Sociaal Cultureel en Multiculturele Samenleving

Nederlandse identiteit en multireligieuze samenleving

Nederlandse identiteit en multireligieuze samenleving

Niet zo lang geleden heeft de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) zijn rapport over de identificatie met Nederland gepresenteerd. De ministers van Justitie en Integratie spraken lovende woorden en Maxima werd zelfs verleid tot de geruchtmakende uitspraak dat dé Nederlander niet bestaat. Maar wat betekent identificeren met de Nederlandse multireligieuze samenleving nu eigenlijk? Een analyse.


Inleiding

De media staan bol van de discussie over onze multireligieuze samenleving, het dubbele paspoort en dé Nederlandse identiteit. Partijen buitelen over elkaar heen als het gaat om hun gelijk te halen. Nadat de WRR zijn rapport had gepubliceerd en Maxima in haar speech bij de uitreiking van het rapport haar omstreden opmerking gemaakt gehad, was het spel op de wagen. Nog dezelfde dag noemde Geert Wilders de WRR ‘een club van wereldvreemde mensen die politiek correct bezig is, maar beter opgedoekt kan worden’. VVD-er Halbe Zijlstra probeerde Wilders naar de kroon te steken door van ‘multicultigeneuzel’ te spreken en hardop te vragen of het bestaansrecht van de WRR niet langzaamaan in het geding is. En Bart Jan Spruyt bracht tijdens een lezing zelfs woedend uit “Er wordt relativerend gedaan over de nationaliteit.”

En dag later barstte het zwaardere geschut pas echt los. Hoogleraar sociologie aan de Vrije Universiteit Ruud Koopmans noemde in een groot artikel in NRC het rapport ‘een karikatuur van de Nederlandse omgang met culturele verschillen.” De zaterdag daarop publiceerde de Groningse hoogleraar geschiedenis in Trouw een mogelijk nog dodelijker oordeel: “Dit is politiek, geen wetenschap”. En toen bleek dat Maxima niet alleen het rapport van harte onderschreef, maar ook nog als mening te kennen gaf dat dé Nederlandse identiteit niet bestaat, toe waren de rapen gaar. Gelet op haar status kwam direct de ministeriële verantwoordelijk om de hoek kijken, in het bijzonder die van premier Balkenende, met een heus kamerdebat als gevolg.

Verloop van het integratie- en identificatieproces

Ruwweg verloopt dit proces via drie hoofdprocessen:

a. door sociale contacten te ontwikkelen in de buurt, op school en op het werk;
b. door zich de maatschappelijke normen eigen te maken ofwel aan te passen aan de eigen voorkeuren;
c. door het ontwikkelen van het ‘thuisgevoel’; het emotioneel wortelen.

De WRR neemt blijkens haar rapport, stelling tegen de gedacht dat de ‘nationale identiteit’ eenduidig te definiëren is die aan iedere nieuwkomer klaar voor gebruik uitgereikt kan worden. Dé identiteit is niet helder te formuleren, zonder van bepaalde voorkeuren uit te gaan en verandert bovendien voortdurend in de tijd. Van de nieuwkomer mag verwacht worden dat hij zich inspant zich met Nederland via de weg der geleidelijkheid te identificeren volgens de hier genoemde drie hoofdprocessen.

Natuurlijk weet Maxima best dat er een identiteit bestaat. Hoe valt anders de klanken van de bandeon op haar huwelijk te verklaren? Nee, zij is ook Argentijnse en daar trots op. Maxima heeft in haar speech niet de cultuurverschillen weg willen relativeren, maar zij waarschuwde tegen eenheidsdenken. Nee, want er is niet zoiets als een benoembare collectieve identiteit waaraan iedereen in dit land moet voldoen om door het leven te mogen gaan; geen hyperindividu. En gelukkig maar, want wie wil er nu een natie van klonen?

Is het afwijzen van bepaalde denkbeelden puur Nederlands?

Wij hebben terecht problemen met sommige denkbeelden binnen de migrantengemeenschap. Te weinig respect voor de scheiding tussen kerk en staat, gelijkheid tussen mannen en vrouwen, het recht om een godsdienst te verlaten en om een andere godsdienst aan te gaan hangen; ja zelfs zonder godsdienst door het leven te gaan. Maar zijn dit typisch Nederlandse trekjes? Deze zaken vind je ook terug in het Europese Verdrag en in het Verdrag voor de Rechten van de Mens. Respect voor deze normen en waarden kun je van nieuwkomers verwachten en zelfs afdwingen. Maar iemand die liever couscous eet en muntthee drinkt is nog geen minder goede Nederlanden dan iemand die van spruitjes houdt en karnemelk drinkt. Als dat de norm is dan zijn er nogal wat slechte Nederlanders.

De uitdaging: multicultureel en multireligieus samen leven

Dit proces zal zeker niet van zelf gaan. Overigens is het geen nieuw proces. Er zijn in onze geschiedenis verschillende momenten te vinden, waarop wij met degelijke zaken geconfronteerd werden. En steeds was het een pijnmoment. Maar het proces zal geleid worden door onze grondwet. Deze wet regelt het verkeer tussen verschillende groepen in de samenleving. Twee beginselen zijn in het bijzonder van belang.

Vrijheid van godsdienst

Iedereen die in Nederland woonachtig is moet in vrijheid zijn geloof kunnen belijden. Dit houdt ook in dat zij van geloof moeten kunnen veranderen of zelfs het geloof de rug toe keren. En bij het belijden van hun geloof mogen zij ook de uiterlijke kentekenen daarvan voeren: Zij mogen een hoofddoek dragen om te laten zien dat zij de islam aanhangen. Zij mogen een kruis dragen om te getuigen van hun christelijke voorkeur. Ze mogen een keppeltje opdoen om te laten zien dat zij joods zijn. Dit grondrecht sluit naadloos aan op een ander grondrecht.

Vrijheid van meningsuiting

Dit recht is in Nederland een uiterst belangrijk grondbeginsel. Het is voor alle godsdiensten en levensbeschouwingen de absolute voorwaarde om te kunnen bestaan. Hoe had Jezus Christus ooit een nieuwe godsdienst kunnen beginnen als – zeker in het begin – hij niet de betrekkelijke vrijheid gehad zou hebben om kritiek te uiten op het jodendom? Mohammed kon alleen zijn nieuwe godsdienst beginnen omdat hij de vrijheid had het veelgodendom van zijn tijd kritisch te beschouwen. En Luther had voldoende vrijheid om met zijn kritiek op de paus het protestantisme te kunnen starten. Zonder vrijheid van meningsuiting geen vrijheid van godsdienst. Toen in 1543 de autoriteiten van Bazel de Koran confisqueerden, was Luther dan ook volledig consequent door er tegen op te komen. En nog met succes ook. In dit licht gezien is een oproep tot het verbieden van bepaalde boeken iets waar iedereen zich zorgen over zou moeten maken. Alleen toestaan van welgevallige meningen is een typische vorm van dictatuur. Onze vrijheid van meningsuiting is daarmee van grote invloed geweest op onze zo geroemde tolerantie. En tolerantie betekent niet “Niets zeggen waaraan anderen aanstoot kunnen nemen”, maar is juist het toestaan van uitingen die je zou kunnen verbieden of onderdrukken. Als je wel die macht hebt, maar het niet doet, pas dan ben je tolerant. Je mag je best ergeren en de uiting afwijzen, maar verbieden is uit den boze.

Identificatie met Nederland is een morele zaak

Kiezen voor Nederland en het Nederlandse staatsburgerschap heeft niets te maken met klompen, windmolens, kaas, het Nederlands elftal en de Delta Werken. Het heeft echter alles te maken met verbondenheid met kernwaarden zoals democratie, rechtstaat, mensenrechten. Deze zijn – nogmaals gezegd – geen Nederlandse waarden, noch specifiek Europees. Dit zijn universele waarden, waarin elk weldenkend mens zich zou moeten kunnen herkennen. En zo bezien heeft Maxima gelijk: dé Nederlander bestaat niet.
© 2007 - 2009 Hypotheekinfo, gepubliceerd in Sociaal Cultureel (Mens en Samenleving) op 15-10-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hypotheekinfo is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Nederlandse identiteit en multireligieuze samenleving"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.