Stripcultuur: een kennismaking
Om de onderzoeksspecial ‘op zoek naar stripcultuur’ te kunnen begrijpen is enige kennis nodig van de ontwikkeling van de strips in Nederland. Een lezer die ervan uitgaat dat er 50 jaar geleden hetzelfde aanbod aan strips op de markt was heeft het bijvoorbeeld mis. Hierdoor kunnen de opinies over de stripcultuur verkeerd geïnterpreteerd worden. Dit artikel biedt enige basiskennis over de geschiedenis van strips en is daarmee een houvast voor de rest van de artikelen binnen deze onderzoeksspecial. Meer artikelen over Stripcultuur!De geschiedenis van de strip
De strip is de oudste verhaalvorm van de wereld. Bij een matige ontwikkeling van de taalvaardigheden, laat staan het schrift, waren beelden een duidelijke manier om elkaar gebeurtenissen of gedachtes mee te delen. Er is veel bewijs gevonden dat onze voorouders in de prehistorie al ijverig met beeldverhalen aan de slag gingen. Men kan deze in diverse grotten tegenkomen. Niet alleen prehistorische tekeningen willen ons iets vertellen door gebruik te maken van beelden. Ook de Egyptische hiërogliefen, het Mesopotamische geschrift en de Chinese karakters waren gebaseerd op illustraties. 1Wanneer we een stap in de tijd maken, richting 13 jaar na Christus, komen we een beeldverhaal tegen dat een politieke toepassing had. Het verhaal was maar liefst 200 meter lang en omringde een 30 meter hoge zuil. 155 scènes brachten de geslaagde veldtocht van de Romeinse keizer Trajanus tegen de Daciërs in beeld. Een ander voorbeeld dat absoluut genoemd moet worden is het wandtapijt van Bayeux. Het borduurwerk van 70 meter is een beeldverhaal dat de slag bij Hastings in 1066 in 58 afzonderlijke scènes uitbeeld, begeleidt door een korte uitleg in het Latijn. Nadat de katholieke geestelijken deze vorm van kerkelijke versiering hadden goedgekeurd, kwam dit tapijt vanaf 1077 in de nieuwe kathedraal van het Franse stadje Bayeux te hangen. 2
In de negentiende eeuw kreeg de strip zijn definitie vorm. De dagbladen zorgden voor een snelle verspreiding. Overigens praten we hier uiteraard over de strip in zijn moderne vorm: beelden met tekstballonnen of beelden met een onderschrift. 3
Detail van het Bayeux tapijt: de dood en begravenis van Edward the Confessor. Bron: Learning Curve
De strip in Nederland
Om de ontwikkelingen binnen de Nederlandse stripcultuur goed te kunnen interpreteren is het noodzakelijk om te weten in wat voor verschijningsvorm en in welk medium de strips werden verspreid gedurende deze periode.Allereerst waren er aan het begin van de genoemde periode de zogenaamde ‘centsprenten’. Deze waren tot het begin van de twintigste eeuw populair en werden overal in Europa aangetroffen. Dit waren veelal losse bladen met illustraties. Deze waren voorzien van enige regels tekst, zodat de ongeletterden een toelichting konden krijgen van iemand die kon lezen. Voor brede lagen van de bevolking waren de centsprenten daarom een bekend en toegankelijk medium. Ook worden deze centsprenten vaak ‘kinderprenten’ genoemd. Zij zouden daarom voornamelijk voor kinderen bedoeld zijn, maar dat is niet correct. De inhoud was voor volwassenen minstens zo interessant. Daarom is een derde benaming voor deze vorm van strips ‘volksprenten’. De inhoud van de centsprenten was overigens divers. Zij hadden vaak een opvoedkundig of didactisch doel, zoals abc- en rekenprenten of prenten over de vaderlandse geschiedenis. Ook waren er informatieve prenten waar bijvoorbeeld ambachten, beroepen, jaargetijden of deugden en ondeugden werden afgebeeld. Tegenwoordig kennen we beeldromans van beroemde literaire werken, (zie 1.3.2) maar ook in het verleden werden oude volksverhalen zoals Reinaart de Vos en Tijl Uilenspiegel, maar ook wereldliteratuur als Don Quichot, Gulliver, Robinson Crusoë en Münchhausen afgebeeld op centsprenten.4
De eerste uitgave van Donald Duck in 1952. Bron: Astrologie Zeeland
De eerste strips die verschenen in de onderzochte periode werden echter niet hoofdzakelijk verspreid in boekvorm. De verspreiding van strips in dagbladen en tijdschriften gaf het beeldverhaal zijn bekendheid in de eerste twee decennia van de twintigste eeuw. Meerdere Nederlandse kranten startten ieder een eigen strip. Zo publiceerde de Telegraaf de avonturen van Jopie Slim en Dikkie Bigmans. In het Rotterdamsch Nieuwsblad werd Yoebje en Achmed gepubliceerd (1923). Voorwaarts, uit de sociaal-democratische hoek, publiceerde een strip over Hansje Teddybeer en Mimi Poezekat.
De eer van het eerste echte Nederlandse stripblad ging naar Het dubbeltje (1922). Onder het motto een ‘geïllustreerd weekblad voor de jeugd en het huisgezin’ verscheen dit blad wekelijks. Hoewel het de titel kreeg van eerste echte Nederlands stripblad, werden de tekststrips geïmporteerd uit het buitenland.5
De basis voor de strips is rond deze periode gelegd en de komende decennia verschijnen er zowel strips in kranten, tijdschriften en in stripbladen. Stripheld Dick Bos deed in 1940 zijn intrede en de Donald Duck veroverde Nederland in 1952. Natuurlijk zijn er door de jaren heen talloze bekende stripfiguren de revue gepasseerd, maar het voert te ver om hiervan een overzicht te geven.5
Enkele definities
Hoewel het taalgebruik in de wereld van de strip goed te volgen is, is het toch nodig dat er enkele belangrijke begrippen worden beschreven. Om te beginnen zijn er verschillende termen in omloop voor de term ‘strip’. Beeldverhaal is een goed alternatief, maar beeldroman doelt op de stripboeken die bekende literaire werken ‘verstrippen’.Vervolgens zijn er verschillende soorten strips: tekststrips en ballonstrips. De eerste bestaat uit afbeeldingen waaronder een onderschrift van enkele regels of soms zelf tientallen regels te vinden is, de tweede bestaat uit tekstballonnen of denkwolkjes met daarin de uitspraken of gedachtes van de stripfiguren. Uiteraard zijn er ook tekstloze strips, hoewel deze niet vaak voorkomen.
De vorm waarin de strip kan verschijnen is ook verschillend. Stripbladen zijn bladen die een aantal strips bevatten van één of meerdere personages. De bladen kunnen naast strips ook tekstverhalen of een andere inhoud bevatten (puzzels, recepten), maar de strips zijn het belangrijkste element. Met een stripalbum wordt meestal een verzamelwerk bedoeld. De strips in dagbladen beslaan tegenwoordig nog maar een kleine ruimte, maar tientallen jaren geleden waren zij dikwijls paginagroot.
© 2009 - 2012 Paschja, gepubliceerd in Sociaal cultureel (Mens en Samenleving) op .
Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Paschja is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…
Informatie over strips Strips kom je steeds vaker tegen: in de krant, in tijdschriften, op internet, enz. In Nederland be…
Dirkjan, de strip door Mark Retera DirkJan is een korte strip van drie plaatjes. De bedenker van de vaak geniale grappen…
Stripcultuur: hoe er tegenwoordig over strips gedacht wordt De wereld lijkt 180 graden gedraaid te zijn binnen de opinie…
De waarde van een stripalbum U zou ervan kunnen schrikken wat een zeldzaam stripalbum waard is. We staan even stil bij en…
Gerelateerde artikelen
Stripcultuur: in het kort De maatschappelijke opinie rondom strips is in de loop van de jaren sterk veranderd. We kijken…Informatie over strips Strips kom je steeds vaker tegen: in de krant, in tijdschriften, op internet, enz. In Nederland be…
Dirkjan, de strip door Mark Retera DirkJan is een korte strip van drie plaatjes. De bedenker van de vaak geniale grappen…
Stripcultuur: hoe er tegenwoordig over strips gedacht wordt De wereld lijkt 180 graden gedraaid te zijn binnen de opinie…
De waarde van een stripalbum U zou ervan kunnen schrikken wat een zeldzaam stripalbum waard is. We staan even stil bij en…
Reageer op het artikel "Stripcultuur: een kennismaking"
Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.
Bronnen en referenties
- 1. K. Ribbens, R. Sanders. Getekende tijd. Utrecht : Matrijs, 2006. p. 10.
- 2. —. Getekende tijd. Utrecht : Matrijs, 2006. p. 11.
- 3. —. Getekende tijd. Utrecht : Matrijs, 2006. 16.
- 4. Zeeuwse bibliotheek. Kinder- of centsprenten. Zeeuwse bibliotheek. [Online] [Citaat van: 09 01 2009.] http://www.zebi.nl/catalogi/collecties/kinderprenten.
- 5. K. Ribbens, R. Sanders. p. 21.