InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Torastudie 12: God berouwt de mens - Genesis (5:1 en 6:6)

Torastudie 12: God berouwt de mens - Genesis (5:1 en 6:6)

Torastudie 12: God berouwt de mens - Genesis (5:1 en 6:6) In Genesis 5:1 en Genesis 6:6 komen respectievelijk het geslachtsregister van Adam en het berouw van God over de schepping van de mens aan de orde. Het begrip berouw toegepast op de tijdloze God, betekent beide toestanden gelijktijdig: iets dat zowel wordt verlangd als niet wordt verlangd, met het verlangen behorende tot de verdere dimensie van de zaak (zijn verleden), en het niet-verlangen behorende tot zijn duidelijkere en onmiddellijke dimensie (zijn heden)

Genesis 5:1

Dit is het geslachtsregister van Adam. Ten dage, dat God Adam schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis Gods.

Tekst in het Hebreeuws luidt:

זֶה סֵפֶר תּוֹלְדֹת אָדָם בְּיוֹם בְּרֹא אֱלֹהִים אָדָם בִּדְמוּת אֱלֹהִים עָשָׂה אֹתוֹ.

Genesis 6:6

Berouwde het de Here dat hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem in zijn hart.

Tekst in het Hebreeuws luidt:

וַיִּנָּחֶם יְהוָה כִּי-עָשָׂה אֶת-הָאָדָם בָּאָרֶץ וַיִּתְעַצֵּב אֶל-לִבּוֹ

Genesis 5:1

Dit is het boek der geslachten van Adam.

Elke generatie

Reish Lakish zei: Dit leert ons dat God aan Adam elke generatie en leiders toonde.

Genesis 6:6

En het berouwde de Eeuwige, dat Hij de mens had gemaakt.

Hoe kan een almachtige God iets berouwen?:
Te zeggen dat God iets berouwt is duidelijk vreemd voor ons begrip van Zijn alwetendheid en almacht. Berouw betekent dat men nu iets weet dat men van tevoren niet wist; dat iemands eerdere beslissing of daad werd bedorven of slecht was geïnformeerd; dat iemand gegroeid is tot een punt waar hij kan terugkijken en een onvolkomen verleden verwerpt. Niets van dit alles kan op God betrekking hebben. In de woorden van het vers: "God is niet een mens dat Hij zou moeten liegen; noch een zoon van Adam dat hij berouw zou hebben" (Numeri 23:19).

Berouw toeschrijven aan God vertegenwoordigt een verder probleem: als God de schepping van iets berouwt, hoe kan dat iets dan blijven voortbestaan zelfs voor een enkel ogenblik? Zoals de Chassidische meesters verklaren, de schepping is een eeuwige handeling van de zijde van God. Wanneer de Tora ons vertelt dat God zegt: "Laat er licht zijn!" en er was licht, dan is het geen beschrijving van een eenmalige gebeurtenis die plaats vond op de eerste dag van de schepping; het vertelt ons dat wat we ervaren als licht de belichaming is van Gods continue articulatie van Zijn verlangen dat er licht is. In iedere fractie van elk tijdsmoment zegt God: "Laat er licht zijn!" en het is deze Goddelijke uitspraak dat de essentie van fysiek licht vormt. Want geen wezen of fenomeen kan mogelijk onafhankelijk bestaan van Gods constante bemoeienis met zijn schepping.

In het bediscussiëren van God gebruiken we onvermijdelijk termen wier betekenis wordt gekleurd door de dynamieken van onze ervaring -een ervaring gebonden aan tijd, ruimte en onze menselijke beperkingen. Onze enige andere optie zou zijn om helemaal niet over God te spreken (dat geen optie is omdat God ons heeft bevolen niet alleen in Zijn bestaan te geloven, maar ook om Hem te weten en te begrijpen in de omvang waartoe we in staat zijn). Dus in het gebruiken van deze termen moeten we altijd oppassen ze los te maken van hun sterfelijke tooi en alleen hun pure, niet-lichamelijke essentie toe te passen op ons begrijpen van Gods relatie tot ons bestaan.

Dus wanneer de Tora ons vertelt dat God iets berouwt, verwacht het van ons de term berouw los te maken van zijn kale conceptuele raamwerk; het te scheiden van alle betekenissen van falen, onwetendheid en tijd zelf -voor het toe te passen op God.

Berouw voor ons betekent dat iets zowel wordt verlangd als niet verlangd -verlangd in het verleden, maar niet verlangd in het heden. Toegepast op de tijdloze God, betekent berouw beide toestanden gelijktijdig: iets dat zowel wordt verlangd als niet wordt verlangd, met het verlangen behorende tot de verdere dimensie van de zaak (zijn verleden), en het niet-verlangen behorende tot zijn duidelijkere en onmiddellijke dimensie (zijn heden)...



Samenvatting - vragen

Om voor uzelf te controleren of u de tekst goed begrepen heeft volgt hier een aantal vragen. De antwoorden vindt u terug in bovenstaande tekst.
  1. Hoe kan een almachtige God iets berouwen?
  2. Hoe kan iets blijven voortbestaan als God het berouwt?
  3. Hoe wordt berouw toegepast op een tijdloze God?

Lees verder

© 2007 - 2017 Etsel, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Bijbel (Tenach) - De positie van de mensBijbel (Tenach) - De positie van de mensDe mens wordt in de Tenach aangeduid door middel van verschillende woorden, die elk de verschillende aspecten van de men…
Lilith en Eva, de vrouwen van AdamLilith en Eva, de vrouwen van AdamWie Adam zegt, zegt Eva. Maar zij was niet de eerste vrouw en dus ook niet per se de enige (mythologische) stammoeder va…
Kabbala 1: Adam de eerste kabbalistAan de hand van teksten uit de Tora (het boek Genesis) leren we u kennis maken met een kabbalistische kijk van Adam op d…
Het verbond van God met mensenHet verbond van God met mensenHet Hebreeuwse woord voor verbond is 'beriet', wat taalkundig moeilijk te verklaren is. Een verbond heeft het karakter v…
De schepping uit Genesis 1 verwerkt voor liturgie en preekDe schepping uit Genesis 1 verwerkt voor liturgie en preekHet verhaal van de schepping, zoals het verteld wordt in Genesis 1, is een prachtige eenheid. Het is ook een lang tekstg…
Bronnen en referenties

Reageer op het artikel "Torastudie 12: God berouwt de mens - Genesis (5:1 en 6:6)"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Reactie

Zandbergen (infoteur), 19-09-2011 18:50 #1
1a. Hangt van je definitie van almachtig af. God kan alles wat Hij wil, maar Hij wil niet alles wat hij kan. Hij is gebonden aan zijn eigen rechtvaardigheid principes en goedheid. Almachtig in de zin dat Hij in staat is alles te doen wat hij wil bereiken: Ja. Almachtig in de zin dat hij ook onrechtvaardige daden kan doen: nee.
1b. Het woord berouw is de lading die Gods gemoedstoestand het beste dekt. Het drukt naar mijn mening een diep intens verdriet uit over de kwade daden van de mens. Je zou ook kunnen vragen: waarom is God blij als iemand het goede doet? Hij wist al dat deze persoon het goede zou gaan doen, hoe kan God dan echt vreugde vinden.
1c. God is onveranderlijk in karakter in al zijn eigenschappen, maar daarin is er juist plaats voor een ander oordeel. God is rechtvaardig, maar wij mensen mogen beroep doen op zijn genade, aangezien dit net zozeer een wezenlijk deel van Gods natuur is. Wanneer God verandert van besluit door menselijke voorbede, is dit niet een teken van wispelturigheid, maar een uitdrukking van zijn verlangen om een dieper element van zijn karakter te tonen. God kan bijvoorbeeld straffen, maar heeft veel liever dat zondaars zich bekeren en leven.
Gods vooruitziende blik moet niet worden uitgespeeld tegen de eigen verantwoordelijkheid van de mens. God schiep de mens met de mogelijkheid tot ongehoorzaamheid, met consequenties als zonde en dood. Maar daarin ook een nog verder vooruitziende blik, want Hij gaf aan Adam de moederbelofte van de komst van de messias. Door de eerste Adam kwam de dood in de wereld, door de tweede Adam eeuwig leven. Wij vragen ons misschien af: moet de geschiedenis op deze pijnlijke wijze?
Het antwoord ligt in de eigen verantwoordelijkheid van de mens besloten, en het openbaren van Gods genade en liefde door de eeuwen heen Reactie infoteur, 19-09-2011
U hanteert menselijke definities (over almachtig en berouw) en past dat vervolgens toe op God. In het artikel wordt juist uitgelegd dit niet te doen. God staat buiten tijd en ruimte.

Infoteur: Etsel
Laatste update: 01-07-2015
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Special: Torastudie
Bronnen en referenties: 2
Reacties: 1
Schrijf mee!