InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Torastudie 184: Bedriegen/Shemieta – Leviticus 25:14-42

Torastudie 184: Bedriegen/Shemieta – Leviticus 25:14-42

Torastudie 184: Bedriegen/Shemieta – Leviticus 25:14-42 In Leviticus 25:14-42 komen twee zaken aan de orde: het bedriegen van je naaste en de Shemieta (het Sjabbatsjaar). Dat laatste was ook al aan de orde gekomen in de vorige Torastudie maar wordt nu vanuit een andere invalshoek belicht. Daarnaast zal dieper ingegaan worden op het maken van valse maten (als toelichting op het bedriegen van je naaste). Ook bespreek ik het zesde millennium waarin we nu leven (de tijd vlak voor de komst van de Messias – Ikvot Meshicha) en de ware betekenis van vrijheid.

Tekst van Leviticus 25:14-42

En wanneer gij iets zult verkopen aan uw naaste of kopen uit de hand van uw naaste, dan zult gij de een de ander niet bedriegen. Naar het aantal jaren na het jaar van bazuingeschal zult gij kopen van uw naaste, naar het aantal oogstjaren zal men u verkopen.
…..
…..
Want Mijne knechten zijn zij, die Ik gevoerd heb uit het land Egypte; zij zullen niet verkocht worden, zoals men slaven verkoopt.

Tekst in het Hebreeuws

יד וְכִי-תִמְכְּרוּ מִמְכָּר לַעֲמִיתֶךָ אוֹ קָנֹה מִיַּד עֲמִיתֶךָ אַל-תּוֹנוּ אִישׁ אֶת-אָחִיו. טו בְּמִסְפַּר שָׁנִים אַחַר הַיּוֹבֵל תִּקְנֶה מֵאֵת עֲמִיתֶךָ בְּמִסְפַּר שְׁנֵי-תְבוּאֹת יִמְכָּר-לָךְ. טז לְפִי רֹב הַשָּׁנִים תַּרְבֶּה מִקְנָתוֹ וּלְפִי מְעֹט הַשָּׁנִים תַּמְעִיט מִקְנָתוֹ כִּי מִסְפַּר תְּבוּאֹת הוּא מֹכֵר לָךְ. יז וְלֹא תוֹנוּ אִישׁ אֶת-עֲמִיתוֹ וְיָרֵאתָ מֵאֱלֹהֶיךָ כִּי אֲנִי יְהוָה אֱלֹהֵיכֶם. יח וַעֲשִׂיתֶם אֶת-חֻקֹּתַי וְאֶת-מִשְׁפָּטַי תִּשְׁמְרוּ וַעֲשִׂיתֶם אֹתָם וִישַׁבְתֶּם עַל-הָאָרֶץ לָבֶטַח. יט וְנָתְנָה הָאָרֶץ פִּרְיָהּ וַאֲכַלְתֶּם לָשֹׂבַע וִישַׁבְתֶּם לָבֶטַח עָלֶיהָ. כ וְכִי תֹאמְרוּ מַה-נֹּאכַל בַּשָּׁנָה הַשְּׁבִיעִת הֵן לֹא נִזְרָע וְלֹא נֶאֱסֹף אֶת-תְּבוּאָתֵנוּ. כא וְצִוִּיתִי אֶת-בִּרְכָתִי לָכֶם בַּשָּׁנָה הַשִּׁשִּׁית וְעָשָׂת אֶת-הַתְּבוּאָה לִשְׁלֹשׁ הַשָּׁנִים. כב וּזְרַעְתֶּם אֵת הַשָּׁנָה הַשְּׁמִינִת וַאֲכַלְתֶּם מִן-הַתְּבוּאָה יָשָׁן עַד הַשָּׁנָה הַתְּשִׁיעִת עַד-בּוֹא תְּבוּאָתָהּ תֹּאכְלוּ יָשָׁן. כג וְהָאָרֶץ לֹא תִמָּכֵר לִצְמִתֻת כִּי-לִי הָאָרֶץ כִּי-גֵרִים וְתוֹשָׁבִים אַתֶּם עִמָּדִי. כד וּבְכֹל אֶרֶץ אֲחֻזַּתְכֶם גְּאֻלָּה תִּתְּנוּ לָאָרֶץ. {ס} כה כִּי-יָמוּךְ אָחִיךָ וּמָכַר מֵאֲחֻזָּתוֹ וּבָא גֹאֲלוֹ הַקָּרֹב אֵלָיו וְגָאַל אֵת מִמְכַּר אָחִיו. כו וְאִישׁ כִּי לֹא יִהְיֶה-לּוֹ גֹּאֵל וְהִשִּׂיגָה יָדוֹ וּמָצָא כְּדֵי גְאֻלָּתוֹ. כז וְחִשַּׁב אֶת-שְׁנֵי מִמְכָּרוֹ וְהֵשִׁיב אֶת-הָעֹדֵף לָאִישׁ אֲשֶׁר מָכַר-לוֹ וְשָׁב לַאֲחֻזָּתוֹ. כח וְאִם לֹא-מָצְאָה יָדוֹ דֵּי הָשִׁיב לוֹ וְהָיָה מִמְכָּרוֹ בְּיַד הַקֹּנֶה אֹתוֹ עַד שְׁנַת הַיּוֹבֵל וְיָצָא בַּיֹּבֵל וְשָׁב לַאֲחֻזָּתוֹ. {ס} כט וְאִישׁ כִּי-יִמְכֹּר בֵּית-מוֹשַׁב עִיר חוֹמָה וְהָיְתָה גְּאֻלָּתוֹ עַד-תֹּם שְׁנַת מִמְכָּרוֹ יָמִים תִּהְיֶה גְאֻלָּתוֹ. ל וְאִם לֹא-יִגָּאֵל עַד-מְלֹאת לוֹ שָׁנָה תְמִימָה וְקָם הַבַּיִת אֲשֶׁר-בָּעִיר אֲשֶׁר-לא (לוֹ) חֹמָה לַצְּמִיתֻת לַקֹּנֶה אֹתוֹ לְדֹרֹתָיו לֹא יֵצֵא בַּיֹּבֵל. לא וּבָתֵּי הַחֲצֵרִים אֲשֶׁר אֵין-לָהֶם חֹמָה סָבִיב עַל-שְׂדֵה הָאָרֶץ יֵחָשֵׁב גְּאֻלָּה תִּהְיֶה-לּוֹ וּבַיֹּבֵל יֵצֵא. לב וְעָרֵי הַלְוִיִּם בָּתֵּי עָרֵי אֲחֻזָּתָם גְּאֻלַּת עוֹלָם תִּהְיֶה לַלְוִיִּם. לג וַאֲשֶׁר יִגְאַל מִן-הַלְוִיִּם וְיָצָא מִמְכַּר-בַּיִת וְעִיר אֲחֻזָּתוֹ בַּיֹּבֵל כִּי בָתֵּי עָרֵי הַלְוִיִּם הִוא אֲחֻזָּתָם בְּתוֹךְ בְּנֵי יִשְׂרָאֵל. לד וּשְׂדֵה מִגְרַשׁ עָרֵיהֶם לֹא יִמָּכֵר כִּי-אֲחֻזַּת עוֹלָם הוּא לָהֶם. {ס} לה וְכִי-יָמוּךְ אָחִיךָ וּמָטָה יָדוֹ עִמָּךְ וְהֶחֱזַקְתָּ בּוֹ גֵּר וְתוֹשָׁב וָחַי עִמָּךְ. לו אַל-תִּקַּח מֵאִתּוֹ נֶשֶׁךְ וְתַרְבִּית וְיָרֵאתָ מֵאֱלֹהֶיךָ וְחֵי אָחִיךָ עִמָּךְ. לז אֶת-כַּסְפְּךָ לֹא-תִתֵּן לוֹ בְּנֶשֶׁךְ וּבְמַרְבִּית לֹא-תִתֵּן אָכְלֶךָ. לח אֲנִי יְהוָה אֱלֹהֵיכֶם אֲשֶׁר-הוֹצֵאתִי אֶתְכֶם מֵאֶרֶץ מִצְרָיִם לָתֵת לָכֶם אֶת-אֶרֶץ כְּנַעַן לִהְיוֹת לָכֶם לֵאלֹהִים. {ס} לט וְכִי-יָמוּךְ אָחִיךָ עִמָּךְ וְנִמְכַּר-לָךְ לֹא-תַעֲבֹד בּוֹ עֲבֹדַת עָבֶד. מ כְּשָׂכִיר כְּתוֹשָׁב יִהְיֶה עִמָּךְ עַד-שְׁנַת הַיֹּבֵל יַעֲבֹד עִמָּךְ. מא וְיָצָא מֵעִמָּךְ הוּא וּבָנָיו עִמּוֹ וְשָׁב אֶל-מִשְׁפַּחְתּוֹ וְאֶל-אֲחֻזַּת אֲבֹתָיו יָשׁוּב. מב כִּי-עֲבָדַי הֵם אֲשֶׁר-הוֹצֵאתִי אֹתָם מֵאֶרֶץ מִצְרָיִם לֹא יִמָּכְרוּ מִמְכֶּרֶת עָבֶד.

Leviticus 25:14

En wanneer gij iets zult verkopen van uw naaste...

zevende jaar

Rabbi Yosse zei dat de gevolgen van (het overtreden van de bepalingen van) het zevende jaar zwaar zijn:
  • In dit jubeljaar zult gij wederkeren tot uw bezitting.
  • De verkoop van landgoederen indien uw collega uw verkoop negeert.
  • Verkoop van het nalatenschap van uw broeder indien hij arm wordt.
  • De verkoop van zijn huis.
  • Het lenen met rente door uw broeder.
  • Uw broeder verkoopt zichzelf.

Leviticus 25:14 en 17

En wanneer gij iets zult verkopen aan uw naaste of kopen uit de hand van uw naaste, dan zult gij de een de ander niet bedriegen.....En gij zult de een de ander niet bedriegen, en gij zult vrezen voor uw God.

fraude

Het eerste vers verwijst naar financiële fraude. Het tweede vers verbiedt verbale fraude (pijnlijke woorden of slecht advies). Daarom staat er “gij zult vrezen voor uw God,” opdat een persoon zegt: Wie zal weten dat mijn intentie was hem kwaad te doen?

Leviticus 25:14

Gij zult de een de ander niet bedriegen.

ook niet jezelf bedriegen

Volgens de Wet mag je een ander niet bedriegen. Maar een Chassied mag ook zichzelf niet bedriegen.

Leviticus 25:20-21

En wanneer gij zeggen mocht: wat zullen wij eten in het zevende jaar?! Zie wij zaaien niet, en zullen dus onze opbrengst niet inzamelen. Doch Ik zal u Mijn zegen gebieden in het zesde jaar, zodat het de oogst voortbrengt voor drie jaar.

Shemieta

De Shemieta cyclus correspondeert met de zevende millennia van de wereldgeschiedenis. De wereld werkt 6000 jaar in de materiële wereld ter voorbereiding van het zevende millennium wanneer het altijd Shabbat zal zijn, de tijd van de Masjiach.

De vraag die dan naar boven komt is waarom in de eerste vijf millennia geen perfecte wereld geschapen kon worden. Wat kunnen we in dat geval dan verwachten van het zesde millennium? Omdat onze bronnen zo gering zijn in vergelijking met bijvoorbeeld de tijd van de aartsvaders en moeders, de profeten en de wijzen van de Talmoed, zullen al onze pogingen kostbaarder zijn voor God. Onze pogingen zullen door God gezegend worden zodat ze opbloeien gedurende het zevende millennium.

Leviticus 25:42

Want Mijn knechten zijn zij, die Ik gevoerd heb uit het land Egypte; zij zullen niet verkocht worden, zoals men slaven verkoopt.

vrijheid

Vanaf de tijd van de Exodus maakte God vrijheid de intrinsieke en eeuwige toestand van de Jood. Geen macht ter wereld kan die vrijheid ontnemen.

Nadere toelichting op bovenstaande Joodse commentaren

Naar aanleiding van bovenstaande Torastudie wil ik drie zaken nader bespreken c.q. toelichten:
  1. het verbod anderen te bedriegen.
  2. Het zesde millennium – de tijd vlak voor de komst van de Masjiach – Ikvot Meshicha.
  3. De ware betekenis van vrijheid.

Het verbod anderen te bedriegen

In de Tora staat dat geen valse maten gemaakt mogen worden (zie Leviticus 19:35-36). Het gaat er dus niet alleen om géén valse maten te gebruiken maar ze mogen zelfs niet gemaakt worden. Bij andere zaken van diefstal geldt de zonde pas wanneer de diefstal gepleegd wordt. Waarom dit verschil? Omdat, zo meldt de Talmoed (Bava Mekia 61b), bij het maken van valse maten de zondaar de indruk wekt zijn naaste niet te bedriegen, terwijl dit bij het gebruik ervan uiteraard wel gebeurt. De zondaar probeert zo het bedriegen in hemzelf teniet te doen.

De Lubavitcher Rebbe legt uit dat dit verbod ook in spirituele zin begrepen kan worden. Hij verwijst in dit geval naar Deuteronomium 14:1 en 32:9: “Omdat u kinderen van de Eeuwige, uw God, bent....” “want voor de Eeuwige gold dat volk als het Zijne.” Hoe kan de jetser hara (zondige neiging) een Jood dan op een dwaalspoor brengen? De Rebbe meldt dat het antwoord gevonden kan worden in de 'zonde van de maten'. Hij verwijst hierbij naar de Talmoed (Shabbos 105 b) waarin staat dat de jetser hara niet rechtstreeks bij de Jood toeslaat maar via verschillende stappen door de persoon te overtuigen dat het niet uitmaakt dat de 'maat' niet helemaal klopt. Bij spirituele zaken geeft de jetser hara aan dat de Jood akkoord moet gaan met de Joodse Wet, maar bij materiële zaken mag, volgens de jetser hara, de Jood de praktijken overnemen van de niet-Jood.

De les die hieruit getrokken kan worden is dat we in alle aspecten van ons leven 'compleet en eerlijk' moeten zijn. De ander bedriegen is dus verboden. Bovendien bedrieg je daar tevens jezelf mee.

Het zesde millennium – de tijd vlak voor de komst van de Masjiach – Ikvot Meshicha

In deze Torastudie werd al even het zesde millennium aangeroerd. Dit is de tijd waarin wij nu leven. Het gaat vooraf aan het zevende millennium waarin de Masjiach komt. Rabbijn J. Immanuel Schochet heeft een artikel geschreven waarin hij aangeeft welke hints we krijgen. Het tijdstip van de komst van de Masjiach blijft evenwel geheim. Volgens de Joodse wijzen zijn er twee scenario's mogelijk: chaos of harmonieus. Bij chaos gaat het om een periode van lijden (oorlog, armoede, leugens, etc.) waarbij het lijkt alsof God slaapt. Het zijn de geboorteweeën van de Masjiach. Toch kan ook het andere scenario plaatsvinden dat veel harmonieuzer verloopt waarbij de Masjiach deelneemt aan de Tora en goede daden. Goede tekenen hierbij zijn o.a. welvaart, enorme wijsheid, hernieuwde Torastudie, wetenschappelijke en technologische vooruitgang, mystiek onderwijs in de Tora en wonderen.

de ware betekenis van vrijheid – uit vrije wil God dienen

Zoals in deze Torastudie gemeld heeft God het Joodse volk niet alleen fysiek uit Egypte bevrijd maar ook geestelijk. In het Hebreeuws wordt Egypte 'Mitsrajiem' genoemd. Dit betekent 'beperkingen'. In het Oude Egypte werd alles gedaan wat God de mens verboden had: afgoderij, tovenarij, moorden, doden van baby's, mensen onderdrukken, etc. Hoewel het Oude Egypte nog steeds gezien wordt als een grote beschaving, stelde de geestelijke toestand van de bewoners niet veel voor vanuit Tora perspectief bezien. De bewoners waren immoreel. Voor Joden was Egypte een slecht land om in te verblijven. Overigens is het voor Joden sinds de Exodus verboden om vanuit Israël opnieuw in Egypte te gaan wonen (dit wordt 3 keer in de Tora genoemd – Exodus 14:13; Deuteronomium 17:16; Deuteronomium 28:68 – voor meer informatie hierover ga naar: http://goo.gl/1QkE6). God besloot om Zijn volk te bevrijden om Hem te gaan dienen door middel van de Tora. Ware vrijheid voor de mens is alleen mogelijk door God te dienen. Voor Joden geldt hierbij de naleving van de Tora en voor niet-Joden de naleving van de Noachidische geboden.

Er zijn altijd mensen geweest die het tegenovergestelde beweren: Gods wetten bieden geen vrijheid. Ze denken zonder Gods richtlijnen een echt vrij leven te kunnen leiden. Maar keer op keer komen ze bedrogen uit. Waarom? Omdat ze zonder Gods regels niet (goed) om kunnen gaan met de vrije wil. Ze weten niet meer waar de grens ligt en overschrijden die regelmatig totdat ze vast komen te zitten, geen uitweg meer zien en uiteindelijk in sommige gevallen zelfmoord plegen.

De Britse popgroep Dire Straits heeft ooit eens een aardig nummer gemaakt over een persoon die over de grens gaat en zijn vrije wil niet in bedwang heeft. Weliswaar heeft Mark Knopfler, de schrijver van het lied, daar verder geen enkele religieuze betekenis aangegeven, maar hij heeft wel treffend weergegeven waar de zogenaamde (moderne) vrijheid toe kan leiden. Het lied heet 'Heavy Fuel'. De persoon in het liedje is somber en zoekt geluk in o.a. auto's, sex en geld (“sex and money are the major kicks”). Hij leidt een wild leven dat steeds weer opgepept moet worden met 'heavy fuel' (sigaretten, junkfood, drank, etc). Ook is hij niet vies van geweld. Maar uiteindelijk zegt hij een afscheidsbriefje op een honderd dollar biljet te zullen schrijven indien zijn auto (lees: zijn leven) niet meer de heuvel op kan.

God heeft ons het grootste geschenk gegeven wat we maar kunnen krijgen: de vrije wil. Maar alleen door Zijn regels op te volgen kunnen we er optimaal van profiteren.

Samenvatting - vragen

Om voor uzelf te controleren of u de tekst goed begrepen heeft volgt hier een aantal vragen. De antwoorden vindt u terug in bovenstaande tekst.
  1. In welk opzicht zijn de gevolgen van het overtreden van de bepalingen van het zevende jaar (shemieta) zwaar?
  2. Waar verwijzen de verzen 25:14 en 25:17 naar?
  3. Waarom is het van belang God te vrezen i.v.m. fraude?
  4. Waarom zijn onze pogingen in het zesde millennium kostbaarder voor God?
  5. Waarom mogen valse maten niet alleen gebruikt worden maar zelfs niet gemaakt worden?
  6. Hoe probeert de jetser hara (slechte neiging) de Jood te verleiden te zondigen?
  7. De tijd vlak voor de komst van de Masjiach kan volgens twee scenario's verlopen: chaotisch of juist harmonieus. Hoe kan dit laatste bereikt worden?
  8. Waarom zijn mensen die de Tora of de Noachidische geboden niet naleven niet echt vrij?

Lees verder

© 2012 - 2017 Etsel, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Joodse rituele spijsbereiding - reine en onreine dierenJoodse rituele spijsbereiding - reine en onreine dierenDe Tora maakt een onderscheid tussen 'reine' en 'onreine' dieren en geeft hierbij aan wat de kenmerken en eigenschappen…
Leviticus 14: twee vogels - wet op de melaatsheid, huidvraatLeviticus 14: twee vogels - wet op de melaatsheid, huidvraatLeviticus 14: twee vogels - wet op de melaatsheid, huidvraat. In de reinigingswet voor de melaatse zoals beschreven in h…
De eerste vijf boeken van de bijbelDe eerste vijf boeken van de bijbelWie de bijbel leest, begint meestal bij het begin. Om deze reden hier een korte inhoud van de eerste vijf boeken van de…
Torastudie 143: Vrede/Zondoffer– Leviticus 3 en 4Torastudie 143: Vrede/Zondoffer– Leviticus 3 en 4Bij een vredeoffer doet iedereen mee. Het vredeoffer is niet voor God maar voor de mens. Toch worden offers Gods brood g…
Torastudie 140: offeren - Leviticus 1:1-2Torastudie 140: offeren - Leviticus 1:1-2De jonge Joodse kinderen beginnen de Torastudie met Leviticus. Dit komt omdat ze nog puur (zonder zonde) zijn, zo puur a…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Tdjgordon / Pixabay
  • Talmoed, Kiddoeshin 20a
  • Torat Kohanim; Rashi
  • Rabbi Bunim of Peshischah
  • The Lubavitcher Rebbe
  • Choemasj met commentaar van Rasji – A.S. Onderwijzer
  • Tanach – Stichting Sja'ar en NBG
  • Maharal
  • Dire Straits: Heavy Fuel songtekst
  • Proper Measures – Rabbi Menachem M. Schneerson
  • Ikvot Meshicha: The Time Immediately Before Mashiach – J. Immanuel Schochet
  • Pesach: de betekenis van vrijheid - uit vrije wil God dienen – Etsel
  • The prohibition against living in Egypt - Aryeh Citron

Reageer op het artikel "Torastudie 184: Bedriegen/Shemieta – Leviticus 25:14-42"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Etsel
Laatste update: 11-12-2016
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Special: Torastudie
Bronnen en referenties: 13
Schrijf mee!