InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Psychologie > Depressie symptomen DSM-5: kenmerken en behandeling

Depressie symptomen DSM-5: kenmerken en behandeling

Depressie symptomen DSM-5: kenmerken en behandeling Wat zijn de depressie-symptomen en kenmerken bij mannen en vrouwen volgens DMS-5, waardoor wordt een depressie veroorzaakt en wat kun je eraan doen? Er is sprake van een depressie wanneer iemand langer dan twee weken ongewoon somber is en/of nergens meer plezier in heeft. Dit gaat gepaard met een aantal andere klachten, zoals slaapstoornissen, verminderde eetlust, weinig energie, vermoeidheid, concentratieproblemen, besluiteloosheid, traagheid, lichamelijke onrust, schuldgevoelens, bovenmatige gedachten over de dood of zelfdoding. De klachten verstoren het dagelijks functioneren en er is sprake van psychisch lijden.

Depressie symptomen en kenmerken


Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen (DSM-5) / Bron: DSM-5Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen (DSM-5) / Bron: DSM-5

Depressie symptomen en criteria DSM-5

Een sombere, depressieve stemming in reactie op teleurstelling of verlies, is een normale toestand. Een dergelijke stemmingsdaling of rouwreactie is van voorbijgaande aard, waarvoor geen gerichte interventie nodig is. In de volksmond wordt de term 'depressief' al snel gebruikt wanneer iemand in een dip zit of wat terneergeslagen is. Men spreekt echter van een depressieve stoornis wanneer er sprake is van een aanhoudende depressieve stemming, die bijna dagelijks en gedurende het grootste deel van de dag aanwezig is, of bij aanhoudend gebrek aan levenslust wat zich uit in vermindering van interesse en plezier.

Niet iedere depressieve, sombere of verdrietige stemming is dus een depressie. Een depressie is een stemmingsstoornis. Hieronder staan de classificatiecriteria volgens DSM-5.

A. Volgens het alom gebruikte psychiatrische classificatiesysteem DSM-5 is er sprake van een depressie als er ten minste vijf van de volgende symptomen binnen dezelfde periode van twee weken aanwezig zijn en wijzen op een verandering ten opzichte van het eerdere functioneren van de betrokkene. Ten minste één van de symptomen is:
  • een sombere stemming; ofwel
  • verlies van interesse en plezier.

Dit zijn de twee kernsymptomen of kenmerken van een depressieve stoornis. (N.B.: Hierbij mogen geen symptomen meegeteld worden die duidelijk zijn toe te schrijven aan een somatische aandoening.)

De negen symptomen van een depressieve stoornis volgens de DSM-5 zijn:
  1. Depressieve stemming gedurende vrijwel de gehele dag, bijna elke dag. Dit kan worden vastgesteld door de persoon zelf of door anderen. Bij kinderen en adolescenten kan juist sprake zijn van prikkelbare stemming.
  2. Duidelijke vermindering van interesse voor of plezier in alle, of bijna alle activiteiten, gedurende vrijwel de gehele dag, bijna elke dag. Dit kan worden vastgesteld door de persoon zelf of door anderen.
  3. Onopzettelijk, duidelijk gewichtsverlies of onopzettelijke gewichtstoename, of een afname, respectievelijk toename van de eetlust. Bij kinderen kan er sprake zijn van het uitblijven van de verwachte gewichtstoename.
    Vermoeidheid en gevoel van uitputting door een depressie / Bron: Istock.com/BartekSzewczykVermoeidheid en gevoel van uitputting door een depressie / Bron: Istock.com/BartekSzewczyk
  4. Slaapklachten: insomnia, d.w.z. niet (voldoende) kunnen slapen, of hypersomnia, d.w.z. te veel moeten slapen, bijna elke dag.
  5. Psychomotorische agitatie (gejaagdheid) of geremdheid bijna elke dag.
  6. Vermoeidheid of verlies van energie, bijna elke dag.
  7. Gevoelens van waardeloosheid, of buitensporige c.q. inadequate (onterechte) schuldgevoelens.
  8. Vermindering van het vermogen om te denken, zich te concentreren, of besluiteloosheid.
  9. Gevoelens van wanhoop, terugkerende gedachten aan suïcide (zelfdoding), fantasieën over suïcide zonder specifieke plannen, een suïcidepoging of een specifiek plan om suïcide te plegen. Niet alleen de vrees dood te gaan.

B. De symptomen veroorzaken klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen.

C. De episode kan niet worden toegeschreven aan de fysiologische effecten van een middel of aan een somatische aandoening. De symptomen kunnen niet beter toegeschreven worden aan een stemmingsstoornis door een somatische aandoening (bijvoorbeeld hypothyreoïdie, dat is een traag werkende schildklier), stemmingsstoornis door een rouwreactie (een normale reactie op de dood van een geliefd persoon, het verlies van werk, enz.). De symptomen zijn niet het gevolg van de directe fysiologische effecten van een middel (bijvoorbeeld drugs of een geneesmiddel).

» Criteria A-C wijzen gezamenlijk op een depressieve episode.

D. Het optreden van de depressieve episode kan niet verklaard worden door een schizoaffectieve stoornis, schizofrenie, een schizofreniforme stoornis, een waanstoornis of door een andere gespecificeerde of ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis.

E. Er heeft zich nooit een manische of hypomanische episode voorgedaan. Deze uitsluiting geldt niet als de maniforme of hypomaniforme episoden door een middel of medicatie zijn veroorzaakt of zijn toe te schrijven aan de fysiologische effecten van een somatische aandoening.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een eenmalige of een recidiverende episode, evenals op de ernst, de aanwezigheid van psychotische kenmerken en de mate van remissie. Er wordt bij het specificeren van de actuele ernst onderscheid gemaakt tussen licht, matig en ernstig (gebaseerd op het aantal criteriumsymptomen, de ernst van die symptomen en de mate van de beperking in het functioneren):
  • Licht Niet of nauwelijks meer symptomen dan vereist zijn om de classificatie te kunnen toekennen zijn aanwezig; de intensiteit van de symptomen zorgt voor enige lijdensdruk maar is beheersbaar en de symptomen leiden tot een lichte verslechtering in het sociale, schoolse of beroepsmatige functioneren.
  • Matig Het aantal symptomen, de intensiteit van de symptomen en/of de beperking in het functioneren bevinden zich tussen de omschrijving van 'licht' en 'ernstig'.
  • Ernstig Het aantal symptomen is aanzienlijk groter dan noodzakelijk voor het toekennen van de classificatie; de intensiteit van de symptomen zorgt voor ernstige lijdensdruk, en de symptomen zijn niet beheersbaar en staan het sociale, schoolse of beroepsmatige functioneren in de weg.

Veel vrouwen die een depressieve episode doormaken, melden dat de symptomen een aantal dagen voor het begin van de menstruatie verergeren.

Verloop en duur van depressie

Er is dus een behoorlijk hoge drempel die genomen moet worden, vooraleer gesproken kan worden van een depressieve episode. Er moeten ten minste vijf symptomen tegelijk aanwezig zijn, bijna elke dag gedurende ten minste twee weken. Normaliter ontstaan de symptomen in de loop van dagen of weken. Voorafgaande aan een volledige depressieve episode, kan de persoon last hebben van angst of een lichte depressie. De duur van een depressie varieert, maar een onbehandelde episode duurt normaal gesproken zes maanden of langer.

Depressie heeft een wisselend en grillig beloop. Het blijkt dat de helft van de depressieve episodes korter is dan drie maanden, terwijl twintig procent langer duurt dan twee jaar. Dit noemt men ook wel een chronische depressie. Een groot deel van de patiënten kent een volledige remissie van symptomen en keren terug naar het oude niveau van functioneren. Bij 20 tot 30 procent van de patiënten kan een deel van de klachten maanden- of zelfs jarenlang aanwezig blijven (gedeeltelijk in remissie). Veel patiënten hebben recidiverende episoden. Het blijkt dat bij 40% van de mensen met depressie de stoornis binnen twee jaar terugkeert.

Depressie is een invaliderende psychische stoornis. Een depressie kan resulteren in verminderd sociaal, emotioneel en lichamelijk functioneren en toename van het ziekteverzuim. Voor de omgeving (partner, kinderen) van de patiënt is het emotioneel zwaar en belastend.

Verschijningsvormen depressie

Een depressie kan over het hoofd worden gezien, doordat veel patiënten met een depressieve stoornis zich presenteren met een waaier aan lichamelijke klachten en hun psychische klachten onbenoemd laten. Ook kan het beeld gecompliceerd worden doordat depressieve patiënten vaak allerlei (fobische) angstsymptomen hebben. Ook melden veel patiënten zich bij de huisarts met slaapklachten. Depressies beginnen vaak met slaapstoornissen, maar ook met emotionele vlakheid, het verlies van interesse en plezier, vermoeidheid, veranderde voedingsgewoontes en verminderde zin in seks.

Voorts kan iemands cultuur de beleving en uitingsvorm van depressieve klachten danig beïnvloeden. In sommige culturen zal men klachten van somberheid en schuldgevoelens op een somatische manier uitdrukken.

Bij een depressie op oudere leeftijd staan vaak de negatieve symptomen van een depressie op de voorgrond en niet de uitgesproken somberheid met schuld- en insufficiëntiegevoelens.[1] Wat dan opvalt is het verlies van interesses en plezier, lusteloosheid en traagheid, en angstklachten. Somatische en cognitieve symptomen kunnen ook naar voren worden gebracht, zoals moeheid, doorslaapklachten, gewichtsverlies bij gebrek aan eetlust, moeheid en concentratie- en geheugenstoornissen.

Jongere kinderen kunnen ook last krijgen van een depressie. Kinderen met een depressie zijn vooral prikkelbaar en druk in plaats van somber en futloos. Dit maakt het herkennen van depressiviteit bij kinderen vaak moeilijk. Het kind voelt zich vaak waardeloos en onbemind en is bovenmatig bezig met de dood. Het heeft vaak een pessimistische en negatieve kijk op het (eigen) leven. Een depressief kind ondervindt voorts problemen met vriendschappen, omdat het zich terugtrekt uit sociale interacties of juist agressief gedrag vertoont. Meisjes trekken zich vaak terug en jongens vertonen eerder onhandelbaar gedrag. Verlies van eetlust en onverklaarbare lichamelijke pijn, komen ook vaak voor. Slaapproblemen, nachtmerries, moeheid, verminderde concentratie en slechtere schoolprestaties zijn andere veel voorkomende kenmerken.

Oorzaken en risicofactoren depressie

Vaak is de oorzaak of aanleiding van een depressie niet duidelijk. Er is in ieder geval niet één oorzaak voor depressie aan te wijzen. Depressie is multifactorieel bepaald. Het kwetsbaarheid-stressmodel, ook kortweg kwetsbaarheidsmodel (stress-vulnerability model) kan behulpzaam zijn als verklaring voor het ontstaan van depressieve episodes. Het model geeft aan welke factoren een rol spelen bij het uitbreken van een depressie. Het model gaat er van uit dat het individu enerzijds een bepaalde kwetsbaarheid (vulnerability - ofwel de aanleg voor de stoornis) in zich draagt en dat anderzijds omgevingsfactoren (stressbronnen) een rol spelen bij het ontstaan ervan. Deze factoren staan dus niet los van elkaar, maar werken onderling op elkaar in.

Factoren die bijdragen aan het ontstaan van een depressie

Er is niet één oorzaak voor een depressie aan te wijzen. Bij het ontstaan van een depressie gaat het om een combinatie van de volgende factoren [2/3]:
  • Geslacht en leeftijd. Vrouwen worden bijna twee keer vaker dan mannen getroffen door een depressie, vooral in de leeftijd van 18 tot 24 jaar.[4]
  • Individuele kwetsbaarheid:
    • Erfelijke belasting (neemt af met het toenemen van de leeftijd);
    • Het eerder doorgemaakt hebben van een depressie;
    • Neurotische persoonlijkheid;
    • Internaliserende copingstijl bij tegenslag, frustratie en kritiek (overdrijven, vermijding, zelfverwijt en schuldgevoelens);
    • Chronische lichamelijke ziekte of andere psychische stoornissen;
    • Homoseksualiteit bij volwassen mannen en vrouwen.
  • Sociale omgevingsfactoren:
    • Laagopgeleid;
    • Het ontbreken van een betaalde baan;
    • Het ontberen van of gebrek aan sociale steun of intieme contacten (alleenstaanden en gescheiden mensen zijn kwetsbaarder, maar denk ook aan het wonen in een buurt met beperkte sociale cohesie)[5];
    • Ervaren etnische discriminatie (het ervaren van ongelijke behandeling in het dagelijks leven op grond van afkomst)[6];
    • Detentie;
    • Het zorgen voor een partner met dementie of Parkinson.
  • Levensgebeurtenissen:
    • Traumatische jeugdervaringen, waaronder seksueel misbruik, mishandeling en emotionele verwaarlozing;
    • Het meemaken van traumatische gebeurtenissen (zoals bij vluchtelingen);
    • Andere stressvolle levensgebeurtenissen op het interpersoonlijke vlak (vooral vrouwen) of aan de gezondheid gerelateerde gebeurtenissen, zoals afname van lichamelijke gezondheid (vooral ouderen).
  • Organische factoren:
    Overmatig alcoholgebruik kan een depressie uitlokken / Bron: Istock.com/Csaba DeliOvermatig alcoholgebruik kan een depressie uitlokken / Bron: Istock.com/Csaba Deli
    • Bepaalde medicijnen en verschillende soorten drugs (een aantal hoge bloeddruk medicijnen, slaapmiddelen, alcohol, amfetamine en cocaïne) staan bekend om het mogelijk veroorzaken van een depressie.*
    • Vitaminetekorten: onderzoek wijst uit dat een laag vitamine D-niveau meer vatbaar maakt voor depressie.[7/8] Ook wordt een vitamine B12-tekort (en een tekort aan andere B-vitamines zoals vitamine B-6) geassocieerd met depressie.[9]
    • Mineralentekort: een magnesiumtekort kan leiden tot een depressie.[10]
    • Voorts bestaan er een aantal lichamelijke aandoeningen die de kans op depressie vergroten, zoals een hersenbloeding en de ziekte van Parkinson. Uit onderzoek blijkt dat patiënten met diabetes mellitus een hoger risico hebben om een depressie te ontwikkelen, óók voordat de diagnose 'diabetes mellitus' is gesteld (prediabetes). Mogelijk liggen fysiologische mechanismen ten grondslag aan dit verband.[11] Voorts is bepaalde depressiviteit rechtstreeks te herleiden tot een overactief immuunsysteem. Mensen met een auto-immuunziekte zoals reuma, multiple sclerose of de ziekte van Crohn hebben een hoger risico op een depressie (zie onder).
  • Biogenetische factoren:
    • Er is een erfelijke component die een rol speelt bij het ontstaan van depressie. Kinderen van ouders met een depressie hebben driemaal zoveel kans om zelf depressief te worden, dan kinderen van ouders die niet depressief zijn.
  • Hypofyse / Bron: Tefi/Shutterstock.comHypofyse / Bron: Tefi/Shutterstock.com
    Biochemische factoren:
    • Aangenomen wordt dat een verstoring van het natuurlijke evenwicht van bepaalde neurotransmitters depressieve klachten kan veroorzaken. Belangrijke neurotransmitters in de hersenen zijn serotonine, noradrenaline en dopamine. Daarnaast speelt de stof brain-derived neurotrophic factor, afgekort BDNF, ook een belangrijke rol. BDNF is één van de belangrijkste neurotrofe stoffen die betrokken is bij hersenziekten in het algemeen en depressie in het bijzonder. Biochemische factoren staan niet op zichzelf. Overactiviteit van de stress-as (de stressrespons of stressreactie 'vechten of vluchten' wordt gecoördineerd door de organen hypothalamus, hypofyse en bijnier) lijkt een belangrijke schakel in het proces van endocriene ontsporing. Bij een geringe prikkeling, een lichte spanning, slaat het stress-systeem dan al op hol. Langdurige blootstelling aan stress op de kinderleeftijd leidt tot ontregeling van het serotoninesysteem en de stress-as. Overactiviteit van de stress-as wordt beschouwd als een belangrijk mechanisme achter het ontstaan van depressies.[12]

(*) Als sprake is van gebruik of misbruik van een genees- of genotmiddel of een ander middel en de depressie ontstond tijdens recent gebruik of het recent staken of verminderen van het gebruik van het betreffende middel, wordt de diagnose 'stemmingsstoornis door een middel' gesteld.

Hersenactiviteit van mensen met een depressie

Functionele MRI (fMRI) en PET studies laten zien dat mensen met een depressie veranderde hersenactiviteit hebben: een aantal hersengebieden blijken actiever te zijn dan bij niet depressie mensen, terwijl andere gebieden juist inactiever zijn. Tegelijk is er een afwijkend patroon van hersenactiviteit aangetoond in rust en tijden het uitvoeren van taken. Zo is er in rust bij de depressieve patiënt minder activiteit in onder meer de dorsolaterale prefrontale cortex (DLPFC) of cortex praefrontalis dorsolateralis, welke het bovenste en buitenste deel van de prefrontale schors vormt en onder andere betrokken is bij het (werk)geheugen, en in de subgenuale cortex, dat deel van de hippocampus welke betrokken is bij het leerproces. Er is daarentegen meer activiteit in onder meer de amygdala, dat deel van het limbische systeem welke betrokken is bij emoties. De amygdala legt verbanden tussen informatie die van verschillende zintuigen afkomstig is en koppelt deze aan emoties. Onderzoek toont aan dat na behandeling met SSRI's (serotonineheropnameremmers) de afwijkende verhoogde activiteit in de amygdala normaliseert. Voorts blijkt uit onderzoek dat de verminderde activiteit in de dorsolaterale prefrontale cortex gecorrigeerd wordt na behandeling met SSRI's.[13]

Comorbiditeit

Depressie gaat vaak samen met andere aandoeningen, psychische stoornissen of klachten:
  • Angststoornissen. Veel mensen met een depressie hebben last van angst, wat zich kan uiten in paniek (of een paniekstoornis), algemene angst of een sociale fobie;
  • Anorexia nervosa;
  • Boulimia nervosa;
  • Obsessief-compulsieve stoornis; en
  • Borderline-persoonlijkheidsstoornis.

Comorbiditeit van angststoornissen komt frequent voor bij volwassenen met een depressieve stoornis. De aanwezigheid van angststoornissen is een mogelijke voorspeller van de ernst en het beloop van de depressieve stoornis. In een door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) geïnitieerd onderzoek werden 74.045 patiënten afkomstig uit 24 landen ondervraagd met een gestandaardiseerd psychiatrisch interview.[14] Een derde tot de helft van de respondenten bij wie ooit een depressieve stoornis was vastgesteld, rapporteerde angststoornissen gedurende hun leven. Bij twee derde van de patiënten ging de angststoornis vooraf aan de depressieve stoornis. Suïcidaliteit en rolbeperkingen werden vaker gerapporteerd bij comorbide angst en depressie dan bij een depressieve stoornis alleen. Comorbide angst is kortom niet alleen een indicator voor de ernst van de depressie (suïcidaliteit en rolverlies), maar voorspelt ook een hardnekkiger beloop waarbij er aanwijzingen zijn van een verminderde effectiviteit van de behandeling.[15]

Behandeling depressie

Aan patiënten met een eerste lichte depressie, worden zogeheten 'eerste-stap interventies' aangeboden. Er worden grofweg vijf verschillende eerste-stap interventies onderscheiden:
  • Bibliotherapie: het gebruik van geselecteerde lectuur als therapeutisch hulpmiddel;
  • Zelfhulp of zelfmanagement (met eventueel e-health, internettherapie of zelfhulp cursussen tegen depressie);
  • Activerende begeleiding;
  • Fysieke inspanning/lichamelijke activiteit of running therapie (runningtherapie is het therapeutisch inzetten van de 'rustige duurloop');
  • Counseling (een in Nederland nog weinig bekende vorm van begeleiding).

Door vroegtijdig ingrijpen kan worden voorkomen dat een lichte depressie zich ontwikkeld tot een moeilijk behandelbare stoornis. Wanneer bovenvermelde interventies evenwel onvoldoende soelaas bieden of er sprake is van een matig tot ernstige depressie, worden psychologische interventies en psychotherapie gecombineerd met medicamenteuze behandeling aangeboden. Cognitieve gedragstherapie is de meest toegepaste en beproefde psychotherapeutische behandelmethode. Voor mensen met recidiverende depressies is er een groepsbehandelaanbod ontwikkeld met mindfulness-based cognitieve therapie.

Voor patiënten met een chronische en/of recidiverende depressie, bestaan er dagbehandelprogramma's. Bij een onduidelijk of complex klinisch beeld, kan het nodig zijn om een patiënt klinisch op te nemen op een speciale depressieafdeling.

Sint-Janskruid
Sint-Janskruid (Hypericum perforatum) is bewezen effectief in de behandeling van een lichte tot matige depressie. Het is niet geschikt voor de behandeling van zwaardere depressies, welke worden gekenmerkt door een onvermogen om de dagelijkse bezigheden uit te voeren en terugkerende gedachten aan dood of zelfdoding. St. Janskruid is als plantaardig antidepressivum verkrijgbaar.

Nieuwe ontwikkelingen

Steeds meer patiënten getest op gevoeligheid voor antidepressiva

Een toenemend aantal huisartsen en psychiaters laat patiënten eerst testen voordat ze antidepressiva krijgen voorgeschreven. Het gaat om tests die voorspellen of patiënten een afwijkend genetisch profiel hebben waardoor ze antidepressiva te langzaam of te snel afbreken. Daardoor kunnen extreme bijwerkingen optreden.

Dit zegt de vandaag geïnstalleerde hoogleraar farmacogenetica Ron van Schaik van het Erasmus MC in Rotterdam. "Onder artsen neemt het bewustzijn toe dat we steeds beter kunnen voorspellen hoe patiënten reageren op geneesmiddelen, omdat dit voor een deel is vastgelegd in het dna." (Bron: De Volkskrant, 30-03-2014)

Antidepressivum kan libido negatief beïnvloeden

Medicijnen ter onderdrukking of voorkoming van depressies veroorzaken mogelijk blijvende seksuele stoornissen. Dat constateert het bijwerkingencentrum Lareb. Sommige patiënten die gestopt zijn met het slikken van antidepressiva zeggen jaren later nog altijd geen libido te hebben, of aan erectie- en orgasmestoornissen te lijden. Tot nu toe werd gedacht dat de seksuele problemen verdwenen als patiënten stopten met antidepressiva. Lareb publiceert binnenkort een artikel in het Tijdschrift voor Psychiatrie waarin wordt gewaarschuwd voor deze bijwerkingen. 'De combinatie van klachten die we hebben gehoord, is voor ons reden erop te wijzen dat dit in de praktijk zou kunnen voorkomen', aldus Lareb. Hoe de klachten precies ontstaan of op welke schaal dit gebeurt, is nog niet aangetoond. (Bron: De Volkskrant, 11-03-2014)

Depressiviteit door overactief immuunsysteem mogelijk

Promovenda Floor van Heesch van de Universiteit Utrecht ontdekte dat bepaalde depressiviteit rechtstreeks te herleiden is tot een overactief immuunsysteem. Mensen met een auto-immuunziekte zoals reuma, multiple sclerose of de ziekte van Crohn hebben een hoger risico op een depressie. Uit onderzoek blijkt dat bij deze patiënten een depressie geen psychologische oorzaak hoeft te hebben maar in direct verband gebracht kan worden met het overactieve afweersysteem. Dit meldt de Universiteit Utrecht.

Het afweersysteem beschermt het lichaam tegen virussen en bacteriën die het lichaam binnendringen. Het immuunsysteem maakt dan bepaalde stofjes aan, cytokinen, die het immuunsysteem activeren. Deze cytokinen bereiken via het bloed ook de hersenen. Daar versterken zij de afvoer (heropname) van zogeheten boodschapperstoffen zoals dopamine en serotonine die nodig zijn om een gevoel van plezier en voldoening te ervaren. Cytokinen hebben een remmend effect op het beloningssysteem in de hersenen. Dit blijkt uit onderzoek in de hersenen van ratten. Het onderdrukkende effect van immuunactivatie op het beloningssysteem is dermate sterk, dat het de moeite waard is om het ook bij mensen te onderzoeken, aldus Van Heesch. Mogelijk kan het mede verklaren waarom mensen met een overactief immuunsysteem als gevolg van een auto-immuunziekte een verhoogd risico hebben op depressies.

Bloedafname / Bron: Istock.com/anna1311Bloedafname / Bron: Istock.com/anna1311
Mensen met een auto-immuunziekte hebben een overactief afweersysteem dat het eigen lichaam aanvalt. Patiënten hebben daarom veel cytokinen in het bloed wat de kans op een depressie vergroot. Volgens Van Heesch is het verstandig om bij patiënten met een auto-immuunziekte altijd te onderzoeken of zij depressieve klachten hebben. Bloedonderzoek kan uitwijzen of bij depressieve patiënten de hoeveelheid cytokinen in het bloed verhoogd is. Een behandeling met een combinatie van antidepressiva kan dan mogelijk meer helpen dan psychotherapie. (Bron: Universiteit Utrecht, 15-01-2014)

Eén op de tien mensen voelt zich depressief

Meer dan één op de tien Nederlanders was vorig jaar somber of depressief. Zij gaven aan dat ze zich in 2012 meer dan twee weken achterelkaar neerslachtig voelden. Onder Turkse vrouwen en Marokkaanse mannen komen depressieve gevoelens veel vaker dan gemiddeld voor, zo blijkt uit de CBS-cijfers (CBS = Centraal Bureau voor de Statistiek). Zo gaf maar liefst een kwart van de Turkse vrouwen aan klachten te hebben, tegenover 11 procent van de autochtone vrouwen. Bij Marokkaanse mannen gaat het om 21 procent, bij autochtone mannen heeft 7 procent last van depressieve gevoelens. Over het algemeen hebben vrouwen meer depressieve klachten dan mannen, ongeveer anderhalf keer zo vaak. Het aantal mensen dat antidepressiva gebruikte en dat vergoed kreeg door de basisverzekering, lag in 2011 op 6 procent. De afgelopen jaren is dat volgens het CBS licht gestegen. (Bron: www.telegraaf.nl, 19-12-2013)

Noten:
  1. Jansen, P.A.F., Laan, J.R. van de, & Schols, J.M.G.A. (2008). Het Geriatrie Formularium. Een praktische leidraad. Houten: Bohn Stafleu van Loghum, p.474.
  2. Ormel, J., Neeleman, J., en Wiersma, D. (2001). Determinanten van psychische ongezondheid; implicaties voor onderzoek en beleid. Tijdschrift voor Psychiatrie, 43:245-257.
  3. Schoemaker C (RIVM), Spijker J (Trimbos-instituut). Welke factoren beïnvloeden de kans op depressie? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM, <http://www.nationaalkompas.nl> Nationaal Kompas VolksgezondheidGezondheid en ziekteZiekten en aandoeningenPsychische stoornissenDepressie, 22 maart 2010.
  4. Jaarprevalentie (absoluut en per 1.000) van depressie, dysthymie en enigerlei stemmingsstoornis uit bevolkingsonderzoeken in de periode 2007-2009. Gegevens bewerkt door het RIVM. http://www.nationaalkompas.nl/gezondheid-en-ziekte/ziekten-en-aandoeningen/psychische-stoornissen/depressie/prevalentie-en-incidentie-naar-leeftijd-en-geslacht (voor de laatste keer geraadpleegd op 10 november 2011)
  5. Erdem Ö, Prins RG, Voorham TA, van Lenthe FJ, Burdorf A. Structural neighbourhood conditions, social cohesion and psychological distress in the Netherlands. Eur J Public Health. 2015 Jul 2. pii: ckv120.
  6. Umar Z. Ikram, Marieke B. Snijder, Thijs J.L. Fassaert, Aart H. Schene, Anton E. Kunst en Karien Stronks. Discriminatie en depressie bij etnische minderheden. Ned Tijdschr Geneeskd. 2015;159:A8828
  7. Milaneschi Y, Hoogendijk W, Lips P, Heijboer AC, Schoevers R, van Hemert, AM, Beekman ATF, Smit JH, Penninx BW. The association between low vitamin D and depressive disorders. Mol Psychiatry 2013; doi:10.1038/mp.2013.36.
  8. David C.R. Kerr, David T. Zava, Walter T. Piper, Sarina R. Saturn, Balz Frei, Adrian F. Gombart. Associations between vitamin D levels and depressive symptoms in healthy young adult women. Psychiatry Res. 2015 May 30;227(1):46-51. doi: 10.1016/j.psychres.2015.02.016. Epub 2015 Mar 5.
  9. Daniel K. Hall-Flavin, M.D. What's the relationship between vitamin B-12 and depression? http://www.mayoclinic.org/diseases-conditions/depression/expert-answers/vitamin-b12-and-depression/faq-20058077 (voor de laatste keer geraadpleegd op 3 juli 2015)
  10. Serefko A, Szopa A, Poleszak E. Magnesium and depression. Magnes Res. 2016 Mar 1;29(3):112-119.
  11. Esther van Osselen. Verhoogd risico depressie bij diabetes al vóór diagnose bekend is. Ned Tijdschr Geneeskd. 2015;159:C2770
  12. Andrea Hijmans. Littekens in het brein. 1 mei 2002, https://www.amc.nl/web/Het-AMC/Nieuws/Nieuwsoverzicht/Nieuws/Littekens-in-het-brein.htm (voor de laatste keer geraadpleegd op 4 november 2015)
  13. Hulpgids (de gids voor de geestelijke gezondheidszorg). Oorzaken depressie. http://hulpgids.nl/informatie/ziektebeelden/depressieve-stemmingsstoornissen/depressie/oorzaken-depressie (voor de laatste keer geraadpleegd op 4 november 2015)
  14. Kessler RC, et al. Anxious and non-anxious major depressive disorder in the World Health Organization World Mental health Surveys. Epidemiol Psychiatr Sci. 27 februari 2015 (epub).
  15. Joost Janzing. Comorbiditeit van angst en depressie. Ned Tijdschr Geneeskd. 2015;159:A9084

Fotoverantwoording
  • De afbeelding bovenaan het artikel betreft het schilderij 'Sad Days Indeed' van Asbjorn Lonvig.

Lees verder

© 2011 - 2017 Tartuffel, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Postnatale depressie: symptomen, oorzaken & behandelingEen postnatale depressie is een depressie die optreedt bij vrouwen na een zwangerschap. Wat zijn de symptomen? Hoe ontst…
Depressie bij jongeren kan zich anders uitenDepressie bij jongeren kan zich anders uitenVroeger dacht men dat depressiviteit alleen voor kon komen bij volwassenen. Inmiddels is bekend dat niet alleen jongeren…
Herfstdepressie: kenmerken, symptomen en signalenHerfstdepressie: kenmerken, symptomen en signalenWelke symptomen, signalen en kenmerken kennen seizoensgebonden depressies, zoals een herfstdepressie of een winterdepres…
Depressie: definitie, werking en behandelingMen spreekt van een depressie als de stemming abnormaal verlaagd is. Bij een depressie zien we dat er geen verbetering v…
Depressie: oorzaak en kenmerkenDepressie: oorzaak en kenmerkenEen depressie komt voor zowel bij kinderen als bij volwassenen. Een depressie heeft een aantal specifieke kenmerken. Nie…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: RyanMcGuire / Pixabay
  • American Psychiatric Association. Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen (DSM-5). Nederlandse vertaling van Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders 5th Edition. Amsterdam: Boom Psychologie, 2014.
  • Andrea Hijmans. Littekens in het brein. 1 mei 2002, https://www.amc.nl/web/Het-AMC/Nieuws/Nieuwsoverzicht/Nieuws/Littekens-in-het-brein.htm (voor de laatste keer geraadpleegd op 4 november 2015)
  • Daniel K. Hall-Flavin, M.D. What's the relationship between vitamin B-12 and depression? http://www.mayoclinic.org/diseases-conditions/depression/expert-answers/vitamin-b12-and-depression/faq-20058077 (voor de laatste keer geraadpleegd op 3 juli 2015)
  • David C.R. Kerr, David T. Zava, Walter T. Piper, Sarina R. Saturn, Balz Frei, Adrian F. Gombart. Associations between vitamin D levels and depressive symptoms in healthy young adult women. Psychiatry Res. 2015 May 30;227(1):46-51. doi: 10.1016/j.psychres.2015.02.016. Epub 2015 Mar 5.
  • Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, fourth edition, DSM-IV, American Psychiatric Association, Washington DC, 2005.
  • DSM-IV patiëntenzorg : diagnostiek en classificatie van psychische stoornissen voor de geneeskunde, Swets & Zeitlinger, tweede druk, 2002.
  • Erdem Ö, Prins RG, Voorham TA, van Lenthe FJ, Burdorf A. Structural neighbourhood conditions, social cohesion and psychological distress in the Netherlands. Eur J Public Health. 2015 Jul 2. pii: ckv120.
  • Esther van Osselen. Verhoogd risico depressie bij diabetes al vóór diagnose bekend is. Ned Tijdschr Geneeskd. 2015;159:C2770
  • Hans van Maanen. Buurtwerk inzetten tegen angst en depressie. Ned Tijdschr Geneeskd. 2015;159:C2657
  • Hulpgids (de gids voor de geestelijke gezondheidszorg). Oorzaken depressie. http://hulpgids.nl/informatie/ziektebeelden/depressieve-stemmingsstoornissen/depressie/oorzaken-depressie (voor de laatste keer geraadpleegd op 4 november 2015)
  • Jaarprevalentie (absoluut en per 1.000) van depressie, dysthymie en enigerlei stemmingsstoornis uit bevolkingsonderzoeken in de periode 2007-2009. Gegevens bewerkt door het RIVM. http://www.nationaalkompas.nl
  • Jansen, P.A.F., Laan, J.R. van de, & Schols, J.M.G.A. (2008). Het Geriatrie Formularium. Een praktische leidraad. Houten: Bohn Stafleu van Loghum, p.474.
  • Joost Janzing. Comorbiditeit van angst en depressie. Ned Tijdschr Geneeskd. 2015;159:A9084
  • Kessler RC, et al. Anxious and non-anxious major depressive disorder in the World Health Organization World Mental health Surveys. Epidemiol Psychiatr Sci. 27 februari 2015 (epub).
  • Milaneschi Y, Hoogendijk W, Lips P, Heijboer AC, Schoevers R, van Hemert, AM, Beekman ATF, Smit JH, Penninx BW. The association between low vitamin D and depressive disorders. Mol Psychiatry 2013; doi:10.1038/mp.2013.36.
  • Ormel, J., Neeleman, J., en Wiersma, D. (2001). Determinanten van psychische ongezondheid; implicaties voor onderzoek en beleid. Tijdschrift voor Psychiatrie, 43:245-257.
  • Schoemaker C (RIVM), Spijker J (Trimbos-instituut). Welke factoren beïnvloeden de kans op depressie? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM, <http://www.nationaalkompas.nl> Nationaal Kompas VolksgezondheidGezondheid en ziekteZiekten en aandoeningenPsychische stoornissenDepressie, 22 maart 2010.
  • Serefko A, Szopa A, Poleszak E. Magnesium and depression. Magnes Res. 2016 Mar 1;29(3):112-119.
  • Umar Z. Ikram, Marieke B. Snijder, Thijs J.L. Fassaert, Aart H. Schene, Anton E. Kunst en Karien Stronks. Discriminatie en depressie bij etnische minderheden. Ned Tijdschr Geneeskd. 2015;159:A8828
  • Afbeelding bron 1: DSM-5
  • Afbeelding bron 2: Istock.com/BartekSzewczyk
  • Afbeelding bron 3: Istock.com/Csaba Deli
  • Afbeelding bron 4: Tefi/Shutterstock.com
  • Afbeelding bron 5: Istock.com/anna1311

Reageer op het artikel "Depressie symptomen DSM-5: kenmerken en behandeling"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Reactie

Manon, 27-09-2015 16:33 #1
Hallo, Ik heb een vraag over de DSM-V er staat heel duidelijk beschreven bij A een 5 van de volgende symptomen. Maar hoe zit dit met A, B, C moet de persoon van al deze punten last hebben of zou alleen punt A of B genoeg zijn als classificatiecriteria? Ik hoop dat mijn vraag duidelijk is, weet niet hoe ik het beter kan stellen. Verder heel goed en fijn geschreven artikel!

Groet Manon Reactie infoteur, 28-09-2015
De vraag is duidelijk. Criteria A-C wijzen gezamenlijk op een depressieve episode. Wanneer bijvoorbeeld de episode kan worden toegeschreven aan een somatische aandoening, dan spreekt men van 'depressieve-stemmingsstoornis door een somatische aandoening'. Wanneer het komt door gebruik van een middel: 'depressieve-stemmingsstoornis door een middel/medicatie'. Voor beide stoornissen moet men de respectieve classificatiecriteria raadplegen. Deze worden ook in DSM-5 benoemd en besproken.

Infoteur: Tartuffel
Laatste update: 03-05-2017
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Psychologie
Special: Depressie
Bronnen en referenties: 25
Reacties: 1
Schrijf mee!