InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Diversen > Geografie Israël: landontginning 1948-1967

Geografie Israël: landontginning 1948-1967

Geografie Israël: landontginning 1948-1967 Het bedrijven van moderne landbouw in de periode 1948-1967 in Israël was vanwege de natuurlijke omstandigheden moeilijk. Israël heeft een gebrek aan grote vlaktes en rivier valleien, de regenval is beperkt, de grond is sinds de oudheid verslechterd vanwege oorlogen, verwaarlozing van terrassen, uitputting door exploitatie en onvoldoende bemesting, en de vorming van moerassen door het blokkeren van natuurlijke drainage. Veel gronden zijn ontbost (gebruik brandstof, bouwmateriaal en overbegrazing). Veel heuvels, vooral in Judea, zijn kaal.

Landontginning

Al tijdens de oprichting van de eerste Joodse nederzettingen is men begonnen met landontginning. Na de oprichting van de Joodse staat in 1948 werd dit op meer grootschalige wijze gedaan. Het Joods Nationaal Fonds bracht al het land in 1960 onder beheer van de staat.

Volgens het Ministerie van Landbouw was 14.548 km² grond in Israël bebouwbaar (de totale oppervlakte van Israël was 20.7000 km²). Alleen het centrale en zuidelijke deel van de Negev zijn niet voor verbouw geschikt. Vanwege gebrek aan water kon slechts 21% van al het land voor verbouw gebruikt worden. Dat bijna 80% ongeschikt is is vanwege droogte en moeilijke topografie. In onderstaand schema wordt het grond gebruik in de jaren '60 weergegeven.

niet agrarisch landgebruik

bouwgebied650.000 dunams
ruïnes, etc25.000 dunams
meren en zoutpannen450.000 dunams
wadi's en rivieren60.000 dunams

bos en weide

bebost gebied1.000.000 dunams
weide8.2150.000 dunams

agrarisch land

gewassen land3.940.000 dunams (met irrigatie)
gewassen land3.390.000 dunams (zonder irrigatie)
plantages en meerjarige gewassen1.340.000 dunams (met irrigatie)
plantages en meerjarige gewassen700.000 dunams (zonder irrigatie)
visvijvers60.000 dunams

Methoden van grond behoud

moerassen en rode zandgronden

De methoden van grond behoud verschillen volgens type grond en topografie. Joodse kolonisatie begon met het droogleggen van moerassen. Een andere grote prestatie was de verbetering van de rode zandgronden van de Kustvlakte - vooral de Sharon Vallei. In de jaren '20 van de vorige eeuw werd ontdekt dat de vrije filtratie van het water door de zanderige heuvels een water horizon creëerde dat werd vastgehouden door een laag klei van 60-120 meter. Het gebruik van deze water horizon door pompen maakte de cultivatie van de rode zandgronden mogelijk. De gronden waren vooral geschikt voor citrus bebouwing.

Negev

De eerste kennismaking met de löss gronden van de Negev was in 1946 met het opzetten van elf 'observatie stations'. De löss gronden zijn niet in staat vocht vast te houden voor de perioden tussen de regens, behalve in de bovenste laag waar, wanneer het opdroogt, een harde laag gevormd wordt. Dit zorgt ervoor dat neerslag wegloopt en dit leidt tot erosie en uitholling. Dus sommige löss gronden vormen uitgebreide onvruchtbare gronden. Het is door de minimale absorptie van het vocht en marginale regenval dat bebouwing van de löss gebieden bijna onmogelijk is. Toch proberen Bedoeïenen grond te bewerken wat slechts in vier van de tien jaar lukt. Alleen de begrazing economie van de nomaden kan wat overleven.

Joodse kolonisten hebben ook geprobeerd de grond te gebruiken met behulp van irrigatie en frequent diep ploegen en zand toe te voegen. Winderosie werd tegengegaan door plantages; hollen werden gevuld en wadi beddingen gelijk gemaakt en verdiept; hellingen werden gebroken door de bouw van terrassen of aarde muren. Op deze manier konden grote gebieden worden bebouwd.

heuvel- en berggebieden

De meest problematische gronden bevinden zich in de heuvel- en berggebieden: 70% is alleen geschikt voor beweiding of bebossing; 10% kan met simpele grond behoud middelen worden bebouwd; 12% met gecompliceerde verbetering; 8% na zeer uitgebreide regeneratie.

bebossing

De bebossing van de heuvel- en berggebieden (70%) geschied door het Joods Nationaal Fonds. De natuurlijke bossen waren bijna geheel uit Palestina verdwenen door oorlogen, roofbouw, etc. Er waren Aleppo pijnbomen overgebleven op de Berg Karmel en sommige delen van Boven Galilea. De Tabor eik was overgebleven op de zuidelijke hellingen van Westelijk Galilea. Ook waren een aantal oude eiken overeind gebleven omdat ze als heilig werden beschouwd. De rest wat overgebleven was waren acacia's en dwerg eiken.

Tijdens de Mandaat Periode werden voornamelijk pijnbomen in Judea, Samaria en Beneden Galilea geplant. Na 1948 werd het proces versneld. De bebossing is voornamelijk voor recreatie doeleinden bedoeld. Ook beperkt het erosie.

Lees verder

© 2014 - 2019 Etsel, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Wat is aardrijkskunde eigenlijk?Als je aan basisschoolleerlingen vraagt wat aardrijkskunde is, hoor je dikwijls: Leren waar plaatsen liggen, rivieren st…
Het proces tegen Adolf EichmannHet proces tegen Adolf EichmannIn mei 1960 pakten leden van de Mossad, de Israëlische geheime dienst, Adolf Eichmann op in Argentinië. Eichmann was na…
Bronnen en referenties
  • Israel: a regional geography - Yehuda Karmon

Reageer op het artikel "Geografie Israël: landontginning 1948-1967"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Etsel
Laatste update: 04-07-2018
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Diversen
Special: Geografie Israël
Bronnen en referenties: 1
Schrijf mee!