Tehilliem: Psalm 18 - een Joodse uitleg

Tehilliem: Psalm 18 - een Joodse uitleg

Als men een wonder ervaart, moet men een lied aan God aanbieden, inclusief al de wonderen die plaats hebben gevonden sinds de wereld werd geschapen, als ook het goede dat God heeft gedaan voor Israël bij het geven van de Tora. En men moet zeggen: "Hij die deze wonderen heeft getoond, mag Hij hetzelfde met me doen." Koning David schreef dit gebed toen hij nog jong was en omgeven werd door vele problemen en ongelukken. Dit lied moest hem kracht geven voor de rest van zijn leven.

Tekst Psalm 18

Van den knecht des Heren, van David, die tot den Here de woorden van dit lied sprak, ten dage dat de Here hem verlost had uit den greep van al zijn vijanden en uit de hand van Saul.
Hij zeide:
Ik heb U hartelijke lief, Here mijn sterkte,
o Here, mijn steenrots, mijn vesting en mijn bevrijder,
mijn God, mijn Rots, bij wie ik schuil,
mijn schild, hoorn mijns heils, mijn burcht.
Geloofd zij de Here, roep ik uit;
want van mijn vijanden ben ik verlost.
Banden des doods hadden mij omvangen,
en stromen van verderf hadden mij overvallen,
banden van het dodenrijk hadden mij omgeven,
valstrikken van den dood lagen op mijn weg.
Toen het mij bang te moede was, riep ik den Here aan,
tot mijn God riep ik om hulp.
Hij hoorde mijn stem uit zijn paleis,
mijn hulpgeroep tot Hem drong door in zijn oren.
Toen dreunde en beefde de aarde
en de grondvesten der berg sidderden
en daverden, omdat Hij in toorn ontbrand was.
Rook steeg op uit zijn neus,
verterend vuur kwam voort uit zijn mond, kolen raakten er door in brand.
Hij neigde den hemel en daalde neder,
donkerheid was onder zijn voeten,
Hij reed op een cherub en vloog
en zweefde op de vleugels van den wind,
Hij stelde het duister tot zijn omhulsel,
tot zijn beschutting rondom Zich:
duistere wateren, wolkengevaarten.
…..
…..
Gij deed mij ontkomen aan de twisten van het volk,
Gij stelde mij tot hoofd der natiën;
volken die ik niet kende, werden mij dienstbaar;
nauwelijks hadden zij van mij gehoord,
of zij gehoorzaamden mij;
vreemden veinsden onderdanigheid tegenover mij,
Vreemden verloren hun kracht
en verlieten bevend hun burchten.
De Here leeft. Geprezen zij mijn Rots,
en verhoogd zij de God mijns heils,
de God, die mij wraak heeft verleend,
die volken onder mij gebracht heeft,
die mij van mijn vijanden heeft gered.
Ja, Gij hebt mij verhoogd boven hen die tegen mij stonden,
Gij hebt mij gered van den geweldenaar.
Daarom loof ik U, o Here, onder de volken
en wil ik uw naam psalmzingen.
Hij schenkt zijn koning grote uitreddingen,
en betoont trouw aan zijn gezalfde,
aan David en zijn nageslacht voor altijd.


Hebreeuwse tekst van Psalm 18

א לַמְנַצֵּחַ לְעֶבֶד יְהוָה לְדָוִדאֲשֶׁר דִּבֶּר לַיהוָה אֶת-דִּבְרֵי הַשִּׁירָה הַזֹּאת בְּיוֹם הִצִּיל-יְהוָה אוֹתוֹ מִכַּף כָּל-אֹיְבָיו וּמִיַּד שָׁאוּל. ב וַיֹּאמַר אֶרְחָמְךָ יְהוָה חִזְקִי. ג יְהוָה סַלְעִי וּמְצוּדָתִי וּמְפַלְטִיאֵלִי צוּרִי אֶחֱסֶה-בּוֹ מָגִנִּי וְקֶרֶן-יִשְׁעִי מִשְׂגַּבִּי. ד מְהֻלָּל אֶקְרָא יְהוָה וּמִן-אֹיְבַי אִוָּשֵׁעַ. ה אֲפָפוּנִי חֶבְלֵי-מָוֶת וְנַחֲלֵי בְלִיַּעַל יְבַעֲתוּנִי. ו חֶבְלֵי שְׁאוֹל סְבָבוּנִי קִדְּמוּנִי מוֹקְשֵׁי מָוֶת. ז בַּצַּר-לִי אֶקְרָא יְהוָה וְאֶל-אֱלֹהַי אֲשַׁוֵּעַיִשְׁמַע מֵהֵיכָלוֹ קוֹלִי וְשַׁוְעָתִי לְפָנָיו תָּבוֹא בְאָזְנָיו. ח וַתִּגְעַשׁ וַתִּרְעַשׁ הָאָרֶץ וּמוֹסְדֵי הָרִים יִרְגָּזוּוַיִּתְגָּעֲשׁוּ כִּי-חָרָה לוֹ. ט עָלָה עָשָׁן בְּאַפּוֹ וְאֵשׁ-מִפִּיו תֹּאכֵלגֶּחָלִים בָּעֲרוּ מִמֶּנּוּ. י וַיֵּט שָׁמַיִם וַיֵּרַד וַעֲרָפֶל תַּחַת רַגְלָיו. יא וַיִּרְכַּב עַל-כְּרוּב וַיָּעֹף וַיֵּדֶא עַל-כַּנְפֵי-רוּחַ. יב יָשֶׁת חֹשֶׁךְ סִתְרוֹ סְבִיבוֹתָיו סֻכָּתוֹחֶשְׁכַת-מַיִם עָבֵי שְׁחָקִים. יג מִנֹּגַהּ נֶגְדּוֹ עָבָיו עָבְרוּ בָּרָד וְגַחֲלֵי-אֵשׁ. יד וַיַּרְעֵם בַּשָּׁמַיִם יְהוָה וְעֶלְיוֹן יִתֵּן קֹלוֹ בָּרָד וְגַחֲלֵי-אֵשׁ. טו וַיִּשְׁלַח חִצָּיו וַיְפִיצֵם וּבְרָקִים רָב וַיְהֻמֵּם. טז וַיֵּרָאוּ אֲפִיקֵי מַיִם וַיִּגָּלוּ מוֹסְדוֹת תֵּבֵלמִגַּעֲרָתְךָ יְהוָה מִנִּשְׁמַת רוּחַ אַפֶּךָ. יז יִשְׁלַח מִמָּרוֹם יִקָּחֵנִי יַמְשֵׁנִי מִמַּיִם רַבִּים. יח יַצִּילֵנִי מֵאֹיְבִי עָז וּמִשֹּׂנְאַי כִּי-אָמְצוּ מִמֶּנִּי. יט יְקַדְּמוּנִי בְיוֹם-אֵידִי וַיְהִי-יְהוָה לְמִשְׁעָן לִי. כ וַיּוֹצִיאֵנִי לַמֶּרְחָב יְחַלְּצֵנִי כִּי חָפֵץ בִּי. כא יִגְמְלֵנִי יְהוָה כְּצִדְקִי כְּבֹר יָדַי יָשִׁיב לִי. כב כִּי-שָׁמַרְתִּי דַּרְכֵי יְהוָה וְלֹא-רָשַׁעְתִּי מֵאֱלֹהָי. כג כִּי כָל-מִשְׁפָּטָיו לְנֶגְדִּי וְחֻקֹּתָיו לֹא-אָסִיר מֶנִּי. כד וָאֱהִי תָמִים עִמּוֹ וָאֶשְׁתַּמֵּר מֵעֲו‍ֹנִי. כה וַיָּשֶׁב-יְהוָה לִי כְצִדְקִי כְּבֹר יָדַי לְנֶגֶד עֵינָיו. כו עִם-חָסִיד תִּתְחַסָּד עִם-גְּבַר תָּמִים תִּתַּמָּם. כז עִם-נָבָר תִּתְבָּרָר וְעִם-עִקֵּשׁ תִּתְפַּתָּל. כח כִּי-אַתָּה עַם-עָנִי תוֹשִׁיעַ וְעֵינַיִם רָמוֹת תַּשְׁפִּיל. כט כִּי-אַתָּה תָּאִיר נֵרִי יְהוָה אֱלֹהַי יַגִּיהַּ חָשְׁכִּי. ל כִּי-בְךָ אָרֻץ גְּדוּד וּבֵאלֹהַי אֲדַלֶּג-שׁוּר. לא הָאֵל תָּמִים דַּרְכּוֹאִמְרַת-יְהוָה צְרוּפָה מָגֵן הוּא לְכֹל הַחֹסִים בּוֹ. לב כִּי מִי אֱלוֹהַּ מִבַּלְעֲדֵי יְהוָה וּמִי צוּר זוּלָתִי אֱלֹהֵינוּ. לג הָאֵל הַמְאַזְּרֵנִי חָיִל וַיִּתֵּן תָּמִים דַּרְכִּי. לד מְשַׁוֶּה רַגְלַי כָּאַיָּלוֹת וְעַל בָּמֹתַי יַעֲמִידֵנִי. לה מְלַמֵּד יָדַי לַמִּלְחָמָה וְנִחֲתָה קֶשֶׁת-נְחוּשָׁה זְרוֹעֹתָי. לו וַתִּתֶּן-לִי מָגֵן יִשְׁעֶךָ וִימִינְךָ תִסְעָדֵנִי וְעַנְוַתְךָ תַרְבֵּנִי. לז תַּרְחִיב צַעֲדִי תַחְתָּי וְלֹא מָעֲדוּ קַרְסֻלָּי. לח אֶרְדּוֹף אוֹיְבַי וְאַשִּׂיגֵם וְלֹא-אָשׁוּב עַד-כַּלּוֹתָם. לט אֶמְחָצֵם וְלֹא-יֻכְלוּ קוּם יִפְּלוּ תַּחַת רַגְלָי. מ וַתְּאַזְּרֵנִי חַיִל לַמִּלְחָמָה תַּכְרִיעַ קָמַי תַּחְתָּי. מא וְאֹיְבַי נָתַתָּה לִּי עֹרֶף וּמְשַׂנְאַי אַצְמִיתֵם. מב יְשַׁוְּעוּ וְאֵין-מוֹשִׁיעַ עַל-יְהוָה וְלֹא עָנָם. מג וְאֶשְׁחָקֵם כְּעָפָר עַל-פְּנֵי-רוּחַ כְּטִיט חוּצוֹת אֲרִיקֵם. מד תְּפַלְּטֵנִי מֵרִיבֵי-עָם תְּשִׂימֵנִי לְרֹאשׁ גּוֹיִם עַם לֹא-יָדַעְתִּי יַעַבְדוּנִי. מה לְשֵׁמַע אֹזֶן יִשָּׁמְעוּ לִי בְּנֵי-נֵכָר יְכַחֲשׁוּ-לִי. מו בְּנֵי-נֵכָר יִבֹּלוּ וְיַחְרְגוּ מִמִּסְגְּרוֹתֵיהֶם. מז חַי-יְהוָה וּבָרוּךְ צוּרִי וְיָרוּם אֱלוֹהֵי יִשְׁעִי. מח הָאֵל הַנּוֹתֵן נְקָמוֹת לִי וַיַּדְבֵּר עַמִּים תַּחְתָּי. מט מְפַלְּטִי מֵאֹיְבָי אַף מִן-קָמַי תְּרוֹמְמֵנִי מֵאִישׁ חָמָס תַּצִּילֵנִי. נ עַל-כֵּן אוֹדְךָ בַגּוֹיִם יְהוָה וּלְשִׁמְךָ אֲזַמֵּרָה. נא מַגְדִּל יְשׁוּעוֹת מַלְכּוֹוְעֹשֶׂה חֶסֶד לִמְשִׁיחוֹ לְדָוִד וּלְזַרְעוֹ עַד-עוֹלָם.

Toelichting op Psalm 18

persoonlijke redding
Koning David schreef dit gebed toen hij nog jong was en omgeven werd door vele problemen en ongelukken. Dit lied moest hem kracht geven voor de rest van zijn leven. Hij had het lied dan ook altijd bij de hand voor persoonlijke redding.

Hashem liefhebben betekent kracht ondervinden
Hashem wordt geliefd door Zijn dienaar en dit geeft al kracht uit zichzelf. Dit is één van de wonderlijke kenmerken van Hashem hoe meer we Hem liefhebben hoe sterker we ons voelen. Hashem is niet alleen ons fort maar is ook de kracht die ons redt wanneer we dreigen weg te glijden van zijn fort. David kende vele vijanden, zowel buiten hem als binnenin hem. Door Hashem aan te roepen bleef hij gefocust op de waarheid.

De wondere manieren waarop Hashem ons redt
In veel gevallen leken de vijanden sterker te zijn dan David, maar door zich te focussen op de liefde van Hashem werden zijn vijanden vernietigd. Wij kennen allemaal momenten waarop het kwaad groter lijkt dan we aan kunnen. Maar dan is Hashem altijd aanwezig om ons redding te geven. Dit klinkt makkelijker dan het is, maar toch is het waar. Veel van de problemen hebben we zelf veroorzaakt omdat we onze spirituele potentie niet voldoende ontwikkeld hebben. Net zoals David dienen we deze psalm bij ons te dragen om problemen te overwinnen.

Meer informatie in onze special Tehilliem: Psalm 16 tot en met Psalm 30.
© 2009 - 2012 Etsel, gepubliceerd in Religie (Mens en Samenleving) op . Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Etsel is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…

Gerelateerde artikelen
Tehilliem: Psalm 14 - een Joodse uitleg Koning David vertelt ons de werkelijkheid van het leven, maar hij doet het van ee…
Tehilliem: Psalm 13 - een Joodse uitleg Onze geest is een tricky plek. Het is als drijfzand. Het trekt ons om het foute t…
Tehilliem: Psalm 3 - een Joodse uitleg Psalm 3 is het lied van Koning David die echte berouw toont aan HaShem (God) en da…
Mooie bijbelteksten en gedichtjes voor op een geboortekaart Christelijke ouders kiezen er vaak voor om een bijbelse tekst…
Tehilliem: Psalm 23 - een Joodse uitleg Psalm 23 wordt in vele Joodse gemeenten aan het eind van de dienst gezegd, gevolg…

Reageer op het artikel "Tehilliem: Psalm 18 - een Joodse uitleg"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.
Infoteur: Etsel
Rubriek: Mens en Samenleving / Religie
Schrijf mee!