InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Diversen > De Wet BOPZ: de externe rechtspositie van de betrokkene

De Wet BOPZ: de externe rechtspositie van de betrokkene

De Wet BOPZ: de externe rechtspositie van de betrokkene Op basis van de grondwet heeft één ieder recht op bescherming van diens persoonlijke levenssfeer. Dit betekent dat iemand niet zomaar van zijn vrijheid mag worden beroofd. Toch bepaalt de grondwet dat op basis van een formele wet een persoon wel rechtmatig van zijn vrijheid kan worden beroofd. Zo mag iemand tegen zijn wil in op worden genomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Dit artikel gaat over vrijheidsbenemingen op basis van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen.

Inleiding

In 1994 is de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (verder: BOPZ) inwerking getreden in Nederland. Het is een wet van bijzonder bestuursrecht en maakt opname van een persoon buiten diens wil mogelijk. Mensen met een geestelijke stoornis kunnen door middel van deze wet gedwongen worden opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. In de wet worden verschillende opnameprocedures behandeld, maar er wordt ook aandacht besteed aan de rechtspositie van de verpleegde binnen een inrichting. Deze rechtspositie kan worden ingedeeld in twee vormen: de externe rechtspositie en de interne rechtspositie. In dit artikel zal ik alleen de externe rechtspositie behandelen, in een volgend artikel behandel ik de interne positie.

De externe rechtspositie

Bij de externe rechtspositie wordt gekeken naar de mogelijkheden die er zijn om een persoon gedwongen op te nemen in een psychiatrisch ziekenhuis. Ook wordt hierbij gekeken naar het verblijf in een dergelijke ziekenhuis. Hieronder zal ik de voorlopige machtiging, de voorwaardelijke machtiging en de inbewaringstelling bespreken.

De voorlopige machtiging

Als eerst noemt de Wet BOPZ de voorlopige machtiging binnen de externe rechtspositie van de patiënt. Op grond van deze rechterlijke machtiging (art. 2 BOPZ) kan een persoon gedwongen worden opgenomen op vordering van de officier van justitie. In art. 2 lid 2 en 3 BOPZ worden gronden genoemd waaraan moet zijn voldaan voordat een persoon gedwongen kan worden opgenomen. Allereerst moet er sprake zijn van een stoornis van de geestesvermogen. Deze stoornis moet een gevaar voor de patiënt zelf of voor zijn omgeving vormen. Het gevaar moet alleen kunnen worden afgewend door een opname in een kliniek. Daarnaast moet de betrokkene niet bereid zijn om zich vrijwillig op te laten nemen, er moet dus wel sprake zijn van een gedwongen opname.

Of er een stoornis van de geestesvermogen aanwezig is bij een persoon, kan alleen worden beoordeeld door een psychiater. Deze psychiater zal dan van de rechter de opdracht krijgen om de persoon in kwestie te onderzoeken. Uit het onderzoek moet dan blijken of er inderdaad sprake is van een stoornis, zoals bijvoorbeeld een persoonlijkheidsstoornis. Let wel op, de rechter bepaalt uiteindelijk of er inderdaad sprake is van een stoornis of niet. Alleen de rechter kan de verdachte namelijk veroordelen. Hiernaast moet er sprake zijn van een gevaar voor de persoon zelf en/of voor zijn omgeving. Hierbij moet worden opgemerkt dat het gaat om de aanwezigheid van een causaal verband tussen de stoornis en het gevaar. Het gevaar moet dus zijn veroorzaakt door de stoornis. Hinder is onvoldoende voor het opleveren van gevaar. Als derde mag er geen alternatief zijn, de patiënt kan alleen maar ‘beter worden’ door een opname in een kliniek en niet op een andere wijze. Dit betekent dat de opname een ultimum remedium moet zijn: een laatste redmiddel. Of dit het geval is wordt in eerste instantie door een psychiater bepaald. Als laatste moet de verpleegde niet bereid zijn om te worden opgenomen in een kliniek. De voorlopige maatregel kan in beginsel namelijk niet worden aangevraagd voor iemand die zich vrijwillig wil laten opnemen. Is er sprake van bereidheid en vrijwilligheid, dan is de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst van toepassing en niet de BOPZ.

De rechter zal zijn oordeel over gedwongen opname baseren op een geneeskundige verklaring. In deze verklaring zijn de hiervoor besproken voorwaarden opgenomen en beoordeeld door een psychiater. Uit de verklaring moet dan blijken of er dus inderdaad sprake is van een stoornis die gevaar oplevert. De psychiater die de verklaring opmaakt mag zelf niet meewerken aan de behandeling van de patiënt, art. 5 BOPZ. De verklaring moet de actuele toestand van de patiënt aangeven en mag dus niet te oud zijn.

Een verzoek voor gedwongen opname kan worden gedaan door verschillende personen opgenoemd in art. 4 BOPZ. Dit verzoek moet worden ingediend bij de officier van justitie van de rechtbank met de juiste competentie. Dit is de rechtbank genoemd in art. 7 BOPZ. De verzoekers kunnen zijn: de echtgenoot, de ouders, meerderjarige bloedverwanten, de voogd, curator of de mentor van de betrokkene. Bij dit verzoek moet een geneeskundige verklaring zoals hierboven benoemd worden ingediend. Het verzoek komt dus nu bij de officier van justitie. Deze persoon kan het verzoek indienen bij de rechtbank, maar daartoe is hij niet verplicht, aldus art. 6 BOPZ.

De gerechtelijke procedure start nadat het verzoek bij de rechtbank is binnen gekomen. De rechter moet nu eerst de betrokkene horen, art. 8 BOPZ. Daarnaast kan de rechter, zo mogelijk, zich laten inlichten door verschillende personen genoemd in lid 4. Dit zijn bijvoorbeeld de verzoekers tot de voorlopige machtiging en de behandelaar van de patiënt. Is de rechter overtuigd dat aan alle voorwaarden voor gedwongen opname is voldaan, dan zal hij een voorlopige machtiging afgeven voor de duur van zes maanden. Hoger beroep tegen deze beslissing is niet mogelijk.

Voorwaardelijke machtiging

Naast de voorlopige machtiging voorziet de Wet BOPZ ook in een voorwaardelijke machtiging. De voorwaardelijke machtiging is geregeld in de artikelen 14a tot en met 14g BOPZ. Met deze machtiging wordt de betrokkene niet opgenomen in een kliniek, maar kan dit wel gebeuren als de betrokkene in de fout gaat terwijl de machtiging loopt. Aan deze machtiging worden dan vaak ook voorwaarden verbonden. Voordat een voorwaardelijke machtiging kan worden afgegeven moet aan de hiervoor genoemde voorwaarden zijn voldaan: geestelijke stoornis, gevaar, causaal verband en geen bereidheid tot opname. Wanneer het gevaar zich tijdens de machtiging voordoet of als de voorwaarden niet worden nageleefd, dan zal de patiënt worden opgenomen.

Ook bij deze vorm van machtiging moet een geneeskundige verklaring van een psychiater worden bijgevoegd bij het verzoek. Daarnaast moet een behandelingsplan worden opgesteld en aan de rechter worden gezonden, art. 14b BOPZ. In dit plan staan bijvoorbeeld de voorwaarden waaraan de betrokkene moet voldoen om niet te worden opgenomen. Hierin wordt tevens vermeld welk ziekenhuis de betrokkene opneemt als hij de fout ingaat. De rechter bepaalt uiteindelijk welke voorwaarden moeten worden uitgevoerd. De machtiging heeft een duur van zes maanden en kan worden verlengt, aldus art. 14c BOPZ. De voorwaardelijke machtiging kan worden omgezet in een voorlopige machtiging in de gevallen uit art. 14d BOPZ.

De inbewaringstelling

De inbewaringstelling (verder: IBS) is een noodmaatregel die kan worden ingeroepen door de burgemeester. In de Wet BOPZ is de IBS geregeld in de artikelen 20 tot en met 31. In art. 20 lid 2 BOPZ vinden we de gronden waarop de burgemeester iemand in bewaring kan stellen. Dit zijn dezelfde gronden als die voor de voorlopige machtiging. Er moet dus sprake zijn van gevaar, er moet (dit keer een vermoeden van) sprake zijn van een geestelijke stoornis, er moet causaal verband zijn en geen bereidheid tot vrijwillige opname. Ook hier moet een geneeskundige verklaring worden opgemaakt, maar dit keer mag dat ook door een huisarts gebeuren. De voorkeur ligt natuurlijk wel bij een psychiater. De burgemeester kan zijn bevoegdheid delegeren aan een wethouder, waardoor deze persoon ook een IBS kan bevelen.

Uiterlijk de dag na de IBS moet de burgemeester de officier van justitie informeren en hem de geneeskundige verklaring overhandigen. De IBS heeft geen maximale tijdsduur, maar mag in beginsel niet al te lang duren. De officier van justitie kan nu een verzoek tot bevestiging van de IBS bij de rechtbank neerleggen, dit hoeft echter niet. Binnen drie dagen moeten de rechtbank die een verzoek heeft ontvangen beslissen. De procedure is bijna gelijk aan die van een verzoek tot voorlopige machtiging. De IBS kan op grond van gegrond verklaring door de rechter niet langer duren dan drie weken.

Is de betrokkene van mening dat de burgemeester onrechtmatig zijn bevoegdheid tot IBS heeft gebruikt, dan kan de betrokkenen op basis van art. 28 BOPZ schadevergoeding eisen. Dit komt vooral voor wanneer de burgemeester te laat een advocaat voor de patiënt heeft geregeld. De betrokkene krijgt hierdoor een vergoeding per dag.
© 2012 - 2019 Maria_louise91, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Gedwongen opname in de psychiatrie (collocatie): procedureGedwongen opname in de psychiatrie (collocatie): procedureSoms kan een persoon dermate ernstig gedrag vertonen dat het nodig is om iemand gedwongen op te nemen in een psychiatris…
De Wet BOPZ: de interne rechtspositie van de betrokkeneDe Wet BOPZ: de interne rechtspositie van de betrokkeneIn de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen wordt de rechtspositie van een persoon die tegen zijn wil…
Dwangmedicatie bij jonge schizofrenie patiëntenSchizofrenie kan zich op jonge leeftijd ontwikkelen: het is een complex ziektebeeld met vaak ernstige sociale en psychis…
Schizofrenie: rechten en regels voor schizofreniepatiëntenSchizofrenie: rechten en regels voor schizofreniepatiëntenAls schizofreniepatiënt heb je zowel rechten als plichten. Het recht bestaat bijvoorbeeld uit goede informatie; de plich…
Psychologische hulp en opname bij depressiePsychologische hulp en opname bij depressieIedereen kent het wel: af en toe zit je niet lekker in je vel. Dan heb je een slechte dag en heb je nergens zin in. Lekk…
Bronnen en referenties
  • B.C.M. Raes, F.A.M. Bakker, 'De psychiatrie in het Nederlandse recht', vijfde druk.

Reageer op het artikel "De Wet BOPZ: de externe rechtspositie van de betrokkene"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reactie

Luciano, 07-06-2014 20:41 #1
L.S.
Prima artikel alleen over de tijdsduur van de IBS: deze is toch 3 weken, eventueel te verlengen met drie weken?
Verder probeer ik uit te zoeken of iemand met een voorwaardelijke machtiging een kans heeft om het land te verlaten: maw staat zo iemand gesignaleerd als blijkt dat hij voorwaarden overtreedt door te gaan?
Mvrgr.,
Luciano

Infoteur: Maria_louise91
Gepubliceerd: 14-03-2012
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Diversen
Bronnen en referenties: 1
Reacties: 1
Schrijf mee!