InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Sociaal > Meekrap, kleur- rijk verleden maar ook een toekomst

Meekrap, kleur- rijk verleden maar ook een toekomst

Rubia tinctorum, een vaste plant uit de Walstrofamilie, is verwant aan ons inheems Kleefkruid. De rode wortel wordt al sinds mensenheugenis overal als verfstof gebruikt. De naam Rubia komt van het Latijnse ‘ruber’ rood, en krap van 'Krapso', haken omdat de stengels en bladeren kleine hakerige stekels hebben. Zowel bij de oude Persen en in Indië, maar later vooral door de Turken, werd de Meekrap al verbouwd en gebruikt. De wortel was als ‘Turks rood’ bekend. Zowel de typische hoofdbedekking ‘Fez’ als tapijten werden met Meekrap gekleurd. Een van de oudst bekende voorbeelden van textiel die met meekrapwortel geverfd werd, is een riem aangetroffen in het graf van Toetankhamon (1350 voor). Ook de Griekse arts Dioskorides beschrijft de teelt o.a. in olijfboomgaarden. Zijn tijdgenoot Plinius vermeldt dat de cultuur van Rubia winstgevend is en in bijna alle provinciën verbouwd wordt. Niet alleen uit teksten is bekend dat de plant veel gebruikt werd. Ook archeologisch vindt men nog sporen van de stabiele rode kleurstof alizarine terug. Bijvoorbeeld in Qumran aan de Dode Zee werden ca 2000 jaar oude skeletten gevonden met opvallend rood gekleurde botten. Uit analyse bleek dat dit kwam door afzetting van alizarine. Blijkbaar hadden deze mensen meekrap op het menu staan. Ook in Arabische landen worden nu nog extracten van de wortel gedronken. Dit zou hen beschermen tegen het ‘boze oog’.

Rode kleurstof terug in Europa

Na de val van het Romeinse Rijk raakte de kennis van het verven met meekrap verloren. Alleen in het Byzantijnse Rijk en het Verre Oosten werd deze verftechniek toen nog toegepast. Tijdens de onrust in de jaren 600 tot 900 na Christus zwierven veel ververs richting Italie. Vanuit Italie kwam de Meekrap samen met de ververs vervolgens terecht in Frankrijk, Duitsland en zelfs in Engeland. De Meekrap verschijnt onder de Frankische naam "Warentia" op de lijst van de ‘Capitulare de villis, nutsplanten die op de landerijen van Karel de Grote werden verbouwd.

In 1826 ontdekte de Franse chemicus Pierre-Jean Robiquet dat meekrapwortels twee kleurstoffen bevatten: het rode alizarine en het snel verblekende purpurine. In de 2de helft van de 18de eeuw ontstond er een beroemde cultuur in de buurt van Avignon met kleurstofrijke rassen ‘Palud’ en ‘Paludalizari’. Vanaf 1815 worden in Frankrijk zelfs de soldatenbroeken met Meekrap geverfd, mogelijk om de kleurstofindustrie te ondersteunen. Rond 1865 bedroeg de wereldproductie zowat 70.000 ton en bracht voor die tijd het gigantische bedrag van 16 miljoen dollar op. Maar toen enkele jaren later de bekende scheikundigen Graebe en Liebermann er in slaagden om de kleurstof alizarine synthetisch na te maken, stortte op korte tijd de hele florissante krapindustrie in mekaar.

Meekrap in de Nederlanden

Meekrap heeft een lange historie in de Nederlanden en is geografisch sterk met de zuidelijke provincies verbonden. De wortels waren ook bij ons zeer geliefd als textielkleurstof. De naam komt nog steeds voor als straat- of plaatsaanduiding in West-Brabant en Zeeland. Het gewas wordt reeds omstreeks het jaar 800 genoemd en in het stadsarchief van Zierikzee bevindt zich een beschrijving uit 1247 van de kwaliteitseisen waaraan meekrap moet voldoen.

In Nederland was er in de 15de eeuw een uitgebreide Meekrapteelt vooral in Zeeland en Gelderland. De Hollandse welvaart in die tijd was gedeeltelijk te danken aan deze Meekrap. Ook Dodonaeus beschrijft in zijn Cruydboeck van 1554 de teelt van Meekrap: ‘Die tamme Rotte, zoals hij Rubia noemt, wordt in Zeelant in Vlaenderen/ ende in sommige plaetsen van Brabant by Berghen etc. op goede vette velden gheplant. Die wilde wast al om van selfs aen die canten van den velden onder die haghen en hegghen.'

Omstreeks 1840 ontdekte men in Frankrijk een verbeterde scheidingsmethode die tamelijk snel ook in Nederland werd toegepast. Tot 1863 werden nog nieuwe meekrapfabrieken gebouwd. Maar daarna verdween binnen enkele jaren de 10.000 ha meekrapcultuur. Tot omstreeks 1910 werd er voornamelijk voor medicinale doeleinden nog enkele tientallen ha geteeld.
De belangrijkste reden voor deze teruggang was het grote verschil in productiekosten tussen de chemische synthese en de landbouwkundige weg.

De teelt van meekrap was altijd zeer arbeidsintensief. Pas drie jaar na het planten werden de wortels tot een diepte van 60 cm uitgegraven. Na de oogst werden de wortels op het land gedroogd en aansluitend verder gedroogd in zgn. ‘mee’stoven. Door stampen van de gedroogde wortels werd de kern waarin de kleurstof zich bevindt gescheiden van de bast. Dit materiaal was de eerste kwaliteit. Verder stampen en uitzeven leverde de tweede kwaliteit.
Dit materiaal werd als poeder door heel Europa in de textielindustrie gebruikt.

Nieuwe belangstelling en teelt.

Door de vernieuwde belangstelling voor plantaardige kleurstoffen en de mogelijkheden om de teelt van kleurstofplanten en de extracties efficiënter te laten verlopen, is het mogelijk dat de oude Meekrap samen met anderen kleurstofplanten, binnenkort een nieuw productieleven zullen leiden. Nu reeds zijn er nieuwe aanplanten van Wede, Isatis tinctoria en Polygonum tinctorium in Frankrijk en ook in Nederland wordt er terug op professionele wijze Rubia geteeld en verwerkt.
© 2008 - 2017 Herborist, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
De geneeskracht van meekrapDe geneeskracht van meekrapVan oorsprong groeit meekrap alleen in Turkije en een deel van het Middellandse Zeegebied. De plant wordt 60 tot 90 cent…
Karmijn - een korte geschiedenis van een rode kleurKarmijn - een korte geschiedenis van een rode kleurKleuren zijn voor de mens altijd belangrijk geweest, zowel in het gewone leven als in de kunst, en de manieren om pigmen…
Saffloer meer dan kleurstofSaffloer meer dan kleurstofBladeren iets stekelig getand, gele naar oranjerood verkleuren­de bolvormige bloemhoofdjes, zo ziet de saffloer, Cartham…
Natuurtuin met een verhaal: een bloemweideNatuurtuin met een verhaal: een bloemweideEen natuurrijke tuin is een klein natuurgebiedje aan huis, waar wilde planten, vogels, natuurmensen en andere beestjes z…
Maquis en garrigue, mythische biotopenDroog en warm, zinderende hitte wordt zichtbaar boven de lage, leerachtige begroeiing, harsige geuren camoufleren de geu…
Bronnen en referenties
  • C. Wiskerke, `De geschiedenis van het meekrapbedrijf in Nederland', in: Economisch-Historisch Jaarboek, 25 (1952), 1-144; J.W. Schot, `Het meekrapbedrijf in Nederland in de negentiende eeuw nader bezien in het licht van het industrialisatiedebat', in: Economisch- en Sociaal-Historisch Jaarboek, 50 (1987), 77-110; J
  • Steckoll, S.H.; Goffer, Z.; Haas, N. and Nathan, H. - Red stained bones from Qumran.
  • Nature 231, 469-470 (1971).
  • KruidMail Rubia. Maurice Godefridi. Uitgeverij Herbarius.
  • www.rubiapn.nl. Teelt en verwerking Rubia in Brabant.

Reageer op het artikel "Meekrap, kleur- rijk verleden maar ook een toekomst"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Reactie

Dienaar, 24-09-2009 09:50 #1
Dit artikel over de meekrap is zeer informatief, en correct. Als medewerker van het streekmuseum de Meestoof in Sint Annaland, heb ik er nog enkele details van geleerd die ik nog niet wist. Hartelijk bedankt hiervoor. Op 2 oktober komt een groep waaronder de direkteur van de Rubia fabriek te Steenbergen het museum bezoeken. Op mijn infoteur pagina staan ook nog enkele artikelen over het museum en aanverwante zaken. Reactie infoteur, 27-09-2009
Bedankt voor de reactie. Wij moeten met onze studenten van de herboristenopleiding het museum zeker eens bezoeken.
Maurice Godefridi

Infoteur: Herborist
Gepubliceerd: 01-12-2008
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Sociaal
Bronnen en referenties: 5
Reacties: 1
Schrijf mee!