InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Torastudie 51: Jozef test zijn broers - Genesis (44:1-16)

Torastudie 51: Jozef test zijn broers - Genesis (44:1-16)

Torastudie 51: Jozef test zijn broers - Genesis (44:1-16) In Genesis 44:1-16 wordt verteld hoe Jozef zijn broers op een slimme wijze test. Hij laat zijn huisbestuurder een zilveren beker in de zak van Benjamin plaatsen. Wanneer de broers vertrokken zijn, geeft Jozef zijn huisbestuurder de opdracht de broers te achtervolgen. Dan wordt ontdekt dat Benjamin de beker heeft 'gestolen.' De broers erkennen dat God hen heeft gestraft voor de eerdere verkoop van hun broer Jozef.

Genesis 44:1-16

En hij beval zijn huisbestuurder: Vul de zakken van de mannen met koren, zoveel zij kunnen vervoeren, en leg ieders geld boven in zijn zak. En mijn beker, de zilveren beker, moet gij boven in de zak van de jongste leggen met het geld voor zijn koren. En hij deed naar het woord, dat Jozef gesproken had...Degene van uw knechten, bij wie (de beker) gevonden wordt, mag sterven, en bovendien zullen wij mijn heer tot slaven zijn. Daarop zei hij: Welaan, het zij zoals gij gezegd hebt; datgene, bij wie hij gevonden wordt, die zal mij tot slaaf zijn, maar gij zult vrij uitgaan...Daarop zie Juda: Wat zullen wij tot mijn heer zeggen, wat zullen wij spreken, en waarmee zullen wij ons rechtvaardigen? God heeft de schuld van uw knechten aan het licht gebracht. Zie, wij zijn slaven voor mijn heer, wij evenals degenen, bij wie de beker gevonden is.

De hele tekst in het Hebreeuws luidt:

א וַיְצַו אֶת-אֲשֶׁר עַל-בֵּיתוֹ לֵאמֹר מַלֵּא אֶת-אַמְתְּחֹת הָאֲנָשִׁים אֹכֶל כַּאֲשֶׁר יוּכְלוּן שְׂאֵת וְשִׂים כֶּסֶף-אִישׁ בְּפִי אַמְתַּחְתּוֹ. ב וְאֶת-גְּבִיעִי גְּבִיעַ הַכֶּסֶף תָּשִׂים בְּפִי אַמְתַּחַת הַקָּטֹן וְאֵת כֶּסֶף שִׁבְרוֹ וַיַּעַשׂ כִּדְבַר יוֹסֵף אֲשֶׁר דִּבֵּר. ג הַבֹּקֶר אוֹר וְהָאֲנָשִׁים שֻׁלְּחוּ הֵמָּה וַחֲמֹרֵיהֶם. ד הֵם יָצְאוּ אֶת-הָעִיר לֹא הִרְחִיקוּ וְיוֹסֵף אָמַר לַאֲשֶׁר עַל-בֵּיתוֹ קוּם רְדֹף אַחֲרֵי הָאֲנָשִׁים וְהִשַּׂגְתָּם וְאָמַרְתָּ אֲלֵהֶם לָמָּה שִׁלַּמְתֶּם רָעָה תַּחַת טוֹבָה. ה הֲלוֹא זֶה אֲשֶׁר יִשְׁתֶּה אֲדֹנִי בּוֹ וְהוּא נַחֵשׁ יְנַחֵשׁ בּוֹ הֲרֵעֹתֶם אֲשֶׁר עֲשִׂיתֶם. ו וַיַּשִּׂגֵם וַיְדַבֵּר אֲלֵהֶם אֶת-הַדְּבָרִים הָאֵלֶּה. ז וַיֹּאמְרוּ אֵלָיו לָמָּה יְדַבֵּר אֲדֹנִי כַּדְּבָרִים הָאֵלֶּה חָלִילָה לַעֲבָדֶיךָ מֵעֲשׂוֹת כַּדָּבָר הַזֶּה. ח הֵן כֶּסֶף אֲשֶׁר מָצָאנוּ בְּפִי אַמְתְּחֹתֵינוּ הֱשִׁיבֹנוּ אֵלֶיךָ מֵאֶרֶץ כְּנָעַן וְאֵיךְ נִגְנֹב מִבֵּית אֲדֹנֶיךָ כֶּסֶף אוֹ זָהָב. ט אֲשֶׁר יִמָּצֵא אִתּוֹ מֵעֲבָדֶיךָ וָמֵת וְגַם-אֲנַחְנוּ נִהְיֶה לַאדֹנִי לַעֲבָדִים. י וַיֹּאמֶר גַּם-עַתָּה כְדִבְרֵיכֶם כֶּן-הוּא אֲשֶׁר יִמָּצֵא אִתּוֹ יִהְיֶה-לִּי עָבֶד וְאַתֶּם תִּהְיוּ נְקִיִּם. יא וַיְמַהֲרוּ וַיּוֹרִדוּ אִישׁ אֶת-אַמְתַּחְתּוֹ אָרְצָה וַיִּפְתְּחוּ אִישׁ אַמְתַּחְתּוֹ. יב וַיְחַפֵּשׂ בַּגָּדוֹל הֵחֵל וּבַקָּטֹן כִּלָּה וַיִּמָּצֵא הַגָּבִיעַ בְּאַמְתַּחַת בִּנְיָמִן. יג וַיִּקְרְעוּ שִׂמְלֹתָם וַיַּעֲמֹס אִישׁ עַל-חֲמֹרוֹ וַיָּשֻׁבוּ הָעִירָה. יד וַיָּבֹא יְהוּדָה וְאֶחָיו בֵּיתָה יוֹסֵף וְהוּא עוֹדֶנּוּ שָׁם וַיִּפְּלוּ לְפָנָיו אָרְצָה. טו וַיֹּאמֶר לָהֶם יוֹסֵף מָה-הַמַּעֲשֶׂה הַזֶּה אֲשֶׁר עֲשִׂיתֶם הֲלוֹא יְדַעְתֶּם כִּי-נַחֵשׁ יְנַחֵשׁ אִישׁ אֲשֶׁר כָּמֹנִי. טז וַיֹּאמֶר יְהוּדָה מַה-נֹּאמַר לַאדֹנִי מַה-נְּדַבֵּר וּמַה-נִּצְטַדָּק הָאֱלֹהִים מָצָא אֶת-עֲו‍ֹן עֲבָדֶיךָ הִנֶּנּוּ עֲבָדִים לַאדֹנִי גַּם-אֲנַחְנוּ גַּם אֲשֶׁר-נִמְצָא הַגָּבִיעַ בְּיָדוֹ.

Genesis 44:1-2

Daarop gebood hij hem, die over zijn huis gesteld was, zeggende: "...En mijn kelk, de zilveren kelk, zult gij leggen boven in de zak van den jongste.

Benjamin

Jozef wenste zijn broeders liefde voor zijn broer Benjamin te testen, om te zien of zij klaar zouden zijn zichzelf voor hem op te offeren.

Genesis 44:3

Zodra de morgen lichtte, werden de mannen heen gezonden.

ki tov

Een persoon moet altijd de stad verlaten tegen ki tov ("omdat het goed is" -een referentie naar het daglicht) en binnen komen tegen ki tov, omdat er staat geschreven: "Spoedig als het morgen licht werd, werden de mannen weggezonden."

herberg

Er was eens een herbergier in het Zuiden die gewoon was 's nachts op te staan, zijn kleren aan te trekken en tegen zijn gasten te zeggen "Sta op en ga naar buiten, want een karavaan passeert." Zij gingen naar buiten, waarop een dievenbende hen overvalt en hen doodt, en dan de herberg binnengaan en de buit met hem delen.

Op één gelegenheid kwam Rabbi Meir er en werd ontvangen als een gast. De gastheer stond op, kleedde zich aan en zei tegen hem: "Sta op en ga naar buiten, er passeert een karavaan." "Ik heb een broer voor wie ik hier moet blijven en wachten," antwoordde hij. "Waar is hij?" vroeg hij. "In de synagoge." "Vertel me zijn naam, en ik zal gaan en hem roepen," drong hij aan. "Zijn naam is Ki Tov," antwoordde hij. De herbergier ging en riep de hele nacht "Ki Tov!" bij de deur van de synagoge, maar niemand antwoordde. 's Ochtends stond Rabbi Meir op, stopte zijn bagage op zijn ezel en stond op het punt te vertrekken, toen de herbergier hem riep, "Waar is je broer?" "Zie, hier is hij," vertelde hij hem, "want er staat geschreven (Genesis 1:4), 'En God zag het licht ki tov ("dat het goed was").'"

Genesis 44:8

Zie, geld, dat wij gevonden hebben boven in onze zakken, hebben wij u teruggebracht van het land Kanaän, en hoe zouden wij dan stelen uit het huis van uw heer zilver of goud?

gevolgtrekkingen

Dit is één van de tien gevolgtrekkingen (a priori) die uitgesproken worden in de Heilige Schrift.

Genesis 44:12

En de beker werd gevonden in de zak van Benjamin.

Toen het dus werd gevonden riepen zij tegen hem: "Wat! Jij bent de dief en de zoon van een dief! (Rachel, die Labans afgoden stal)" Waarop hij antwoordde: "Hebben we een zondebok hier? Hebben we hier broeders die hun broer hebben verkocht!"

Genesis 44:16

Hierop zei Juda: "...Wat zullen wij spreken? Hoe ons rechtvaardigen? God heeft getroffen de misdaad uwer dienaren."

schuldakte

We weten dat we niet gezondigd hebben in deze zaak, maar dit is over ons gebracht door God; onze Schuldeiser (God) heeft een gelegenheid gevonden om zijn schuldakte in te vorderen.



Samenvatting - vragen

Om voor uzelf te controleren of u de tekst goed begrepen heeft volgt hier een aantal vragen. De antwoorden vindt u terug in bovenstaande tekst.
  1. Waarom legde Jozef een zilveren beker in de zak van Benjamin?
  2. Wat betekent 'ki tov'? En waar verwijst het naar?
  3. Waarom is Benjamin de zoon van een dief?

Lees verder

© 2008 - 2017 Etsel, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Torastudie 56: Studiehuis in Egypte - Genesis 46Torastudie 56: Studiehuis in Egypte - Genesis 46In Genesis 46 wordt verteld dat Jakob naar Egypte verhuist en Juda vooruit stuurt om een studiehuis te vestigen voor het…
Joodse Bijbel: Jozef openbaart zijn identiteitJoodse Bijbel: Jozef openbaart zijn identiteitOpnieuw test Jozef zijn broers. In hoeverre zijn ze bereid zichzelf op te offeren voor de ander? Jozef laat zijn 'magisc…
Tora lezing - Parasha: GenesisDe Tora lezing in de synagoge begint met het Bijbelboek Genesis. De volgende parashot komen aan de orde: Parsha Bereishi…
Joodse Bijbel: Jozef en zijn broersJoodse Bijbel: Jozef en zijn broersJozef is de favoriete zoon van Jakob. Dit wekt veel jaloezie op bij de andere broers. Ze gaan hem nog meer haten wanneer…
Joodse Bijbel: Jozefs broers opnieuw naar EgypteJoodse Bijbel: Jozefs broers opnieuw naar EgypteOmdat de hongersnood nog niet voorbij is in Kanaän wordt Jakob wel gedwongen om zijn zonen samen met Benjamin terug te l…
Bronnen en referenties

Reageer op het artikel "Torastudie 51: Jozef test zijn broers - Genesis (44:1-16)"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Etsel
Laatste update: 14-02-2016
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Special: Torastudie
Bronnen en referenties: 5
Schrijf mee!