InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Politiek > Israëls nederzettingen: historische ontwikkeling 1881-1948

Israëls nederzettingen: historische ontwikkeling 1881-1948

Israëls nederzettingen: historische ontwikkeling 1881-1948 Er wonen ongeveer 24.000 Joden in de Jisjoev (de Joodse gemeenschap in Palestina) voor de komst van de eerste Joodse immigranten in 1881. Met de komst van de Zionisten naar Palestina verandert het beeld van de samenleving onder Ottomaanse heerschappij: wonen de Joden van de Jisjoev voornamelijk in de vier grote steden Safed, Hebron, Jeruzalem en Tiberias, de Zionisten vestigen zich op het platteland. Zo worden de eerste fundamenten gelegd voor een onafhankelijke Jisjoev.

Eerste alija (1881-1903)

Met de eerste alija (Joodse immigratie naar Palestina, letterlijk: opstijgen) van 1881 tot 1903 bereiken 60.000 Joden het Beloofde Land van wie slechts de helft blijft. Dit heeft te maken met de moeilijke omstandigheden die de pioniers in Palestina aantreffen. Het Ottomaanse Rijk maakt het de pioniers niet makkelijk om land aan te kopen en zich er permanent te vestigen. Daar komt bij dat de pioniers weinig ervaring met en kennis van landbouwtechnieken hebben. Ook maken ze organisatorische fouten. Ze richten 23 nederzettingen (moshavot) op. Deze moshavot (enkelvoud: moshava) lijken sterk op de graandorpen in Oost-Europa: boerderijen langs een brede dorpstraat. Het gaat om 30 à 40 privé bedrijven die naar winst streven. Maar de moeilijke omstandigheden verhinderen dat de nieuwe nederzettingen succesvol zijn. Financiële hulp van buitenaf zorgt ervoor dat de nederzettingen niet helemaal instorten. Hoewel de moshavot zich later tot steden zullen ontwikkelen blijft het een geïsoleerde activiteit naast het Zionistische nederzettingenbeleid.

Tweede alija (1904-1914)

De tweede alija is ideologisch de meest belangrijke van alijot (meervoud van alija). Ruim 40.000 Joden komen naar Palestina. De meeste immigranten zijn afkomstig uit Rusland. Zij drukken een stempel op de samenleving in Palestina met hun revolutionaire denkbeelden. Hun praktisch Zionisme komt vooral tot uitdrukking in de Zionistische Wereld Organisatie (ZWO), die in eerste instantie onder leiding van Herzl een politieke koers vaart. Maar de ZWO erkent de grote rol van de nederzetting in de nationale opleving, zodat een beleid gevoerd moet worden dat een combinatie van politieke activiteit en praktisch werk in Palestina voorstelt: het synthetisch Zionisme. Met betrekking tot het nederzettingenbeleid worden binnen de ZWO drie organisaties opgericht:
  1. het Joods Nationaal Fonds (JNF)
    • De oprichting van het Joods Nationaal Fonds in 1901 is erop gericht om land aan te kopen in Palestina. Om twee redenen is het verwerven van grond belangrijk. Ten eerste zou kolonisatie op grond dat in bezit is van niet-Joden, de Joden afhankelijk maken van de willekeur van niet-Joodse grondbezitters; tevens druist dit in tegen het ideaal van het praktisch Zionisme van een onafhankelijke Jisjoev. Ten tweede zou een particuliere aankoop veel te langzaam verlopen door gebrek aan economische stimulatie en is het praktisch onuitvoerbaar vanwege de gecompliceerde grondbezitsverhoudingen. De oplossing ligt gelegen in de verwerving van nationaal grondbezit (d.w.z. eigendom van het Joodse Volk ongeacht of men in de Diaspora of in de Jisjoev woonde). Via pacht contracten van 49 jaar (met mogelijkheid tot verlenging), gaat het JNF het land verpachten aan pachters. Deze zijn verplicht zich aan de doeleinden van het contract te houden.
  2. het Palestina Kantoor met later de financiële steun van het Opbouw Fond (OF)
    • Het Palestina Kantoor onder leiding van Arthur Ruppin wordt in 1908 opgericht en houdt zich met de praktische uitvoering van het nederzettingenbeleid bezig. Na de Eerste Wereldoorlog wordt een financiële basis gelegd voor de immigratie en het nederzettingenprogramma. Deze basis is het Opbouw Fonds dat geld van de Joden in de Diaspora inzamelt.
  3. het Joods Agentschap (Jewish Agency)
    • In 1929 worden het Opbouw Fond en het Palestina Kantoor (dit wordt het Nederzettingen Departement van het Joods Agentschap), ondergebracht bij het Joods Agentschap. Het Agentschap is de vertegenwoordiger van de ZWO buiten Israël. Ze organiseert de immigratie, bereidt de integratie van de immigranten voor en biedt steun bij het opzetten van een eigen landbouwbedrijf.

Collectieve landbouwnederzettingen worden in eerste instantie gekozen als nederzettingsvorm. In 1909 wordt de eerste kevoetsa Deganya opgericht. De kevoetsa is het product van het ideologische mengsel van socialisme en Zionisme van de pioniers van de tweede alija. Het is een gemeenschap dat een soort vergrote familie is. Het functioneren van de kevoetsa is gericht op collectieve productie. Dat betekent: het ontbreken van loonarbeid en daarnaast collectieve verantwoordelijkheid waarbij gestreefd wordt naar sociale gelijkheid voor alle individuele leden. Echter arbeid door niet-leden wordt niet getolereerd. Dit alles leidt tot collectieve consumptie in economische zin en collectieve huishouding in sociale zin. Tot aan het einde van 1918 worden 9 kevoetsot gevestigd op land aangekocht door het Joods Nationaal Fonds. Gedurende de derde alija wordt het idee van een vergrote kevoetsa geopperd: de kibboets.

Derde alija (1919-1923)

De derde alija brengt 35.000 Joden naar Israël. De reden voor deze alija is de Verklaring van Balfour in 1917. In deze Verklaring belooft de Britse regering de Joden te helpen bij het vestigen van een Nationaal Tehuis voor het Joodse Volk. Naast de al eerder genoemde oprichting van kibboetsiem in deze periode wordt een vorm van coöperatieve landbouwnederzetting opgericht: de moshav (meervoud moshaviem). De ontwikkeling van de moshav is onder andere het gevolg van de teleurstelling bij veel pioniers in de kibboets vanwege gebrek aan een gezinsleven en individuele vrijheid. De moshav is een coöperatief dorp van kleinbedrijven. De sociale en economische principes zijn gebaseerd op het huren van grond dat in handen is van het JNF, wederzijdse hulp en verantwoordelijkheid onder de lezen, coöperatieve aankoop en marketing. Evenals de kibboetsiem zijn de moshaviem gericht op autarkie. De Zionisten vrezen namelijk het ontstaan van een stedelijke economie. En daarnaast betekent autarkie minder moeilijkheden in economisch opzicht omdat men al veel andere problemen heeft inzake riskant kolonisatie.

Vierde alija (1924-1932), Vijfde alija (1932-1939) en Zesde alija (1939-1947)

De vierde, vijfde en zesde alijot vertonen een geheel ander beeld dan de vorige drie. In totaal vestigen zich 420.000 immigranten in Palestina. Het overgrote deel wordt gevormd door grote-stadbevolking en behoort tot de sociale middengroepen. Zij voldoen aan geen enkel Zionistisch criterium: niet uit idealisme gekomen en slechts bij uitzondering bereid om in de landbouw te werken. Zij vestigen zich voornamelijk in de steden, vooral in Tel Aviv de eerste Zionistische stad gesticht in 1909. Deze immigranten houden zich verder vooral bezig met handel en industrie die voor hun komst nog nauwelijks ontwikkeld waren in Palestina. Vanaf 1939 komen immigranten uit Europa dat geteisterd wordt door het nazisme, en immigranten uit Arabische landen waar een groeiend antisemitisme optreedt.

Conclusie

In de periode vanaf 1905 tot 1947 krijgt het agrarisch nederzettingenbeleid vorm door de links-Zionistische ideologie. Er worden tot 1947 278 rurale nederzettingen gesticht die tamelijk veel immigranten (20 procent) absorberen. Echter vele immigranten vestigen zich in de steden (de oude steden van voor 1890, Tel Aviv, Haifa en de tot steden ontwikkelde moshavot). In 1948 blijkt 80,4 procent van de bevolking in steden te wonen. Een probleem vormt nog de meerderheid van de Arabische bevolking ten opzichte van de Joodse bevolking. In 1947 wonen ongeveer 1,2 miljoen Arabieren en 600.000 Joden in Palestina. De Joodse bevolking groeit moeizaam vanwege de restrictie tijdens de periode van het Ottomaanse Rijk en het Britse Mandaat. Tevens zijn vele Joden weer geëmigreerd vanwege de moeilijke omstandigheden in Palestina.

Lees verder

© 2008 - 2019 Etsel, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Geografie Israël: rurale nederzetting – jisjoev kehillatiGeografie Israël: rurale nederzetting – jisjoev kehillatiTussen midden jaren '50 en 1967 kwamen er nauwelijks nieuwe rurale nederzettingen met een agrarische functie bij. Toen I…
Geografie Israël: urbanisatie onder het Zionisme vóór 1948Geografie Israël: urbanisatie onder het Zionisme vóór 1948De Zionisten hadden gedurende de periode 1880-1948 weinig belangstelling voor de oprichting van steden in Palestina. Het…
Israël-steden en streken: cultuurlandschap geografieIsraël-steden en streken: cultuurlandschap geografieSinds de komst van de Joden naar Erets Jisraeel is het land enorm veranderd. Kleine nederzettingen veranderden in grote…
Israëls nederzettingen: historische ontwikkeling 1949-1966Israëls nederzettingen: historische ontwikkeling 1949-1966De stichting van de staat Israël vormt een zeer belangrijk moment in de geschiedenis van het Joodse volk: de Joden kunne…
Israëls nederzettingenbeleid: historisch en ruimtelijkIsraëls nederzettingenbeleid: historisch en ruimtelijkOm Israëls nederzettingenbeleid is altijd veel te doen. Het gaat hierbij niet alleen om de nederzettingen in Judea en Sa…
Bronnen en referenties
  • Paper Etsel voor studie sociale geografie

Reageer op het artikel "Israëls nederzettingen: historische ontwikkeling 1881-1948"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Etsel
Laatste update: 04-07-2018
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Politiek
Special: Geografie Israël
Bronnen en referenties: 1
Schrijf mee!