InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Torastudie 43: Juda en Tamar - Genesis (38:1-25)

Torastudie 43: Juda en Tamar - Genesis (38:1-25)

Torastudie 43: Juda en Tamar - Genesis (38:1-25) In Genesis 38:1-25 wordt verteld hoe Tamar op een listige manier zwanger wordt van haar schoonvader Juda. Aanvankelijk was Tamar getrouwd met Er op advies van Juda. Maar omdat hij het misnoegen wekte van God, doodde de Here hem. Daarna trouwde Tamar met Ers broer Onan. Omdat Onan zijn broer geen nakroost wilde geven, verspilde hij zijn zaad. God doodde hem. Juda wilde nu geen zoon meer aan Tamar aanbieden. Toen prostitueerde Tamar en werd zwanger van Juda.

Genesis 38:1-25

In die tijd trok Juda van zijn broeders weg en nam zijn intrek bij een man van Adullam, genaamd Hira...En Juda nam voor Er, zijn eerstgeborenen, een vrouw, genaamd Tamar. En Er, de eerstgeborene van Juda, wekte het misnoegen van de Heren op, en de Here doodde hem. Toen zei Juda tot Onan: Ga tot uw broeders vrouw, sluit met haar het zwagerhuwelijk en verwek voor uw broeder nakroost. Maar Onan wist, dat het nakroost hem niet zou toebehoren, daarom, zo vaak hij tot de vrouw van zijn broeder kwam, verspilde hij het zaad op de grond, om aan zijn broeder geen nakroost te geven. En hetgeen hij gedaan had, was kwaad in de ogen van de Heren, en Hij doodde ook hem...Toen Juda haar (Tamar) zag, hield hij haar voor een hoer, omdat zij haar aangezicht bedekt had. En hij wendde zich tot haar aan de weg en zei: Welaan, laat mij toch tot u komen, want hij wist niet, dat zij zijn schoondochter was...Toen zei Juda: Breng haar naar buiten, opdat zij verbrand wordt. Terwijl zij naar buiten gebracht werd, zond zij haar schoonvader deze boodschap: Bij de man van wie deze dingen zijn, ben ik zwanger. Ook zei zij: Zie eens goed, van wie deze zegelring en snoeren en staf zijn.

De tekst in het Hebreeuws luidt:

א וַיְהִי בָּעֵת הַהִוא וַיֵּרֶד יְהוּדָה מֵאֵת אֶחָיו וַיֵּט עַד-אִישׁ עֲדֻלָּמִי וּשְׁמוֹ חִירָה. ב וַיַּרְא-שָׁם יְהוּדָה בַּת-אִישׁ כְּנַעֲנִי וּשְׁמוֹ שׁוּעַ וַיִּקָּחֶהָ וַיָּבֹא אֵלֶיהָ. ג וַתַּהַר וַתֵּלֶד בֵּן וַיִּקְרָא אֶת-שְׁמוֹ עֵר. ד וַתַּהַר עוֹד וַתֵּלֶד בֵּן וַתִּקְרָא אֶת-שְׁמוֹ אוֹנָן. ה וַתֹּסֶף עוֹד וַתֵּלֶד בֵּן וַתִּקְרָא אֶת-שְׁמוֹ שֵׁלָה וְהָיָה בִכְזִיב בְּלִדְתָּהּ אֹתוֹ. ו וַיִּקַּח יְהוּדָה אִשָּׁה לְעֵר בְּכוֹרוֹ וּשְׁמָהּ תָּמָר. ז וַיְהִי עֵר בְּכוֹר יְהוּדָה רַע בְּעֵינֵי יְהוָה וַיְמִתֵהוּ יְהוָה. ח וַיֹּאמֶר יְהוּדָה לְאוֹנָן בֹּא אֶל-אֵשֶׁת אָחִיךָ וְיַבֵּם אֹתָהּ וְהָקֵם זֶרַע לְאָחִיךָ. ט וַיֵּדַע אוֹנָן כִּי לֹּא לוֹ יִהְיֶה הַזָּרַע וְהָיָה אִם-בָּא אֶל-אֵשֶׁת אָחִיו וְשִׁחֵת אַרְצָה לְבִלְתִּי נְתָן-זֶרַע לְאָחִיו. י וַיֵּרַע בְּעֵינֵי יְהוָה אֲשֶׁר עָשָׂה וַיָּמֶת גַּם-אֹתוֹ. יא וַיֹּאמֶר יְהוּדָה לְתָמָר כַּלָּתוֹ שְׁבִי אַלְמָנָה בֵית-אָבִיךְ עַד-יִגְדַּל שֵׁלָה בְנִי כִּי אָמַר פֶּן-יָמוּת גַּם-הוּא כְּאֶחָיו וַתֵּלֶךְ תָּמָר וַתֵּשֶׁב בֵּית אָבִיהָ. יב וַיִּרְבּוּ הַיָּמִים וַתָּמָת בַּת-שׁוּעַ אֵשֶׁת-יְהוּדָה וַיִּנָּחֶם יְהוּדָה וַיַּעַל עַל-גֹּזְזֵי צֹאנוֹ הוּא וְחִירָה רֵעֵהוּ הָעֲדֻלָּמִי תִּמְנָתָה. יג וַיֻּגַּד לְתָמָר לֵאמֹר הִנֵּה חָמִיךְ עֹלֶה תִמְנָתָה לָגֹז צֹאנוֹ. יד וַתָּסַר בִּגְדֵי אַלְמְנוּתָהּ מֵעָלֶיהָ וַתְּכַס בַּצָּעִיף וַתִּתְעַלָּף וַתֵּשֶׁב בְּפֶתַח עֵינַיִם אֲשֶׁר עַל-דֶּרֶךְ תִּמְנָתָה כִּי רָאֲתָה כִּי-גָדַל שֵׁלָה וְהִוא לֹא-נִתְּנָה לוֹ לְאִשָּׁה. טו וַיִּרְאֶהָ יְהוּדָה וַיַּחְשְׁבֶהָ לְזוֹנָה כִּי כִסְּתָה פָּנֶיהָ. טז וַיֵּט אֵלֶיהָ אֶל-הַדֶּרֶךְ וַיֹּאמֶר הָבָה-נָּא אָבוֹא אֵלַיִךְ כִּי לֹא יָדַע כִּי כַלָּתוֹ הִוא וַתֹּאמֶר מַה-תִּתֶּן-לִי כִּי תָבוֹא אֵלָי. יז וַיֹּאמֶר אָנֹכִי אֲשַׁלַּח גְּדִי-עִזִּים מִן-הַצֹּאן וַתֹּאמֶר אִם-תִּתֵּן עֵרָבוֹן עַד שָׁלְחֶךָ. יח וַיֹּאמֶר מָה הָעֵרָבוֹן אֲשֶׁר אֶתֶּן-לָךְ וַתֹּאמֶר חֹתָמְךָ וּפְתִילֶךָ וּמַטְּךָ אֲשֶׁר בְּיָדֶךָ וַיִּתֶּן-לָהּ וַיָּבֹא אֵלֶיהָ וַתַּהַר לוֹ. יט וַתָּקָם וַתֵּלֶךְ וַתָּסַר צְעִיפָהּ מֵעָלֶיהָ וַתִּלְבַּשׁ בִּגְדֵי אַלְמְנוּתָהּ. כ וַיִּשְׁלַח יְהוּדָה אֶת-גְּדִי הָעִזִּים בְּיַד רֵעֵהוּ הָעֲדֻלָּמִי לָקַחַת הָעֵרָבוֹן מִיַּד הָאִשָּׁה וְלֹא מְצָאָהּ. כא וַיִּשְׁאַל אֶת-אַנְשֵׁי מְקֹמָהּ לֵאמֹר אַיֵּה הַקְּדֵשָׁה הִוא בָעֵינַיִם עַל-הַדָּרֶךְ וַיֹּאמְרוּ לֹא-הָיְתָה בָזֶה קְדֵשָׁה. כב וַיָּשָׁב אֶל-יְהוּדָה וַיֹּאמֶר לֹא מְצָאתִיהָ וְגַם אַנְשֵׁי הַמָּקוֹם אָמְרוּ לֹא-הָיְתָה בָזֶה קְדֵשָׁה. כג וַיֹּאמֶר יְהוּדָה תִּקַּח-לָהּ פֶּן נִהְיֶה לָבוּז הִנֵּה שָׁלַחְתִּי הַגְּדִי הַזֶּה וְאַתָּה לֹא מְצָאתָהּ. כד וַיְהִי כְּמִשְׁלֹשׁ חֳדָשִׁים וַיֻּגַּד לִיהוּדָה לֵאמֹר זָנְתָה תָּמָר כַּלָּתֶךָ וְגַם הִנֵּה הָרָה לִזְנוּנִים וַיֹּאמֶר יְהוּדָה הוֹצִיאוּהָ וְתִשָּׂרֵף. כה הִוא מוּצֵאת וְהִיא שָׁלְחָה אֶל-חָמִיהָ לֵאמֹר לְאִישׁ אֲשֶׁר-אֵלֶּה לּוֹ אָנֹכִי הָרָה וַתֹּאמֶר הַכֶּר-נָא לְמִי הַחֹתֶמֶת וְהַפְּתִילִים וְהַמַּטֶּה הָאֵלֶּה.

Genesis 38:1

Het geschiedde in die tijd.

het licht van de Messias:
De zonen van Jakob waren druk met het verkopen van Jozef, Jakob zat in zak en as en vastte en Juda was druk bezig met een vrouw, terwijl de Heilige, gezegend is Hij, het licht van de Masjiach aan het scheppen was (Peretz, zoon van Juda en Tamar, is de voorvader van Koning David en de Masjiach)

Genesis 38:1

Het geschiedde in die tijd dat Juda van zijn broeders weg naar het zuiden trok.

trots:
Zij ontnamen hem zijn trots toen zij hun vaders worsteling zagen. Zij zeiden: Jij vertelde ons hem te verkopen; als je ons verteld had hem terug te sturen zouden we naar je hebben geluisterd.

Genesis 38:7

Maar 'Er, de eerste geborene van Juda was slecht in de ogen van de Eeuwige, en de Eeuwige liet hem sterven.

verspilling van zaad:
'Er was schuldig aan dezelfde zonde als Onan, het verspelen van zijn zaad, want er staat geschreven met betrekking tot Onan: 'En God liet hem sterven'. Onans dood was door dezelfde oorzaak als Ers dood. En waarom verspeelde Er zijn zaad? Zodat Tamar niet zwanger zou worden en haar schoonheid zou ruïneren?

schapen scheren:
Er werd aan Tamar verteld: Zie, je schoonvader gaat naar boven naar Timna om zijn schapen te scheren.

In het geval van Simson wordt gezegd, en Simson ging naar beneden naar Timna. Want Tima lag op de helling van een heuvel: Men bestijgt het van de ene kant en daalt af van de andere kant.

Timna

De stad Timna is dus het prototype van alle levensbestemmingen. Men gaat nooit simpel naar Timna. Men bestijgt het of daalt af; hetzelfde geldt voor de levensreis. Er zijn geen twee parallelle punten op de helling van menselijke ontwikkeling waar iedere stap een stap naar boven of een stap naar beneden van zijn voorganger is.

Dit is ook de les bij het aansteken van de Chanoeka. Iemand die een enkel vlam aansteekt op de eerste nacht van het festival vervult de mitswa van het aansteken van de Chanoeka lichten in de meest optimale mogelijke manier. Maar om dezelfde vlam op de volgende avond aan te steken is niet slechts een falen om het licht te versterken maar een afname in relatie tot de prestatie van gisteren: op de tweede Chanoeka avond vertegenwoordigt een enkele vlam een minder optimale vervulling van de mitswa.

Genesis 38:14

Legde zij van zich af de klederen van haar weduwschap, dekte zich met een sluier en omhulde zich.

Rebekka en Tamar:
Twee vrouwen bedekten zichzelf met een sluier en baarden tweelingen: Rebekka en Tamar. Rebekka zoals staat geschreven: "En zij nam haar sluier af en bedekte zichzelf" (Genesis 24:65); Tamar zoals staat geschreven: "En zij bedekte zichzelf met haar sluier en omhulde zichzelf."

Genesis 38:15

Juda zag haar en hield haar voor een ontuchtige vrouw, want zij had haar aangezicht bedekt.

het gezicht bedekken:
Omdat zij haar gezicht bedekt had dacht hij dat ze ontuchtig was? Maar omdat zij haar gezicht had bedekt in haar schoonvaders huis, herkende hij haar nu niet.

Rabbi Samuel ben Nachmani zegt in de naam van Rabbi Jonathan: Iedere dochter die bescheiden is in het huis van de schoonvader verdient dat koningen en profeten haar uitkiezen. Vanwaar weten we dit? Van Tamar. Profeten kozen haar uit omdat er staat geschreven: De visie van Jesaja de zoon van Amotz"; en de koningen kozen haar door David (die een afstammeling is van Peretz).

Genesis 38:15-16

Juda zag haar en hield haar voor een ontuchtige vrouw....En hij wendde zich tot haar.

ontucht:
Ulla zei: Zowel Tamar als Zimri begingen ontucht. Tamar beging ontucht en gaf geboorte aan koningen en profeten. Zimri beging ontucht en vanwege hem stierven vele tienduizenden Israëliërs.

lust:
Rabbi Jochanan zei: Juda wenste haar te passeren, maar God zond een engel die zich bezig houdt met lust en zei tegen hem: "Waar ga je heen Juda? Waar vandaan koningen opstaan en waar vandaan bevrijders opstaan?" Daarop wendde hij zich tot haar tegen zijn wil in.

De Zohar wijst erop dat de Masjiach het product is van een aantal moreel dubieuze huwelijken: Juda en Tamar; Boaz en Ruth; David en Batsheba.

Genesis 38:18

Hierop zeide hij, wat is het onderpand, dat ik u zal geven? toen zei zij: uw zegelring en uw snoer en uw staf, die in uw hand is.

zegelring, snoer, staf:
Een profetische geest werd binnen in haar ontstoken: "je zegelring" verwijst naar het koninklijk huis van David; "je snoer" verwijst naar het Sanhedrin; "en je staf" verwijst naar de Masjiach: "De staf van uw sterkte zal de Heer uit Zion zenden" (Psalm 110:2).

Genesis 38:25

Zij werd naar buiten gebracht maar zij zond naar haar schoonvader als volgt: "Van de man van wie deze zijn, ben ik zwanger.

zwanger:
Zij wilde hem niet te schande brengen door expliciet te zeggen: "Ik ben zwanger van jou."



Samenvatting - vragen

Om voor uzelf te controleren of u de tekst goed begrepen heeft volgt hier een aantal vragen. De antwoorden vindt u terug in bovenstaande tekst.
  1. Van wie is Peretz is voorvader?
  2. Waarom was Er slecht in de Ogen van de Heilige?
  3. Waar is Timna het prototype van? Beschrijf dit.
  4. Welke twee vrouwen bedekten zichzelf met een sluier en baarden tweelingen?
  5. Waarom kozen profeten Tamar?
  6. Uit welke dubieuze huwelijken komt de Masjiach voort?
  7. Waar verwijzen zegelring, snoer en staf naar?

Lees verder

© 2008 - 2017 Etsel, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Torastudie 56: Studiehuis in Egypte - Genesis 46Torastudie 56: Studiehuis in Egypte - Genesis 46In Genesis 46 wordt verteld dat Jakob naar Egypte verhuist en Juda vooruit stuurt om een studiehuis te vestigen voor het…
Torastudie 61: Jakobs laatste woorden 1 - Genesis (49:1-9)Torastudie 61: Jakobs laatste woorden 1 - Genesis (49:1-9)In Genesis 49:1-9 wordt verhaald over Jakobs laatste woorden tot zijn zonen, Ruben, Simon, Levi en Juda. Jakob vertelt a…
De eerste vijf boeken van de bijbelDe eerste vijf boeken van de bijbelWie de bijbel leest, begint meestal bij het begin. Om deze reden hier een korte inhoud van de eerste vijf boeken van de…
Torastudie 59: Jakobs laatste jaren - Genesis (47:28-31)Torastudie 59: Jakobs laatste jaren - Genesis (47:28-31)In Genesis 47:28-31 kunnen we lezen hoe Jakob de zeventien laatste jaren van zijn leven in Egypte doorbrengt. Het zijn j…
Torastudie 44: De tweeling van Tamar (Genesis 38:27-30)Torastudie 44: De tweeling van Tamar (Genesis 38:27-30)Onder de talloze geboortes die staan beschreven in het boek Genesis, zijn er twee tweelingen: de geboorten van Izaäks en…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Tdjgordon / Pixabay
  • Midrash; Rashi
  • Lekach Tov
  • Midrash Rabbah
  • Talmoed
  • De Lubavitcher Rebbe

Reageer op het artikel "Torastudie 43: Juda en Tamar - Genesis (38:1-25)"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Etsel
Laatste update: 01-07-2015
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Special: Torastudie
Bronnen en referenties: 6
Schrijf mee!