Religie en Mattheüs

Joodse visie: anti-Joodse teksten in Evangelie naar Mattheüs

Steeds meer christelijke geleerden komen tot de conclusie wat Joden allang weten, namelijk dat het antisemitisme haar oorsprong heeft in het Nieuwe Testament. In dit artikel aandacht voor de verzen uit het Evangelie naar Mattheüs: Mattheüs 3:7, Mattheüs 12:34, Mattheüs 15:3-9, Mattheüs 15:12-14, Mattheüs 16:6, Mattheüs 19:3-9, Mattheüs 19:28, Mattheüs 22:18-19, Mattheüs 23:13-36, Mattheüs 26:59-68, Mattheüs 27:1-26, Mattheüs 27:62-66, Mattheüs 28:4, en Mattheüs 28:11-15.


Wat is het Evangelie naar Mattheüs?

Het Evangelie naar Matthëus is waarschijnlijk in het jaar 75 vanaf het begin van de gewone jaartelling geschreven. Mattheüs was naar eigen zeggen eerst een tollenaar die voor de Romeinen belasting inde. Tollenaars stonden laag in aanzien. Desondanks werd hij door Jezus uitgekozen als apostel. Een belangrijk onderdeel van Mattheüs is de Bergrede hoofdstuk 5 tot en met 7). Hier spreekt Jezus vanaf een berg (vergelijkbaar met Mozes die op de Sinaï de Tora ontvangt). Jezus spreekt onder meer over de acht zaligheden en over vergelding (het keren van de andere wang). Tevens draagt hij het Onze Vader op. Het heeft veel verwijzingen naar de Joodse Bijbel (Oude Testament), waarschijnlijk vooral om aan te tonen dat Jezus de in de Joodse Bijbel aangekondigde Messias zou zijn.

Het Evangelie naar Mattheüs is een afschuwelijk antisemitisch boek

Wie het Evangelie naar Mattheüs leest moet dit eigenlijk met een enorme afschuw doen. Het is een puur antisemitisch geschrift waar Joden van alles en nog wat worden beticht. Deze valse indoctrinatie heeft ertoe geleid dat in de loop der eeuwen vele miljoenen Joden zijn vermoord, met als dieptepunt de Sjoa (Holocaust).

In dit artikel citeer ik de anti-Joodse teksten uit Mattheüs (Statenvertaling) waarvan er meestal wel eentje elke zondag in de verschillende kerkgemeenschappen worden voorgelezen.

Het evangelie naar Matteüs

BronTekst
Mattheüs 3:7Hij dan, ziende velen van de Farizeën en Sadduceën tot zijn doop komen, sprak tot hen: Gij adderengebroedsels! wie heeft u aangewezen te vlieden van den toekomenden toorn?
Mattheüs 12:34Gij adderengebroedsels! hoe kunt gij goede dingen spreken, daar gij boos zijt? want uit den overvloed des harten spreekt de mond.
Mattheüs 15:3-9Maar Hij, antwoordende, zeide tot hen: Waarom overtreedt ook gij het gebod Gods, door uw inzetting? Want God heeft geboden, zeggende: Eert uw vader en moeder, en: Wie vader of moeder vloekt, die zal den dood sterven. Maar gij zegt: Zo wie tot vader of moeder zal zeggen: Het is een gave, zo wat u van mij zou kunnen ten nutte komen; en zijn vader of zijn moeder geenszins zal eren, die voldoet. En gij hebt alzo Gods gebod krachteloos gemaakt door uw inzetting. Gij geveinsden! Wel heeft Jesaja van u geprofeteerd, zeggende: Dit volk genaakt Mij met hun mond, en eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich verre van Mij; Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden van mensen zijn.
Mattheüs 15:12-14Toen kwamen Zijn discipelen tot Hem, en zeiden tot Hem: Weet Gij wel, dat de Farizeën deze rede horende, geërgerd zijn geweest? Maar Hij, antwoordende zeide: Alle plant, die Mijn hemelse Vader niet geplant heeft, zal uitgeroeid worden. Laat hen varen; zij zijn blinde leidslieden der blinden. Indien nu de blinde den blinde leidt, zo zullen zij beiden in den gracht vallen.
Mattheüs 16:6En Jezus zeide tot hen: Ziet toe, en wacht u van den zuurdesem der Farizeën en Sadduceën.
Mattheüs 19:3-9En de Farizeën kwamen tot Hem, verzoekende Hem, en zeggende tot Hem: Is het een mens geoorloofd zijn vrouw te verlaten, om allerlei oorzaak? Doch Hij, antwoordende, zeide tot hen: Hebt gij niet gelezen, Die van den beginne den mens gemaakt heeft, dat Hij ze gemaakt heeft man en vrouw? En gezegd heeft: Daarom zal een mens vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot een vlees zijn; Alzo dat zij niet meer twee zijn, maar een vlees. Hetgeen dan God samengevoegd heeft, scheide de mens niet. Zij zeiden tot hem: Waarom heeft dan Mozes geboden een scheidbrief te geven en haar te verlaten? Hij zeide tot hen: Mozes heeft vanwege de hardigheid uwer harten u toegelaten uw vrouwen te verlaten; maar van den beginne is het alzo niet geweest. Maar Ik zeg u, dat zo wie zijn vrouw verlaat, anders dan om hoererij, en een andere trouwt, die doet overspel, en die de verlatene trouwt, doet ook overspel.
Mattheüs 19:28En Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat gij, die Mij gevolgd zijt, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal gezeten zijn op den troon Zijner heerlijkheid, dat gij ook zult zitten op twaalf tronen, oordelende de twaalf geslachten Israëls.
Mattheüs 22:18-19Maar Jezus, bekennende hun boosheid, zeide: Gij geveinsden, wat verzoekt gij Mij? Toont Mij de schattingpenning. En zij brachten Hem een penning.
Mattheüs 23:13-36Maar wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeën, gij geveinsden! want gij sluit het Koninkrijk der hemelen voor de mensen, overmits gij daar niet ingaat, noch degenen, die ingaan zouden, laat ingaan. Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeën, gij geveinsden, want gij eet de huizen der weduwen op, en dat onder den schijn van lang te bidden; daarom zult gij te zwaarder oordeel ontvangen. Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeën, gij geveinsden, want gij omreist zee en land, om een Jodengenoot te maken, en als hij het geworden is, zo maakt gij hem een kind der helle, tweemaal meer dan gij zijt. Wee u, gij blinde leidslieden, die zegt: Zo wie gezworen zal hebben bij den tempel, dat is niets; maar zo wie gezworen zal hebben bij het goud des tempels, die is schuldig. Gij dwazen en blinden, want wat is meerder, het goud, of de tempel, die het goud heiligt? En zo wie gezworen zal hebben bij het altaar, dat is niets; maar zo wie gezworen zal hebben bij de gave, die daarop is, die is schuldig. Gij dwazen en blinden, want wat is meerder, de gave, of het altaar, dat de gave heiligt? Daarom wie zweert bij het altaar, die zweert bij hetzelve, en bij al wat daarop is. En wie zweert bij den tempel, die zweert bij denzelven, en bij Dien, Die daarin woont. En wie zweert bij den hemel, die zweert bij den troon Gods, en bij Dien, Die daarop zit. Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeën, gij geveinsden, want gij vertient de munte, en de dille, en den komijn, en gij laat na het zwaarste der wet, namelijk het oordeel, en de barmhartigheid, en het geloof. Deze dingen moest men doen, en de andere niet nalaten. Gij blinde leidslieden, die de mug uitzijgt, en den kemel doorzwelgt. Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeën, gij geveinsden, want gij reinigt het buitenste des drinkbekers, en des schotels, maar van binnen zijn zij vol van roof en onmatigheid. Gij blinde Farizeër, reinig eerst wat binnen in den drinkbeker en den schotel is, opdat ook het buitenste derzelve rein worde. Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeën, gij geveinsden, want gij zijt den witgepleisterden graven gelijk, die van buiten wel schoon schijnen, maar van binnen zijn zij vol doodsbeenderen en alle onreinigheid. Alzo ook schijnt gij wel den mensen van buiten rechtvaardig, maar van binnen zijt gij vol geveinsdheid en ongerechtigheid. Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeën, gij geveinsden, want gij bouwt de graven der profeten op, en versiert de graftekenen der rechtvaardigen; En zegt: Indien wij in de tijden onzer vaderen waren geweest, wij zouden met hen geen gemeenschap gehad hebben aan het bloed der profeten. Aldus getuigt gij tegen uzelven, dat gij kinderen zijt dergenen, die de profeten gedood hebben. Gij dan ook, vervult de mate uwer vaderen! Gij slangen, gij adderengebroedsels! hoe zoudt gij de helse verdoemenis ontvlieden? Daarom ziet, Ik zende tot u profeten, en wijzen, en schriftgeleerden, en uit dezelve zult gij sommigen doden en kruisigen, en sommigen uit dezelve zult gij geselen in uw synagogen, en zult hen vervolgen van stad tot stad; Opdat op u kome al het rechtvaardige bloed, dat vergoten is op de aarde, van het bloed des rechtvaardigen Abels af, tot op het bloed van Zacharia, den zoon van Barachia, welken gij gedood hebt tussen den tempel en het altaar. Voorwaar zeg Ik u: Al deze dingen zullen komen over dit geslacht.
Mattheüs 26:59-68En de overpriesters, en de ouderlingen, en de gehele grote raad zochten valse getuigenis tegen Jezus, opdat zij Hem doden mochten; en vonden niet. En hoewel er vele valse getuigen gekomen waren, zo vonden zij toch niet. Maar ten laatste kwamen twee valse getuigen, en zeiden: Deze heeft gezegd: Ik kan den tempel Gods afbreken, en in drie dagen denzelven opbouwen. En de hogepriester, opstaande, zeide tot Hem: Antwoordt Gij niets? Wat getuigen dezen tegen U? Doch Jezus zweeg stil. En de hogepriester, antwoordende, zeide tot Hem: Ik bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God? Jezus zeide tot hem: Gij hebt het gezegd. Doch Ik zeg ulieden: Van nu aan zult gij zien den Zoon des mensen, zittende ter rechter hand der kracht Gods, en komende op de wolken des hemels. Toen verscheurde de hogepriester zijn klederen, zeggende: Hij heeft God gelasterd, wat hebben wij nog getuigen van node? Ziet, nu hebt gij Zijn gods lastering gehoord. Wat dunkt ulieden? En zij, antwoordende, zeiden: Hij is des doods schuldig. Toen spogen zij in Zijn aangezicht, en sloegen Hem met vuisten. En anderen gaven Hem kinnebakslagen, zeggende: Profeteer ons, Christus, wie is het, die U geslagen heeft?
Mattheüs 27:1-26Als het nu morgenstond geworden was, hebben al de overpriesters en de ouderlingen des volks te zamen raad genomen tegen Jezus, dat zij Hem doden zouden. En Hem gebonden hebbende, leidden zij Hem weg, en gaven Hem over aan Pontius Pilatus, den stadhouder. Toen heeft Judas, dien Hem verraden had, ziende, dat Hij veroordeeld was, berouw gehad, en heeft de dertig zilveren penningen den overpriesters en den ouderlingen wedergebracht, Zeggende: Ik heb gezondigd, verradende het onschuldig bloed! Maar zij zeiden: Wat gaat ons dat aan? Gij moogt toezien. En als hij de zilveren penningen in den tempel geworpen had, vertrok hij, en heengaande verworgde zichzelven. En de overpriesters, de zilveren penningen nemende, zeiden: Het is niet geoorloofd, dezelve in de offerkist te leggen, dewijl het een prijs des bloeds is. En te zamen raad gehouden hebbende, kochten zij daarmede den akker des pottenbakkers, tot een begrafenis voor de vreemdelingen. Daarom is die akker genaamd de akker des bloeds, tot op den huidigen dag. Toen is vervuld geworden, hetgeen gesproken is door den profeet Jeremia, zeggende: En zij hebben de dertig zilveren penningen genomen, de waarde des Gewaardeerden van de kinderen Israëls, Denwelken zij gewaardeerd hebben; En hebben dezelve gegeven voor den akker des pottenbakkers; volgens hetgeen mij de Heere bevolen heeft. En Jezus stond voor den stadhouder; en de stadhouder vraagde Hem, zeggende: Zijt Gij de Koning der Joden? En Jezus zeide tot hem: Gij zegt het. En als Hij van de overpriesters en de ouderlingen beschuldigd werd, antwoordde Hij niets. Toen zeide Pilatus tot Hem: Hoort Gij niet, hoevele zaken zij tegen U getuigen? Maar Hij antwoordde hem niet op een enig woord, alzo dat de stadhouder zich zeer verwonderde. En op het feest was de stadhouder gewoon den volke een gevangene los te laten, welken zij wilden. En zij hadden toen een welbekenden gevangene, genaamd Bar-abbas. Als zij dan vergaderd waren, zeide Pilatus tot hen: Welken wilt gij, dat ik u zal loslaten, Bar-abbas, of Jezus, Die genaamd wordt Christus? Want hij wist, dat zij Hem door nijdigheid overgeleverd hadden. En als hij op den rechterstoel zat, zo heeft zijn huisvrouw tot hem gezonden, zeggende: Heb toch niet te doen met dien Rechtvaardige; want ik heb heden veel geleden in den droom om Zijnentwil. Maar de overpriesters en de ouderlingen hebben den scharen aangeraden, dat zij zouden Bar-abbas begeren, en Jezus doden. En de stadhouder, antwoordende, zeide tot hen: Welken van deze twee wilt gij, dat ik u zal loslaten? En zij zeiden: Bar-abbas. Pilatus zeide tot hen: Wat zal ik dan doen met Jezus, Die genaamd wordt Christus? Zij zeiden allen tot hem: Laat Hem gekruisigd worden. Doch de stadhouder zeide: Wat heeft Hij dan kwaads gedaan? En zij riepen te meer, zeggende: Laat Hem gekruisigd worden! Als nu Pilatus zag, dat hij niet vorderde, maar veel meer dat er oproer werd, nam hij water en wies de handen voor de schare, zeggende: Ik ben onschuldig aan het bloed dezes Rechtvaardigen; gijlieden moogt toezien. En al het volk, antwoordende, zeide: Zijn bloed kome over ons, en over onze kinderen. Toen liet hij hun Bar-abbas los, maar Jezus gegeseld hebbende, gaf hij Hem over om gekruisigd te worden.
Mattheüs 27:62-66Des anderen daags nu, welke is na de voorbereiding, vergaderden de overpriesters en de Farizeën tot Pilatus, Zeggende: Heer, wij zijn indachtig, dat deze verleider, nog levende, gezegd heeft: Na drie dagen zal Ik opstaan. Beveel dan, dat het graf verzekerd worde tot den derden dag toe, opdat Zijn discipelen misschien niet komen bij nacht, en stelen Hem, en zeggen tot het volk: Hij is opgestaan van de doden; en zo zal de laatste dwaling erger zijn, dan de eerste. En Pilatus zeide tot henlieden: Gij hebt een wacht; gaat heen, verzekert het, gelijk gij het verstaat. En zij heengaande, verzekerden het graf met de wacht, den steen verzegeld hebbende.
Mattheüs 28:4En uit vrees van hem zijn de wachters zeer verschrikt geworden, en werden als doden.
Mattheüs 28:11-15En als zij heengingen, ziet, enigen van de wacht kwamen in de stad, en boodschapten den overpriesters al de dingen, die geschied waren. En zij vergaderd zijnde met de ouderlingen, en te zamen raad genomen hebbende, gaven zij den krijgsknechten veel gelds, En zeiden: Zegt: Zijn discipelen zijn des nachts gekomen, en hebben Hem gestolen, als wij sliepen. En indien zulks komt gehoord te worden van den stadhouder, wij zullen hem tevreden stellen, en maken, dat gij zonder zorg zijt. En zij, het geld genomen hebbende, deden, gelijk zij geleerd waren. En dit woord is verbreid geworden bij de Joden tot op den huidigen dag.

Geef uw mening

In Nederland heeft Geert Wilders gezegd dat grote stukken uit de Koran verwijderd dienen te worden vanwege antisemitische uitlatingen. Wanneer we kijken naar het Nieuwe Testament en in dit geval het Evangelie naar Mattheüs vindt u dan ook dat bovengenoemde anti-Joodse passages verwijderd dienen te worden?

Geef uw mening weer onderaan dit artikel in het reactieblokje.

Meer over het verschil tussen Jodendom en christendom is te lezen in mijn special In welk opzicht het Jodendom verschilt van het christendom
© 2008 - 2010 Etsel, gepubliceerd in Religie (Mens en Samenleving) op 11-12-2008, laatst gewijzigd op 21-01-2009. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Etsel is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Joodse visie: anti-Joodse teksten in Evangelie naar Mattheüs"


Door Zandbergen (infoteur) op 22-01-2009

Het joodse volk wordt niet ingelijfd bij het christendom, maar heidense volken worden toegevoegd aan het heilsplan van God. M.a.w de edele tak (jodendom) en de wilde tak(heidenen) van de olijfboom vormen Gods uitverkoren volk.
Zie Romeinen 11:
En als nu sommige takken van de edele olijfboom zijn afgebroken en u, loten van een wilde olijfboom, tussen de overgebleven takken bent geënt en mag delen in de vruchtbaarheid van de wortel, 18 dan moet u zich niet boven de takken verheffen. Als u dat doet, moet u goed bedenken dat niet u de wortel draagt, maar de wortel u. 19 Maar nu zult u tegenwerpen: ?Die takken zijn toch afgebroken zodat ik geënt kon worden?? 20 Zeker, ze zijn afgebroken vanwege hun ongeloof en u dankt uw plaats aan uw geloof. Wees daarom echter niet hoogmoedig, maar heb ontzag voor God: 21 als hij de oorspronkelijke takken al niet heeft gespaard, zou hij u dan wel sparen? 22 Houd daarom voor ogen dat God niet alleen goed is, maar ook streng. Hij is streng voor wie gevallen zijn, maar goed voor u ? als u tenminste trouw blijft aan zijn goedheid, want anders wordt ook u afgekapt. 23 En als de Israëlieten niet volharden in hun ongeloof, zullen ook zij worden geënt, want God is bij machte hen opnieuw te enten. 24 Immers, als u die van nature een tak van de wilde olijfboom bent, tegen de natuur in op de edele olijfboom bent geënt, hoeveel eerder zullen dan zij die er van nature bij horen, op die boom worden geënt!
25 Er is, broeders en zusters, een goddelijk geheim dat ik u niet wil onthouden, omdat ik wil voorkomen dat u op uw eigen inzicht afgaat. Slechts een deel van Israël werd onbuigzaam, en dat alleen tot het moment dat alle heidenen zijn toegetreden. 26 Dan zal heel Israël worden gered, zoals ook geschreven staat: ?De redder zal uit Sion komen, en wentelt dan de schuld af van Jakobs nageslacht. 27 Dit is mijn verbond met hen, wanneer ik hun zonden wegneem.? 28 Ze zijn Gods vijanden geworden opdat het evangelie aan u kon worden verkondigd, maar God blijft hen liefhebben omdat hij de aartsvaders heeft uitgekozen. Reactie infoteur op 22-01-2009:Shalom,

Je kan voor het Messiaanse tijdperk beter de Joodse Bijbel lezen waarin alles voorspeld wordt. Ik heb er het volgende artikel over geschreven:
http://mens-en-samenleving.infonu.nl/religie/11926-het-messiaanse-tijdperk.html.

Graag verneem ik van je of je deze Joodse visie kunt delen.

Groet, Etsel

Door Zandbergen (infoteur) op 21-01-2009

De ergste vorm van antisemitisme vind ik het joodse volk Yeshua onthouden als hun verlosser. Yeshua is hen ontroofd door de christenen die dachten dat joodzijn irrelevant was maar gelukkig vinden velen hem terug! Reactie infoteur op 22-01-2009:Shalom,

Ik denk dat het omgekeerde het geval is. Door de Joden te laten bekeren tot het christendom, wordt het Joodse volk opgeheven. Dan zou er bovendien niemand meer zijn die de opdracht van G'd met behulp van de Tora kan vervullen. Ik wijs erop dat de christenen de Tora niet naleven.

Groet, Etsel

Door Zandbergen (infoteur) op 21-01-2009

Je beschuldigt mattheus van geschiedenisvervalsing, maar op welke bronnen baseer je dat? De evangeliën vullen elkaar goed aan qua betrouwbaarheid. De boeken zijn door de schrijvers(zelf joods!) nooit bedoeld antisemitistisch bedoeld, dat verlies je uit het oog. Dat de kerk ermee op de loop is gegaan is kwalijk en ze inderdaad aan te rekenen. Maar de oorspronkelijke schrijvers van de evangelien waren joods, vergeet dat niet.
Paulus is in de Romeinen brief juist positief over de toekomst van de joden, dat ze door God niet worden vergeten. Reactie infoteur op 21-01-2009:Ik kan niet in de tekst terug vinden dat ik Mattheüs beschuldig van geschiedvervalsing. Alleen beschuldig ik 'm van antisemitisme ook al is hij Joods van geboorte.

Over Paulus komt nog een artikel met antisemitische citaten.

Groet, Etsel

Door Zandbergen (infoteur) op 18-01-2009

Ik lees in je citaat het volgende

Wel heeft Jesaja van u geprofeteerd, zeggende: Dit volk genaakt Mij met hun mond, en eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich verre van Mij; Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden van mensen zijn.

Als dat werkelijk zou is , zou je Jesaja ook als antisemitistisch moeten zien?! Alsof kritiek per definitie antisemitisme is. Kritiek is juist bedoeld om mensen tot inkeer te brengen, oordeel houd altijd oproep tot bekering in : denk aan het verhaal van Nineve in het boek Jona: we horen een oordeel over Nineve, maar omdat de stad zich alsnog bekeert, wordt de straf niet uitgevoerd.

Joden die kritiek op joden hebben, daar is toch niks mis mee?? Reactie infoteur op 19-01-2009:Shalom,

In de gehele Joodse Bijbel wordt het Joodse Volk keer op keer door God gestraft omdat ze de Tora niet goed naleven. Dus een oproep tot inkeer is niet fout, zelfs heel begrijpelijk en noodzakelijk. Jesaja roept op tot een terugkeer tot God. Maar Jesaja gaat nog verder. We hebben het al eerder gehad over de Knecht des Heren dat geen betrekking heeft op Jezus maar op Israël. In Jesaja hoofdstuk 40 en verder (Knecht des Heren) wordt de zendingstaak van Israël uiteengezet. In het midden staat de lijdende knecht -Israël- van wie de volken tot op die dag hadden gemeend dat hij door God was verworpen vanwege zijn zonden. De volken zijn tot inzicht gekomen dat de ellende die de lijdende knecht had doorstaan, het gevolg was van hun eigen slechtheid. Door zijn martelaarschap zonder klacht te dragen, was de lijdende knecht daarentegen in staat gebleken een voorbeeld te zijn van geloof, trouw en hoop. Daarmee vervulde hij zijn heilige plicht, wat zijn hoogtepunt vond in de genade waaraan zij nu allen deel hadden.

Jezus daarentegen beweert zelf God c.q. zoon van God te zijn. Joden kunnen natuurlijk nooit tot God terugkeren door in Jezus te gaan geloven. God heeft namelijk in de Tora aangegeven dat Hij geen mens is en ook nooit mens zal worden. Jezus vraagt dus in feite geen inkeer van de Joden maar verzoekt hen om in iets geheel nieuws te gaan geloven, namelijk een mens die beweert God te zijn. Dat is totaal in strijd met de Wet en houdt per definitie geen inkeer in.

Groet, Etsel

Door Zandbergen (infoteur) op 15-01-2009

Marcus 12 Antisemitistisch? Volgens jou definitie wel.

1 Hij (Jezus) begon tegen hen te spreken in gelijkenissen: 'Een man legde een wijngaard aan en omheinde die. Hij groef een kuil voor de wijnpers en bouwde een uitkijktoren. Hij verpachtte de wijngaard aan wijnbouwers en ging op reis'. 2 Na verloop van tijd stuurde hij een knecht naar de wijnbouwers om zijn deel van de opbrengst van hen te ontvangen; 3 maar ze grepen hem vast, mishandelden hem en stuurden hem met lege handen terug. 4 Daarna stuurde hij een andere knecht naar hen toe, die ze in het gezicht sloegen en vernederden. 5 Hij stuurde nog een derde, die ze doodden, en nog vele anderen; sommigen werden door de wijnbouwers mishandeld en anderen werden door hen gedood. 6 Ten slotte was alleen nog zijn geliefde zoon over; die stuurde hij als laatste naar hen toe, met de gedachte: Voor mijn zoon zullen ze wel ontzag hebben. 7 Maar de wijnbouwers zeiden tegen elkaar: 'Dat is de erfgenaam. Kom op, laten we hem doden, dan is de erfenis van ons.' 8 Ze grepen hem vast en doodden hem en gooiden zijn lichaam buiten de wijngaard. 9 Wat zal de eigenaar van de wijngaard daarna doen? Hij zal zelf komen om de wijnbouwers om te brengen en hij zal de wijngaard aan anderen geven. 10 Hebt u deze schrifttekst dan niet gelezen: 'De steen die de bouwers afkeurden
is de hoeksteen geworden'. 11 Dankzij de Heer is dit gebeurd, wonderbaarlijk is het om te zien? 12 Daarop wilden ze hem gevangennemen, want ze wisten dat hij hen op het oog had bij het vertellen van deze gelijkenis, maar ze waren bang voor de reactie van de menigte. Dus lieten ze hem staan en gingen weg. Reactie infoteur op 15-01-2009:Ik begrijp niet helemaal wat je bedoelt. Volgens mij verwees ik naar Mattheüs 12:34 en niet naar Marcus 12. Of je moet je in het artikel vergist hebben.

MVG, Etsel

Door Van Daalen op 11-12-2008

De voorbeelden van 'anti-joodse" teksten die u aanhaalt vind ik toch niet erg sterk. Ze zijn vooral gericht tegen een bepaalde groep, namelijk de farizeeërs en overpriesters. Jezus had immers ook veel tegenstanders onder hen. Twistgesprekken tussen Jezus en de farizeeërs, ik zie ze ze als twistgesprekken van Joden onderling, waarin inderdaad soms een hard oordeel wordt geveld. Maar is het dan anti-semitisch om dan het oordeel van de profeet Jesaja aan te halen? Hoe b.v. zo'n tekst als Mt.28:4 anti-joods kan worden genoemd, is me een raadsel. Of de vergelijking van de schelling: het is toch duidelijk dat tegenstanders Jezus in de val wilde lokken? Vandaar 'huichelaars'. Moet je dat als een veroordeling zien van Joden in het algemeen? Denk ik niet.
Ik wil maar zeggen dat je die teksten op verschillende manieren kunt interpreteren, en niet perse anti-joods.
Dat lijkt me in ieder geval een beter manier om die passages onschadelijk te maken, dan ze maar te verwijderen. Nog afgezien dat het practisch gezien onmogelijk is te doen. Of men moet er in slagen wereldwijde censuur in te voeren, alle exemplaren van het Nieuwe Testament te pakken te krijgen, en het geheugen van mensen die die passages uit hun hoofd kennen te wissen.
Wijlen David Flusser heeft ook het nodige over dit onderwerp geschreven, zie b.v. zijn boek "Jezus". Hij geeft een eigen Joodse visie op het NT, dat volgens mij een veel betere remedie is tegen anti-semitisme dan het gewoonweg verwijderen van teksten. Reactie infoteur op 11-12-2008:Geachte Heer/Mevrouw Van Daalen,

Dank voor uw reactie.

Allereerst meld ik u dat de Farizeeën de hoofdstroming vormen binnen het Jodendom. De huidige orthodoxe Joden komen voort uit de Farizeeën. Vóór de secularisatie na de Verlichting kunnen de meeste Joden dus beschouwd worden als Farizeeën. Zij vormden in de tijd van Jezus ook de belangrijkste groep Joden, naast de Sadduceeën. Het gaat dus niet slechts om een kleine groep priesters. De priesters vertegenwoordigden een hele grote groep Joden die volgens de Tora leefden.

Ten tweede is het van belang te kijken naar de geschiedenis. Gelet op de vele christelijke vervolgingen in de afgelopen eeuwen moeten we helaas constateren dat deze op grond van Bijbelse uitspraken is gebeurd. Christenen beschouwen Joden dus ook als Farizeeën.

Ten derde geeft Mattheüs een verkeerd beeld van het ter dood brengen van Jezus. Mattheüs suggereert dat de Farizeeën c.q. Joden Jezus dood wilden hebben vanwege godsdienstige redenen. In werkelijkheid is Jezus door de Romeinen ter dood gebracht omdat ze Jezus om politieke redenen als een gevaar zagen. Dat staat dus los van het godsdienstig conflict tussen de Joden en Jezus. De latere vervolgingen van Joden zijn dus gebaseerd op een verkeerde uitleg van de situatie door Mattheüs.

Tot slot uw opmerking over Mattheüs 28:4. Dit moet u lezen in context van Mattheüs 27:62-66 waarbij de Farizeeën een wacht zouden willen hebben bij het graf van Jezus. De wachten werden als doden. Dit suggereert dus een overwinning van Jezus op de Farizeeën.

MVG, Etsel

P.S. Waarom zou niet op wereldschaal het Nieuwe Testament inhoudelijk veranderd kunnen worden? Er komen toch ook steeds weer nieuwe vertalingen uit?