Khaled Khalifa en de Syrische opstand van de jaren tachtig
Met zijn roman ‘De poorten van het paradijs’ heeft Khaled Khalifa de strijd tussen de Moslim Broederschap en het Ba’th-regiem in Syrië in de jaren tachtig van de vorige eeuw beschreven aan de hand van de lotgevallen van een familie in het Noord-Syrische Aleppo. Het boek biedt, onbedoeld, ook een doorkijkje naar de huidige opstand in Syrië.Het verhaal
De ik-persoon groeit op onder de invloed van een van die tantes, de vrome Maryam. Om in Gods gunst te geraken kleedt ze zich in het zwart en draagt ze een gezichtssluier. Om dezelfde reden onderdrukt ze haar ontbottende lichamelijke gevoelens, onder andere door haar beha’s op te vullen met karton.
Op school is zij een buitenbeentje, terwijl zij met afschuw kijkt naar ‘de anderen’ die hun armen en borsten in, in haar ogen, indecente kleding tonen. Deze ‘anderen’ behoren veelal tot dezelfde religieuze gemeenschap als de leden van de heersende partij, waartoe de ik-figuur niet behoort. Zij ontwikkelt geleidelijk een sterke haat tegen haar medescholieren die zich uitbreidt naar de hele religieuze gemeenschap en de heersende partij.
Oom Bakr is een rolpatroon voor de ik-figuur en door hem treedt zij toe tot de islamitische oppositiebeweging. Doordat ze zich in de gewelddadige wereld verloren voelt, kan de haat die ze voelt, uitgroeien tot haar grootste bron van kracht.
Op het hoogtepunt van de opstand wordt ze gearresteerd en gemarteld. Pas na zeven jaar komt ze weer vrij; een proces heeft nooit plaatsgevonden. In de gevangenis, waar ze de cel deelt met alleen vrouwen-van-het-verzet, die allen hun eigen achtergrond meedragen, ontdekt ze de betekenis van het leven en gaat de algemene, haast absolute haat plaatsmaken voor een meer individuele benadering van mensen, alsof ze nu pas de onschuld van een meisje krijgt. Na haar gevangenschap neemt ze haar medicijnenstudie weer op en wordt arts, een op het redden van levens gericht beroep. Dit laatste deel van het boek speelt zich af in Londen.
Andere personages
Naast de al genoemde tante Maryam spelen ook de twee andere tantes een belangrijke rol in het boek. Marwa is bij haar gewelddadige man weggelopen en verzamelt sinds haar terugkeer in het huis vlinders. Tijdens de vele huiszoekingen waaraan de familie tijdens deze jaren wordt onderworpen – de geheime dienst is op zoek naar Bakr – raakt zij verliefd op een officier van de doodseskaders met wie zij later zelfs trouwt.Safaa is de vrijzinnige tante die van het leven geniet. Zij trouwt met de voormalige communist Abdoellah. Deze Jemeniet ziet ‘het licht van God’ en gaat uiteindelijk een centrale rol spelen in het verzet tegen de Russische bezetting van Afghanistan; hierbij werkt hij in het begin nauw samen met de CIA. Safaa eindigt achter het venstergaas van haar boerka in Kandahar, de Taliban-hoofdstad in Zuid-Afghanistan.
Oude Aleppijnse huizen
Oom Bakr is een van de leiders van het ondergrondse verzet die zich genoodzaakt ziet naar het buitenland uit te wijken. De ooms Omar en Salim wijken in hun opvattingen en gedrag sterk af van Bakr: Omar leidt een losbandig leven en Salim is een soefi.
Decor van het boek
Het boek van ongeveer 500 pagina’s bestaat slechts uit vier hoofdstukken: de schooltijd van de ik-persoon, haar activiteiten binnen de islamitische beweging, de tijd in de gevangenis en de terugkeer naar – of het ontstaan van – een normaal leven.De centrale focus van het boek is een familie in Aleppo ten tijde van wat in Syrië wel ‘de gebeurtenissen’ wordt genoemd (de periode van 1979 tot 1982). De bredere setting is die van de opkomst van de politieke islam, waarvan een deel zich later zal vertakken in gewelddadig fundamentalisme. De romanfiguren worden, natuurlijk, uitgebreid met naam en toenaam genoemd – behalve die van de ik-figuur – maar de belangrijke historische Syrische personen en gebeurtenissen worden slechts aangeduid.
Desondanks zijn zij duidelijk herkenbaar. Zij vormen de reële achtergrond waartegen de ik-figuur zich ontwikkelt en die de lezer een extra perspectief bieden om het boek te kunnen waarderen. Ondanks dat de ik-figuur behoort tot de islamitische beweging, laat Khalifa in het boek toch vooral de strijd zien tussen twee vormen van fundamentalisme – dat van de Moslim Broeders en dat van het regiem. Hij neemt geen stelling.
De achtergrond (‘de gebeurtenissen’) bestaat onder meer uit:
- de stakingen en demonstraties vanaf het eind van de jaren zeventig;
- talrijke moorden uit naam van de Moslim Broederschap op onder andere hoge Ba’th-functionarissen, rechters en met het regiem samenwerkende geestelijken;
- een mislukte aanslag op president Hafiz al-Assad;
- de aanslag op een officiersschool in Aleppo (16 juni 1979), waarbij tientallen Alawieten om het leven komen;
- het keiharde optreden van de veiligheidstroepen onder bevel van Rifaat al-Assad, door hun uitgevoerde razzia’s en het verschrikkelijke bloedbad in de gevangenis van Tadmor (Palmyra), waarbij ook de broer van de ik-persoon omkomt; Rifaat al-Assad is de broer van de toenmalige president Hafiz al-Assad en de oom van de huidige president, Bashar al-Assad;
- de genadeloze aanval van het regiem op de stad Hamaa;
- de corruptie en het machtsmisbruik van hen die aan de ‘goede’ kant van de streep staan.
De namen van de Ba’th, Rifaat al-Assad, Tadmor, de Alawieten blijven onuitgesproken in het boek. ‘Hamaa’ komt slechts beperkt in het verhaal voor, ook al vond hier de bloedigste confrontatie tussen de Moslim Broederschap en het bewind plaats. Khalifa heeft ervoor gekozen de noordelijke stad Aleppo centraal te stellen, deels omdat het zijn eigen stad was maar ook omdat het geweld daar zich over een langere periode afspeelde. Dit maakte het mogelijk de ontwikkeling van de personages over een langere termijn te volgen binnen hetzelfde decor.
De fundamentalistische islam krijgt zeer terloops, bijna als in een voetnoot, extra reliëf door het noemen van enkele denkers en activisten die grote invloed op de beweging hebben gehad. Zoals Abd al-Rahman al-Kawakibi (c. 1850-1902), afkomstig uit Aleppo (!), die van mening was dat het herstel van de islam van de Arabieren moest uitgaan en Sayyed Qutb (1906-1966), een belangrijk ideoloog van de vroege (Egyptische) Moslim Broederschap – het is wel van belang te benadrukken dat de huidige Broederschap in Egypte en Syrië op tal van punten van elkaar verschillen.
Censuur
Dat Khalifa deze personen wel bij naam noemt, heeft ermee te maken dat hij daarmee niet direct op gevoelige Syrische tenen gaat staan: zij zijn in tijd of plaats te ver verwijderd van het huidige Syrië. In een interview met de New York Times (2008) geeft Khalifa aan dat hij zelf enkele aanpassingen in de tekst heeft aangebracht om daarmee de censuur gunstig te stemmen of in ieder geval niet als balling het land te moeten verlaten.Het boek werd voor het eerst in 2006 in Syrië gepubliceerd, maar werd vrijwel direct verboden. Het onderwerp bleek toch een te groot taboe. In 2007 werd het in Beiroet heruitgegeven. Het schijnt in Syrië onder de toonbank redelijk eenvoudig verkrijgbaar.
In ieder geval speelt de haat een centrale rol in het boek. Zij sijpelt vanuit de gewelddadige straat het min of meer rustige leven van de ik-figuur binnen. In haar overwegingen realiseert de hoofdpersoon zich dat de haat bezit van haar neemt, dat ze erdoor opgewonden raakt, alsof de haat haar een gevoel van superioriteit geeft waar ze al lang naar op zoek was. In het vervolg blijkt echter dat haat niet de oplossing is.
Het verbod op het boek komt vermoedelijk voort uit het feit dat het de ideologie van de militante islam onderzoekt. Deze ideologie was niet alleen in de jaren tachtig van de vorige eeuw een bedreiging voor het regiem, ook in de huidige opstand (vanaf maart 2011) tegen het bewind van Bashar al-Assad speelt de militante islam een belangrijke, maar nog niet een alles overheersende rol.
Het onderwerp van Khalifa’s boek was ten tijde van publicatie nog te gevoelig; sinds ‘de gebeurtenissen’ heeft er in Syrië niet iets als een nationale verzoening plaatsgevonden. Het gedachtegoed van het fundamentalisme, zeker voor zover dat verzet tegen het regiem inhoudt, is sindsdien alleen maar verder verspreid, vooral onder jongeren.
In het interview met de New York Times van 2008 sluit Khalifa af met de opmerking dat, als de gebeurtenissen van de jaren tachtig zich vandaag opnieuw zouden voordoen, het hem niet zou verbazen dat de islamisten dan winnen.
© 2012 Dreus, gepubliceerd in Sociaal (Mens en Samenleving) op .
Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Dreus is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…
Syrië onder Hafiz al-Assad (1971 - 2000) Na de staatsgrepen van 1966 en 1970 controleerden de Alawieten – een bevolk…
Wortels van de relatie van Syrië met Libanon en Iran Sinds het aan de macht komen van de Ba’th-partij (1963) en Hafi…
De veiligheidsdiensten van Syrië Tussen 1949 en 1970 kende Syrië vele staatsgrepen met min of meer een permanente ma…
De shabbiha: hulptroepen van het Syrische regiem Het geweld dat het Syrische regiem gebruikt om de protestbewegingen in h…
Gerelateerde artikelen
De poorten van het paradijs, Khaled Khalifa "De poorten van het paradijs" is een roman van de Syrische schrijver Khaled K…Syrië onder Hafiz al-Assad (1971 - 2000) Na de staatsgrepen van 1966 en 1970 controleerden de Alawieten – een bevolk…
Wortels van de relatie van Syrië met Libanon en Iran Sinds het aan de macht komen van de Ba’th-partij (1963) en Hafi…
De veiligheidsdiensten van Syrië Tussen 1949 en 1970 kende Syrië vele staatsgrepen met min of meer een permanente ma…
De shabbiha: hulptroepen van het Syrische regiem Het geweld dat het Syrische regiem gebruikt om de protestbewegingen in h…
Reageer op het artikel "Khaled Khalifa en de Syrische opstand van de jaren tachtig"
Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.
Bronnen en referenties
- Khaled Khalifa: De poorten van het paradijs (De Geus, 2011)
- Robert F. Worth: A Bloody Era of Syria’s History Informs a Writer’s Banned Novel (New York Times, April 12, 2008) (www.nytimes.com/2008/04/12/world/middleeast/12khalifa.htm)