InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Politiek > Modern Israël: Politiek en diplomatie in de jaren '60

Modern Israël: Politiek en diplomatie in de jaren '60

Modern Israël: Politiek en diplomatie in de jaren '60 De jaren '60 kenmerkten zich door een politieke crisis. De linkse Mapai partij van premier David Ben Goerion begon langzaamaan haar grote macht te verliezen. In de jaren '60 begonnen zich grote parlementaire blokken te ontwikkelen: Gachal en de Arbeiderspartij die een samensmelting waren van verschillende partijen. Dankzij het Eichmann proces en de herstelbetalingen gaan Israël en Duitsland diplomatieke betrekkingen aan. Naast Duitsland onderhield Israël aanvankelijk ook goede contacten met Frankrijk. Maar dat veranderde toen Algerije zelfstandig werd en Frankrijk haar Midden-Oosten beleid ging wijzigen. Voor Israël was de EEG een belangrijke markt alhoewel de Joodse staat moest opboksen tegen de handelsbarrière die de EEG hanteerde. Israël richtte zich overigens niet alleen op het Westen maar ook op de Derde Wereld met name Afrika.

Politiek - politieke crisis jaren '60

Na Operatie Kadesh werd de positie van Mapai in Israël alleen maar sterker. Bij de verkiezingen van 1959 behaalde Mapai 47 zetels. Eerder had de partij kritiek gekregen dat de veteranen te lang in de partijtop bleven. David Ben Goerion had zich de kritiek aangetrokken en jongere partijleden naar voren geschoven zoals Abba Eban, Moshe Dayan en Shimon Peres. Zij werden respectievelijk minister van onderwijs, minister van landbouw en minister van defensie. Toch bleef het rommelen binnen de coalitie vanwege de naweeën van de Lavon affaire. Lavon, die eerder was opgestapt als minister van defensie vanwege het spionnenschandaal in Caïro, zag met lede ogen hoe invloedrijke ministeries buiten zijn bereik kwamen.

"Jonge Garde"

Een aantal jaren was een stille revolutie aan de gang tegen de veteranen binnen de Mapai. De veteranen waren partijleden die tijdens de Tweede en Derde Alijah naar Palestina waren gekomen. Moshe Dayan, die in 1958 in de politiek was gegaan, werd gezien als de onofficiële leider van de "Jonge Garde" vanwege zijn politieke uitspraken in fora. Spoedig verschoof zijn kritiek op de partij naar kritiek op de Israëlische samenleving. Hij wilde samen met Shimon Peres een verschuiving binnen de Israëlische maatschappij bewerkstelligen van pioniersmentaliteit naar staat efficiëntie. Technocratie en meritocratie moesten ideologie gaan vervangen in het moderne bestuur van het land. De vrijwillige instituten, zoals Kupat Choliem (ziekenfonds), moesten vervangen worden door overheidsdiensten. Het autobustransport moest genationaliseerd worden. De levensstandaard moest bevroren worden om de exportindustrie en de Negev te ontwikkelen. Deze stonden haaks op de traditionele positie van de vakbond Histadroet.

Lavon

Pinchas Lavon, nog van de Oude Garde die inmiddels aan het hoofd stond van de vakbond Histadroet, was wel bereid om vergaande veranderingen door te voeren in de infrastructuur van de Histadroet maar niet wat betreft Kupat Choliem. Lavon wilde de macht van de Histadroet (en dus van hemzelf) handhaven en keerde zich tegen Dayan en zijn vrienden die hem eerder dwars hadden gezeten tijdens de Lavon Affaire. Helaas voor Lavon steunde Ben Goerion de Jonge Garde.

Verhoren tijdens de Lavon Affaire kloppen niet

Maar onverwachts kreeg Lavon een nieuwe kans. Inlichtingenofficier Jozef Harel onderzocht de verhoren die tijdens de Lavon Affaire waren gehouden. Hij ontdekte dat kolonel Gibli, het voormalig hoofd van de inlichtingendienst, niet de waarheid had gesproken. Gibli had verklaard dat Lavon hem persoonlijk de opdracht had gegeven voor de Caïro bioscoopaanslag tijdens een ontmoeting in Lavons huis. Maar die ontmoeting had een week na het falen van de operatie plaatsgevonden. Ook had Gibli een brief naar Dayan gestuurd met de mededeling "volgens de opdrachten van de minister van defensie". Maar in de originele brief was deze zin niet terug te vinden.

Meineed

Lavon wilde eerherstel. Daarop gaf Ben Goerion opdracht tot een onderzoek o.l.v. rechter Chaim Cohen. Er kwamen nog meer onthullingen naar boven. In oktober 1960 kwam de commissie Cohen met het rapport en concludeerde dat meineed was gepleegd tijdens de 1955 Olshan-Dori hoorzittingen. Levi Eshkol van Mapai bezocht voormalig premier Sharett en samen ontwierpen ze een compromisformule om de impasse te doorbreken. Sharett kwam met een verklaring waarin hij aangaf anders te hebben geoordeeld als hij het bewijs had gehad dat later beschikbaar was. Hij hoopte dat met zijn verklaring de onenigheid tussen enerzijds Lavon en anderzijds Peres en Dayan zou worden weggenomen. En dat gebeurde ook. Lavon was tevreden dat de zaak was rechtgezet.

David Ben Goerion dreigt af te treden

Hiermee leek de Lavon Affaire ten einde. Maar Ben Goerion reageerde woest op de verklaring van Sharett. Hij zag het als een bedreiging van de Oude Garde van de Mapai tegen de Jonge Garde. Ben Goerion wilde een nieuw onderzoek waar het kabinet mee akkoord ging. De commissie gaf echter hetzelfde oordeel: Lavon was onschuldig. Ben Goerion stelde dat alleen een juridisch onderzoek geldig was. Hij dreigde zelfs af te treden als die er niet kwam. Een "Intellectueel Comité" van professoren van de Hebreeuwse Universiteit noemde de methoden van Ben Goerion "dictatoriaal" en zagen hem als bedreiging voor de republiek. De druk op Ben Goerion in de politiek nam toe en hij besloot af te treden. Het centrale comité van Mapai was geschokt en besloot Lavon als lid van de groep te royeren. Deze mocht ook geen secretaris-generaal van de Histadroet meer zijn. Het Intellectuele Comité verliet daarop de Mapai. Ook andere coalitiepartners zegden hun steun in Mapai op zolang Ben Goerion kandidaat voor premier bleef. De discussie binnen de Mapai mislukte en er kwamen nieuwe verkiezingen. Mapai en Ben Goerion waren niet meer zo populair. Ze verloren 5 zetels. Het lukte nog wel om een coalitie te vormen maar Ben Goerion had minder macht dan voorheen.

Politiek - Gachal en de Arbeiderspartij

De Algemeen Zionisten en de Progressieven gingen samenwerken om de overheersing van Mapai aan te vallen. Ze vormden de Liberale Partij. Deze partij wilde dat alle sociale diensten van de Histadroet werden overgeheveld naar de overheid, meer gelijkheid voor privé initiatief, beperkte overheidsbemoeienis in de economie, en de nadruk op de handhaving van individuele vrijheden. Bij de verkiezingen van 1961 haalde Liberale Partij 17 zetels in de Knesset. Dat gold ook voor de Cheroet Partij. Cheroet en de Liberale Partij gingen samenwerken in Gachal. Daarop vertrokken de Progressieven uit de Liberale Partij. Zij gingen de Onafhankelijke Liberale Partij vormen. In 1965 haalde Gachal 26 zetels bij de verkiezingen. Aan de linkerzijde gingen Mapai, Achdoet HaAvoda, Rafi en Mapam de Arbeiderspartij vormen.

Mapai - Ben Goerion met pensioen

Door de Lavon Affaire was de positie van David Ben Goerion zwakker geworden. Hij leidde een kabinet dat was gevormd door Levi Eshkol. Zijn leiderschap werd ook aangetast door de oppositie van de Oude Garde (het Blok) die zich nog steeds keerde tegen de Jonge Garde. De kloof tussen beide groepen bleek onoverbrugbaar te zijn. In juni 1963 trok Ben Goerion zich terug uit het politieke leven. Hij bracht de rest van zijn leven door in kibboets Sde Boker en zou niet meer terugkeren. Hij had Israël, met een korte onderbreking, 15 jaar geleid.

Levi Eshkol als premier

Levi Eshkol nam het roer over van premier Ben Goerion. Eshkol werd in 1895 in Oekraïne geboren en emigreerde in 1914 naar Palestina tijdens de Tweede Aliyah. Hij werkte in Petach Tikwa en later in de wijngaarden van Rishon LeZion. Hij werd een volgeling van A.D. Gordon die de 'religie van arbeid' predikte. Hij diende ook in het Joodse Legioen en was betrokken bij de oprichting van kibboets Degania B. Later diende hij in de Hagana, richtte mede de vakbond Histadroet op, was directeur van de Jewish Nederzettingen Departement in Berlijn, en secretaris-generaal van de arbeidsraad in Tel Aviv. Bij de oprichting van de staat werd Eshkol aangesteld als directeur-generaal van het ministerie van defensie. Zijn grootste invloed had hij als directeur van de Jewish Agency Nederzettingen Departement tussen 1949 en 1953 en gelijktijdig als minister van landbouw tussen 1950 en 1952. Hij organiseerde de massa absorptie van de immigranten. Ook was hij minister van financiën tussen 1952 en 1963. Met deze achtergrond was hij de gedoodverfde opvolger van Ben Goerion.

Mapai gaat samenwerken met Achdoet HaAvoda

Eshkol zocht samen met andere veteranen samenwerking met de Achdoet HaAvoda die destijds uit Mapai was voortgekomen. Tegen 1965 gingen de twee partijen een lijstverbinding aan, de 'Opstelling'. Beide partijen deden wat concessies ten aanzien van hun ideologie. De grootste concessie werd door Mapai gedaan: er werd afgezien van verder pogingen om de 'constitutionele' basis van de kleinere arbeid partijen te ondermijnen. Lavon en zijn medestanders werden bij het actieve partijwerk betrokken om te voorkomen dat Ben Goerion kritiek zou uiten op de 'Opstelling'. Maar dat gebeurde toch. Voor het eerst verzette hij zich openlijk tegen Eshkol en het Blok door van het Hooggerechtshof te eisen een onderzoek in te stellen naar de afhandeling van de Lavon Affaire en door kritiek te uiten op Mapai die de kiesdistrict verkiezingen had verlaten. Maar Eshkol en het Blok hielden dit tegen. Dayan stapte vervolgens uit het kabinet en Peres en Almogi werden eruit gezet omdat ze de steun kregen van Ben Goerion.

In februari 1965 tijdens de jaarlijkse conferentie van Mapai in Tel Aviv gaf de partij het definitieve akkoord aan de 'Opstelling'. Ben Goerion en zijn aanhangers richtten de Rafi partij op die zichzelf als trendsetter zag van de modernisering van Israël.

Verkiezingen van 1965 - vorming van de Arbeiderspartij in 1968

De verkiezingen van 1965 werd een felle strijd tussen Mapai-Achdoet HaAvoda en Rafi. Toch wist de 'Opstelling' 45 zetels te behalen en kreeg Rafi er slechts 10. De band tussen Mapai en Achdoet HaAvoda werd versterkt en de verschillen werden bijna teniet gedaan. Zelfs de onenigheid met Rafi werd overwonnen. In 1968 vormden deze drie partij de Arbeiderspartij. Ben Goerion, al in de tachtig, verzette zich re niet tegen. Mapam zou zich later ook nog aansluiten bij de Arbeiderspartij.

De Zionistische partijen waren nu opgedeeld in twee of drie grote parlementaire blokken.

Politiek - Adolf Eichmann proces

Op 23 mei 1960 maakte premier David Ben Goerion in de Knesset bekend dat de Israëlische Inlichtingendiensten Adolf Eichmann in Argentinië hadden opgepakt en naar Israël ontvoerd. Eichmann zou in Israël berecht gaan worden onder de Nazi en Nazi Collaborateurs Strafwet uit 1950. De Knesset was overdonderd door het bericht en na enkele minuten stonden de leden van de Knesset op voor een staande ovatie. Eichmann was de grote man achter de "Endlösung van het Joodse probleem". Andere grote kopstukken van het Nazi bewind waren al opgepakt en berecht door het Neurenberg tribunaal. Himmler, Göring, Goebbels en Hitler hadden zelfmoord gepleegd.

Eichmann op de vlucht

In april 1945 nam Adolf Eichmann afscheid van zijn vrouw en kinderen en vluchtte de Alpen in. Daar wachtte hij op de overgave van Duitsland. Eichmann keerde onder een valse naam terug en gaf zich over aan de Amerikanen. Hij werd gevangen gehouden. Toen zijn naam genoemd werd bij het Neurenberg Tribunaal vluchtte Eichmann opnieuw. Met valse papieren vertrok hij uit de Amerikaanse sector in Duitsland naar de Sovjet zone. Eichmann werd kippenboer. Toen zijn naam vaker werd genoemd smokkelde de organisatie Odessa (Organisation der SS Anhörigen) Eichmann naar Oostenrijk en vandaar naar Italië. Van een Franciscaanse monnik kreeg Eichmann een vluchtelingenpaspoort met de naam Ricardo Klement. Op 14 juli 1950 kreeg hij een Argentijns visum en een maand later arriveerde hij in Buenos Aires. Hij werkte voor een bouwbedrijf waar veel ex-Nazi's werkten. Later haalde Eichmann zijn vrouw en kinderen naar Argentinië. Na verschillende baantjes ging hij werken voor Mercedes-Benz die hem openlijk introduceerde als "SS luitenant-kolonel Adolf Eichmann, met pensioen".

De officiële zoektocht naar Eichmann was gestaakt maar er waren andere Nazi-jagers, zoals Simon Wiesenthal en de Shin Beth (Israëlische binnenlandse veiligheidsdienst) die er achter kwam waar de Klement familie woonde. Men moest nu achter de identiteit komen van de man van Vera Eichmann. Hier kwamen agenten achter toen Klement thuis kwam met een bos bloemen voor zijn vrouw voor de viering van zijn trouwdag op 21 maart 1935. Er was geen ander alternatief dan Eichmann te ontvoeren en naar Israël te brengen voor berechting omdat de Argentijnse regering hem niet zou oppakken en berechten.

Eichmann ontvoerd

Agenten van de Israëlische veiligheidsdienst ontvoerden Eichmann. Hij werd in een villa vastgehouden en daar bekende hij Eichmann te zijn. Vervolgens werd hij in een vrachtvliegtuig van de EL AL naar Israël gevlogen.

Eichmann in staat van beschuldiging gesteld

Eichmann werd door een magistraat in Jaffo in staat van beschuldiging gesteld. Hij werd aangeklaagd voor misdaden tegen het Joodse volk, oorlogsmisdaden tegen de mensheid, en lidmaatschap van criminele organisaties. Eichmanns verklaring werd opgenomen en op papier gezet. Hij wist veel te herinneren maar niets over Joodse zaken zoals de dodenkampen. Hij benadrukte dat hij bevelen moest uitvoeren en dat niet voelde iets fout gedaan te hebben. Het onderzoek duurde acht maanden.

Rechtszaak tegen Eichmann

Op 11 april 1961 begon in Jeruzalem (in het Beit Ha'am auditorium) de rechtszaak tegen Eichmann. Er waren niet minder dan 6000 buitenlandse journalisten bij aanwezig. De openbare aanklager was Gideon Hausner. Er waren drie rechters waarvan Moshe Landau en dr. Jitschak Raveh geboren waren in Duitsland. De advocaat van Eichmann was dr. Robert Servatius uit Keulen die ervaring had met de verdediging van oorlogsmisdadigers tijdens het Neurenberg Tribunaal. Hij stelde dat de rechters onbevoegd waren, dat de rechtbank geen jurisdictie had omdat Eichmann was ontvoerd uit Argentinië, en dat de Nazi en Nazi Collaborateurs strafwet van Israël post factum was. Deze argumenten werden door Hausner verworpen.

Op 17 april 1961 verklaarde de rechtbank dat het bevoegd was om de zaak te behandelen. Het werden lange emotionele zittingen. Eichmann probeerde zijn misdaden te minimaliseren. Zijn advocaat presenteerde twintig lijsten van verschillende Reich organisaties die zich met de Joodse kwestie bezighielden en die niet via het kantoor van Eichmann gingen. Op 14 augustus 1961, na 114 zittingen, kwamen de belangrijkste procedures tot een eind.

Op 11 december 1961 kwam de rechtbank met de uitspraak. Eichmann werd voor alle 15 aanklachten veroordeeld. Op 15 december 1961 werd hij ter dood veroordeeld.

De rechtszaak had grote indruk achtergelaten in de wereld en vooral ook bij de Israëlische jeugd. Het was een belangrijke les voor het Joodse volk en de hele wereld. Eichmann ging nog in hoger beroep bij het Hooggerechtshof in maart 1962. Dit beroep duurde zes zittingen. De uitspraak bleef echter ongewijzigd. Ook een beroep van Eichmann bij de Israëlische president haalde niets uit. Op 31 mei werd hij geëxecuteerd en daarna gecremeerd. Zijn as werd in de zee gedumpt.

Politiek - Duitsland/Israël jaren '60

West-Duitsland had het proces tegen Eichmann zeer goed gevolgd. West-Duitsland had niet gewild dat Eichmann in West-Duitsland berecht zou worden opdat de wonden bij de Duitsers zouden openrijten. Er was ook geen plicht om dat te doen omdat Eichmann geen Duitser was. Israël en premier David Ben Goerion zagen ook wel in dat het nieuwe West-Duitsland geen Nazi-Duitsland meer was en wilde wel relaties met de Duitsers aangaan. De jongere generatie Duitsers wilde graag in Israël werken. Tussen 1961 en 1967 werkten of reisden 20.000 Duitsers in Israël. De Duitsers, ook de oude generatie, gingen Israël bewonderen. Het Eichmann proces had een nieuwe periode ingeluid.

Duitse lening

De verzoening tussen Israël en Duitsland was al begonnen met de herstelbetalingen. Het financiële akkoord moest worden omgezet in diplomatieke relaties. Israël moest ook tegen internationale isolatie vechten. Maar de "Hallstein doctrine" verhinderde tot nu toe diplomatieke relaties. De Arabische landen waren tegen diplomatieke banden tussen West-Duitsland en Israël. Ben Goerion wilde dat Israël en West-Duitsland meer samen gingen werken op economisch gebied. Hij had daarvoor een ontmoeting met bondskanselier Adenauer. Hij wilde Adenauer om een lening van 250 miljoen dollar over een periode van tien jaar vragen. Maar de adviseurs van Ben Goerion wilden een lening van 1 miljard dollar. Ben Goerion was hierop tegen en besloot 500 miljoen dollar te vragen. De bondskanselier ging hiermee akkoord. Maar de Bundestag niet.Er mocht niet meer dan 35,7 miljoen dollar jaarlijks gegeven worden. Dus in totaal zou Israël over tien jaar 357 miljoen dollar krijgen.

Economische relaties

Israël kocht jaarlijks producten van West-Duitsland ter waarde van 25 miljoen dollar. Israël kon zelf niet voor zo'n bedrag exporteren zodat de handelsbalans negatief was. Ook leverde het EEG lidmaatschap van West-Duitsland problemen op voor de Israëlische export vanwege handelsbarrières. West-Duitsland wilde dat Israël lid werd van de EEG maar dat werd tegengehouden door de Italianen en Fransen die hun eigen citrusteelt en landbouw wilden beschermen. Daarop besloten Duitse bedrijven en instituten grote hoeveelheden van de State of Israel Bonds te kopen.

Wapens en diplomatie

Israël wilde ook praktische samenwerking met Duitsland op het gebied van wapenleveranties. Ben Goerion wilde niet dat Israël alleen vertrouwde op Frankrijk en Groot-Brittannië. In september 1957 had Shimon Peres, directeur-generaal van het ministerie van defensie, een ontmoeting met de West-Duitse minister van defensie, Franz Jozef Strauss. Deze bevestigde aan Peres dat West-Duitsland militaire steun zou verlenen aan Israël. Begin 1959 kwamen Duitse wapens naar Israël. Dit ging via Franse havens om niet veel de aandacht te trekken. Onder de wapens waren 50 vliegtuigen en helikopters, vrachtwagens, ambulances, houwitsers, etc. Af en toe kocht Duitsland voor Israël wapens in andere landen. In 1964 begon de tweede fase van de West-Duitse wapendeal op initiatief van de Verenigde Staten. Een jaar eerder hadden de VS anti-luchtdoelraketten aan Israël geleverd. Maar dit leverde Arabisch protest op zodat een nieuwe levering wapens via West-Duitsland ging.

Maar er vonden ook andere ontwikkelingen plaats die een schaduw wierpen op de Duitse-Israëlische relatie. De Arabische landen dreigden Oost-Duitsland te erkennen als West-Duitsland zaken zou gaan doen met Israël. Een ander probleem was de hulp die West-Duitse technici en wetenschappers van de voormalige Wehrmacht aan de Egyptische oorlogsindustrie gaven. De Israëlische inlichtingendienst waarschuwde Bonn hierover. Deze nam beperkte maatregelen tegen de Duitsers die actief waren in Egypte. Ondertussen had Egypte wel langeafstandsraketten in haar bezit zoals de al-Kahir (200 mijlen) en al-Safir (165 mijlen). Deze konden makkelijk Israël bereiken. Omdat Duitsland als democratie niet kon voorkomen dat haar burgers in het buitenland gingen werken nam de Israëlische geheime dienst het heft in eigen handen door een aantal Duitsers die voor Egypte werkten te elimineren. Ook was er onenigheid tussen Israël en West-Duitsland over de vervolging van Nazi oorlogsmisdadigers. West-Duitsland wilde dat niet meer doen na 1965. Dit werd nog wel met 4 jaar verlengd maar daar was Israël ook ontevreden over.

In oktober 1964 werd in de Duitse media bericht over een wapendeal tussen Duitsland en Israël waarbij 150 Amerikaanse tanks aan Israël zouden worden geleverd. Het nieuws deed veel stof opwaaien. De hele Duitse pers was tegen militaire steun aan Israël. Ook de Duitse Sociaal Democraten en de Liberaal Democraten veroordeelden de deal. Bondskanselier Erhard vreesde dat Egypte betrekkingen zou aangaan met Oost-Duitsland als de wapendeal door zou gaan. De regering besloot daarom geen wapens meer te leveren aan landen buiten de NAVO. Dit was een harde klap voor Israël. Toch besloten Duitsland en Israël ambassadeurs uit te wisselen. Wat de wapendeal betreft werd een compromis gesloten. De Amerikanen zouden gevraagd worden het materieel te verschaffen dat Israël van Duitsland zou ontvangen. Bonn zou dit betalen. Ook zou Israël lange termijn leningen kunnen krijgen tegen een lage rente. Verder verzekerde Duitsland Israël dat alle Duitse wetenschappers spoedig uit Egypte zouden vertrekken en dat juridische stappen ondernomen zouden worden tegen personen die Duitsers rekruteerden voor militaire doeleinden in het buitenland.

Op 12 mei 1965 werden diplomatieke onderhandelingen tussen Israël en Duitsland officieel begonnen. De Arabische landen bevroren hun relaties met West-Duitsland. Op 19 augustus 1965 arriveerde de eerste West-Duitse ambassadeur, dr. Rolf Pauls, in Jeruzalem. Het leidde wel tot protesten in de Israëlische hoofdstad, maar door de politici werd Pauls correct ontvangen. Vijf dagen later arriveerde in de Bonn de eerste Israëlische ambassadeur, Asher Ben-Natan.

Politiek - EEG/Israël jaren '60

Niet alleen met Duitsland hield Israël in de jaren '60 contact maar ook met Frankrijk en andere landen van de Europese Economische Gemeenschap (EEG). Sinds de Sinaï Campagne onderhield Israël vooral goede banden met Frankrijk. De relatie met Frankrijk was zelfs zo goed dat de Franse cultuur in Israël geïntroduceerd werd: Franse taalcursussen op scholen, Franse literatuur op universiteiten, Franse bibliotheken. Israël ging zich meer Europees opstellen in de buitenlandse politiek en Israël besloot minder aanvallen op Syrië uit te voeren mits Frankrijk pogingen deed haar invloed in de Levant weer te herstellen.

Frankrijk toegewijd aan Israëls overleving en groei

Tussen 1956 en 1958 was er geen andere grootmacht die zulke goede banden met Israël onderhield als Frankrijk. In de Kamer van Afgevaardigden was een grote invloedrijke pro-Israël blok die aandrong op stevige banden met Israël. De Alliance France-Israel floreerde eindjaren '50 en beginjaren '60. Hierin zaten invloedrijke politieke en culturele leiders. Een Frans consortium investeerde 15 miljoen dollar in een nieuwe oliepijplijn tussen Eilat en Ashkelon.

Militaire samenwerking tussen Israël en Frankrijk

Ook de militaire samenwerking bleef sterk. Frankrijk beschouwde Israël als de sleutel tot stabiliteit in het Midden-Oosten. Gezamenlijke belangen in de Middellandse Zee en de Rode Zee werden beschermd. Er werden gezamenlijke marineoefeningen gehouden. Ook de luchtmachten werkten samen. Dit gold eveneens voor de geheime diensten van beide landen. Frankrijk bleef ook wapens leveren aan Israël. Franse gevechtstoestellen in Israëlische handen werden ingezet tegen toestellen van de Sovjet Unie. Israël gaf allerlei informatie aan Frankrijk door om de toestellen te verbeteren. Israël kreeg van Frankrijk toestemming om het Fouga Magister trainingstoestel te produceren. Vanaf die tijd groeide de Israëlische luchtvaartindustrie en kon het uiteindelijk zelf toestellen fabriceren. Israël werd ook toegestaan te investeren in de Dassault Company, één van de grootste vliegtuigbouwers, om te assisteren in onderzoeksprojecten die van speciale waarde waren voor de Israëlische defensie. Zo was het Franse Matra luchtdoelraket een gezamenlijk Frans-Israëlisch project. In 1961 volgde de Shavit II raket. Ook op nucleair gebied werkten de twee landen samen. In 1957 hielp Frankrijk met de bouw van een nucleaire reactor in Dimona. Deze was niet alleen voor civiele maar ook militaire doeleinden bestemd.

Verandering van het Franse beleid ten aanzien van het Midden-Oosten

Na de Algerijnse Onafhankelijkheid ging Frankrijk een andere politiek voeren ten aanzien van de Maghreb en het Midden-Oosten. Invloed in de Middellandse Zee ging volgens Frankrijk via vriendschap en niet via bezetting. Dit nieuwe Franse beleid leidde tot meer voorzichtigheid met betrekking tot de Israëlische-Arabische kwestie. Langzaam vertroebelde de militaire relatie tussen Frankrijk en Israël. Er was in Parijs weinig interesse meer in een gezamenlijke Frans-Israëlische strategie in de Rode Zee. Ook binnen de VN was Frankrijk Israël niet meer zo gunstig gezind. In 1962 steunde Frankrijk een formule voor de terugkeer van Palestijnse vluchtelingen naar Israël. Op haar beurt stemde Israël samen met de Verenigde Staten tegen Frankrijk bij een aantal internationale kwesties. Premier Eshkol richtte zich tot de Verenigde Staten voor de aankoop van wapens.

Afgezien van wapens stelde de handel tussen Israël en Frankrijk niet veel voor. Israël importeerde in 1959 voor 22,7 miljoen dollar en in 1961 voor 46,9 miljoen dollar. Israël exporteerde voor 4,2 miljoen dollar in 1959 en voor 4,7 miljoen dollar in 1961. Frankrijk was ook niet bereid om de EEG markt voor Israëlische goederen toegankelijker te maken.

De Europese Economische Gemeenschap (EEG) en Israël

Voor Israël was de EEG een belangrijke markt. Halverwege de jaren '60 ging 30% van de Israëlische export naar de EEG. Israël importeerde 28% van de EEG. De dollarwaarde van de EEG-export naar Israël was echter veel groter dan de dollarwaarde van de Israëlische export naar de EEG. Er was Israël veel aan gelegen om de handel met de EEG te verbeteren. Maar dit was lastig vanwege de handelsbarrière. Israël had ook een achterstand in vergelijking tot de Noord-Afrikaanse landen, Griekenland, Spanje en Turkije die een associatie lidmaatschap en een voorkeur status hadden. In 1960 werd een 'agreement of sorts' bereikt waarbij beperkte hoeveelheden industriële producten werden aangeboden voor een 20% tariefconcessie. Maar dit gold niet voor citrusproducten, eieren, banden en multiplex die voor Israël de meest harde valuta opleverden. Eén van de belangrijkste redenen om Israël te weren was omdat men van de EEG een soort Verenigde Staten van Europa wilde maken. Een andere reden was dat landen als Italië, Frankrijk, Spanje, Griekenland en de Maghreb landen de Israëlische citrusproducten vreesden. Ook vreesde de EEG een Arabische boycot.

Onder andere Shimon Peres stelde voor om relaties aan te gaan met Europese bedrijven binnen het raamwerk van de EEG door het aankopen van aandelen in individuele bedrijven. Dit gebeurde op het gebied van luchtvaart, elektronica en wapens. Ondertussen gingen de onderhandelingen met de EEG door.

Politiek - Derde Wereld/Israël jaren '60

In de jaren 60 ging Israël zich ook meer richten op de Derde Wereld (Afrika, Azië en Zuid-Amerika). Aanvankelijk waren de contacten van Jeruzalem met de Derde Wereld niet bemoedigend. In 1955 werd Israël uitgesloten van de Bandung Conferentie. Veel ontwikkelingslanden associeerden het Zionisme met het Westen, in het bijzonder het Westers imperialisme. Dit werd versterkt door de Suez campagne van 1956. Maar er was ook nog een keerzijde aan dit beleid. Dat was de opening van de Golf van Akaba waardoor Israël toegang kreeg tot Azië en Afrika wat leidde tot nieuwe contacten.

Nieuwe contacten

Birma

Israël kon de nieuwe contacten twee bronnen aanbieden: getrainde mankracht en ervaring in ontwikkeling. Zo kwam een Birmese delegatie aan in Israël die onder de indruk was van de Israëlische arbeidsprestatie. Verdere besprekingen leidden in 1953 tot diplomatieke relaties tussen beide landen. Israëlische experts gingen het Birmese luchtmacht grondpersoneel en de legertechnici trainen. In 1955 bracht de Birmese premier U Nu een bezoek aan Israël. Daarna ging Israël Birma helpen met agrarische programma's.

4000 Israëlische wetenschappers, technici en adviseurs in de Derde Wereld

In 1958 werkten de meesten van de 4000 Israëlische wetenschappers, technici en adviseurs in de Derde Wereld op gebieden waarin Israël veel ervaring had: landbouw, irrigatie, rurale planning en ontwikkeling, het oprichten van pioniers- en jeugdbewegingen, medische, academische en beroepsonderwijs en gemeenschapsontwikkeling. De methoden van de moshav en de kibboets waren vooral aantrekkelijk voor de Afrikanen. Regionale ontwikkelingsschema's, zoals het Lachisch project, hadden veel belangstelling van Zuid-Amerika, de oostelijke Middellandse Zee landen en Azië. Zo werd het Lachish plan uitgevoerd in de Majaguas regio van Venezuela en de Nawalpur regio van Nepal. Israëls jeugdbewegingen, Gadna en Nachal, waren aantrekkelijk voor Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse landen. In Rechovot werden lezingen en discussies gehouden voor deskundigen uit Afrika, Azië en Zuid-Amerika. In 1965 werd in Rechovot een permanent Settlement Study Center opgericht waar delegaties uit de Derde Wereld cursussen volgden. Andere programma's werden geleid door Israëls Latin America Productivity Institute en het Afro-Asian Institute for Labour Studies. In 1962 werd het Mount Carmel International Center for Community Services opgericht om vrouwen uit ontwikkelingslanden te helpen bij gezondheid, voeding, volwassen onderwijs en huishoudelijke economie. Cursussen werden in het Engels of Frans gegeven.

Ministerie van buitenlandse zaken

Het departement voor internationale samenwerking werd ondergebracht bij het ministerie van buitenlandse zaken. Er werd jaarlijks 4,5 miljoen dollar aan gespendeerd. In latere jaren werd een aantal Israëlische programma's gefinancierd door UNESCO, FAO, UNICEF en de IAEA. Israël investeerde vooral in mankracht. Verhoudingsgewijs had Israël meer experts in het buitenland werkzaam dan de gecombineerde West-Europese landen bij elkaar. De Israëlische experts werkten ook echt samen met de studenten op grond van gelijkwaardigheid. Daarom had Israël zoveel succes in het buitenland.

De Israëlische-Afrikaanse relatie

voorkomen van politieke isolatie

Israël hoopte via de samenwerking met de Derde Wereld te bereiken dat het politiek niet geïsoleerd raakte. Israël maakte in de Derde Wereld indruk vanwege haar snelle ontwikkeling en dat het in staat was om immigranten uit talloze landen te laten in integreren binnen de Joodse staat. Voor de Afrikanen gold ook dat de Israëliërs minder verdacht waren dan de Europeanen en dat de Joden een gemeenschappelijke geschiedenis hadden van raciaal lijden.

Toegang tot Afrika

Vanwege het opheffen van de Egyptische blokkade van de Golf van Akaba kreeg Israël toegang tot verschillende Afrikaanse landen. Zo ontstonden er diplomatieke banden met Ghana. Er werden technologische en economische projecten gelanceerd. Het nieuws om de banden tussen Ghana en Israël verspreidde zich snel over het Afrikaanse continent. Spoedig ontving Israël bezoekers uit andere Afrikaanse landen. In 1958 organiseerde de vakbond Histadroet haar eerste Afro-Aziatische seminar. Dit leidde tot uitbreiding van Israël samenwerking met Derde Wereld landen.

Golda Meir

Vooral minister van buitenlandse zaken Golda Meir legde grote nadruk op het cultiveren van relaties met Afrikaanse landen. Met Azië had ze minder succes gehad. In Afrika werkten de meeste Israëlische experts. En van de buitenlandse studenten die naar Israël kwamen, kwam de helft uit Afrika. In Tanzania had Israël een katoen irrigatie project; in Kenia was een trainingsschool voor platteland sociale werkers; er werden medische teams gezonden naar Burundi, Ethiopië, Ghana, Liberia, Malawi, Mali, Congo, Rwanda, Tanzania en Opper Volta. In Ethiopië namen Israëliërs sleutelposities in binnen de nationale medische sector. Veel deed Israël op het gebied van blindheid. Ook was Israël actief op het gebied van de wetenschap en het onderwijs.

Militaire hulp

De Nachal beweging was in het bijzonder aantrekkelijk voor Afrikaanse landen. Zo werd het Tanzaniaanse leger getraind door Nachal soldaten. Israël gaf sowieso veel militaire hulp aan nieuwe staten. Shimon Peres was de architect achter het militaire programma. Hij wilde een "tweede Egypte" in Afrika hebben als tegenwicht voor Egypte. Hiervoor moest Ethiopië economisch en militair geholpen worden. De latere presidenten van Congo en Oeganda, Joseph Mobutu en Idi Amin, volgden een paratroepen opleiding in Israël.

Gemeenschappelijk economische ventures

Israël investeerde ook in Afrikaanse landen en gaf technische hulp in gemeenschappelijk economische ventures zoals hotels, schepen en bouwbedrijven. Deze gemeenschappelijke ondernemingen leverden Israël verschillende voordelen op zoals ervaring en winst.

Politieke gevolgen

De politiek gevolgen van de uitwisselingen waren verstrekkend. Binnen vijf jaar tijd had Israël met bijna alle landen onder de Sahara diplomatieke contacten. In 1968 hadden de meeste presidenten van die landen Israël minstens één keer bezocht. Het lukte de Arabische landen niet om Israël uit Afrika te jagen. Als Afrikaans Blok werd Israël wel geweerd (zoals bij de stemming in de VN) maar de relaties met individuele Afrikaanse landen bleef goed.

Lees verder

© 2014 - 2018 Etsel, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Journalistiek: Lokaal nieuwsJournalistiek: Lokaal nieuwsEr zijn verschillende vormen van journalistiek, waaronder lokale journalistiek. Lokale journalistiek spitst zich toe op…
Religie in de levenscyclus van de mens volgens EriksonReligie in de levenscyclus van de mens volgens EriksonDe psycholoog Erikson had veel interesse in de betekenis van religie voor de mens. Volgens Erikson bestaat de cyclus van…
nieuws uitgelichtCrisis geen gevolgen voor Italiaanse maffiaIn tegenstelling tot de bovenwereld ondervindt de onderwereld geen negatieve gevolgen van de financiële crisis die de we…
De Suez Crisis van 1956Hoewel de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie geen directe rol speelden in de Suez Crisis, maakte ook deze crisis deel ui…
Grenzen van Israël: in geografisch onderwijs na 1948Na de oprichting van de Staat Israël in 1948 veranderde het diverse educatieve systeem in een uniform systeem. De overhe…
Bronnen en referenties
  • A history of Israel (From the rise of zionism to our time) - Howard Morley Sachar
  • Atlas of Israel - Martin Gilbert

Reageer op het artikel "Modern Israël: Politiek en diplomatie in de jaren '60"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Etsel
Laatste update: 18-07-2017
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Politiek
Special: Geschiedenis Modern Israël
Bronnen en referenties: 2
Schrijf mee!