Sociaal Cultureel en Traditie

Modernisering en traditie

Twee schijnbare tegengestelden: modernisering en traditie. Helaas, in een mensenleven evenmin als in een samenleving kunnen lijnen worden getrokken waarbinnen de opvattingen zich ophouden. Alles loopt door elkaar, en ook deze twee stromingen moeten zich verzoenen. Hoe, dat leest u hier.


In de modernisering verliest de godsdienst haar onbevraagdheid. Volgens het moderne denkpatroon houdt God de mensen tam, niet-kritisch, onredelijk. Het is enerzijds puur bijgeloof (in vgl met de wetenschap waar alles draait om experimentele bewijskracht), terwijl het anderzijds de aandacht afleidt van de echte problemen. Door de toenemende aanhang van deze kritiek is het geloof haar invloed verloren. Een reactie daarop was het Katholicisme (supra). In de verzuiling wierp de kerk zich op als een dominante zuil. Men denke niet alleen aan het gemeenschapsonderwijs en de katholieke vakbonden maar ook aan de Scouts & Chiro, een typisch middel om greep te krijgen op de vrije tijd van jongeren binnen de zuil van het Katholicisme. De verzuiling is ambigue van aard. Aan de ene kant biedt het houvast, het maakt deel uit van de identiteit. Aan de andere kant brengt het machtsconcentratie met zich mee, wat tot inefficiëntie van de andere subsystemen leidt. Het onderwijs op staatsniveau werkt hierdoor bv minder goed. De katholieke kerk kent haar ups & downs. Na de Franse revolutie waren de kerken ongeveer even leeg als nu. Ze gebruikt het zuilensysteem (het –isme) om erbovenop te geraken. Ook nu kent de kerk een dieptepunt (bij ons). Ze staat dan ook voor de uitdaging van recontextualisering, ze moet een hernieuwde definitie vinden in onze samenleving. Twee pistes zijn daarbij denkbaar. Ofwel kiest de kerk ervoor zich aan te passen aan de moderne context en met de huidige evoluties mee te evolueren. Ofwel kiest ze ervoor vast te houden aan de traditie en het moderne te verwerpen. Het komt neer op de spanning tussen progressieven en conservatieven, waarbij de eersten het thans te lijken halen op de laatsten.

Aanpassingsstrategie

Hier neemt de context de bovenhand t.o.v. de traditie. Hoe kan de kerk zich aanpassen aan de context?

Theologische conformering
Ten eerste moet de godsdienst worden uitgezuiverd; de afwijkingen tov het huidige denken moeten rechtgezet worden. Men spreekt in dit verband van theologische conformering. Meer concreet moet de kerk afstappen van het “koesthouden” van de bevolking. Ze moet aanzetten tot emancipatie. In de tijden van Daems was het establishment daar duidelijk nog niet klaar voor. De kritiek van Daems dat de bevolking emanipuleerd werd was terecht en kwam daarom nog zo hard aan wanneer het luidop gezegd werd. Daems wou de arbeiders rechten toekennen, hen ontvoogden van de kerk zonder de kerk te verloochenen. Thans is de Katholieke vakbond de grootste, maar toen had de kerk er geen aandacht voor. Men moet ook kritisch naar de eigen religieuze omgeving durven kijken. Het verwijt dat godsdienst bijgeloof is, is nooit veraf; het debat over traditionele vs moderne wetenschappen is nog steeds aan de gang. Het scheppingsverhaal botst bv met Darwins theorieën; onder de aanpassingsstrategie betekent dit dat men de eigen bijbel kritisch moet durven lezen. De bijbel moet gezien worden als een product door mensen opgesteld waarin uitgedrukt staat wat God betekent.
Men kan er oa devolgende kritiek op de bijbel op nahouden. Het ontbreekt de bijbel aan wetenschappelijk gehalte, en dit moet door de godsdienst erkend worden. In de bijbel zijn niet veel dingen per ongeluk gebeurd, de auteurs hebben er telkens een bepaalde boodschap in gestoken. Dit heeft tot contradicties geleid; men denke aan de 7-daagse schepping enerzijds en het verhaal van Adam en Eva anderzijds. Een wetenschappelijke theorie mag in principe geen contradictie bevatten. Modernisten erkennen dan ook stellig dat het slechts mythes zijn en dat ze bovendien (in die vorm) niet de kern zijn : ze zijn net dankbaar voor de kritiek omdat het hen toelaat de mythes eindelijk te vertalen en actualiseren.

De kerk moet zich in de aanpassingsstrategie net aan de kant van de wetenschap scharen. Neem bijvoorbeeld de Zon en de Maan. In veel culturen werden zon en maan als Goden beschouwd. De bijbel daarentegen beschouwt ze als lampen, ze zijn ontgoddelijkt. Het is dus geen bijgeloof, het is onttoverd. Bij het eerste scheppingsverhaal is alles trouwens ding, niets is goddelijk. Wat overschiet in de aanpassingsstrategie is de inhoud, de boodschap zonder de rituelen, de vorm. De traditie (het kerkgaan, het fysieke vasten, het huwen voor de kerk,...) neemt af terwijl de humanistische waarden nog steeds worden aangehangen. Men spreekt ook wel van een inruiling van het Christendom ten voordele van het humanisme, een abstract
ideeënpakket dat focust op vrede, rechtvaardigheid en naastenliefde. (Cf infra voor een illustratie – Engelen). Men spreekt in dit verband van waardengeneralisatie. De waarden komen daarbij los te staan van de concrete verpakking, ze liggen niet meer vervat in specifieke verhalen, symbolen. De traditionele kijk – die net wél de waarde van de traditionele rituelen aanhangt – gaat daar radicaal tegenin.

Theologische recuperatie
De aanpassingsstrategie vraagt tevens dat de kerk een logische verhouding heeft met de moderniteit. De beste manier is te stellen dat de moderniteit eigenlijk de boodschap is van de bijbel, dat de kiem ervan in de godsdienst omvat zit. Daarvoor is wederom onttovering nodig (geen mythes, wel realiteit). Daarnaast is er ook het vooruitgangsgeloof dat in het voordeel speelt van de kerk. In tegenstelling tot andere godsdiensten die een cyclisch tijdsbesef hanteren waarin alles telkens terugkeert, is de katholieke godsdienst gebaseerd op een lineaire opvatting waarin alles telkens beter gaat. Er is een vooruitgang naar het beloofde land. Eén van de elementen daarin was de bevrijding van de slavernij. In haar aanpassing aan de moderniteit kan de Kerk stellen dat de afschaffing ervan een vrucht was van het Christendom.

Verwerpingsstrategie

In de verwerpingsstrategie past men zich niet aan aan de context van de moderniteit maar houdt men net vast aan de traditie. De kerk stelt zich dan anti-wetenschappelijk op.

Anti-moderne apologetiek
Ze wijst daarbij de moderne kritiek en vooronderstellingen af. Net omdat het moderne verworpen wordt blijft men het geloof verdedigen, want dat is anti-modern. Het speelt daarbij in op het onzekerheidsgevoel van de mensen, die volgens de kerk helemaal niet autonoom zijn : ze hebben nood aan houvast en dat is net de rol die de kerk kan vervullen.

Traditionalistische verharding
Tevens plooit men zich in de verwerpingsstrategie terug op de eigen traditie. Zoals ze altijd geweest is hoort te zijn en te blijven, men zal ze met hand en tand verdedigen. Dit is trouwens niet alleen zo binnen het katholicisme; men denke bv aan de neo-gothiek die terugkeert naar de oorspronkelijke gothiek. Hoewel het tijdens de Middeleeuwen veel varianten kende heeft de neo-gothiek thans heel duidelijke regels en waarden – ze proberen haast middeleeuwser te zijn dan de ME zelf.

Kritiek op strategieën

Zowel op de aanpassingsstrategie als de verwerpingsstrategie kan men kritiek uitoefenen.

Kritiek op de verwerpingsstrategie
Het probleem met de verwerping van de moderniteit is dat het de dynamiek van recontextualisering stopt. Het Christendom dreigt te verworden tot een fossiel die niet genoeg levendigheid aan de dag heeft gelegd om zich aan te passen aan de tijden. Uiteindelijk blijft er dan nog slechts een versteende traditie over die weinig te zeggen heeft. Men kan hier trouwens bij opmerken dat de terugplooiing op zichzelf bij traditionalisten een afkeer lijkt in te houden tov de moderniteit, maar toch staat deze houding wel degelijk in verhouding met de moderne context. Een voorbeeld is het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid, afgekondigd in de 19e eeuw en steunend op de gedachte dat de kerk als geheel moeilijk geheel fout kan zijn. Dit is een uiting van de verdedigingsreflex : men hoopt hiermee de functie van de traditie veilig te stellen want als de paus onfeilbaar is, dan is de traditie eigenlijk ook onfeilbaar. Hoewel men dus kan geloven dat dit dogma typisch traditionalistisch is, gebruikt men tegelijkertijd eigenlijk een taktiek van de moderniteit. De onfeilbaarheid is namelijk iets dat men typisch terugvindt in de wetenschap; de positieve wetenschappers claimden de absolute onfeilbaarheid. Zo houdt de traditionalist eigenlijk een spiegel voor in de moderne context. Zo blijkt recontextualisering dus onvermijdelijk, hoezeer men ook gelooft dat men er niets mee te maken heeft. De context speelt altijd in op de levensbeschouwing, welk type men er ook op nahoudt.

Kritiek op de aanpassingsstrategie
De doorgedreven aanpassing dreigt te leiden tot de ontbinding van de godsdienst. Het Christendom zelf wordt namelijk overbodig : men kan gerust de waarden van het Christendom aanhangen als humanist zonder nog Christene te zijn. De waardengeneralisatie zorgt ervoor dat het eigen van het Christendom – de waarden vervat in de traditie steeds minder nodig is. De eerste generatie katholieken leeft nog in een aangepast modern-chirstelijk gezin waarbij men humanist is naar het beeld van Jezus. De tweede generatie zegt ook humanist te zijn, maar heeft Jezus daar niet meer voor nodig. De derde generatie dreigt zelfs het humanisme niet meer aan te hangen. Traditionalisten zullen zeggen dat het Chirstendom enerzijds een pakket waarden is (het modern humanisme), maar anderzijds ook meer dan dat (de intieme geloofservaring). De rituelen zoals het doopsel zijn symbool voor een diepgaande betekenis. Het Christendom sterft evenwel uit want het waardenpakket is ook verkrijgbaar los van het traditionele Christendom. Men noemt zich tegenwoordig wel vaak Christelijk zonder naar de kerk te gaan, louter omdat men wel achter de waarden staat maar niet achter dat “iets meer”. De zuivere idee volstaat volgens de aangepasten, maar dit maakt een wezenlijk deel van het Christendom overbodig.

Pleidooi van Herman De Dijn voor leidooi het traditionalisme
In zijn tekst vertrekt Herman De Dijn vanuit de traditie, tegen de aanpassingsstrategie en ontwikkelt twee voornaamste punten van kritiek.

Kritiek op moderne rationaliteit

In Kants mensbeeld beschikt iedereen over de rede, iedereen is er rationeel. Dit abstract begrip van de rede kan volgens HDD nooit een universeel proces zijn. Het is daarentegen een bepaalde manier van denken in een bepaalde traditie. Volgens hem zou Kant anders gedacht hebben als hij Duitser uit Kalinigrad zou geweest zijn. Denken lijkt eigenlijk op spreken, en ook spreken doe je niet in een universele taal. De taal die je spreekt heeft invloed op de manier van denken.

Kritiek op modern Christendom

Volgens HDD is het moderne Christendom zoals het zich nu aanpast aan de moderniteit gedoemd om te verdwijnen. Waarom ontmythologiseren? Het Christendom is gebaseerd op de Bijbel. Het aangepaste Christendom lees de verhalen als mythen en zoekt er een boodschap in, zonder de mythe als zodanig aan te hangen. Men maakt dus het Christendom los van traditie. HDD is tegen deze reductie van het Christendom tot loutere moraal. Er schuilt namelijk het gevaar in dat het Christendom en uiteindelijk ook de moraal zelf verdwijnen. Het fenomeen van waardengeneralisatie – de vorm en inhoud komen los van elkaar (supra) – zal doorheen de generaties het tanen van het Christendom meebrengen. Inhoud en vorm zijn namelijk onlosmakelijk verbonden met elkaar.

Traditie als levensvorm

Voor HDD heeft traditie een speciale betekenis. Het is een bepaalde levensvorm zoals doorgegeven in een gemeenschap. Het prototype is de Christelijke ervaring. de leerlingen van Jezus vertellen aan een vreemdeling dat bij de kruisiging van hun meester het graf leeg was; ze vertellen hoe bedroefd ze zijn om zijn dood. De vreemdeling wordt kwaad en legt uit hoe alles wat Jezus deed voortvloeit uit het Oude Testament. Ze eten samen; de vreemdelijk breekt het brood. Uiteindelijk herkennen ze Jezus in de vreemdeling aan dit heel concreet gebaar : zonder het brood te breken hadden ze hun meester nooit herkend. De vorm (het ritueel) en de inhoud (het gesprek) hangen samen. HDD beweert dat dat net kenmerkend is voor alle traditie.

Wezenlijk geďncarneerde betekenis

De traditie heeft een aantal kenmerken. Het eerste kenmerk is dat het ze een wezenlijk geďncarneerde betekenis in zich draagt. Vergelijk het met een verkeerslicht : rood betekent dat je moet stoppen. Maar of men nu voor rood of voor blauw gekozen had als symbool doet er uiteindelijk niet toe. Bij traditie is dat niet zo. In de traditie gaat het wezenlijk om iets dat vasthangt met een welbepaalde naam / plaats /... Men kan het vergelijken met een gedicht. Traditie probeert in een vorm iets onzegbaars te zeggen, een vorm die niet vertaalbaar is. Je kan het niet samenvatten. Traditie leeft van het feit dat ze herhaald wordt : het is massief én evolutief. Het is niet zomaar aanpasbaar en flexibel op aanvraag maar het neemt wél een bepaalde vorm aan die evolueert, omdat de taal waarin de traditie wordt gesproken samenhangt met de context. Die taal, de vorm waarin de waarden vervat liggen, is evenwel essentieel voor de betekenis als geheel. Het verschil tussen traditionalisten en modernisten kan geďllustreerd worden aan de hand van het symbool van de ring. Een traditionalist die zijn ring kwijtraakt moet hem absoluut terugvinden, anders is hij niet meer getrouwd. De betekenis zit wezenlijk vervat in het symbool, het is onlosmakelijk verbonden. Voor de modernist daarentegen is getrouwd zijn een abstracte gedachte, het zit voornamelijk in het hoofd. Wanneer 2 mensen denken dat ze getrouwd zijn, is dat eigenlijk al voldoende. De ring drukt slechts uit wat er reeds voordien aanwezig was. In de moderne opvatting draagt men een ring omdat men de partner graag ziet; in de traditionele opvatting ziet men de partner graag omdat men een ring draagt. De centrale vraag is of het symbool iets toevoegt aan de betekenis. Dit komt ook terug in het verschil tussen samenwonen en trouwen : volgens de moderne opvatting staat liefde centraal, in welke vorm ook. Als je het in rituelen giet dreigt het de authenticiteit van de liefde zelfs te ondergraven. Voor traditionelen verandert de betekenis van liefde net wezenlijk (in de zin van absolutre versterking) door het trouwen.
© 2007 - 2009 Guggenheimer, gepubliceerd in Sociaal Cultureel (Mens en Samenleving) op 20-03-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Guggenheimer is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Modernisering en traditie"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.