InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Torastudie 31: Dood Abraham/ Zonen Izaäk Genesis (25:1-29)

Torastudie 31: Dood Abraham/ Zonen Izaäk Genesis (25:1-29)

Torastudie 31: Dood Abraham/ Zonen Izaäk Genesis (25:1-29) In Genesis 25:1-29 wordt de dood van Abraham en de geboorte van Jakob en Ezau besproken. Wanneer Abraham de leeftijd van 175 jaar heeft bereikt, overlijdt hij. Hij wordt begraven in de Spelonk van Machpéla. Izaäk krijgt twee zonen: Jakob en Ezau. Ezau was een jager en Jakob was een huiselijke man. In dit artikel de commentaren van Joodse wijzen.

Genesis 25:1-29

En Abraham nam wederom een vrouw, Ketura geheten. En zij baarde hem Zimram, Joksan, Medan, Midian, Jisbak en Suah...Dit nu was het getal der jaren van Abrahams leven, die hij geleefd heeft: honderd vijf en zeventig jaar. En Abraham gaf de geest en stierf in hoge ouderdom en van het leven verzadigd, en hij werd vergaderd tot zijn voorgeslacht. En zijn zonen Izaäk en Ismaël begroeven hem in de spelonk van Machpela, in het veld van Efron, de zoon van de Hethiet Zohar, dat tegenover Mamra gelegen is, het veld, dat Abraham van de Hethieten had gekocht; daar werd Abraham begraven, evenals zijn vrouw Sara....Dit is de geschiedenis van Izaäk, de zoon van Abraham. Abraham verwekte Izaäk. En Izaäk was veertig jaar oud, toen hij Rebekka, de dochter van Betuël, de Arameeër uit Padan-Amram, de zuster van de Arameeër Laban, tot vrouw nam...Toen nu haar dagen vervuld waren, dat zij baren zou, waren er dan ook tweelingen in haar schoot. En de eerste kwam te voorschijn, rossig, geheel als een haren mantel; en men gaf hem de naam Ezau. En daarna kwam zijn broer te voorschijn, wiens hand Ezau's hiel vasthield; en hem noemde men Jakob...Eens had Jakob een gerecht gekookt, en Ezau kwam vermoeid van het veld.

De volledige tekst in het Hebreeuws luidt:

א וַיֹּסֶף אַבְרָהָם וַיִּקַּח אִשָּׁה וּשְׁמָהּ קְטוּרָה. ב וַתֵּלֶד לוֹ אֶת-זִמְרָן וְאֶת-יָקְשָׁן וְאֶת-מְדָן וְאֶת-מִדְיָן וְאֶת-יִשְׁבָּק וְאֶת-שׁוּחַ. ג וְיָקְשָׁן יָלַד אֶת-שְׁבָא וְאֶת-דְּדָן וּבְנֵי דְדָן הָיוּ אַשּׁוּרִם וּלְטוּשִׁם וּלְאֻמִּים. ד וּבְנֵי מִדְיָן עֵיפָה וָעֵפֶר וַחֲנֹךְ וַאֲבִידָע וְאֶלְדָּעָה כָּל-אֵלֶּה בְּנֵי קְטוּרָה. ה וַיִּתֵּן אַבְרָהָם אֶת-כָּל-אֲשֶׁר-לוֹ לְיִצְחָק. ו וְלִבְנֵי הַפִּילַגְשִׁים אֲשֶׁר לְאַבְרָהָם נָתַן אַבְרָהָם מַתָּנֹת וַיְשַׁלְּחֵם מֵעַל יִצְחָק בְּנוֹ בְּעוֹדֶנּוּ חַי קֵדְמָה אֶל-אֶרֶץ קֶדֶם. ז וְאֵלֶּה יְמֵי שְׁנֵי-חַיֵּי אַבְרָהָם אֲשֶׁר-חָי מְאַת שָׁנָה וְשִׁבְעִים שָׁנָה וְחָמֵשׁ שָׁנִים. ח וַיִּגְוַע וַיָּמָת אַבְרָהָם בְּשֵׂיבָה טוֹבָה זָקֵן וְשָׂבֵעַ וַיֵּאָסֶף אֶל-עַמָּיו. ט וַיִּקְבְּרוּ אֹתוֹ יִצְחָק וְיִשְׁמָעֵאל בָּנָיו אֶל-מְעָרַת הַמַּכְפֵּלָה אֶל-שְׂדֵה עֶפְרֹן בֶּן-צֹחַר הַחִתִּי אֲשֶׁר עַל-פְּנֵי מַמְרֵא. י הַשָּׂדֶה אֲשֶׁר-קָנָה אַבְרָהָם מֵאֵת בְּנֵי-חֵת שָׁמָּה קֻבַּר אַבְרָהָם וְשָׂרָה אִשְׁתּוֹ. יא וַיְהִי אַחֲרֵי מוֹת אַבְרָהָם וַיְבָרֶךְ אֱלֹהִים אֶת-יִצְחָק בְּנוֹ וַיֵּשֶׁב יִצְחָק עִם-בְּאֵר לַחַי רֹאִי. {פ}

יב וְאֵלֶּה תֹּלְדֹת יִשְׁמָעֵאל בֶּן-אַבְרָהָם אֲשֶׁר יָלְדָה הָגָר הַמִּצְרִית שִׁפְחַת שָׂרָה לְאַבְרָהָם. יג וְאֵלֶּה שְׁמוֹת בְּנֵי יִשְׁמָעֵאל בִּשְׁמֹתָם לְתוֹלְדֹתָם בְּכֹר יִשְׁמָעֵאל נְבָיֹת וְקֵדָר וְאַדְבְּאֵל וּמִבְשָׂם. יד וּמִשְׁמָע וְדוּמָה וּמַשָּׂא. טו חֲדַד וְתֵימָא יְטוּר נָפִישׁ וָקֵדְמָה. טז אֵלֶּה הֵם בְּנֵי יִשְׁמָעֵאל וְאֵלֶּה שְׁמֹתָם בְּחַצְרֵיהֶם וּבְטִירֹתָם שְׁנֵים-עָשָׂר נְשִׂיאִם לְאֻמֹּתָם. יז וְאֵלֶּה שְׁנֵי חַיֵּי יִשְׁמָעֵאל מְאַת שָׁנָה וּשְׁלֹשִׁים שָׁנָה וְשֶׁבַע שָׁנִים וַיִּגְוַע וַיָּמָת וַיֵּאָסֶף אֶל-עַמָּיו. יח וַיִּשְׁכְּנוּ מֵחֲוִילָה עַד-שׁוּר אֲשֶׁר עַל-פְּנֵי מִצְרַיִם בֹּאֲכָה אַשּׁוּרָה עַל-פְּנֵי כָל-אֶחָיו נָפָל. {פ}

יט וְאֵלֶּה תּוֹלְדֹת יִצְחָק בֶּן-אַבְרָהָם אַבְרָהָם הוֹלִיד אֶת-יִצְחָק. כ וַיְהִי יִצְחָק בֶּן-אַרְבָּעִים שָׁנָה בְּקַחְתּוֹ אֶת-רִבְקָה בַּת-בְּתוּאֵל הָאֲרַמִּי מִפַּדַּן אֲרָם אֲחוֹת לָבָן הָאֲרַמִּי לוֹ לְאִשָּׁה. כא וַיֶּעְתַּר יִצְחָק לַיהוָה לְנֹכַח אִשְׁתּוֹ כִּי עֲקָרָה הִוא וַיֵּעָתֶר לוֹ יְהוָה וַתַּהַר רִבְקָה אִשְׁתּוֹ. כב וַיִּתְרֹצְצוּ הַבָּנִים בְּקִרְבָּהּ וַתֹּאמֶר אִם-כֵּן לָמָּה זֶּה אָנֹכִי וַתֵּלֶךְ לִדְרֹשׁ אֶת-יְהוָה. כג וַיֹּאמֶר יְהוָה לָהּ שְׁנֵי גֹיִים בְּבִטְנֵךְ וּשְׁנֵי לְאֻמִּים מִמֵּעַיִךְ יִפָּרֵדוּ וּלְאֹם מִלְאֹם יֶאֱמָץ וְרַב יַעֲבֹד צָעִיר. כד וַיִּמְלְאוּ יָמֶיהָ לָלֶדֶת וְהִנֵּה תוֹמִם בְּבִטְנָהּ. כה וַיֵּצֵא הָרִאשׁוֹן אַדְמוֹנִי כֻּלּוֹ כְּאַדֶּרֶת שֵׂעָר וַיִּקְרְאוּ שְׁמוֹ עֵשָׂו. כו וְאַחֲרֵי-כֵן יָצָא אָחִיו וְיָדוֹ אֹחֶזֶת בַּעֲקֵב עֵשָׂו וַיִּקְרָא שְׁמוֹ יַעֲקֹב וְיִצְחָק בֶּן-שִׁשִּׁים שָׁנָה בְּלֶדֶת אֹתָם. כז וַיִּגְדְּלוּ הַנְּעָרִים וַיְהִי עֵשָׂו אִישׁ יֹדֵעַ צַיִד אִישׁ שָׂדֶה וְיַעֲקֹב אִישׁ תָּם יֹשֵׁב אֹהָלִים. כח וַיֶּאֱהַב יִצְחָק אֶת-עֵשָׂו כִּי-צַיִד בְּפִיו וְרִבְקָה אֹהֶבֶת אֶת-יַעֲקֹב. כט וַיָּזֶד יַעֲקֹב נָזִיד וַיָּבֹא עֵשָׂו מִן-הַשָּׂדֶה וְהוּא עָיֵף.

Genesis 25:1

En Abraham nam nogmaals een vrouw, wier naam was Ketura.

Ketura

Dit is Hagar. Ze wordt Ketura genoemd omdat haar daden nu aangenaam waren als de ketoret (de wierook geofferd in de Heilige Tempel)

Genesis 25:9

En Izaäk en Ismaël, zijn zonen, begroeven hem in de spelonk van Machpela.

teshoeva - berouw

Dit betekent dat Ismaël teshoeva (berouw) maakte (terugkeerde naar een rechtvaardig leven) en Izaäk voor hem plaatste.

Genesis 25:19

En dit zijn de geslachten van Izaäk, de zoon van Abraham; Abraham bracht Izaäk voort.

zwanger

De cynici van die generatie zeiden dat Sara zwanger was van Avimelech, omdat ze faalde zwanger te worden in al die jaren dat ze met Abraham was. Wat deed God? Hij vormde het gezicht van Izaäk dat leek op dat van Abraham zodat allen zouden zeggen dat Abraham de vader was. Dit is de betekenis van de herhalende woorden van het vers.

schamen

Er zijn kinderen die zich schamen voor hun ouders, en er zijn ouders die zich schamen voor hun kinderen. Met Abraham en Izaäk was dat niet zo: Izaäk was trots dat het Izaäk de zoon van Abraham was, en Abraham was trots dat hij Abraham de vader van Izaäk was.

Genesis 25:20

En Izaäk was veertig jaar oud toen hij Rebekka....zich tot vrouw nam.

hof van Eden

Voor drie jaar, vanaf het offer van Izaäk op de leeftijd van 37 tot aan zijn huwelijk op de leeftijd van 40, was Izaäk in het Hof van Eden.

trouwen

Trouwen is een tijd van toenemende verstrikking in het materiële. Het is een tijd wanneer men begint te verbinden in de meest fysieke menselijke aandrijving; het is ook een tijd wanneer men verplicht is een levensonderhoud te verdienen, vaak ten koste van verhevenere en meer idealistische bezigheid. Dus de Zohar (kabbalistisch boek) refereert het trouwen als de tweede geboorte van een persoon; eerst komt de ziel het lichaam binnen en aanvaardt een fysiek bestaan, dan, op een later punt in het leven, daalt het verder af in de fysieke staat door het trouwen.

Daarin ligt de les ontleend aan het feit dat, voor zijn huwelijk, Izaäk drie jaar in het Hof van Eden doorbracht, de fysieke staat verlatend voor een geheel geestelijk bestaan. Om het succes van de meest fysieke fase van het leven van een persoon te verzekeren, moet het worden voorafgegaan door een periode van spirituele voorbereiding. Hoewel het hoofddoel van onze missie in het leven de ontwikkeling en de heiliging van de fysieke wereld is, moet men die wereld goed uitgerust met de spirituele visie van het Goddelijke doel binnengaan.

Genesis 25:22

Toen nu de kinderen zich hevig bewogen in haar binnenste.

gebedshuis en afgodenhuis

Wanneer ze ooit een gebedshuis of studiehuis zou passeren, zou Jacob vechten eruit te komen....en wanneer de een afgodenhuis zou passeren, zou Ezau vechten om eruit te komen. Ze streden ook tegen elkaar, vechtend over de erfenis van de twee werelden (de materiële wereld en de komende wereld).

Genesis 25:23

En de ene natie zal machtiger zijn dan de andere.

grootheid

Zij zullen niet tegelijk in grootheid zijn; wanneer de een staat, zal de ander vallen en vice versa.

Genesis 25:27

En Jacob was een braaf man, een tentbewoner.

academie

De academie van Shem en de academie van Eber.

Genesis 25:28

Izaäk beminde Ezau, want van zijn wild at hij.

bedriegen

Ezau zou hem met zijn mond bedriegen. Hij zou van hem vragen: "Hoe neemt men één tiende zout? Vader, hoe neemt met één tiende stro?" En Izaäk zou mijmeren: Deze zoon van mij, hoe ijverig is hij in het vervullen van de geboden!"

Genesis 25:29

Jacob maakte een gerecht.

linzen

Dit was de dag waarop Abraham stierf en Jakob maakte een bouillon van linzen om zijn vader te troosten. Waarom linzen? Net zoals linzen rond zijn, zo is de rouw rond voor alle inwoners van de aarde.

Genesis 25:29

Kwam Esau van het veld, terwijl hij vermoeid was.

vijf zonden

Ezau begint vijf zonden op die dag: hij onteerde een verloofde dienstmeid, hij pleegde een moord, hij ontkende God, hij ontkende de opstanding uit de dood, en hij verachtte het geboorterecht.

Nimrod, koning van Babel

Op die dag vermoordde Ezau Nimrod (de koning van Babel).



Samenvatting - vragen

Om voor uzelf te controleren of u de tekst goed begrepen heeft volgt hier een aantal vragen. De antwoorden vindt u terug in bovenstaande tekst.
  1. Waarom wordt Hagar Ketura genoemd?
  2. Hoe maakte Ismaël berouw (tesjoeva)?
  3. Wat deed God om aan te tonen dat Izaäk echt het kind van Abraham was?
  4. Waar verbleef Izaäk in de periode dat hij 37-40 jaar was?
  5. Waarmee vergelijkt de Zohar het trouwen?
  6. Wat deed Izaäk in het Hof van Eden?
  7. Waar streden Jakob en Ezau om in de baarmoeder?
  8. Waarom maakte Jakob bouillon van linzen om zijn vader te troosten?
  9. Welke vijf zonden beging Ezau?

Lees verder

© 2007 - 2017 Etsel, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Torastudie 33: Izaäks zegen - Genesis (27:11-22 en 28:9)Torastudie 33: Izaäks zegen - Genesis (27:11-22 en 28:9)In Genesis 27:11-22 ontsteelt Jakob de vaderlijke zegen van Ezau. Jakob wordt hierbij geholpen door zijn moeder Rebekka,…
Tora lezing - Parasha: GenesisDe Tora lezing in de synagoge begint met het Bijbelboek Genesis. De volgende parashot komen aan de orde: Parsha Bereishi…
Schepping en evolutie?Het boek ‘Genesis, Een spirituele visie op de vroegste geschiedenis’ van Emil Bock (1895 – 1959), een Duitse schrijver e…
De Joodse besnijdenis: het verbondsteken - briet milaDe Joodse besnijdenis: het verbondsteken - briet milaHet Jodendom begon met aartsvader Abraham. In Genesis 15:18 lezen we Abraham met God een verbond sloot: "Op die dag sloo…
Lilith en Eva, de vrouwen van AdamLilith en Eva, de vrouwen van AdamWie Adam zegt, zegt Eva. Maar zij was niet de eerste vrouw en dus ook niet per se de enige (mythologische) stammoeder va…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Tdjgordon / Pixabay
  • Midrash Rabbah
  • Rashi
  • Midrash Tanchuma
  • Midrash HaGadol
  • Asarah Maamarot
  • Lubavitcher Rebbe
  • Yalkut Shimoni
  • Talmoed
  • Midrash

Reageer op het artikel "Torastudie 31: Dood Abraham/ Zonen Izaäk Genesis (25:1-29)"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Etsel
Laatste update: 30-06-2015
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Special: Torastudie
Bronnen en referenties: 10
Schrijf mee!