InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Politiek > Godslasteringsverbod = in strijd met de Rechten van de Mens

Godslasteringsverbod = in strijd met de Rechten van de Mens

Het verbod tot godslastering is door de SGP, de streng gereformeerde partij verheven tot onderhandelings-vlag voor het kabinet Rutte om de balans in de Eerste kamer in het voordeel van het huidig kabinet te laten komen. Treedt de SGP daarmee de Verklaring van de Rechten voor de Mens met de voeten?

Het wetsartikel met betrekking tot godslastering

Hier gaat het om artikel 147 en 147a. van het Wetboek van Strafrecht (vanwege de leesbaarheid verkort weergegeven.)

Artikel 147 + 147a bedreigt iemand met een straf van hoogstens 3 maanden wanneer
  • iemand zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, door smalende godslasteringen op voor godsdienstige gevoelens krenkende wijze uitlaat
  • Iemand een bedienaar van de godsdienst in de geoorloofde waarneming van zijn bediening bespot;
  • Iemand een geschrift of afbeelding waarin uitlatingen voorkomen die, als smalende godslasteringen, voor godsdienstige gevoelens krenkend zijn, verspreidt, openlijk tentoonstelt, in voorraad heeft.
  • Iemand met gelijke wetenschap of een gelijke reden tot vermoeden, de inhoud van een zodanig geschrift openlijk ten gehore brengt.

De geschiedenis van het verbod tot godslastering (verkort weergegeven uit de Memorie van Toelichting van de Ham 2009)

  • De Mozaïsche visie op godslastering was gebaseerd op het beschermen van het ‘gevoel’ van godsdienst en op de eerbaarheid van God zelf. (Leviticus 24:16).
  • De islamitische visie op godslastering ligt in het verlengde van de Mozaïsche. (Heeft hetzelfde doel)
  • De Romeinse visie op godslastering motiveerde de strafbaarheid van godslastering uit de openbare orde. Het lasteren van God zou tot beroering en opstand onder gelovigen leiden, wat de openbare orde zou kunnen verstoren.
  • Na de tijd van de Verlichting (19e eeuw) werd er telkens minder en milder gestraft.
  • Tijdens de Napoleontische bezetting werd in 1811 het Franse wetboek van Strafrecht (Code Pénal) ingevoerd en maakte godslastering niet langer deel uit van het strafrecht.
  • Ook bij de invoering van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht in 1881 ontbrak het delict.

Herinvoering van verbod op de godslastering

In de jaren dertig van de vorige eeuw werd godslastering weer strafbaar. Hieraan ging een heftig debat vooraf. (Christelijke) religieuze groepen maakten zich zorgen over anti godsdienstige uitlatingen in het openbaar.
Directe aanleiding waren teksten en spotprenten gepubliceerd in De Tribune, een blad van de Communistische Partij Holland.
De toenmalige minister van Justitie A.M. Donner werd, onder meer door de rooms-katholieke bisschoppen, aangespoord om deze uitingen strafbaar te stellen. Een van de overwegingen hierbij was de vrees dat christelijke jongemannen de communistische verspreiders van godslasterlijke teksten aan 'eigenrichting zouden onderwerpen'.

Smalende godslastering

De definitie van godslastering die Donner koos was alleen van toepassing indien
  • de uitlatingen betrekking hadden op de persoon van God
  • en hiermee het Godsbeeld van een gelovige werd belasterd.
  • Alleen smalende godslastering werd strafbaar gesteld.
  • De term ‘smalend’ was toegevoegd om duidelijk te maken dat het om grove spot en beschimping moest gaan.
  • Hierdoor bleven wetenschappelijke, of in zakelijke termen gegoten atheïstische meningen geoorloofd.
  • Uit de term 'smalend' kon het opzet worden afgeleid; de dader moest de bedoeling hebben om te smaden, dus om zich op verachtelijke en vernederende wijze uit te laten.

Van het 'gelovige' deel van de Kamer was vrijwel iedereen vóór de invoering van de wet; de niet-gelovige partijen waren tegen.
De SDAP en de VDB vonden de aanleiding voor het wetsvoorstel te weinig voorkomend om een aparte strafbepaling te rechtvaardigen. De christelijke partijen en minister Donner benadrukten wel overtuigd te zijn van die noodzaak en wezen met name op het groeiend aantal negatieve, communistische uitingen over godsdienst.

Definitie van God

De minister zei 'dat onder het 'Godsbegrip' de Triniteit valt (God, Jezus en de Heilige Geest), maar daarnaast ook andere vormen, waarin “het geloof in een hoogste Opperwezen is uitgedrukt'.
De niet-confessionele partijen vonden dat ook andere levensbeschouwelijke en ideologische gevoelens gekwetst konden worden, en vroegen zich af waarom het ene ‘gevoelen’ wel extra bescherming diende te hebben, en het andere niet.

Sinds de invoering van artikel 147 WvSr. zijn negen vervolgingen ingesteld wegens smalende godslastering, waarvan er drie zaken werden geseponeerd.

De dood van Theo van Gogh

Na de moord op cineast Theo van Gogh in 2004 laaide de discussie over smalende godslastering weer op. De moord werd beschouwd als een vorm van eigenrichting voor het plegen van godslastering door Van Gogh.
Minister van Justitie P.H. Donner (kleinzoon van A.M. Donner) stelde voor te onderzoeken of het wetsartikel 'smalende godslastering' nieuw leven in moest worden geblazen om “de elementen en factoren die de radicalisering voeden” te beperken en de kans op represailles te voorkomen.

In 2007 gaf het rapport over het inventariserend onderzoek naar godslastering aan dat de huidige redactie van het wetsartikel rechtsongelijkheid creëert tussen aanhangers van monotheïstische godsdiensten en polytheïstische geloven. Dit rapport accellereerde veel kritiek uit de Kamer over het laten voorbestaan van het artikel.

Minister Hirsch Ballin van Justitie kondigde op 31 oktober 2008 aan het verbod op godslastering te willen schrappen, onder gelijktijdige aanpassing van art. 137c. Dit artikel deel moest worden verduidelijkt door na het bestanddeel ‘opzettelijk’ de zinsnede ‘onmiddellijk of middellijk’ op te nemen, zodat het zich ernstig beledigend uitlaten over een niet expliciet genoemde groep mensen, strafbaar zou zijn.
Naar aanleiding van dit debat werd op 14 januari 2009 een motie aangenomen, ondertekend door Van der Ham, Teeven, De Wit en Azough waarin de regering werd verzocht om het verbod op smalende godslastering te schrappen.

Vrijheid van Meningsuiting

De vrijheid van meningsuiting is vastgelegd in artikel 7 van de Grondwet. In het artikel zijn begrenzingen ingebouwd die in 'lagere' wetten zijn uitgewerkt.
Het principe van de vrijheid van meningsuiting staat in art. 10 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens EVRM
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) acht dit grondrecht een van de grondslagen van de democratie. Dit betekent dat vrijwel alle uitingsdelicten binnen de reikwijdte van de door art. 10 EVRM beschermde vrijheid van meningsuiting zouden vallen.

Het EHRM heeft zich een paar keer uitgesproken over de vraag of een verbod op godslastering in strijd is met de vrijheid van meningsuiting en welk belang voorrang heeft .
  • De Europese jurisprudentie heeft de nadruk gelegd op de belediging dat eerder aansluit bij het beledigingsartikel (art. 137c e.v. Sr) dan bij het godslasteringsartikel (art. 147 Sr).
  • Uit de jurisprudentie van het Hof blijkt dat gelovigen moeten accepteren dat anderen hun godsdienst kunnen verwerpen, maar dat men zich dient te onthouden van uitingen die onnodig grievend zijn voor anderen. Dit betekent dus niet dat er een verbod op staat!
  • Publicaties van boeken die een godsdienst bekritiseren, en daarmee ook kwetsend zijn voor de godsdienstige gevoeligheden, dienen volgens het EHRM echter vrij te zijn.

Vrijheid van Godsdienst

Het verbod op godslastering vloeit in ieder geval niet voort uit het recht op vrijheid van godsdienst, dat een klassiek vrijheidsrecht is, waardoor belediging of krenking van iemands religieuze overtuiging niet als een inbreuk op de godsdienstvrijheid is aan te merken.
Bij godsdienstvrijheid en vrijheid van meningsuiting dient men te accepteren dat godsdienstige opvattingen divers zijn en overtuigingen kunnen worden uitgedaagd, bekritiseerd of afgekeurd.

Ten aanzien van Harmonisering van EG-wetgeving

  • Het Verenigd Koninkrijk heeft in 2008 de strafbepaling inzake godslastering afgeschaft.
  • De indieners voor afschaffing menen dat Nederland in navolging daarvan daarom ook zal moeten kiezen voor een zo groot mogelijke vrijheid bij het uiten van meningen over godsdienst.
  • Frankrijk wil de laïcité introduceren. Hierdoor wordt secularisering beperkt: scheiding van kerk en staat, van geloof en openbare macht. Laïcité verwijst ook naar het idee van neutraliteit ten opzichte van alle meningen en religies.

De SGP en het verbod op godslastering

  • Het eerste argument is dat de SGP en de zittende regering blijkbaar zover willen gaan dat ze de echte democratie willen verkwanselen: er is geen principiële meerderheid voor het verbod op de godslastering. Toch wil de SGP de handhaving van het verbod er blijven doordrukken, omdat de regeringspartijen met de rug tegen de muur denken te staan in de 1e Kamer. Dat is misbruik van machtsuitoefening (detournement de pouvoir) en on-democratisch.
  • De SGP behoort zich te voegen naar de kant die het meest overeenkomt met hun politieke ideologie. Om daarnaast een handje-klap houding aan te nemen is een landelijke partij onwaardig.
  • De geschiedenis van het aannemen van het artikel 147 en 147a WvSr. geeft duidelijk aan dat het wetsontwerp gericht was tegen uitlatingen die in communistische kringen werden gedaan. Dat riekt naar discriminatie en weer naar misbruik van macht.
  • Het betreft hier de dertiger jaren van de 20ste eeuw. In die tijd onderschreef men de Rechten van de Mens nog niet. Ook waren toen de religieuze partijen nog oppermachtig in de Nederlandse politiek. De tijden zijn veranderd. Ook de SGP kan niet om de Universele Rechten van de Mens heen.
  • Het Europese Hof van Justitie is duidelijk in zijn oordeel: 'gelovigen moeten accepteren dat anderen hun godsdienst kunnen verwerpen, maar dat men zich dient te onthouden van uitingen die onnodig grievend zijn voor anderen.' De bewoording geeft aan dat er geen verbod op staat.
  • De laatste keer dat er in Nederland een rechtzaak over godslastering tot de Hoge Raad werd doorgevoerd was in 1966. Van de 9 zaken die er dienden sinds de invoering in de dertiger jaren werden er 3 geseponeerd. Het is duidelijk dat men zich liever wendde tot het 'beledigings artikel 137c' in het WvSr. dan het kromme en moeilijk definiëerbare artikel over de godslastering. Daarbij blijft het evident dat het artikel vooral ten bate van de christenlijke religie werd ontworpen, alle latere argumenten over Theo van Gogh ten spijt.

Tot slot

'Ook al zijn de vertegenwoordigers van de SGP beminnelijke en keurige heren, dan nog mag niet vergeten worden dat zij een theocratisch staatsmodel nastreven, dat meer overeenkomsten heeft met Iran en Saoedi-Arabië dan met wat wij hier in West-Europa inmiddels aan vrijheid gewend zijn.' Uwe Arnhold, 24-05-2011 08:00 de Volkskrant
© 2011 - 2019 Hermesse, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Nationaal en Internationaal Recht in NederlandNationaal en Internationaal Recht in NederlandHet nationaal recht is natuurlijk het belangrijkste recht voor ons landje: Nederland. Echter, we zijn niet alleen aan on…
Haatzaaien, een moeizaam begripTijdens het proces tegen Geert Wilders is het begrip haatzaaien weer boven komen drijven. De nationale en internationale…
Bronnen en referenties
  • http://opinie.volkskrant.nl/artikel/show/id/8564/Blasfemieverbod_is_geen_wassen_neus
  • http://www.wetboek-online.nl/wet/Sr/137c.html
  • http://mens-en-samenleving.infonu.nl/diversen/2451-de-moord-op-theo-van-gogh.html
  • http://www.d66.nl/d66nl/document/memorie_toelichting_van_der_ham/f=/vi9xhaas26bq.pdf
  • http://www.wetboek-online.nl/wet/Sr/137c.html
  • http://nl.wikisource.org/wiki/Nederlandse_grondwet/Hoofdstuk_1#Artikel_7

Reageer op het artikel "Godslasteringsverbod = in strijd met de Rechten van de Mens"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reactie

Franet (infoteur), 13-06-2011 01:01 #1
Vrijheid van meningsuiting is een groot goed. Maar als je die vrijheid gaat misbruiken om de bron van alle leven, de Schepper van alle zichtbare en onzichtbare dingen te beledigen, dan ben je totaal verkeerd bezig en dan heeft een ander het volste recht om de Godslasteraar terecht te wijzen. Het straf-oordeel is echter behouden aan de Here God, de enige rechtvaardige Rechter. Hij heeft de eindregie en het laatste woord. Reactie infoteur, 13-06-2011
Geachte Franet,
het is maar gelukkig dat de omvang van de vrijheid van meningsuiting niet door religieuze groeperingen wordt bepaald maar door de onafhankelijke rechter.
Het grote goed zou anders onmiddellijk tot een dode letter worden gemaakt door religieuze groeperingen. Het is maar gelukkig dat de mens vrij is om te denken en te zeggen wat hij wil.
Ik houd net zo min van vloeken als u, maar als iemand die geheel niet religieus is zich daaraan overgeeft dan kunnen we toch hooguit zeggen: vergeef het hen want ze weten niet wat ze doen?
En als de allerhoogste het niet eens is met de godslasteraar dan zal hij zeker wel een manier vinden om hem terecht te wijzen. Dat hoeft u niet te doen in zijn plaats.
Infonu.nl is vooral een site waar informatie wordt gedeeld. Als het aan u lag hadden we het waarschijnlijk alleen maar over bijbelse citaten. In dat geval zit u op de verkeerde site.
Hermesse James

Infoteur: Hermesse
Laatste update: 01-07-2011
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Politiek
Bronnen en referenties: 6
Reacties: 1
Schrijf mee!