Sociaal Cultureel en Religie

Moderniteit: conflictmodel, kloofmodel en differentiatiemode

De verhouding tussen religie en andere systemen is steeds problematisch geweest. In de premoderne wereld heerste een harmonisatiemodel: Gods bestaan is een alomvattend systeem, alle menselijke activiteiten staan in harmonie met het geloof. Alle andere domeinen van de samenleving waren ondergeschikt aan de religie. Harmonisatie betekende de facto onderwerping. Dat dit niet kon blijven duren, stond in de sterren geschreven.


Conflictmodel

In de moderniteit vond de functionele differentiatie in subsystemen plaats. In een samenleving waar alle domeinen los van elkaar komen te staan kan een harmoniemodel niet meer functioneren. De wetenschap past zich niet meer aan, er ontstaan structurele
conflicten (cf Galileo ed). De kerk botst regelmatig met andere systemen en worstelt met het nieuwe statuut dat God hierin moet aannemen.

Kloofmodel

Langzamerhand ontplooide zich echter een nieuwe verstandhouding waarbij de kerk zich neerlegt bij de specialisatie. Elk subsysteem gaat daarin los van elkaar functioneren zonder onderlinge interactie. Men noemt dit het kloofmodel : er is een duidelijk en onoverbrugbaar verschil tussen domeinen die elk hun eigen ding doen. Maatschappelijke fenomenen worden in elk domein apart behandeld. Zo zal de kerk zich bv buigen over de zin van een bepaald probleem en zich niet met de technische kant bezighouden, terwijl de wetenschap zich net met het cognitieve zal bezighouden en niet met zingevingsvragen. Er is evenwel een probleem met het kloofmodel : de grenzen tussen godsdienst en wetenschappen, tussen cognitieve interesse en ingevingsinteresse zijn niet zo gemakkelijk te trekken. Er is een grijze zone waarin de domeinen toch met elkaar in aanraking komen.
Een illustratie zijn de bio-ethische debatten. Het onderzoek naar embryo’s bijvoorbeeld is tot op een zeker punt louter wetenschappelijk, maar op een gegeven moment zullen vragen naar zingeving toch bovenkomen waar de wetenschapper moeilijk omheen kan. De vraag wat men met een embryo mag doen is eigenlijk de vraag naar wat menselijk leven betekent. Ook in het DNA-onderzoek is er zo’n spanning. Vanuit de wetenschappen kan men er een zuiver cognitieve interesse voor hebben, maar op een bepaald punt komt alweer de zingeving boven : wil/kan/mag men op voorhand weten welke ziektes men later zal hebben? Het economische aspect – mag een verzekeringsmaatschappij toegang hebben tot die informatie? – heeft ook een raakvlak met deze ethische vraagstellingen.

Differentiatiemodel

Ook het kloofmodel werkt dus niet (meer). Bewust of onbewust gaat de wetenschapper zich bezighouden met zingeving. Een vierde model wordt dan naarvoren geschoven : het differentiatiemodel . Binnen dit model heeft iedereen nog steeds zijn specialiteit zoals in het kloofmodel, maar is er grensoverschrijdend overleg op het ogenblik dat er raakvlakken tussen de domeinen zijn. Dialoog is niet alleen mogelijk maar ook essentieel in dit model.
© 2007 - 2009 Guggenheimer, gepubliceerd in Sociaal Cultureel (Mens en Samenleving) op 20-03-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Guggenheimer is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Moderniteit: conflictmodel, kloofmodel en differentiatiemode"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.