InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Poeriem: het boek Esther (4:2-6:13) deel III

Poeriem: het boek Esther (4:2-6:13) deel III

Met het vasten van drie dagen, herstelde Esther de fout die het Joodse Volk kwetsbaar had gemaakt voor het decreet van Haman. Zij hadden genoten van het feest van de goddeloze Ahasveros -een vreugde die toonde dat zij hun politieke positie als de bron van hun veiligheid beschouwde, daarbij verspeelden zij Gods speciale voorzienigheid over hun noodlot. Esther nam de tegenovergestelde benadering aan. Dit is een vervolg op deel II.

Want niemand mocht met rouwgewaad bekleed de poort des konings binnengaan (Esther 4:2)

Eretz Hachaim:
Van hieruit leren we dat niemand de synagoge of studiehal (de poort van de Koning) met een bedroefd gezicht mag binnengaan (bekleed met rouwgewaad). Dus er staat geschreven (I Kronieken 16:27): "Sterkte en vreugde in de plaats waar hij woont."

Toen ontbood Esther Hathach, één van de hovelingen des konings, dien hij in haar dienst had gesteld (Esther 4:5)

Talmoed, Megillah 15a

Hathach is een andere naam voor de profeet Daniël. Hij werd Hathach genoemd omdat hij werd afgesneden, afgesneden van zijn positie van grootheid die hij hield bij de hoven van de vorige koningen.

Meshech Chochmah

Daniëls grootheid lag in zijn altruïstische toewijding aan zijn geloof terwijl hij diende in de hoven van de heidense koningen. Maar toen de gehele Joodse natie dezelfde toewijding toonde voor een heel jaar, door zich opnieuw te verbinden met hun geloof in plaats van het te verlaten om hun levens te sparen werd Daniël losgesneden van zijn grootheid -zijn buitengewone kenmerk werd geopenbaard in de aard van elke gewone Jood.

Wat het betekende en waartoe het diende (Esther 4:5)

Alshich;
"Wat het betekende" wat voor zorgen hem veroorzaakt had te betreuren; "en waar het toe diende" -welke zonde de zorg had veroorzaakt.

Mordechai deelde hem alles mede wat hem overkomen was (Esther 4:7)

Targoem

Zijn weigering voor Haman te buigen dat het decreet veroorzaakt had.

Dan zal er voor de Joden wel van andere zijde redding en uitkomst opdagen, maar gij en uws vaders huis zult omkomen (Esther 4:14)

Rabbi Joseph Jitschak van Lubavitch vertelde eens aan zijn vader, Rabbi Shalom Dovber, die hij iemand een gunst had verleend. "Je hebt het mis" zei Rabbi Shalom Dovber. "je verleende jezelf een gunst, niet je naaste. Je naaste was een gunst gedaan door de Almachtige, Die gebruik maakte van Zijn vele agenten. Opluchting en redding zal komen als het niet van jou komt dan van een andere bron, maar 'jij' dat volgens de Kabbala refereert aan de ziel, en het huis van je vader, de bron van je ziel, zal een mogelijkheid verloren hebben een agent van de Heilige te zijn."

Ook ik en mijn dienaressen zullen op dezelfde wijze vasten (Esther 4:16)

Lubavitcher Rebbe:
Als het onaangekondigd benaderen van de koning een grote belediging was, was Esthers enige hoop de koning te charmeren zodat hij haar niet doodde en hij zich tegen zijn favoriete minister keerde ten gunste van haar volk. Het laatste wat zij onder zulke omstandigheden kon doen was de koning te benaderen als een vrouw die drie dagen niet had gegeten!

Maar Esther begreep dat de redding van Israël afhing van het herstellen van hun speciale relatie met God. Ze wist dat het pleiten bij een sterfelijke koning slechts een formaliteit was, een masker om het Goddelijke wonder te vermommen. Het ware instrument van redding zou zijn berouw en gebed.

Met het vasten van drie dagen, herstelde Esther de fout die het Joodse Volk kwetsbaar had gemaakt voor het decreet van Haman. Zij hadden genoten van het feest van de goddeloze Ashaveros -een vreugde die toonde dat zij hun politieke positie als de bron van hun veiligheid beschouwde, daarbij verspeelden zij Gods speciale voorzienigheid over hun noodlot. Esther nam de tegenovergestelde benadering aan.

Toen zeide Esther: Als het de koning behaagt, dan komt de koning heden met Haman tot het feestmaal dat ik voor hem heb aangericht (Esther 5:4)

Talmoed, Megillah 15b

Waarom nodigde Esther Haman uit?

Rabbi Eliezer zei: Ze zette een val voor hem op, want er staat geschreven (Psalm 69:23): "Hun tafel wordt voor hun aangezicht tot een strik."

Rabbi Joshua zei: Zij leerde dit van haar vaders huis: "Indien uw vijand honger heeft, geeft hem brood te eten." (Spreuken 25:21)

Rabbi Meir zei: Zodat hij niet de gelegenheid had advies te krijgen en de koning omver te werpen.

Rabbi Juda zei: Zodat ze niet zouden realiseren dat zij een Jodin is.

Rabbi Nechemia zei: Zodat het Joodse Volk niet zou zeggen "we hebben een zuster in het paleis" en zich zouden weerhouden om God voor genade te bidden (Wanneer de Joden zouden vernemen dat Esther bevriend was met Haman, zouden zij haar niet langer vertrouwen hen te redden).

Rabbi Yosi zei: Zodat hij elk ogenblik beschikbaar voor haar zou zijn (en zij in staat zou zijn elke gelegenheid te gebruiken om de koning tegen hem te keren).

Rabbi Shimon ben Menasia zei: Om God aan te zetten een wonder te verrichten.

Rabbi Joshua ben Karchah zei: Ze zei tegen haar zelf: ik zal aardig tegen hem zijn zodat Ahasveros jaloezie zal toenemen en hij ons beiden zal doden.

Rabbi Gamliel zei: Ahasveros was een koning die steeds van gedachte veranderde (dus ze had Hamans aanwezigheid nodig toen Ahasveros zich tegen hem keerde).

Rabbi Elazer Hamoda'i zei: Om de koning en de ministers jaloers op hem te maken.

Raba zei: "Hoogmoed komt voor de val" (Spreuken 16:18)

Abayei en Rava zeiden: "als zij verhit zijn, zal Ik hun een drinkgelag aanrichten en hen dronken maken" (Jeremia 51:39, waar de profeet beschrijft hoe God de goddelozen vernietigt als zij drinken en feest vieren).

Rabbah bar Avuha ontmoette Elijh de profeet en vroeg: Volgens welke van deze wijzen was Esthers redenering? Elija antwoordde: volgens alle.

Dan mag de koning met Haman komen (Esther 5:8)

Sfat Emet:
Hoewel Gods naam niet expliciet in de Megilla wordt genoemd, wordt er op verschillende manieren gezinspeeld. Dus, bijvoorbeeld, de eerste letters van de bovenstaande zin (in het Hebreeuws) maken de naam van God. Dit is de diepere betekenis van de Misjna wet: hij die de Megilla achterwaarts leest vervult zijn verplichting niet; want de toespelingen tot Gods naam zullen niet in de juiste volgorde worden gelezen.

In diezelfde nacht was de slaap van de koning geweken (Esther 6:1)

Midrasj:
De slaap van de Koning van het universum werd verstoord.

De chassidische meesters:
Galoet (de staat van verbanning en geestelijke vervanging waarin we onszelf vinden na de vernietiging van de Heilige Tempel) wordt verwezen als 'nacht', een tijd van spirituele duisternis. Het is ook een staat wanneer de wereld in een staat van 'slaap' verkeert.

In de slaap is er een vermindering en vervorming van de band tussen lichaam en ziel. De slapers hogere afdelingen (zoals zijn verstand, gezichtsvermogen, gehoor en spraak) zijn zwijgzaam en verminkt, terwijl zijn lagere afdelingen (bijvoorbeeld het spijsverteringssyteem) onaangetast zijn en functioneren zelfs beter tijdens de slaap. Dit is natuurlijk maar een oppervlakkige beschrijving van de slaaptoestand: in werkelijkheid, verjongt de slaap de fusie van lichaam en ziel. Maar zo is de directe ervaring van de slaper en deze in contact met hem.

Dus galoet kan worden beschreven als een tijd wanneer God slaapt. Zoals de ziel het lichaam vult, zeggen onze wijzen, zo vult God de wereld, en galoet is een tijd wanneer de stroom van Goddelijke energie verminderd lijkt. God lijkt ver weg en ontrouw; de rechtvaardige lijdt terwijl het de goddeloze goed gaat. Het diepere doel van galoet kan niet waargenomen worden door de sluier van de Goddelijke sluimer.

Dit is de toestand die de overhand heeft in de eerste vijf hoofdstukken van de Megilla. Maar op die nacht werd de slaap van de Koning van het universum verstoord. De ziel van de ziel werd wakker en dan begint Gods voorzienigheid over zijn natie zichzelf te manifesteren.

Indien Mordechai, voor wie gij begonnen zijt te vallen, uit het zaad van de Joden is (Esther 6:13)

Rashi:
Zeresh zei: "Deze natie wordt vergeleken met de sterren en het zand. Wanneer zij vallen, vallen zij naar het zand. En wanneer zij stijgen, stijgen zij naar de lucht en de sterren."

Meer informatie: Startpagina - Jodendom: Joodse feestdagen/Shabbat.
© 2008 - 2019 Etsel, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Poeriem: veel gestelde vragen over het Joodse feestOver Poeriem worden veel vragen gesteld. Hoe wordt het gevierd? Wat betekent het? Hoe kan ik de Megilla horen als ik wer…
Poeriem: symbool van 'verborgenheid'Er is iets vreemd met de naam Poeriem. Ten eerste is het een Perzisch woord (poer betekent 'lot', de loten die Haman tro…
Het Poerimfeest van de JodenElk jaar vieren de Joden het ''carnaval'' van de christenen. Dit doen ze met het Poerimfeest: een uitbundig feest waar i…
Poeriem: de mitswot (plichten)Hoewel het Poeriem een feest lijkt waar weinig regels aangebonden zijn, zijn er toch een aantal plichten. Zo moet er gel…
Poeriem: het boek Esther (7:5-9:28) deel IVVervloekt zij Haman die probeerde mij te vernietigen; gezegend Mordechai de Jood, Vervloekt zij Zeresh, vrouw van de ver…
Bronnen en referenties
  • Eretz Hachaim
  • Talmoed, Megillah 15a
  • Meshech Chochmah
  • Alshich
  • Targoem
  • Lubavitcher Rebbe
  • Talmoed, Megillah 15b
  • Sfat Emet
  • Midrasj
  • De chassidische meesters
  • Rashi

Reageer op het artikel "Poeriem: het boek Esther (4:2-6:13) deel III"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Etsel
Laatste update: 09-07-2018
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Bronnen en referenties: 11
Schrijf mee!