de 35-eeuw durende missie van Israël Gods schepping te perfectioneren. Dus Jakob beschouwde zijn 130 jaren als een 'weinig en ongelukkig.' Zijn leven is een open hoofdstuk in een proces dat de geschiedenis omspant.

Genesis 47:10

En Jakob zegende Farao.

Nijl:
Hij zegende hem dat de Nijl zou stijgen tot zijn voeten en het land bewaterd; dus de honger eindigde na twee jaar (in plaats van zeven).

Genesis 47:23

En Jozef zei tot het volk: ziet, ik koop u heden en uw bodem voor Farao; hier hebt gij zaad, en bezaait de bodem.

Jakob naar Egypte:
Tot Jakob naar Egypte ging, was er hongersnood in het land; nadat Jakob aankwam, wat staat er geschreven? "Hier hebt gij zaad en bezaait de bodem."

Genesis 47:27

Israël intussen woonde in het land Egypte in het land Goshen; zij kregen bezittingen daarin.

Galoet:
Het Hebreeuwse woord vayei'achazu ("en zij namen er bezit van") betekent letterlijk "en zij namen het vast," maar kan ook vertaald worden door "en zij werden er door vastgehouden." Beide interpretaties worden geciteerd door de Joodse wijzen: Rashi vertaalde het woord als gerelateerd aan het woord achuza "landbezit"; de Misdrasj verklaart het als "Het land dat hen vasthield en vastpakte...zoals een man krachtig wordt vastgepakt."

Deze houding definieert de houding van de Jood t.a.v. de Galoet (diaspora). Aan de ene kant weten we dat hoe gastvrij een land ook is, de Galoet een gevangenis is dat onze spirituele visie vermindert, onze nationale missie en verbinding met God verhindert. Alleen als een natie die woont in ons land met de Heilige Tempel kunnen we de Goddelijke aanwezigheid in de wereld waarnemen en onze rol als 'een licht voor de natie' realiseren en alle mitswot van de Tora uitvoeren. Aan de andere kant weten we dat de Galoet ook een doel heeft, namelijk het beïnvloeden van de hele mensheid. Maar voorkomen dient te worden dat we deel worden van de Galoet realiteit (assimileren). Dan kan het doel niet meer gerealiseerd worden.



Samenvatting - vragen

Om voor uzelf te controleren of u de tekst goed begrepen heeft volgt hier een aantal vragen. De antwoorden vindt u terug in bovenstaande tekst.
  1. Waar staat Jakob synoniem voor en hoe uit zich dat?
  2. Wat is de houding van de Jood t.a.v. de Galoet?
  3. Waarom wordt het leven van de Joden in de Galoet niet alleen als straf gezien?
  4. Waarom moeten Joden niet assimileren?

Lees verder

© 2008 - 2017 Etsel, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Joodse Bijbel: Jozef als bestuurder van EgypteJoodse Bijbel: Jozef als bestuurder van EgypteJozef komt vrij uit de gevangenis wanneer de Farao hem vraagt zijn dromen te verklaren. Met hulp van G'd vertelt Jozef w…
De twee dromen van Jozef (Genesis 37) en hun betekenisDe twee dromen van Jozef (Genesis 37) en hun betekenisGenesis 37 beschrijft de twee dromen die Jozef krijgt. In de eerste droom buigen de elf graanschoven van zijn broers voo…
Tora lezing - Parasha: GenesisDe Tora lezing in de synagoge begint met het Bijbelboek Genesis. De volgende parashot komen aan de orde: Parsha Bereishi…
Joodse Bijbel: Jakob en zijn familie naar EgypteJoodse Bijbel: Jakob en zijn familie naar EgypteJakob is overdonderd wanneer hij van zijn zoons verneemt dat Jozef nog in leven is. Hij aanvaardt de uitnodiging om in E…
Joodse Bijbel: Jozefs broers opnieuw naar EgypteJoodse Bijbel: Jozefs broers opnieuw naar EgypteOmdat de hongersnood nog niet voorbij is in Kanaän wordt Jakob wel gedwongen om zijn zonen samen met Benjamin terug te l…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Tdjgordon / Pixabay
  • Midrash Rabbah
  • Lubavitcher Rebbe
  • Midrash Tanchuma; Rashi
  • Tosefta, Sotah hoofdstuk 10

Reageer op het artikel "Torastudie 57: Jozef neemt maatregelen -Genesis (47:8-27)"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Etsel
Laatste update: 19-12-2016
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Special: Torastudie
Bronnen en referenties: 5
Schrijf mee!