InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Torastudie 40: Simeon/Levi wreken Dina - Genesis (34:1-26)

Torastudie 40: Simeon/Levi wreken Dina - Genesis (34:1-26)

Torastudie 40: Simeon/Levi wreken Dina - Genesis (34:1-26) Dina wordt verkracht door Sichem, de zoon van de Heviet Hemor, de vorst van het land. De broers van Dina, Simeon en Levi, nemen wraak. Zij bedriegen Sichem en zijn vader Hemor. Zij vertellen hen dat zij hun zuster niet aan een man kunnen geven die onbesneden is. Dat zou een schande zijn. Wanneer alle mannen besneden worden kunnen de Israëlieten hun dochters aan hen geven. Sichem en Hemor laten alle mannen besnijden. Door de pijn van de besnijdenis konden Simeon en Levi alle mannen doden.

Genesis 34:1-26

Dina, de dochter van Lea, die zij Jakob gebaard had, ging eens uit om de dochters van het land te bezoeken. Toen zag haar Sichem, de zoon van de Heviet Hemor, de vorst van het land, en hij nam haar en lag nij haar en verkrachtte haar...Toen vonden Hemor en zijn zoon Sichem gehoor bij allen die uitgegaan waren naar de poort van zijn stad, en besneden werd al wie mannelijk was, allen die naar de poort van zijn stad waren uitgegaan. Op de derde dag nu, toen zij hevige pijn leden, namen twee zonen van Jakob, Simeon en Levi, broeders van Dina, ieder zijn zwaard en zij overvielen de argeloze stad en doodden al wie mannelijk was. Ook Hemon en zijn zoon Sichem doodden zij met de scherpte van het zwaard, en zij namen Dina mee uit het huis van Sichem en gingen weg.

De tekst in het Hebreeuws luidt:

א וַתֵּצֵא דִינָה בַּת-לֵאָה אֲשֶׁר יָלְדָה לְיַעֲקֹב לִרְאוֹת בִּבְנוֹת הָאָרֶץ. ב וַיַּרְא אֹתָהּ שְׁכֶם בֶּן-חֲמוֹר הַחִוִּי נְשִׂיא הָאָרֶץ וַיִּקַּח אֹתָהּ וַיִּשְׁכַּב אֹתָהּ וַיְעַנֶּהָ. ג וַתִּדְבַּק נַפְשׁוֹ בְּדִינָה בַּת-יַעֲקֹב וַיֶּאֱהַב אֶת-הַנַּעֲרָ וַיְדַבֵּר עַל-לֵב הַנַּעֲרָ. ד וַיֹּאמֶר שְׁכֶם אֶל-חֲמוֹר אָבִיו לֵאמֹר קַח-לִי אֶת-הַיַּלְדָּה הַזֹּאת לְאִשָּׁה. ה וְיַעֲקֹב שָׁמַע כִּי טִמֵּא אֶת-דִּינָה בִתּוֹ וּבָנָיו הָיוּ אֶת-מִקְנֵהוּ בַּשָּׂדֶה וְהֶחֱרִשׁ יַעֲקֹב עַד-בֹּאָם. ו וַיֵּצֵא חֲמוֹר אֲבִי-שְׁכֶם אֶל-יַעֲקֹב לְדַבֵּר אִתּוֹ. ז וּבְנֵי יַעֲקֹב בָּאוּ מִן-הַשָּׂדֶה כְּשָׁמְעָם וַיִּתְעַצְּבוּ הָאֲנָשִׁים וַיִּחַר לָהֶם מְאֹד כִּי-נְבָלָה עָשָׂה בְיִשְׂרָאֵל לִשְׁכַּב אֶת-בַּת-יַעֲקֹב וְכֵן לֹא יֵעָשֶׂה. ח וַיְדַבֵּר חֲמוֹר אִתָּם לֵאמֹר שְׁכֶם בְּנִי חָשְׁקָה נַפְשׁוֹ בְּבִתְּכֶם תְּנוּ נָא אֹתָהּ לוֹ לְאִשָּׁה. ט וְהִתְחַתְּנוּ אֹתָנוּ בְּנֹתֵיכֶם תִּתְּנוּ-לָנוּ וְאֶת-בְּנֹתֵינוּ תִּקְחוּ לָכֶם. י וְאִתָּנוּ תֵּשֵׁבוּ וְהָאָרֶץ תִּהְיֶה לִפְנֵיכֶם שְׁבוּ וּסְחָרוּהָ וְהֵאָחֲזוּ בָּהּ. יא וַיֹּאמֶר שְׁכֶם אֶל-אָבִיהָ וְאֶל-אַחֶיהָ אֶמְצָא-חֵן בְּעֵינֵיכֶם וַאֲשֶׁר תֹּאמְרוּ אֵלַי אֶתֵּן. יב הַרְבּוּ עָלַי מְאֹד מֹהַר וּמַתָּן וְאֶתְּנָה כַּאֲשֶׁר תֹּאמְרוּ אֵלָי וּתְנוּ-לִי אֶת-הַנַּעֲרָ לְאִשָּׁה. יג וַיַּעֲנוּ בְנֵי-יַעֲקֹב אֶת-שְׁכֶם וְאֶת-חֲמוֹר אָבִיו בְּמִרְמָה וַיְדַבֵּרוּ אֲשֶׁר טִמֵּא אֵת דִּינָה אֲחֹתָם. יד וַיֹּאמְרוּ אֲלֵיהֶם לֹא נוּכַל לַעֲשׂוֹת הַדָּבָר הַזֶּה לָתֵת אֶת-אֲחֹתֵנוּ לְאִישׁ אֲשֶׁר-לוֹ עָרְלָה כִּי-חֶרְפָּה הִוא לָנוּ. טו אַךְ-בְּזֹאת נֵאוֹת לָכֶם אִם תִּהְיוּ כָמֹנוּ לְהִמֹּל לָכֶם כָּל-זָכָר. טז וְנָתַנּוּ אֶת-בְּנֹתֵינוּ לָכֶם וְאֶת-בְּנֹתֵיכֶם נִקַּח-לָנוּ וְיָשַׁבְנוּ אִתְּכֶם וְהָיִינוּ לְעַם אֶחָד. יז וְאִם-לֹא תִשְׁמְעוּ אֵלֵינוּ לְהִמּוֹל וְלָקַחְנוּ אֶת-בִּתֵּנוּ וְהָלָכְנוּ. יח וַיִּיטְבוּ דִבְרֵיהֶם בְּעֵינֵי חֲמוֹר וּבְעֵינֵי שְׁכֶם בֶּן-חֲמוֹר. יט וְלֹא-אֵחַר הַנַּעַר לַעֲשׂוֹת הַדָּבָר כִּי חָפֵץ בְּבַת-יַעֲקֹב וְהוּא נִכְבָּד מִכֹּל בֵּית אָבִיו. כ וַיָּבֹא חֲמוֹר וּשְׁכֶם בְּנוֹ אֶל-שַׁעַר עִירָם וַיְדַבְּרוּ אֶל-אַנְשֵׁי עִירָם לֵאמֹר. כא הָאֲנָשִׁים הָאֵלֶּה שְׁלֵמִים הֵם אִתָּנוּ וְיֵשְׁבוּ בָאָרֶץ וְיִסְחֲרוּ אֹתָהּ וְהָאָרֶץ הִנֵּה רַחֲבַת-יָדַיִם לִפְנֵיהֶם אֶת-בְּנֹתָם נִקַּח-לָנוּ לְנָשִׁים וְאֶת-בְּנֹתֵינוּ נִתֵּן לָהֶם. כב אַךְ-בְּזֹאת יֵאֹתוּ לָנוּ הָאֲנָשִׁים לָשֶׁבֶת אִתָּנוּ לִהְיוֹת לְעַם אֶחָד בְּהִמּוֹל לָנוּ כָּל-זָכָר כַּאֲשֶׁר הֵם נִמֹּלִים. כג מִקְנֵהֶם וְקִנְיָנָם וְכָל-בְּהֶמְתָּם הֲלוֹא לָנוּ הֵם אַךְ נֵאוֹתָה לָהֶם וְיֵשְׁבוּ אִתָּנוּ. כד וַיִּשְׁמְעוּ אֶל-חֲמוֹר וְאֶל-שְׁכֶם בְּנוֹ כָּל-יֹצְאֵי שַׁעַר עִירוֹ וַיִּמֹּלוּ כָּל-זָכָר כָּל-יֹצְאֵי שַׁעַר עִירוֹ. כה וַיְהִי בַיּוֹם הַשְּׁלִישִׁי בִּהְיוֹתָם כֹּאֲבִים וַיִּקְחוּ שְׁנֵי-בְנֵי-יַעֲקֹב שִׁמְעוֹן וְלֵוִי אֲחֵי דִינָה אִישׁ חַרְבּוֹ וַיָּבֹאוּ עַל-הָעִיר בֶּטַח וַיַּהַרְגוּ כָּל-זָכָר. כו וְאֶת-חֲמוֹר וְאֶת-שְׁכֶם בְּנוֹ הָרְגוּ לְפִי-חָרֶב וַיִּקְחוּ אֶת-דִּינָה מִבֵּית שְׁכֶם וַיֵּצֵאוּ.

Genesis 34:1

Dina nu, de dochter van Lea....ging uit om te zien naar de dochter van het land.

de dochter van Lea:
Vanwege haar uitgaan wordt ze genoemd: "de dochter van Lea". Want Lea ging ook uit. Want er staat geschreven: "En Lea ging uit om hem te begroeten" (Genesis 30:16) Betreffende haar wordt gezegd: "Zo moeder, zo dochter."

Genesis 34:5

En Jakob zweeg tot zij kwamen.

wijze man - vrede:
Dus er staat geschreven: "Maar een wijze man bewaart zijn vrede."

Genesis 34:24

En al wat mannelijk was liet zich besnijden, allen, die de poort van de stad (Shechem) uitgingen.

besnijden:
Wanneer één van hen de stad binnenkwam geladen met zijn goederen zeiden ze tegen hem: "Kom en laat je besnijden" terwijl hij zou antwoorden: "Shechem trouwt haar en Magbai moet besneden worden?!"

Genesis 34:25

Simeon en Levi, Dina's broeders.

zuster:
Was ze dan slechts de zuster van deze twee alleen en niet de zuster van al de zonen van Jakob? Maar ze wordt geroepen bij hun naam omdat zij hun leven voor haar riskeerden.

Genesis 34:25

Iedere man zijn zwaard.

bar mitswa:
Onze wijzen berekenden dat de jongste van de twee, Levi, precies dertien jaar oud was op dat moment. Het feit dat de Tora refereert aan hem als een 'man' is dus één van de bronnen dat 13 jaar de leeftijd is waarop de Joodse jongen zijn mannelijke leeftijd krijgt en daät (intellectuele volwassenheid), geven aan hem een bar mitswa, iemand die wordt verbonden aan de wetten.

Op het gezicht lijkt dit eerder een onjuiste context waarin de wet van de bar mitswa over te brengen. Simeons en Levi's handeling lijkt de antithese van daät. Jakob noemde hun daden als irrationeel, onverantwoordelijk en vragende legitimiteit onder de Tora wet. Toch is dit de gebeurtenis dat de Tora kiest om ons te leren de leeftijd van rede, volwassenheid, verantwoordelijkheid en toewijding aan de vervulling van de mitswot!

Maar omdat Simeon en Levi Jacob antwoordden stond de situatie die hun handeling aanzette hen niet toe de luxe van rationele overweging van zijn gevolgen. De integriteit van Israël stond op het spel, en de broers van Dina konden geen aandacht geven aan hun eigen persoon. Op het eind was hun instinctieve reactie, komende uit het diepste van hun ziel, geldig. God vergaf hun daad en kwam hen te hulp.

Genesis 34:26

En zij namen Dina uit het huis van Shechem en vertrokken.

schaamte:
Zij trokken haar eruit...Want eerst weigerde ze met hen mee te gaan, zeggende: "En ik, waarheen draag ik mijn schaamte?", tot Simeon zweerde dat hij met haar zou trouwen.

Talmoed, Bava Batra 15b

Er zijn er die zeggen dat Job leefde in de tijd van Jakob en dat hij Dina trouwde, de dochter van Jacob.



Samenvatting - vragen

Om voor uzelf te controleren of u de tekst goed begrepen heeft volgt hier een aantal vragen. De antwoorden vindt u terug in bovenstaande tekst.
  1. Waarom wordt Dina dochter van Lea genoemd?
  2. Waarom worden Simeon en Levi bij name genoemd?
  3. Waarom handelden Simeon en Levi niet rationeel?
  4. Waarom wilde Dina aanvankelijk niet met haar broers meegaan?
  5. Wie trouwde met Dina?

Lees verder

© 2007 - 2017 Etsel, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Torastudie 61: Jakobs laatste woorden 1 - Genesis (49:1-9)Torastudie 61: Jakobs laatste woorden 1 - Genesis (49:1-9)In Genesis 49:1-9 wordt verhaald over Jakobs laatste woorden tot zijn zonen, Ruben, Simon, Levi en Juda. Jakob vertelt a…
De eerste vijf boeken van de bijbelDe eerste vijf boeken van de bijbelWie de bijbel leest, begint meestal bij het begin. Om deze reden hier een korte inhoud van de eerste vijf boeken van de…
Kabbala: de aartsvaders als archetypenGenesis is eigenlijk een buitenbeentje in de Tora. Het bevat nauwelijks wetten en handelt voornamelijk over de aartsvade…
Het verbond van God met mensenHet verbond van God met mensenHet Hebreeuwse woord voor verbond is 'beriet', wat taalkundig moeilijk te verklaren is. Een verbond heeft het karakter v…
De legende van Enuma ElishEnuma Elish is een oude Babylonische tekst bestaande uit zeven kleitabletten, een mythe die beschrijft hoe de wereld zou…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Tdjgordon / Pixabay
  • Mechilta
  • Lubavitcher Rebbe
  • Midrash Rabbah
  • Talmoed, Bava Batra 15b
  • Rashi
  • Talmoed, Shabbat 55a
  • Talmoed, Sanhedrin 99b

Reageer op het artikel "Torastudie 40: Simeon/Levi wreken Dina - Genesis (34:1-26)"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Etsel
Laatste update: 30-06-2015
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Special: Torastudie
Bronnen en referenties: 8
Schrijf mee!