InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Rabbi Nachman van Bratislava

Rabbi Nachman van Bratislava

Rabbi Nachman van Bratislava Een uitzending van De Joodse Omroep, waarin een westerse joodse jongeman wordt gedropt in een commune van Bratislaver Joden vormde de aanleiding tot dit artikel. De Bratislaver joden zijn volgelingen van Rabbi Nachman. In dit artikel zal ik onderscheid maken tussen de leer en het leven van Rabbi Nachman. Wat betreft zijn leven beperk ik mij tot een korte schets. Op zijn leer zal ik echter dieper ingaan.

Achtergrond

Rabbi Nachman was een chassidische leraar in de Oekraïne, en het centrum van een theologische en sociale storm tijdens het grootste deel van zijn leven. Van moeders kant was hij achterkleinzoon van de Baal Shem Tov, van vaders kant kleinzoon van Nachman van Chorodenka, een prominente persoon in de cirkel van Baal Shem Tov. Al met al een voorgeslacht dat tot de verbeelding spreekt. Zijn moeder, Feige, was bekend als iemand die de Heilige Geest bezat. Zijn vader was niet uitzonderlijk bekend als leraar. Nachman kwam ter wereld in Medzibezh en groeide op in de chassidische atmosfeer van zijn ouderlijk huis. Hij trouwde vroeg - op veertienjarige leeftijd - en woonde in het huis van zijn schoonvader, een bekende pachter in de omliggende dorpen. Hier trok hij veelal de velden en de bossen in om met God samen te zijn. Ook wandelde en roeide hij veel, hoewel hij geen goed roeier was. Dit vormde de basis voor wat hij zijn leerlingen later voor zou houden: de noodzaak om zich af te zonderen van de wereld, en in gesprek te treden met de Maker alsof je met een vriend praat. Dit is nog altijd een kenmerk van de Bratislaver Chassidim. In een later stadium settelde Nachman zich in Medvedevka, in de provincie van Kiev. Vanaf dat moment verzamelden zich Chassidim rondom hem, en begon hij zich als een tsaddiek te gedragen.

Theorie en controverse

In 1798 ging hij naar Erets Israël, samen met zijn vriend Simeon. Ze bezochten o.a. Haifa, Jaffa, Tiberias en Safed, en ze ontmoetten Jacob Samson van Shepetovka en Abraham ben Alexander Katz van Kalisk die toen in controverse was met Schneur Zalman van Lyady. Toen Napoleon het land binnenviel, verliet Nachman het land zo snel mogelijk.
Terug in Medvedevka mengde hij zich in lokale conflicten, en hier ontstond ook zijn controversiële theorie. Nachman beschouwde de disputatie als bron van groei en ontwikkeling, die ontspringt op plaatsen waar nieuwe paden komen ter aanbidding van God. In de zomer van 1800 ging hij in Zlatopol wonen, bij Kiev. Vrijwel direct nadat hij daar arriveerde, ontspon zich een dispuut tussen hem en Aryeh Leib, de Grote Oude Man van Shpola, de geliefde en invloedrijke chassidische leider van Podolië, Oekraïne. Aryeh beschuldigde hem onder meer van Shabbataanse invloeden en onbetamelijk moreel gedrag. Nachman had - hoe jong en onervaren hij ook was - veel kritiek op de oude Chassidische leraren, die volgens hem niet wisten hoe zij zichzelf moesten beheersen, terwijl ze anderen wilden overheersen.
Nachman zag zichzelf als een zeer heilig persoon, en zelfs als de grootste tsaddiek van zijn generatie. Hij meende zelfs groter te zijn dan de Besht, en voortreffelijker dan alle buitengewone Joodse leraren die hem waren voorgegaan, of die nog zouden volgen. Dit beeld wordt onder meer weerspiegeld door zijn gesprekken, preken en verhalen. Uiteraard riep dit weerstand op bij de leraren, waarop Nachman zei:
“Hoe zou er geen ruzie kunnen zijn rondom mijn persoon, want ik neem andere paden dan iemand ooit heeft gedaan, zelfs de Besht niet, noch enig ander sinds de Tora ontvangen werd” - Hayyei Moharan, Jeruzalem 5760, p. 338.

Dood zoon en levenseinde

Nadat het hem te heet onder de voeten werd, vertrok Nachman naar Bratislava, maar zelfs daar werd zijn persoonlijkheid al snel inzet van een controverse tussen de Chassidim. Uiteindelijk geraakten alle aanwezige tsaddiekim met Nachman in conflict.
In 1805 werd zijn zoon geboren, Solomon Efraïm. Nachman koesterde groeiende messiaanse hoop over het kind, totdat het na een jaar stierf. Vlak hierna publiceerde hij Megillat Setarim, een stuk dat de komst van de rechtvaardige verlosser behelst. Dit boek is gehuld in een sluier van geheimen, en de Bratislaver traditie claimt dat slechts één persoon per generatie toegang tot de inzichten zou mogen krijgen. Dit boek wordt nog steeds bewaard door de Bratislaver Chassidim.
Nachman reisde vaak tussen de steden waar zijn aanhangers woonden. Een belangrijke reis was die naar Lemberg (Lvov). Daar waren destijds belangrijke dokters te vinden, en Nachman leed aan tuberculose. Maar daar ontmoette hij ook onderlegde Joden, waarmee hij lang en intensief contact heeft gehad.
In de lente van 1810 voelde Nachman dat zijn dood nabij was. Zijn laatste wens was te worden begraven op de begraafplaats in de stad Oeman, tussen de martelaren uit het bloedbad van Gonta in 1788. Hij had lang gebeden voor een martelaarsdood, en verklaarde dan ook dat hij nu gereed was voor het meegaan in de tikkun neshamot, de vervolmaking der zielen. Eenmaal gearriveerd in Oeman, raakte Nachman in contact met de locale intellectuelen. Hij verkoos zelfs te wonen in het huis van een intellectueel, boven dat van één van zijn volgelingen. Hij bouwde een band op met Hirsch Be’er Horowitz, die later naar Engeland emigreerde om onder de naam Herman Bernard les te gaan geven op het gebied van Oriëntale talen op Cambridge. Nachman van Bratslav stierf uiteindelijk in Oeman, Oekraïne, op 18 Tishri, op Sukkoth, 1810. Zijn graf vormde lange tijd een pelgrimsdoel van de Bratislaver Chassidim.

Bijdrage aan de Chassidische traditie

Nachman is één van de meest originele en creatieve breinen achter de Chassidische contemplatie en retorica, en de meest opmerkelijke schrijver in het gebied van Chassidische literatuur. Zijn boek Likkutei Moharan behelst theoretische preken, waarvan het grootste deel werd opgeschreven door zijn discipel Reb Nosen, en een paar door hem zelf. Het boek past in het genre Chassidisch homiletische literatuur.
Hoewel Rabbi Nachman een invloedrijke leer naliet, blijft de wereld ook achter met losse eindjes. Het ontbreekt nog altijd aan een duidelijke synthese, waarin al zijn gedachten en theorieën samenkomen. Hoewel het gebruikelijk was om als bekende leraar en auteur een soort overzichtswerk te geven, lijkt Nachman geen poging te hebben ondernomen om te komen tot één complete overdenking, traktaat, of iets van dien aard. Maar misschien is dit ook te wijten aan het feit dat hij slechts kort leefde. Niettemin valt rabbi Nachman van Bratslaw te typeren als iemand met een geniaal inzicht van het Joodse gedachtegoed. Ook legde hij een groot bewustzijn aan de dag van vele zaken die een gelovige tegenkomt in zijn leven. Hier wist hij dan ook goed raad mee.

Paradox

Niettemin tekent zich een interessante paradox af: hoewel Nachman zelf een zeer doordachte leer verkondigde en een stevige discussie niet schuwde, hield hij zijn leerlingen voor zich niet in te laten met ingewikkelde discussies en toch vooral een eenvoudige gelovige te zijn. De ‘Gids der Verdoolden’ van Maimonides was dan ook een verboden boek in Bratislava. Maar net als theologen koesterde Nachman zo ook zijn vragen, en nam Hij soms notie van de afwezigheid van God, of constateerde hij het onvermogen van de gelovige om God te ervaren. Dat hij zulke vragen serieus nam, illustreert ook zijn vertelling van de Slimme en de Simpele. Als de Simpele de boodschap ontvangt dat hij door de Koning ontboden wordt, is hij blij. Hij gaat mee met de boodschapper, wordt door de Koning ontvangen en tot eerste minister gemaakt. Maar de Slimme reageert anders: bij het horen van hetzelfde nieuws stelt hij zichzelf allerlei vragen, en in het summum zelfs of de Koning wel werkelijk bestaat, want slechts weinigen hebben Hem gezien! Met als gevolg dat deze Slimme man de Koning niet ziet. Hier worden alle drie de aspecten van het geloofsleven van rabbi Nachman weergegeven: allereerst het stellen van veel vragen (de Slimme), dan het dienen van God, terwijl je Hem niet altijd ziet (de boodschapper die de Koning eigenlijk nog nooit gezien had) en ten derde het verlangen naar een simpele manier van (weerspiegeld in de Simpele).

Leer

Rabbi Nachman van Bratislava begon zijn onderwijzingen met: “Essentieel is het geloof.” God was voor hem dan ook geen anonieme Schepper, die ooit alles in het leven riep, en er vervolgens resoluut zijn rug van afkeerde. God kan worden verstaan in het heden; hij kan zich openbaren in de realiteit van onvolmaakte mensen. Indien hij dit anno 2013 zou zeggen, zou waarschijnlijk een groot deel van de westerse bevolking hem vragen waarom zij dan zo weinig merken van het bestaan van een God.
Welnu, zou rabbi Nachman vermoedelijk antwoorden: God is te vergelijken met een heel wijze leraar. Sterker nog; een almachtig, oneindig en onbegrensd intelligente leraar. Maar zo iemand moet wel de juiste brug naar zijn leerlingen weten te slaan om hen iets te kunnen leren, anders mist hij jammerlijk doel. Om zichzelf dus op de juiste manier te kunnen verwoorden aan zijn volgelingen, was God genoodzaakt om alles opzij te zetten wat Hij al wist. Hiertoe trok Hij zich terug in zichzelf (contractie). Zo ontstond er een leegte, verstoken van het bewustzijn van de Goddelijke aanwezigheid die voorheen alles had doortrokken en bezield. Die leegte maakte het mogelijk voor de mensen en dieren om unieke en concrete wezens te zijn, zonder daarbij door hun bron te worden geabsorbeerd. En vanuit die unieke existentie, konden zij weer op zoek gaan naar verbinding met de Eeuwige. Door middel van dit proces, dat de Luriaanse kabbala beschrijft als tsimtsum, koos God ervoor om zichzelf te openbaren aan een vergankelijke en beperkte wereld. Maar – in tegenstelling tot het pantheïsme – is God niet beperkt tot deze specifieke vorm. Hij is niet vergeten waar Hij werkelijk allemaal toe in staat is; Hij herinnert Zich nog altijd wie Hij werkelijk is, wat betekent dat Hij altijd in Zijn oneindige essentie blijft, maar er slechts voor kiest om alleen dit specifieke aspect van Zichzelf te openbaren.
Wat de kabbalistische leer van de tsimtsum duidelijk maakt is dus kortweg het volgende: God was alomtegenwoordig, maar koos er bewust voor om een leemte te creëren tussen hem en de mens. Die leemte biedt de mens enerzijds een unieke identiteit, maar anderzijds roept die ook op tot overbrugging. Ziehier dan ook de voornaamste drijfveer achter het werk van Nachman: het vinden van het pad, dat leidt tot de meest ideale brug tussen de mens en zijn Maker.

"Er zijn een aantal mensen in de hoedanigheid van zoon, die de verborgen schatten van hun vader doorzoeken, terwijl andere in de hoedanigheid verkeren van een slaaf, die slechts één rol heeft: dat is om zijn taak te doen, en hij kan niet vragen om welke reden of uitleg dan ook. Hij heeft één verplichting, dat is om het werk te doen dat hem is toegewezen. Maar er zijn ook mensen in de hoedanigheid van een zoon, die zoveel van zijn vader houdt, dat hij uit liefde het werk doet dat een slaaf uitvoert. Hij springt van de grote wal, in het allerheetst van de strijd, hij rolt door de modder en door het afval, al was het maar om zijn vader te behagen; hij voert handelingen uit die niet eens een simpele slaaf zou doen. En dan, als zijn vader ziet hoe sterk zijn liefde is, zodanig zelfs dat zijn liefde hem maant tot totale dienstbaarheid, dan onthult hij hem zelfs die dingen die hij niet zou toevertrouwen aan een (reguliere) zoon. Zelfs de (reguliere) zoon, die in staat is om de verborgen schatten van de koning te doorvorsen, ook voor hem zijn er plaatsen waar hij niet is toegestaan - inzichten die hem onthouden worden. Maar als de zoon zijn wijsheid aflegt en zich werpt in dienstbaarheid, krijgt zijn vader medelijden met hem en openbaart hem dat wat niet wordt overgeleverd aan een (reguliere) zoon."

Dit citaat weerspiegelt waar het om draait bij Nachman: om werkelijk het hart van God te kunnen beroeren – zodanig dat Hij de mens verborgen geheimenissen toevertrouwt – is een bepaalde geestelijke golflengte nodig. In de gelijkenis wordt deze weergegeven als de hartsgesteldheid van een zoon die zich als een slaaf gedraagt. Hij verliest zichzelf in de liefde voor zijn Vader; vernedert en verontreinigt zichzelf en legt zijn wijsheid af. Maar dat is slechts één zijde van de medaille. De tsimtsum kent er twee; en die vormen samen de grote paradox in het werk van Nachman. Enerzijds is er de grote absentie van God, doordat Hij zich teruggetrokken heeft, terwijl anderzijds de mens dan tóch op zoek gaat naar die God in de leemte. En op het moment dat God Zich dan wel laat vinden, wordt de mens door Hem opgeslokt, want juist om dat te voorkomen trok Hij zich terug van zijn schepsels. Deze dialectiek tussen het proberen te vinden van een God die niet te vinden is, komt terug in heel zijn werk. Hierin ligt ook zijn aanwijzing voor de geloofsgroei gefundeerd. Doordat God zich teruggetrokken heeft in de leemte, en dus niet te vinden is, moet de gelovige zich er toe zetten de innerlijke plaatsen in te gaan, waar God niet is. Want wat is er nu meer noodzakelijk voor geloofsgroei dan uitdagingen en hindernissen, waardoor je sterker kunt worden, en: welke uitdaging of hindernis is groter dan de afwezigheid van God? Toch kom je uiteindelijk in een finale fase van de groei, waarin de vragen – de uitdagingen – die het geloof oproept niet meer beantwoord kunnen worden. En daar komt men erachter dat Nachman het geloof niet ziet als een rationeel verantwoord systeem waarop hij een antwoord moet bieden, maar juist dat het geloof groeit tot een steeds complexer paradoxaal probleem, zich steeds uitstrekkend naar datgene wat moeilijker en lastiger is. De uitdagingen blijven staan, en ze zijn alleen het hoofd te bieden met geloof.
Zo heeft Nachman twee verschillende noties van geloof, de ‘simpele, naïeve versie’ en de ‘spiraal van constante groei door uitdagingen’. Soms heeft de één de voorkeur, in zijn onderwijzingen, en soms de ander.

Qatnut of het afleggen van het verstand

In de eerdergenoemde gelijkenis komen drie zaken samen die Nachman als een sleutel tot God beschouwt: zowel het qatnut, de Bittul ha-jesj als het afleggen van het verstand. Hiertoe zal ik allereerst de betekenis van het begrip Bittul ha-jesj verduidelijken. Dit verwijst naar het ‘ont-ikken’; de ontkenning van het ‘zelf’, of de transcendentie van het ‘zelf’. De achterliggende gedachte is dat, omdat er niets zou kunnen bestaan los van de afhankelijkheid van God, al het bestaande – de mens incluis - in wezen goddelijk is. Dit begrip wordt in devotionele termen vooral verstaan als het equivalent van de qatnut. Zich baserende op de Luriaanse Kabbala, ontwikkelde Rabbi Nachman een theorie aangaande meerdere staten van bewustzijn, die hij de naam kleinheid gaf (qatnut). Qatnut is een staat die zich op de grenslinies bevindt van normaliteit, volwassenheid en rijpheid van het bestaan. De afdaling tot het qatnut is vooral een terugkeer naar de eerste stadia van levensontwikkeling, met de foetale staat – voorafgaand aan het intellect – als ultiem begin. De afdaling tot zijn eigen kleinheid, gevolgd door de beklimming ervan, worden door Rabbi Nachman beschouwd als een proces van wedergeboorte.
In het citaat uit Mysticism and Madness herkennen we iets dat zich als qatnut laat omschrijven: een volwassen man valt terug in de stadia van een kind. Hij is dwaas in zijn liefde, afhankelijk, onbeteugeld in geestdrift en vreugde, onbegrensd in ouderlijke loyaliteit, dartel en onbevreesd. Tegelijkertijd is de uitingsvorm van zijn liefde een deed of madness; ogenschijnlijk dwaas en gespeend van elk gezond verstand. Geen logica ter wereld rechtvaardigt waarom een eerbare zoon zich zou vernederen tot het niveau lager dan dat van een slaaf. Hier is maar één antwoord mogelijk, en dat is liefde. Liefde, zo intens – zo oprecht en zo puur – dat het dwaas genoeg is voor de mens om zichzelf en zijn verstand volkomen in te verliezen in aanbidding. En juist in die dwaasheid en kleinheid is het, dat de mens volgens Nachman in staat is de kloof tot God te overbruggen. Niet langer zal God zich kunnen verbergen in zijn teruggetrokkenheid, want hij wordt bewogen door dat dwaze kleine kind van hem, dat Zijn vaderlijk hart streelt. En God nadert tot hem, met liefde, ontferming, erbarmen en… openbaring.

Schouwspel

‘De ultieme kennis is dat we niet weten,’ is één van Nachmans bekendste aforismen. Zelfs alle joodse rituelen, en dan vooral de tempeldienst, zijn in dat licht dan ook niet meer dan een schouwspel. Een groot toneelstuk met een voorgeschreven serie handelingen, toneelrekwisieten, cast en publiek. Maar zelfs het meest fantastisch geregisseerde menselijke schouwspel is niet in staat om het gordijn tussen god en mens te doen scheuren. Nachman schreef het boek ‘Story of the Humble King’, waarin hij het niet-weten tot een waar statement weet te verheffen. De onwetendheid kent meerdere betekenissen: allereerst het filosofische onbegrip, vervolgens het mystieke, dan het sensorische – het onvermogen in gevoel en perceptie – en het staan als nietig mens tegenover de totale Onkenbaarheid. Maar waar onwetendheid in de westerse wereld over het algemeen als een vloek wordt beschouwd, geldt die voor Nachman als een onmiskenbare zegen. En ook bij de onwetendheid komt het begrip qatnut om de hoek kijken: de meest basale vorm van onwetendheid is die van een foetus, genoeglijk opgekruld in de baarmoeder van zijn moeder. Dit is de pre-rationele staat, waarin de mens zich van niets bewust is; noch van ego, eer of ratio, maar zich simpelweg gelukkig prijst met het ‘zijn’ en met het vertoeven van volledige afhankelijkheid van de Ander (de moeder, of bij Nachman: God). Hoe geringer en kleiner dus de mens, des te minder schillen zich tussen hem en de Eeuwige bevinden. En des te beter de kloof te overbruggen valt.
Dit verklaart het ogenschijnlijke dédain van Nachman aan het adres van de ratio: ons beperkte verstand leidt niet tot enig geestelijk inzicht. Zij is louter een hulpmiddel voor wie zich in het materiële bestaan van haar plichten wil kwijten. Indien de ratio niet wordt teruggedrongen, zal zij terreur uitoefenen over de mens. Maar wie haar weet te beteugelen, biedt ruimte voor verbeelding, ervaring en profetie. Die wentelt zich in de prettige oase van de leemte. En in die leemte is het dat de mens zichzelf kan verliezen om God te vinden.

Conclusie

Qatnut en bittoel hajesj zijn de namen van nauw verwante wegen, waarop de mens zichzelf kan verliezen in dwaze liefde tot de Vader. Het zijn de manieren waarop hij de schillen van zijn ego en ratio stuk voor stuk af kan afwerpen, zo elke barrière tussen zichzelf en de Eeuwige slechtend. Opdat de diepe kloof van leegte die God na Zijn terugtrekking achterliet, weer kan worden opgevuld.
© 2014 - 2019 Vanekeren, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Breslov Chassidisch JodendomBreslov Chassidisch JodendomBreslov is een tak van het Chassidische Jodendom gesticht door Rebbe Nachman van Breslov (1772-1810), aan achterkleinzoo…
Boekrecensie: De wanhoop verdreven - Elie WieselrecensieBoekrecensie: De wanhoop verdreven - Elie WieselDe titel van het boek 'De wanhoop verdreven' van Elie Wiesel is een zeer toepasselijke. Het boek handelt over de periode…
Satmar Chassidisch JodendomDe Satmar (Satmar Chassidiem) is een Chassidische gemeenschap die ontstaan is in Hongarije en werd op gericht door Rebbe…
Jodendom: Stichting van het ChassidismeJodendom: Stichting van het ChassidismeIn 1734 (Joodse jaar 5494) werd door de Baal Shem Tov het Chassidisme gesticht. In die dagen was de leer van de Tora het…
Jodendom - Chassidische leer: niet met zichzelf bezighoudenJodendom - Chassidische leer: niet met zichzelf bezighoudenHoewel de mens wel bij zichzelf moet beginnen mag hij niet bij zichzelf eindigen. Het is niet juist om zichzelf te kwell…
Bronnen en referenties
  • 1. F. Skolnik e.a., Encyclopaedia Judaica 2e editie deel 12 pp. 782-782, Detroit, 2007
  • 2. M. Cunz, Die Fahrt des Rabbi Nachman von Brazlaw ins Land Israel (1798-1799), Tübingen 1997
  • 3. A. Green, Tormented master: a life of rabbi Nahman of Bratslav, Alabama University 1979
  • 4. M. Van Tijn, ‘Maak gebeden van mijn verhalen’ – verhalen van rabbi Nachman van Bratzlaw, ’s-Gravenhage 1989
  • 5. Z. Mark, Mysticism and Madness: The Religious Thought of Rabbi Nachman of Bratslav, Continuum International Publishing Group, 21 jul. 2009
  • 6. M. Fishbane, To Jump for Joy: The Rites of Dance According to R. Nahman of Bratzlav, in Journal of Jewish thought and philosophy, volume 6, issue 2, pp. 371 -388, Routledge 1997
  • 7. Jewish Virtual Library, http://www.jewishvirtuallibrary.org/, website beheerd door The American-Israeli Cooperative Enterprise (AICE), opgericht in 1993

Reageer op het artikel "Rabbi Nachman van Bratislava"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Vanekeren
Gepubliceerd: 19-09-2014
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Bronnen en referenties: 7
Schrijf mee!