InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Torastudie: Hof van Eden - Genesis 2:15

Torastudie: Hof van Eden - Genesis 2:15

Torastudie: Hof van Eden - Genesis 2:15 Nu nam de Eeuwige G'd de mens en plaatste hem in de hof Eden, om die te bebouwen en om die te bewaken (Genesis 2:15). Dit vers geeft aan wat te doen en wat niet te doen. Volgens de Zohar (kabbalistisch boek) gaat het om een tweeledige wereld waarin elk object een positieve en negatieve pool heeft. In de Tora wordt aangegeven wat het doel van de schepping is: een woonplaats maken voor G'd in de lagere wereld.

Genesis 2:15

En de Eeuwige nam de mens en plaatste hem in de hof van Eden om die te bewerken en te bewaken.

Tekst in het Hebreeuws luidt:

וַיִּקַּח יְהוָה אֱלֹהִים אֶת-הָאָדָם וַיַּנִּחֵהוּ בְגַן-עֵדֶן לְעָבְדָהּ וּלְשָׁמְרָהּ.

Tweedelige wereld

Volgens de Zohar zijn 'te bebouwen' positieve verplichtingen en 'te bewaken' zijn de verboden.

We leven in een tweedelige wereld: een wereld waarin elk object een positieve en een negatieve pool heeft; een wereld waarin elke kracht een actieve en een verborgen wijze heeft; een wereld wier gedefinieerde logica uit twee fundamentele mogelijkheden bestaat: ja en nee.

De mitswot (G'ddelijke verplichtingen) van de Tora worden ook uitgezonden in deze duale aarde. De mitswot vallen onder twee algemene categorieën: de positieve verplichtingen (mitswot assei), die de activiteiten voorstellen die G'd wil dat we doen (liefdadigheid, aanleggen van gebedsriemen); en de verboden (mitswot lo taaseh) die de activiteiten voorstellen die G'd niet wil dat we doen (stelen, melk en vlees mengen).

De Tora is niet louter bevestigend tot de aard van de levens die het instrueert. Omdat de Tora G'ds blauwdruk is voor de schepping, is het tegenovergestelde waar: omdat de G'ddelijke wil zowel de positieve als de negatieve elementen bevat, is het universum ook gepolariseerd door positiviteit en negativiteit, door activiteit en passiviteit.

Doel van de schepping

G'ds doel van de schepping is dat Hij een woonplaats verlangt in de lagere wereld. Voor G'ds schepping van realiteit was er duidelijk niets om Zijn exclusieve wezen te verhinderen of te verduisteren. G'd verlangde een wereld te scheppen, een realiteit die zich van Hem onderscheidt (ten minste in zijn eigen perceptie) die zal uitstijgen boven zijn eigen zelf definitie naar een erkenning van en ontvankelijkheid tot Zijn waarheid. De laagste rang van deze realiteit is de fysieke wereld, de meest innerlijk werkend, zelf absorberend en spiritueel stompzinnig van hen alle. Het is de materiële wereld die de focus is van G'ds schepping, de arena waarin Zijn wens voor een woonplaats in de lagere wereld gerealiseerd zal worden. We maken de wereld een thuis voor G'd door het nakomen van de mitswot. Telkens wanneer we een fysieke bron winnen of een mitswa doen, ontdoen we het van zijn lichamelijkheid en spirituele duisterheid en transformeren het in een instrument van Goddelijk wil. Voor de mitswa, roept het fysieke object uit, ik besta: nu het uitspreekt, besta ik om G'd te dienen. Voor de mitswa manifesteerde het fysieke object de laagheid van het materiaal; nu herbergt het het G'ddelijke die een ontvankelijkheid en dienstbaarheid naar zijn Schepper tentoonstelt.

'Organen' van G'd

In de woorden van de Zohar zijn de 248 positieve geboden van de Tora de organen van G'd. In het menselijk wezen is een orgaan een instrument van de ziel, een voertuig voor de fysieke realisatie van zijn metafysische eigenschappen. De ziel bezit het potentieel voor het zicht, maar het kan fysiek alleen zien via het oog; het is het oog waarin de ziels gezichtsvermogen plaats heeft en die zijn actie voor fysieke objecten faciliteert. Hetzelfde is waar voor het oor, de mond, de hersenen, het hart, etc. Elk orgaan en ledemaat van het menselijk lichaam manifesteert een ander vermogen of uitdrukking van de menselijke ziel. Dus de Zohars metaforische beschrijving van de mitswot als organen van G'd betekent dat via de mitswot de verschillende uitdrukkingen van de G'ddelijke realiteit worden gemanifesteerd op de fysieke aarde.

Het is duidelijk dat er meer voor de ziel is dan wat gemanifesteerd wordt door zijn verschillende organen, enkel of collectief. Het wonder van het leven is dat vlees kan dienen als een geleide van de ziel; toch is er een beperking tot hoeveel van het geestelijke zelf vlees kan verwezenlijken. Het fysieke leven is slechts het topje van de ijsberg van diepte en ruimte van de menselijke ziel. Hetzelfde is toegepast op het G'ddelijke prototype waarnaar de mens wordt gemodelleerd: terwijl G'd bepaalt dat iets van Zijn essentie aanwezig is in elke handeling van conformiteit met Zijn wil, is er meer tot de G'ddelijke realiteit dan wat wordt belichaamd door de fysieke objecten en acties van de mitswot.

Verboden

Dit is waarom G'd, naast het schenken van de positieve geboden, ons ook de verboden gaf. Iedere menselijke daad, ongeacht hoe nobel of voortreffelijk, is eindig en dubbelzinnig; geen handeling van de mens kan de absoluutheid, voortreffelijkheid en het oneindige vangen dat het kenmerk is van het G'ddelijke. Het verbod echter voert de G'ddelijke wil niet uit door doen, maar door niet doen en het wordt daarom niet overeengekomen door de gebreken van de sterfelijk daad. Een niet-handeling is absoluut en niet dubbelzinnig -er is beperking aan de omvang waaraan een persoon iets niet heeft gedaan. Door de uitvaardiging dat een hoeveelheid van niet-acties de vervulling van Zijn wil zou vormen, is G'd met ons overeengekomen de mogelijkheid in verband te brengen met Zijn waarheid onbelemmerd door de beperkingen van de menselijke inspanning.

Noodzaak van positieve geboden

Waarom is er dan de noodzaak voor de positieve geboden? Als de meest pure, meest perfecte vervulling van de G'ddelijke wil de niet-handeling van de mitswa lo taaseh is, waarom maakte G'd het leven dan niet een hele passieve aangelegenheid, een oefening in onthouding? Het antwoord is zo duidelijk als de vraag. Een leven toegewijd aan de passieve vervulling van de G'ddelijke wil zou vrij zijn van de tekortkomingen van de menselijke inspanning, maar het zou ook verstoken zijn van zijn creativiteit en passie. G'd verlangde meer dan smetteloosheid van Zijn schepsels, inderdaad de meest smetteloze realiteit was de staat van de oorspronkelijk nietigheid die voorafging aan de schepping! Dus het was niet de perfectie dat G'd zocht in het scheppen van een wereld, maar het dynamische onderzoek naar perfectie in gang gezet door een imperfecte wereld. Het was niet een spirituele wereld dat G'd uitstalde om te scheppen -geen wereld zou meer hemels zijn dan de schepping van nietigheid- maar een stoffelijk, lagere wereld dat zou dienen als een woning voor Hem. Tegelijkertijd wenste Hij deze wereld het potentieel voor onvervalste contact met Hem te verschaffen -een link met Zijn wezenlijke waarheid dat de beperkingen van sterfelijke activiteit overschrijdt. Dus in aanvulling op het gebiedende doen, ontwikkelen, transformeren en scheppen, instrueerde Hij ons ook in te houden, verlangen en egoïsme te verloochenen in het vervullen van Zijn wil.

Conclusie

Dus de mitswot asseh en de mitswot lo taaseh bestaande uit do's en don'ts zijn een mandaat voor zowel een actieve als passieve relatie met G'd.

Nadere toelichting op bovenstaande Joodse commentaren

Tora en mitzwot moeten door Joden worden nageleefd zolang een persoon in een lichaam en ziel leeft. Zodra het lichaam sterft, zijn er geen verplichtingen meer voor naleving van de mitzwot. Wanneer de ziel opnieuw met zijn lichaam verenigt zijn er geen mitzwot meer van toepassing zoals we die nu kennen. Voor niet-Joden gelden in deze wereld de Zeven Noachidische geboden. Bij nauwkeurige naleving daarvan komen ze ook in de Komende Wereld waar de Noachidische geboden niet meer van toepassing zijn zoals we die nu kennen.



Samenvatting - vragen

Om voor uzelf te controleren of u de tekst goed begrepen heeft volgt hier een aantal vragen. De antwoorden vindt u terug in bovenstaande tekst.
  1. Waarom zijn de mitswot in twee onderdelen te verdelen?
  2. Wat is G'ds doel van de Schepping?
  3. Hoe kunnen we de wereld tot een woonplaats van G'd maken?
  4. Wat stellen de 248 positieve geboden volgens de Zohar voor?
  5. Wat is het wonder van het leven?
  6. Wat houdt een verbod in?
  7. Wat is de noodzaak van positieve geboden?
  8. Waarom maakte G'd van het leven niet een passieve aangelegenheid?
  9. Waarom schiep G'd een stoffelijke lagere wereld?
  10. Waar zijn de do's en don'ts een mandaat voor?

Lees verder

© 2007 - 2017 Etsel, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
De komst van de Masjiach (messias) bespoedigenDe komst van de Masjiach (messias) bespoedigenEr zijn een aantal manieren om de komst van de Masjiach te bevorden voor zijn laatste dag. In het algemeen gesproken bet…
Goddelijke energie is onmisbaar - een Joodse visieGoddelijke energie is onmisbaar - een Joodse visieHet is gemakkelijk te zeggen dat de wereld op brandstof draait. De productie van energie vereist brandstof en zonder dit…
Kabbala 1: Adam de eerste kabbalistAan de hand van teksten uit de Tora (het boek Genesis) leren we u kennis maken met een kabbalistische kijk van Adam op d…
Kabbala: de noodzaak Kabbala te bestuderenOver de noodzaak Kabbala te bestuderen is door veel Kabbalisten geschreven. In dit artikel geef ik kort weer wat Kabbali…
Tora en Masjiach: Genesis 1:2/5:1-2 Joodse uitlegHet Joodse concept van de Masjiach (Messias) bestaat al van vóór de Schepping. Het bevat niet alleen het basis principe…
Bronnen en referenties

Reageer op het artikel "Torastudie: Hof van Eden - Genesis 2:15"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Etsel
Laatste update: 28-08-2017
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Special: Torastudie
Bronnen en referenties: 3
Schrijf mee!