InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > De Joodse Tempelberg en de Tempel - een beschrijving

De Joodse Tempelberg en de Tempel - een beschrijving

De Joodse Tempelberg en de Tempel - een beschrijving De Tempelberg (Har Habayit) is de heiligste plaats voor de joden. Hier stond de Heilige Tempel die door Koning Salomo werd gebouwd om God te dienen. Hoe zag de Tempelberg er uit? En hoe zag de Tempel eruit? De laatste bestond uit de vrouwen binnenplaats, Nikanor Poorten/ de Kamers, het Altaar, de Slachtruimte en de Waterpoort, het Hart (Beth Hamoked), de Ingangshal (Oelam), kantoren (Ta'iem), het binnenste heiligdom (de kodesj), Heilige der Heiligen en de Heilige Ark

Tempelberg

Ten tijden van Koning Salomo was deze berg 500 x 500 elleboogslengte. Het had 5 ingangen:
  • Zuiden - Twee Hulda ingangen
  • Westen - De Kifonus ingang
  • Noorden - De Tadi ingang
  • Oosten - De Shushan ingang
(Koning Herodus, die het gebied uitbreidde, voegde er 3 ingangen aan de westkant aan toe.)

Het focuspunt van de Tempelberg was een centraal plein bevattende de structuur van de Heilige Tempel. De rest van de Tempelberg bevatte verschillende kamers en gebouwen, inclusief:
  • Studiehuis, waarin de Talmoedische wet werd bestudeerd en bediscussieerd.
  • Binnenhal voor mindere Tempel beambten.
  • Wapenkamer, in geval van een vijandelijke invasie.
  • Werkkamer voor reparatiewerk
  • Trompetplaats. De Sjofar (ramshoorn) werd geblazen vanaf het dak van dit gebouw voor het begin van de Sjabbat om mensen te laten weten te stoppen met werken.

Hulda ingangen

Deze waren de hoofingangen gebruikt als toegang tot de Tempelberg, één ingang werd gebruikt voor de binnenkomst; de andere voor het verlaten.

De profetes Hulda zat hier gedurende de laatste jaren van de Eerste Tempel, en waarschuwde joodse vrouwen om hun afgodenpraktijk op te geven. Toen de Tweede Tempel werd gebouwd, werden de doorgangen naar haar genoemd.

Kifonus ingang

Deze ingang nam de bezoeker mee door een tunnel die leidde naar de top van de Tempelberg. Naast de ingang was een prachtige tuin met rozen (Kifonus in het Grieks) die gebruikt werden in de samenstelling van de Tempelwierook.

Tadi ingang

All de Tempelingangen hadden dezelfde basis rechthoekig ontwerp. De Tadi ingang had echter een unieke driehoekige vorm. De naam Tadi komt van het Griekse woord dat 'hoog' betekent. De hoek gevormd aan de top maakte deze doorgang hoger dan die van de andere.

Shushan ingang

De oostelijke Tempelmuur had één doorgang Shushan ingang geheten. De Perzische keizer Darius II, het kind van Achashveros en Esther, gaf de joden toestemming de Tweede Tempel te herbouwen. Als een teken van schuldverplichting, plaatsten de joden een beeldsnijwerk van de stad Shushan, de hoofdstad van het Perzische Keizerrijk, boven de ingang.

Ingegraveerd in de muur buiten de Shushan ingang waren twee markeringen die de lengte van een elleboogslengte indiceerden. Eén markering was aan de rechterzijde van de ingang, en één aan de linkerzijde. De markering op de linker muur was en volle 'vingersbreedte' groter dan een echte elleboogslengte. Werkers die uitbetaald werden in lengte van hout, werden betaald volgens de kleine fiche. Werkers gehuurd om een bepaalde lengte hout te snijden zouden gemeten worden volgens de grotere markering. Wie een lengte van goedkoop materiaal aan de Tempel verpandde zou gemeten worden volgens de grotere markering, terwijl deze die een lengte van duur materiaal verpandde, zouden een kleiner fiche gebruiken.



De Joodse Tempel: de vrouwen binnenplaats (ezrat nashim)

Bij de Joodse Tempel is een binnenplaats die een balkon bevat gereserveerd voor vrouwen. De naam luidt: Ezrat Nashim. Kamers werden gebouwd in de vier hoeken van deze binnenplaats voor verschillende tempel behoeften: Kamer van de Nazireeërs, Kamer van het Hout, Kamer van de Metzora's, Kamer van Olieën. Dit is deel I van de beschrijving van de Tempel.

Het vrouwenbalkon

Een galerij werd hier gereserveerd voor vrouwen die kwamen kijken naar de Simchat Bet Hasho'eva (vreugde van de watertrek ceremonie) dat werd gehouden in deze binnenplaats tijdens het Soekotfeest.

Naar het noorden en het zuiden van de Ezrat Nashim waren trappen die leiden naar het vrouwenbalkon. Oorspronkelijk verzamelden de vrouwen zich in de binnenplaats en dansten en zongen de mannen buiten. Omdat de vrouwen niet in staat waren een goed zicht te hebben vanaf binnen de vrouwen binnenplaats, zouden zij achter de deuren in het gebied passeren. Het mengen van mannen en vrouwen gedurende een heilige viering wordt niet toegestaan. Om de situatie op te lossen werden er balkonnen opgericht om een uitzicht te scheppen voor de vrouwen.

Lishkat Haneziriem - Kamer van de Nazarieten

Een Nazariet is iemand die een eed aflegt dat hij zijn haar niet zal knippen of geen wijn zal drinken voor een bepaalde periode. De Tora eist een Nazariet om drie offers te brengen naar de Heilige Tempel na het vervullen van zijn eed. Eén van deze offers, de "Shelamim" werd gehouden in deze kamer. De Nazarieten hadden dan hun haarknipsels gegooid in het vuur waarover de "Shelamim" offer werd gehouden.

Lishkat Ha'eitzim - Kamer van het Hout

Het timmerhout dat gebruikt werd voor de dienst van de Heilige Tempel werd in deze kamer opgeslagen. Oudere priesters zouden het hout onderzoeken voor wormen. Als er wormen gevonden werden dan werd het hout verwijderd. Dit gold ook voor verrot hout.

De Talmoed komt met het volgende verhaal: Het gebeurde eens dat priesters het hout zaten te sorteren in deze Kamer, dat één van hen opmerkte dat een vloerplank los zat. Hij ontdekte dat deze leidde tot de geheime tunnel waarin de Heilige Ark werd verborgen. (De Ark was verstopt gedurende de tijd van Jesaja tot aan het eind van de Eerste Tempel. Toen de joden na 70 jaar ballingschap terugkeerden, kon de Ark niet gevonden worden. De Traditie zegt dat er geen Ark was gedurende de Tweede Tempel periode). De priester die de verborgen plek van de Ark had ontdekt werd door vuur verteerd. Dit was een signaal dat de Ark verborgen moest blijven.

Lishkat Hashemanim - Kamer van de oliën

In deze kamer werden de olie, wijn en meel die nodig waren voor heilige doeleinden opgeslagen. Wanneer men een offer wilde brengen dat deze ingrediënten vereisten, moest hij ze hier kopen. De koper zou eerst naar de Kamer van de Recepten gaan. Hij vroeg welk meel hij nodig had. Na een gebed gaf de bediende een receptenlijst. Het recept werd meegenomen naar deze kamer en de bediende gaf de benodigde hoeveelheden olie, wijn en meel.

Lishkat HaMetzora'im - Kamer van de Metzora's

Een Metzora is iemand die lijdt aan Tzara'at (gelijk aan lepara) -een straf door God opgelegd voor bepaalde misdaden. Nadat de Metzora werd genezen, mocht hij naar de Heilige Tempel komen en een ritueel bad nemen. Daarna zou hij offers brengen die het purificatieproces zouden complementeren.



De Joodse Tempel: Nikanor Poorten/ de Kamers

De Nikanor poorten leidden vanaf de Ezrat Nashim (vrouwen binnenplaats) naar de Azara. Vijftien semi-cirkelvormige treden leiden naar deze poort. Bij gelegenheid zongen de Levieten als zij stonden op deze treden. Daarnaast waren er 3 noordelijke kamers en 3 zuidelijke kamers. Dit is deel II van de beschrijving van de Tempel.

Nikanor Poorten

De vijftien treden

Bij het westelijk einde van de vrouwen binnenplaats waren vijftien semi-cirkelvormige treden. Elk was een halve cubit hoog een en halve cubit diep.

Kamer van instrumenten

Bij de basis van de treden, gebouwd in de westelijke muur van de vrouwen binnenplaats, waren twee deuren die leidden onder de Azara, die hoger werd gebouwd dan de vrouwen binnenplaats. De deuren leidden in een enkele ondergrondse kamer: de kamer van de instrumenten. Hier repeteerden de Levieten en sloegen hun instrumenten op.

De Nikanor Poort

De doorgang boven de vijftien treden leidde naar de Azara. De eerste elf cubits langs de oostelijke zijde van de Azara werd de binnenplaats van de Israëlieten genoemd. De opening boven de vijftien treden die leidde naar de binnenplaats van de Israëlieten werd de Nikanor Poort genoemd. Nikanor was de weldoener die de vaklui in Alexandrië, Egypte, betaalde om de twee grote koperen deuren te maken die gebruikt werden voor deze poort. Elke deur was 5 cubits bij 20 cubits.

3 Noordelijke Kamers

Dit gebouw kende 3 gescheiden kamers:

1. Lishkat Hagazit - Kamer van de uitgehouwen steen

Deze kamer gebouwd met uitgehouwen steen diende als de rechtskamer. Omdat het verboden was in de Azara te zitten werd het gebouw gebouwd halverwege de Azara en halverwege de Cheil, en had ingangen van beide zijden. De helft van het gebouw werd gebouwd buiten de Azara waren de rechters zouden zitten.

2. Lishkat Hagolah - De Kamer van de Bron

Een waterrad geplaatst in de kamer verschafte en snelle drank voor de dorstige priesters. De joden die uit ballingschap kwamen graafden deze bron.

3. Lishkat Parhedrin - Kamer van de Hoogste Priester

Zeven dagen voor Jom Kippoer neemt de Hoge Priester plaats in deze kamer. Hij zou geïnstrueerd worden door de leden van de rechtskamer en door priesterlijke geleerden. Parhedrin waren regeringsbeambten die voor 1 jaar werden aangesteld. De Hoge Priester werd om het jaar verwisseld.

3 Zuidelijke Kamers

Dit gebouwencomplex bestond uit drie kamers:

1. Lishkat Hamelach - De Zout Kamer

Deze kamer werd gebruikt om het zout op te slaan en te bereiden voor de offers. Het was nodig zout te sprenkelen op alle offers van het Altaar. Ook werd het zout gebruikt voor de oprit naar het Altaar om uitglijden te voorkomen op regenachtige dagen.

2. Lishkat Haparvah - De Parva Kamer

Hier zouden ze de dierenhuiden van de Korbanot zouten en klaarmaken.
Op het dak was een mikwe (ritueel bad) gebouwd voor het exclusief gebruik van de Hoge Priester op Jom Kippoer.

3. Lishkat Hamadichin - de Omspoelkamer

Hier zouden ze de interne organen van de Korbanot omspoelen en schoonmaken. Hoewel deze dieren geofferd werden op het Altaar werden ze schoongemaakt voor respect voor God.



De Joodse Tempel: het Altaar

Het grote altaar wordt Mizbe'ach Ha'Chitzon genoemd. Dit altaar werd voor verschillende zaken gebruikt. De top werd gebruikt om de verschillende offers te branden in de Heilige Tempel. Dit is deel III in de beschrijving van de Tempel.

Muren

De muren van de Mizbe'ach werden gebruikt voor de "Zerikat HaDam" (het sprenkelen van bloed van bepaalde offers). Het werd toegankelijk gemaakt door een serie opritten, gebouwd aan zijn zuidelijke kant.

Het altaar werd gebouwd van kleine stenen, kalk, pek en glazuur. De stenen waren perfect glad zonder insnijdingen of krassen die konden worden opgespoord door de duimnagel. De stenen werden nooit aangeraakt door metaal, omdat geloofd werd dat metaal het leven van de mens korter maakt, en het Altaar vertegenwoordigt juist het verlengen van het leven.

De Buiten Mizbe'ach bestond uit drie platformen opgestapeld om een vierkante pyramide te vormen. Aan de zuidkant van de Mizbe'ach stond een grote oprit die de priesters in staat stelde naar het dak van het Altaar te gaan.

Er waren ook twee kleinere opritten, die leidden naar een richel die het Altaar omringde. Dit werd de Sovev genoemd omdat het mogelijk was het Altaar rond te gaan gebruikmakend van de richel (de toegvoegde richel lager was niet geheel rond het Altaar)

De rode lijn

Het bloed van bepaalde offers werd vergoten op het boven gedeelte van de muur van het Altaar. Terwijl het bloed van de andere offers in de lager helft werd gegoten. Om de twee niveaus te scheiden omcirkelde een rode lijn halverwege de Mizbe'ach. Om deze grens verder te benadrukken was er een bloemenontwerp boven de rode lijn.

Op de top van de zuidwestelijke hoek van de jesod, de basis, werden twee afvoeren uitgesneden. Het bloed dat overbleef van het "sprenkelen van het bloed" werd gegoten in deze afvoeren.

Makom Hama'aracha -de plaats van ordening

Drie stapels hout werden geordend op het platform van het Altaar:
  • De grootste ordening: gebruikt voor het branden van dierenoffers.
  • Brandstof voor het branden van de Ketoret, tweemaal daags geofferd op de kleine Mizbe'ach
  • Hout aangestoken door de priesters om de plicht uit te voeren van het ontsteken van het Altaar iedere morgen.

In het midden van het platform was een grote stapel as dat zich ophoopde van de resten van de offers. Het werd 'de Appel' genoemd vanwege zijn fruitachtige verschijning.

De hoekstenen

Het Altaar had vier hoekstenen die uitgehold en open waren van boven. Hun dimensies waren een ama bij een ama en vijf tefachiem hoog.

Er werden ook twee bassins gebouwd op het zuidwestelijke deel van het platform. Zij werden gebruikt tijdens het Soekotfeest voor de Water Sprenkeling ceremonie.



De Joodse Tempel: de Slachtruimte en de Waterpoort

Ten noorden van het Altaar was de slachtruimte waar de offerdieren werden geslacht. Gedurende het Soekot feest onttrokken de Priesters water van de Shiloach meer en brachten het door deze poort. De waterpoort was alleen open gedurende het feest. Dit is deel IV van de beschrijving van de Tempel.

De slachtruimte

Deze bestaat uit:

De acht kolommen

In de noordelijke sectie van de slachtruimte waren acht kleine kolommen. Op elke kolom ruste een blok van cederhout met negen haken eraan gehecht. Het geslachte karkas van het offerdier werd aan deze haken gehangen om de huid te verwijderen en het dier te slachten. Drie haken werden aan de noordelijke kant van het hout geplaatst, drie aan de oostzijde en drie aan de zuidzijde. Er waren geen haken aan de westzijde zodat de priester zijn rug niet naar het Heilige der Heiligen hoefde te draaien terwijl het dier werd geslacht.

De acht tafels

Vlakbij stonden acht tafels die voor verschillende doeleinden dienden. Het vlees werd op deze tafels gewassen voor het werd gekookt en gegeten door de priesters. De dierlijke delen die op het Altaar werden geofferd moesten ook worden gewassen. De tafels zorgden ervoor dat het karkas de grond niet raakte als het werd geslacht. De tafels konden worden gevouwen zodat zij er rondom konden bewegen. indien noodzakelijk.

De 24 ringen

Ten noorden van het Altaar waren 24 ringen in de grond gezet. Gedurende de vroegste jaren van de Tweede Tempel, maakte de priester een snee in het voorhoofd van het dier voor het werd geslacht. Het pijnloze besnijden liet het bloed stromen waardoor het dier bewusteloos raakte. De Hoge Priester Jochanan schafte deze praktijk af, omdat de snee beschouwd werd als een smet en de Tempel besmette dieren offerde. Hij vaardigde een decreet uit dat de ringen in de grond werden gezet zodat het hoofd van het dier erin gezet werd om het stevig vast te houden.

De waterpoort

Gedurende het feest van Soekot onttrokken de priesters water van het Shiloach Meertje en brachten het door deze poort. De waterpoort was alleen open gedurende dit feest.

Mikva - ritueel bad

Boven de waterpoort was een mikva. Het werd slechts één keer per jaar gebruikt door de Hoge Priester op Jom Kippoer. Op deze Heilige Dag dompelde de Hoge Priester zichzelf vijf keer onder in een mikva. De eerste onderdompeling werd hier gedaan. Deze mikva boven de waterpoort is mede de oorzaak van de naam die aan de poort werd gegeven. De waterpoort ontleende mede zijn naam aan het kleine stroompje onder de funderingen van de Heichal over het plein en door de waterpoort.

Lishkat Avtinus - De Avtinus Kamer

Rechts van deze doorgang (binnen de Azarah) was een kamer die de Lishkat Avtinus werd genoemd. In deze kamer werd de wierook dat werd geofferd op het Altaar bereid. De kamer werd vernoemd na een illustere familie van kruidenbereiders. Zij wisten van een bepaald ingrediënt welke, wanneer toegevoegd aan de wierook, de rook op liet stijgen in een rechte kolom. Zij weigerden de naam van dit ingrediënt bekend te maken omdat het anders voor afgodendienst zou worden gebruikt. Gedurende de Tweede Tempel periode werd de Hoge Priester om politieke redenen aangesteld. Vaak kon de priester geen Hebreeuws lezen. Het was in deze Kamer van Avtinus waar hij geleerd werd het speciale Jom Kippoer wierook offer te presenteren dat werd verbrand op het Heilige der Heiligste.

Sha'ar HaBechorot - Poort van de eerstgeborene

Offers werden verdeeld in twee typen: van grotere heiligheid en van kleinere heiligheid. Die van grotere heiligheid moesten ten noorden van het Altaar worden geslacht. Die van kleinere heiligheid konden ergens in de Azara worden geslacht. Het eerstgeboren offer was één van de meer gewone offers en werd daarom via de zuid poort gebracht om haar relatieve onbelangrijkheid mee aan te geven. Sommigen zeggen dat toen Abraham Izaak bracht, zijn eerst geborene, om op de berg te offeren hij over dit gebied wandelde.

Sha'ar HaDelek - De houtvuur poort

De bossen van Jeruzalem lagen ten westen van de stad. Het hout werd door de Kiphonus poort gebracht, de enige poort aan de westzijde van de Tempel muur die direct naar de Tempelberg leidde. Het hout moest rond gedragen worden naar het zuidelijk deel van de Azara en gebracht worden door één van deze poorten, die de houtvuur poort werd genoemd. Het houtvuur van de Hout Kamer werd ook in de Azara gebracht door de poort van de houtvuur.

Sha'ar HaElyon - Boven poort

De boven poort (niet te verwarren met de Nikanor poort) was het hoogste punt op de Tempelberg.



De Joodse Tempel: het Hart (Beth Hamoked)

Het grootste gebouw in de Azara was de Heichal die later wordt besproken. Het één na grootste gebouw was de Beth Hamoked, het Hart. Deze koepelachtige structuur waren de slaapkwartieren van de priesters die dienst hadden. Er waren vier kamers die met de structuur verbonden waren. Sommigen zeggen dat deze buiten het gebouw waren; anderen zeggen binnenin, in elke hoek een kamer. Dit is deel V van de beschrijving van de Tempel.

Het Hart (Beth Hamoked)

Het Hart diende zelf als een slaapplaats. De muren werden gelijnd met grote stenen trappen. Sommige bronnen zeggen dat de priesters op deze trappen sliepen, terwijl anderen handhaven dat de slaapkwartieren werden gebouwd in de muur, zoals hokjes. De priesters zouden de trappen opklimmen naar hun respectievelijke hokjes, de oudste priester sliep boven en de jongste sliep op de vloer. In het midden van de vloer was een tegel van één cubit bij één cubit. Het kon worden opgetild door een ring die eraan vastzat. Daaronder was een ketting waaraan de sleutels van de poorten waren bevestigd. Eén van de priester beambten zou de sleutels nemen nadat de Tempeldeuren werden gesloten en plaatste ze aan de ketting en sliep boven de tegel.

Vier Kamers

Vier kamer waren verbonden met het Hart:

lishkat Lechem Hapanim - Kamer van het Toonbrood

De twaalf 'toonbroden' gebruikt voor de Sjoelchan werden hier elke vrijdag gebakken. Op Sjabbat vervangden de nieuwe showbroden de oudere die later werden gegeten door de priesters in deze kamer.

lishkat HaChosamot - De receptenkamer

Wanneer iemand olie, wijn of meel nodig had voor zijn offers, kocht hij speciale recepten in deze kamer. Met deze recepten kon hij zijn bestelling ophalen uit de kamer van de oliën. Deze kamer bevatte de stenen van de Mizbe'ach onteerd door de Grieken.

lishkat Hatela'im - The schapenkamer

Deze kamer werd gebruikt als een schuur voor de schapen geofferd als 'dagelijkse offers'. De schapen werden gecontroleerd twee keer per dag op besmettingen en oneffenheden voor te worden geofferd.

lishkat Bet Hamoked - de Hartkamer

Dit was een kamer die leidde naar een ander hart ondergrond gebruikt door de priesters die niet ritueel zuiver waren. Een Mikva (rituele bad) en rustkamers lagen in deze ondergrondse kamer.

Poorten leidend naar de noordzijde van de Tempel

Shaar Hanitzutz - Poort van de Vonken

Voor deze poort was een klein plein omringd door kolommen die een balkon steunde waarop priesters van de priesterwacht 's nachts op wacht bleven. De zonnestralen tussen de kolommen leken vonken te zijn, vandaar de naam van de poort. De poort werd ook Poort van Joachiem genoemd, omdat vanaf deze plek Koning Joachiem in ballingschap werd gevoerd naar Babylonië.

Sha'ar Hanashim - Vrouwenpoort

Van vrouwen werd verwacht een offer te brengen na de geboorte en op andere aangelegenheden. Zij bleven in deze poort staan terwijl hun offers werden gebracht. deze poort was smaller dan de andere poorten aan de noordzijde.



De Joodse Tempel: de Ingangshal (Oelam)

Deze ingangshal die leidt naar het Heilige der Heiligen werd de Oelam genoemd. Het wordt beschreven door commentatoren als 100 cubits van noord naar zuid, 100 cubits hoog en 11 cubits van oost naar west. Het was één verdieping hoog. Binnen, kettingen werden opgehangen van het plafond naar de grond, deze weg kon jonge priesters de muren en de ramen repareren door de kettingen te beklimmen.

Cederbalken verbonden de voor- en achtermuren en dienden als beugels om de hoge muren tegen vallen te behoeden.

De doorgang

De doorgang was 6 cubits dik en had vier deuren. De deuren waren van olijfhout gemaakt waar een laag goud op zat. Gesmeed in goud waren engelen, palmbomen en bloemen. De voormuren van de Heichal en de deurposten waren 6 cubits dik.

Twee deuren werden geplaatst aan de voorkant van de 6 cubits doorgang, en twee deuren werden geplaatst aan de achterkant. De deuren aan de voorkant werden binnenwaarts geopend en gevouwen tegen de binnenmuur van de doorgang. De achterdeuren openden zich ook binnenwaarts en vouwden tegen de muren.

Voor de deuren was een gordijn dat kan worden opgehesen en kon zakken. Wanneer de Hoge Priester in het Heilige was werd het gordijn naar beneden gehaald om hem privacy te verschaffen.

Kamer van de messen

Aan de noordelijke en zuidelijke einden van de Oelam waren twee kamers die Beit Hachalifot -Kamer van de messen- heette. De slachtmessen werden hier in kluizen tegen de muren bewaard. De botte of beschadigde messen werden in de zuidelijk kamer bewaard waar zij werden geslepen of gerepareerd. Messen die geschikt waren voor gebruik werden in de noordelijke kamer opgeslagen.

Kleine poorten

In de zuidwestelijke en noordwestelijke hoek van de Oelam waren de deuren 8 cubits hoog. Omdat alle offers geofferd moesten worden tegenover 'de deur van de Heichal' (zoals beschreven in de Tora), werden deze deuren zo gebouwd dat het slachten overal gedaan kon worden in de Azara tegenover de deur.

De grote doorgang

De doorgang naar de hal was 20 cubits breed en 40 cubits hoog en het was de grootste doorgang in de Tempel. Boven de doorgang waren vijf grote mahonie balken geplaatst voor het gebouw, elk ingekerfd met versierde ontwerpen. De beneden balk werd direct boven de doorgang geplaatst en was 22 cubits lang, en hing 1 cubit over de doorgang aan beide zijden. Dus het was met de andere balken vijf balken die 30 cubits lang waren. Tussen de balken waren rijen stenen geplaatst.

De grote doorgang had geen deuren, maar een groot gordijn van fijn linnen met franjes en gouden bloemen erop geborduurd.

Yachin en Bo'az

Aan deze ingang waren twee grote koperen kolommen geflankeerd. Elk was 18 cubits hoog, 12 cubits in omtrek, 2/3 cubit dik en had een kapiteel op de top, die 5 cubits mat met gekerfde bloemen en lelies.
De rechter pilaar heette Yachin die het koninkrijk David vertegenwoordigde voor altijd voorbereid (Yachin in het Hebreeuws). De linker pilaar werd Boaz genoemd naar de rechtelijke voorvader van David.



De Joodse Tempel: kantoren (Ta'iem)

In de Joodse Tempel tussen de Kodesj en het Heilige der Heiligen waren kantoren. In totaal 38 stuks. Hun enige doel was een scheiding te brengen tussen de Kodesj en het Heilige der Heiligen.

Ta'im - de kleine kantoren

Langs de noordelijke, westelijke en zuidelijke buitenmuren van de Kodesj (het binnenste heiligdom) en het Heilige der Heiligste waren een serie kleine kantoren. Deze kantoren werden niet gebruikt voor opslag. Hun enige doel was te dienen als een toegevoegde scheiding tussen de Kodesj en het Heilige der Heiligste.

Er waren 15 kantoren naar het noorden en 15 kantoren naar het zuiden, vijf per vloer. Er waren 8 kleine kantoren naar het westen, drie op het beneden niveau, en drie er boven en twee aan de top.

De hoogte van deze drie verdiepingen bedekten ongeveer de halve hoogte van de buitenmuren. De overgebleven hoogte had ramen in de muren om licht binnen te laten. Het Heilige der Heiligste had één raam in de achtermuur, 8 cubits hoog.

Trappen in elk kantoor leidden naar de vloer er boven en de vloer er beneden. Deuren leidden naar de aanliggende kantoren. Het bodem niveau werd langs de grond gebouwd, niet er boven.

De ingang van de kantoren

De Oelam (Ingangshal) had deuren die leidde naar het eerste kantoor langs de noordelijke muur en in het eerste kantoor langs de zuidelijke muur.

De deur leidend naar het eerste zuidelijke kantoor werd nooit geopend door een priester. Echter op Sjabbat, feestdagen en op momenten dat de nieuwe maan verscheen, zou de deur uit zichzelf openen.

Omdat de eerste vloer van de kantoren gelegen lag op het grond niveau, moeten deze twee deuren in de Hal geleid hebben naar het eerste kantoor op de tweede verdieping.

De Noordelijke Deur

Om een persoon toe te staan in de hal te staan en de deur te openen die leidt naar het eerste noordelijke kantoor, werd een opening gemaakt in het lagere gedeelte van de deur

De priester van de Levieten moest buigen, zijn hand door de opening steken, en, met een sleutel de deur van de binnenkant openen.

Binnen dat kantoor was een andere doorgang die leidde naar de Kodesj. Die deur werd meer op een gewone wijze geopend. Eenmaal binnen de Kodesj, konden de Kodesj deuren ontsloten worden. De sloten naar deze deuren waren aan de binnenkant van de deuren.

Mesiba - De oprit

Het eerste noordelijke kantoor had ook een deur in zijn noordelijke muur, die leidde naar de bodem van een oprit. De oprit leidde naar het dak van de westelijke kantoren. Men kon langs dat dak lopen, naar het zuiden, tot men kwam bij de zuidelijke kant van de Heichal.

Er was een ander oprit langs de zuidelijke zijde van de Heichal, op het dak van de zuidelijke kantoren, die leidde naar een deur in de kamer boven de Kodesj. Slechts werkmannen voor reparaties gingen naar deze bovenkamer.

Het Waterreservoir

Achter de zuidelijke muur van de zuidelijke kantoren was een waterreservoir. Het water dat van het dak van de Heichal stroomde liep in het reservoir.



De Joodse Tempel: het binnenste heiligdom (de kodesj)

De doorgang van de Kodesj was 10 cubits breed en 20 cubits hoog. Boven de doorgang stond een gouden menora geschonken door Koningin Helena, een bekeerling tot het Jodendom. De ochtend dienst kon niet beginnen voor zonsopkomst. Vanwege de hoge muren moest een priester naar buiten gaan om te kijken wanneer de zon opkwam. Maar toen de menora er eenmaal stond scheen de zon tegen de menora en wisten de priesters dat de dienst kon beginnen.

De doorgang

De doorgang was 6 cubits dik en had vier deuren. De deuren werden gemaakt van olijfhout met een laag goud. Gesneden in het goud waren engelen, palmbomen en bloemen. De voorste muren van de Heichal en de deurposten waren 6 cubits dik.

Twee deuren werden geplaatst aan de voorkant van de 6 cubit doorgang en twee deuren werden geplaatst aan de achterkant. De twee deuren aan de voorkant werden binnenwaarts geopend en gevouwen tegen de binnenmuur van de doorgang. De achterdeuren openden ook binnenwaarts en vouwden tegen de muur (Rabbi Jehoeda had een andere mening betreffende de deuren).

Voor de deuren was een gordijn dat kon worden opgetrokken of neergelaten. Wanneer de Hoge Priester in de Kodesh was, werd het gordijn naar beneden gelaten om hem privacy te verschaffen.

De ramen

De ramen van de Kodesh waren 20 cubits hoog en bestonden uit lange nauwe openingen in de muur. De openingen waren breder aan de buitenkant dan aan de binnenkant. In een privé-ruimte waren raam openingen nauw aan de buitenkant en breed aan de binnenkant zodat het licht naar binnen kon komen. De rabbijnen zagen de Heichal als de 'lichtbron' van de wereld, dus de ramen werden geconstrueerd om het licht naar buiten te spreiden.

De Kodesj was 40 cubits lang, 20 cubits breed en 40 cubits hoog. De muren werden met hout betimmerd en kregen een laagje goud, behalve voor de plekken die de deuren bedekten als zij werden geopend. In het goud waren palmbomen, bloemen, engelen en wijnstokken gegraveerd.

De heilige vaten

Bij de noordelijke muur van de Kodesh was de Sjoelchan (Gouden Tafel). Het werd geplaatst in een oost-west richting. Op de Tafel lagen de twaalf toonbroden en twee eetlepels. Er waren andere gouden tafels in de Kodesj; vijf ten noorden van de Gouden Tafel, en vijf ten zuiden. Deze moesten de schoonheid van de Gouden Tafel verheffen.

De Menora werd geplaatst met een noord-zuid richting bij de zuidelijke muur van de Kodesj, hoewel sommigen zeggen dat het werd geplaatst met een oost-west richting. Er waren tien ander menora's in de Kodesh. Vijf werden geplaatst ten noorden van de Menora, en vijf ten zuiden ervan. Deze waren ook voor versieringsdoeleinden.

In het centrum van de Kodesj was het gouden Altaar. De Menora, Altaar en Tafel werden geplaatst binnen de binnen helft van de Kodesj. Het Altaar stond iets naar het oosten.

In de Eerste Tempel scheidde een 1 cubit dikke muur de Kodesj van het Heilige der Heiligen. In die Tempel was het plafond slechts 30 cubits hoog. De Tweede Tempel had een hoogte van 40 cubits. Een muur van 1 cubit dik kon niet worden opgericht tot de 40 cubit hoogte. Zij wilden geen dikkere muur maken om niet enig gebied van de Kodesj of het Heilige der Heiligste te verminderen.

Er werd besloten de Kodesj een volle 40 cubits lang en het Heilige der Heiligen een volle 20 cubits te bouwen. Een neutrale ruimte van 1 cubit zou tussen hen geplaatst worden en afgescheiden worden door twee gordijnen. Eén gordijn werd geplaatst tussen het einde van de Kodesh en het begin van de cubit ruimte. Het andere gordijn werd geplaatst tussen het einde van de cubit ruimte en het begin van het Heilige der Heiligen. Het buiten gordijn werd terug gevouwen aan de zuidkant en de binnen gordijn werd terug gevouwen aan de noordkant.

De gordijnen werden nooit geopend behalve gedurende de feesten, waar ze terug gerold werden zodat de mensen het beeldsnijkunst van de engelen op de muren konden zien. De engelen in de beeldsnijkunst omarmden elkaar dat de liefde vertegenwoordigde van God aan de Kinderen van Israël.

De Joodse Tempel: Heilige der Heiligen en de Heilige Ark

Het Heilige der Heiligen

Hoewel de muren, het plafond en de vloer bedekt waren met een laag goud, was er weinig meubilair. In de Tweede Tempel was er zelfs geen Heilige Ark op de vloer, alleen een lege kamer met beeldsnijwerk of schilderijen van cherubijnen op de muur en een kleine steen (even shesia).

In de Eerste Tempel stond de Heilige Ark in het midden. Zijn lengte strekte zich uit van noord naar zuid en zijn draagbaren van oost naar west. De stenen tafelen door God aan Mozes gegeven, de staf van Aaron en één pot met manna van de generatie uit de woestijn konden ook op deze plek gevonden worden.

Hoewel het voor ons onmogelijk te begrijpen is, vooral vanwege de eenvoud van de ruimte, rustte hier de Goddelijke Aanwezigheid. Het was hier dat de Eeuwige deze wereld ontmoette.

De steen (even shesia) kenmerkt de plek vanwaar de schepping van de wereld begon.....

Boven het Heilige der Heiligen was een zolderkamer, bijna identiek aan de kamers beneden. De ruimte is misschien gebruikt voor de opslag van dingen met grote waarde (sommigen zeggen dat de balken en gordijnen van Mozes' Tabernakel hier werden gehouden).

Het deel van het zolderkamer dat direct boven het Heilige der Heiligen lag had een serie gaten in de vloer. Als er reparaties nodig waren voor de muren beneden, konden er een soort liften met arbeiders erin naar beneden zakken.

De Aron Hakodesh (Heilige Ark)

De Heilige Ark was feitelijk een kleine gouden box (2,5 Amos lang en 1,5 Amos breed en 1,5 Amos hoog), of meer precies drie kleine boxen die in elkaar pasten. De buiten en binnen lagen waren vast goud en de midden laag was van hout. Om de opening van de box te bedekken lag een gouden Kapores.

Gebouwd over de Kapores in de Tabernakel versie waren twee gevleugelde figuren met baby-achtige gezichten - de cherubijnen (Keruvim). Ze waren gemaakt van één stuk vast goud. In de Tempel van Koning Salomo stonden de cherubijnen op de vloer aan elk einde van de Aron, hun vleugels naar achteren en boven hen gestrekt.

Naast de Aron lag op de vloer (van de Eerste Tempel) de Aaron priester staf (Numeri 17:16-26) en een pot manna (Exodus 16:32). Rashi vertelt dat gedurende de Eerste Tempel deze pot getoond werd aan het volk. De mensen moesten fysiek overleven en hadden niet genoeg tijd om de Tora te bestuderen. Navi, de leider van het volk, wees naar de pot en zei:
"Jullie vaders overleefden de woestijn voor 40 jaar door het wonder van de manna. Net zoals hen toen voedsel werd verschaft, zijn er nu vele manieren voor Hashem om je in je behoeften te voorzien..."

Lees verder

© 2007 - 2017 Etsel, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Bijbelse Archeologie in JeruzalemWat is nog terug te vinden in Israël over de Bijbelse tijd? Hebben archeologen nog iets terug kunnen vinden van de Heili…
Waarom de Klaagmuur in Jeruzalem heilig is voor JodenWaarom de Klaagmuur in Jeruzalem heilig is voor JodenDe Klaagmuur in Jeruzalem is wereldberoemd. De Klaagmuur (Westelijke Muur) - in het Hebreeuws 'HaKotel'- is heilig voor…
Toerisme Israël: Heilige plekken - de Westelijke MuurDe heiligste plekken in Israël zijn wel de Westelijke Muur en de Tempelberg. Hier stond vroeger de Heilige Tempel die tw…
De Joodse Tempel: wat was de Joodse Heilige Tempel?De Joodse Tempel: wat was de Joodse Heilige Tempel?De Heilige Tempel (in het Hebreeuws Beit Hamikdash) was een grote met meerdere verdiepingen tellende bouwsel dat het ker…
Boeddhistische tempel: Chinese verstilling in AmsterdamBoeddhistische tempel: Chinese verstilling in AmsterdamIn het hart van Amsterdams China Town, op de Zeedijk, staat de kleurrijke humanistisch boeddhistische tempel van meester…
Bronnen en referenties

Reageer op het artikel "De Joodse Tempelberg en de Tempel - een beschrijving"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Etsel
Laatste update: 13-02-2017
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Special: Tempel
Bronnen en referenties: 2
Schrijf mee!