Religie en Babylonische Theodicee

Theodicee in Mesopothamië

In dit artikel behandel ik de vraag: Welke 'oplossing' bieden de teksten uit Mesopotamië voor het theodiceeprobleem? Allereerst licht ik de betekenis van het begrip 'theodicee' toe. Vervolgens zal ik drie teksten bespreken waarin het theodiceeprobleem centraal staat. Deze bespreking bestaat uit een korte inleiding, daarna een overzicht van de inhoud van de tekst en vervolgens zal ik de tekst analyseren. In de conclusie zal ik proberen een antwoord te geven op de hierboven gestelde vraag.


Wat is het theodiceeprobleem?

Het woord theodicee is nog niet zo heel oud. Het werd voor het eerst gebruikt in 1710 door de Duitse filosoof Leibniz die toen een boek uitgaf met deze titel. Het woord is samengesteld uit twee Griekse woorden theos en dikein wat samen "de rechtvaardiging van God" betekent. Merkwaardig genoeg schreef Leibniz niet wat hij met een theodicee bedoelde. Het woord komt afgezien van de titelpagina, zelfs niet voor in het boek! Uit de gehele titel blijkt echter wel in welke richting de betekenis van het woord gezocht moet worden: Essais de théodicée: Sur la bonté de Dieu la liberté de l'homme et l'origine de mal. Theodicee heeft dus te maken met het kwaad of het lijden en de eigenschappen van God en mens. Men lette op het enkelvoud 'God'. Wanneer het woord echter in deze strikte betekenis wordt opgevat, kan men alleen in monotheïstische religies spreken van een theodiceeprobleem en is de term dus niet toepasbaar op polytheïstische godsdiensten. Toch wordt dat wel vaak gedaan, er bestaat zelfs een tekst, die wij straks ook tegen zullen komen, die de titel: Babylonische theodicee heeft meegekregen. Om dit te rechtvaardigen heeft men bredere definities van het begrip theodicee voorgesteld. De godsdienstsocioloog Max Weber stelde voor om onder het theodiceeprobleem onverklaarbaar of onverdiend lijden te verstaan en dat een theodicee een poging is om dat lijden te verklaren onder gelijktijdige handhaving van het axioma van Gods goedheid. Wanneer het begrip theodicee in deze betekenis wordt opgevat, is het ook toepasbaar op polytheïstische religies. Want de nadruk ligt in deze omschrijving niet op het feit dat er één God is, maar op de ervaring van het onverklaarbare en onverdiende aspect van het lijden. En juist deze ervaring komen we in de Mesopotamische teksten zo veelvuldig tegen. Daarom wil ik in deze paper het begrip theodicee gebruiken voor de poging om op het onverklaarbare lijden, dat soms ook als onverdiend wordt ervaren, een antwoord te vinden.

De dialoog tussen een man en zijn god

De zogenaamde ‘Dialoog tussen een man en zijn god’ is één van de eerste teksten uit Mesopotamië die het theodiceeprobleem aan de orde stellen. Hier neem ik de vertaling uit de Context of Scripture als uitgangspunt, dat geldt overigens ook voor de andere twee teksten.

Inhoud van de tekst
De tekst begint met te zeggen dat een jonge man voortdurend tot zijn god smeekt en bidt, want hij is erg ziek en zijn gevoelens zijn somber geworden van de ellende. De last van de ellende is zo zwaar dat hij zich voorover laat vallen en op de grond gaat liggen. En dan schreeuwt hij het uit tot zijn god. Hij vertelt aan de godheid over de last die hij te dragen heeft en hij zegt dan:

"My Lord, I have debated with myself, and in my feelings (...) the wrong I did I do not know."

Hij vraagt zich af of hij een verkeerde handeling heeft gedaan/misstap heeft begaan. Helaas volgt er dan een groot gat in de overgeleverde tekst, zodat we ineens weer midden in een betoog vallen. De jonge man zegt dan:

"How much you have been kind to me, how much I have blasphemed you, I have not forgotten."

Hier belijdt hij dus zijn zonden jegens de godheid, iets waarvan hij eerder zei dat hij niet wist welke zonden hij gedaan had. Mogelijk slaat ook de volgende uitspraak op zondekennis: "My bad repute is grown excessive." Jammer genoeg volgt er nu weer een groot gat. Als de tekst verder gaat, dan lijkt het of het herstel voor de anonieme lijder is aangebroken. Hij wordt gezalfd met medische olie, hij krijgt eten en zijn blaar wordt verzorgd. Het ligt voor de hand dat de godheid dit doet. Dan antwoordt de god op het smeken van de lijder met de woorden:

"Your disease is under control, let your heart not be despondent! The years and days you were filled with misery are over."

De god vermaant hem, dat hij zijn god in de toekomst niet moet vergeten en hij moet de hongerige voeden en de dorstige water geven. Tevens moet hij acht geven op de smeking van zijn knecht. Naast deze vermaningen, belooft de god hem ook een goed leven: "The gate of life and well-being is open to you!"

Analyse van de tekst

In de Context of Scripture wordt deze tekst gerekend onder de "Just sufferer compositions". Gezien de inhoud van de tekst is dat echter wat onzorgvuldig. De lijder in deze tekst erkent juist zijn schuld tegen de godheid. Hij is niet rechtvaardig. Beter is daarom te spreken van de vrome lijder.

Als we deze tekst bekijken op het vlak van het theodiceeprobleem en het antwoord dat daarop gegeven wordt, dan kunnen we de volgende elementen ontwaren.
  • Het ervaren van het lijden, brengt de lijder in het gebed tot zijn god. Welke god dit is, wordt niet gezegd, het ligt echter voor de hand dat het zijn persoonlijke god is. De lijder richt zich tot zijn god, omdat het lijden op één of andere manier van hem vandaan komt.
  • In dit gebed tot de godheid, houdt de lijder nadrukkelijk rekening met zijn zonden. Ook al weet hij in eerste instantie niet wat hij gedaan heeft, hij houdt de mogelijkheid open dat hij een verborgen of onbekende zonde heeft gedaan. Gezien het feit dat de tekst geen andere oorzaak aangeeft voor het lijden, mag men er van uitgaan dat volgens de tekst de zonde de oorzaak van het lijden is.
  • Wanneer de lijder zijn zonden ontdekt, belijdt hij die aan de godheid en hij prijst de goedheid van de god.
  • De god antwoordt dit gebed met herstel en genezing. Hij zegt ook: "My guardians are strong alert on your behalf." Hieruit mogen we denk ik wel de conclusie afleiden, dat het aandeel van de godheid in het lijden, van negatieve aard is. Dat wil zeggen, hij heft de bescherming op, zodat de mens vatbaar is voor allerlei kwaad.

De redding van een lijder

Het handschrift van deze tekst stamt niet uit Mesopotamië, maar uit het oude Ugarit. Daar namen geleerden de Mesopotamische composities over en pasten ze zonodig aan. Helaas is de staat van de ons overgeleverde tekst niet al te best, het begin en het einde ontbreken. Maar het bevat een aantal elementen die in het licht van onze vraagstelling belangrijk zijn.

Inhoud van de tekst
De tekst, zoals wij die voor ons hebben liggen, begint met de uitspraak van de lijder dat kwaad en lijden hem omringt. Hij zegt:

"My omens were obscure (...)
The diviner could not reach a ruling concerning me,
The "Jugde" would give no sign.
The omens were confused the oracels mixed up.
Dream interpreters used up the incense, diviners the lambs,
Learned men debated the tablets (about my case),
They could not say when my affliction would run its course."


Kort gezegd, de geestelijkheid van zijn dagen kan hem niet helpen. Alle middelen die hij gebruikt heeft om de oorzaak van zijn lijden te weten te komen, falen. Vervolgens verhaalt hij, hoe zijn familie hem bijstaat in zijn lijden en zijn enige hoop is nog op de god Marduk gesteld:

"Until the Lord raised my head, and brought me back to life from the dead,
Until Marduk raised my head and brought me back to life from the dead."


Het ziek zijn wordt hier voorgesteld als een proces van sterven en het genezen door de godheid wordt daarom ook een terugbrengen uit de dood genoemd. Uit vrees dat Marduk vergeten zal worden, begint de lijder hem te prijzen. Hij prijst wat de goden gedaan hebben. En hij beschrijft hoe Marduk hem enerzijds strafte, maar anderzijds ook weer uithielp. Het is mij niet helemaal duidelijk of de lijder aan het einde, nu de hulp van Marduk uit het verleden vertelt, of dat hij op dat moment door Marduk verlost wordt van zijn ziekte. Zelf lijkt mij de eerste optie het beste, omdat in de Engelse vertaling telkens de verledentijd wordt gebruikt. Helaas breekt de tekst hier af.

Analyse van de tekst
De volgende elementen uit de tekst zeggen wat over het theodiceeprobleem en de oplossing daarvan:
  • Het probleem van het lijden, is voor de lijder is onze tekst des te erger, omdat hij niet weet wat de oorzaak van het lijden is. De godheid antwoordt niet op de rituelen van de geestelijkheid.
  • Opvallend is dat in de tekst, zoals we die voor ons hebben, niet één keer over zonden wordt gesproken. Zelfs de idee van een onbekende zonde komt er niet in voor.
  • De motivatie van de lijder om Marduk de prijzen, is vrees. Hij wil de godheid gunstig stemmen.

De Babylonische theodicee

Deze tekst is een dialoog tussen een lijder en zijn vriend. Beide zijn anoniem. Door deze dialoogvorm lijkt het erg op het boek Job, hoewel daar de namen wel bekend zijn en er niet één, maar vier vrienden in voorkomen. De tekst is verdeeld in 27 stanza’s en in elke stanza komt of de lijder of zijn vriend aan het woord.

Inhoud van de tekst
In de eerste stanza vertelt de lijder aan zijn vriend over zijn leed. Als jong kind verloor hij zowel zijn vader als moeder en hij is nu alleen over gebleven. Zijn vriend antwoordt daarop dat sterven "is commanded from of old." Ook hij zal eens de doodsrivier doorgaan. Verder:

"He who looks to his god has a protector, the humble man who reveres his goddes wil garner wealth."

De lijder stelt zijn vriend daarop een vraag. Hij beschrijft zijn eigen ellende en vraagt dan: "Can a happy life be a certainty?" De reactie van de vriend is helaas wat beschadigd, zodat alles niet helemaal duidelijk is. Maar als ik het goed heb, zegt de vriend dat de bescherming te vinden is door te bidden tot de godinnen en goden en het houden van de rituelen. Dan komt de lijder met een aantal beelden uit het dierenrijk. Hij zegt onder andere:

"The savage lion that devoured the choicest meat, did it bring its offerings to appease a goddess's anger?"

Houden de dieren rekening met de intenties van de goden? De vriend antwoordt daarop dat hij slechts een kind is, die het niet begrijpt. Het bedoeling van de goden, "is remote as the netherworld." Vervolgens neemt de vriend de beelden die de lijder gebruikt heeft uit het dierenrijk over en vraagt of hij het lot van deze dieren, die gejaagd en gedood worden, tot het zijne wil maken. Zijn vriend raadt hem aan om de blijvende beloning van de goden te zoeken. De lijder is met dit antwoord ingenomen en stelt zijn vriend een andere kwestie voor.

"Those who seek not after a god can go the road of favor.
Those who pray to a goddess have grown poor and destitute."


Hij zegt dat hij in zijn jeugd wel geprobeerd heeft de wil van zijn god te ontdekken door gebeden en smekingen, maar de godheid heeft hem gewoon bestemd tot armoede en niet tot rijkdom. Hierop antwoordt zijn vriend heftig:

"Your logic is perverse, you have cast of justice, you have scorned divine design.
In your emotional state you have an urge to disregard divine ordinances (...).
The strategy of a god is [as remote as] innermost heaven."


Het antwoord van de lijder is er niet minder fel om.

"I will ignore (my) gods regulations, [I will] trample on his rites."

Zijn vriend roept dan in grote schrik uit dat hij de voorzichtigheid verlaten heeft. In het vervolg prijst de vriend de dienst van de goden aan, wie de goden dient, mag voorspoed en zegen verwachten. Maar de lijder antwoordt daar kenrachtig op:

"I have looked around in society, indications are the contrary.
God does not block the progress of a demon. (...)
What has it profited me that I knelt before my god?
It is I who must (now) bow before my inferior."


Zijn vriend beschuldigt hem hierop van blasfemie en hij herhaalt het gezegde dat het doel dat de goden hebben, voor ons onbekend is. Het is te moeilijk voor ons. "Even if one (tries to) apprehend divine intention, people cannot understand it." De lijder noemt nu allerlei voorbeelden waaruit blijkt dat degene die de goden dient juist tegenspoed heeft en dat degenen die hen niet dienen voorspoed hebben. De vriend antwoordt dat, dat komt omdat de goden aan de mensen verwrongen woorden hebben gegeven. De goden hebben de mensen voor altijd begiftigd met leugens en onwaarheid. Dan eindigt de lijder de dialoog met zich te berusten in zijn lijden en de hoop uit te spreken dat de goden hem zullen bijstaan.

Analyse van de tekst
De bespreking van de inhoud van de tekst was wat uitgebreid, maar dat kwam omdat de tekst wat langer was dan de andere twee en omdat deze tekst veel materiaal bevat dat voor onze vraagstelling van belang is.
  • Het eerste wat opvalt in deze tekst, ook in vergelijking met de twee andere teksten, is dat hier van spreken of bidden tot de godheid geen sprake is. De twijfel die bij de lijder ontstaan is door zijn lijden, is van zodanige aard dat hij met zijn probleem niet naar de godheid gaat, maar naar zijn vriend.
  • Naast het ontbreken van gebeden, ontbreekt in deze dialoog de belijdenis van zonden. Zelfs de vriend van de lijder dringt daar niet op aan.
  • De lijder ontpopt zich in de dialoog als een scepticus. Als hij om zich heen kijkt, dan twijfelt hij er aan of het dienen van de goden wel zin heeft. Vooral als men dit bekijkt vanuit de motivatie die men in de Mesopotamische religie had om de goden te dienen, is dit goed te begrijpen. Men diende de goden, zoals een knecht zijn heer diende, namelijk om hen gunstig te stemmen en zo hun toorn te voorkomen en ook om er wat voor terug te krijgen. Wanneer dan de ervaring leert dat het dienen van de goden geen effect heeft, is het begrijpelijk dat men zich ging afvragen wat het nut van de cultus aan de goden was.
  • De vriend van de lijder is een echte traditionele gelovige. Hij neemt het op voor de goden. Het doel dat de goden ergens mee hebben is voor de mensen niet te begrijpen. Maar wie de gunst van de goden verworven heeft, heeft een duurzamere toekomst dan degene die de goden niet dient en derhalve hun gunst niet heeft.
  • De uiteindelijke oplossing die in deze tekst geboden wordt voor het theodiceeprobleem is dat de goden aan de mensen een verwrongen taal hebben gegeven. Uit deze uiteindelijke oplossing blijkt wel dat in deze tekst er niet vanuit gegaan wordt dat er een één op één relatie bestaat tussen zonde en lijden.

Conclusies

Wanneer wij aan het einde van dit artikel ons nog een keer de vraag stellen die wij in de inleiding geformuleerd hebben, dan kunnen we daar het volgende op antwoorden.
  • Allereerst moet gezegd worden dat de teksten die in deze paper besproken zijn niet allemaal dezelfde oplossing voor het theodiceeprobleem bieden. Er is een zekere ontwikkeling te zien in de tijd. De verschillende oplossingen wil ik hieronder bespreken.
  • De eerste oplossing biedt de tekst De dialoog tussen een man en zijn god. De oplossing van het theodiceeprobleem is volgens deze tekst de belijdenis van de zonden en het bidden om de gunst van de godheid. Mocht men zich niet bewust zijn van enige zonde tegen de godheid, dan nog kan er sprake zijn van een onbekende zonde. Men moet daarom de godheid bidden om de ontdekking van die zonde om die dan te belijden.
  • De oplossing die de tekst De redding van een lijder biedt is wel wat fragmentarischer, maar bevat toch een aantal belangrijke elementen ten opzichte van de hierboven genoemde oplossing. In de tekst staat centraal dat de lijder niet weet waarom hij lijdt. Er wordt dan ook met geen woord gerept van zonde of belijdenis daarvan. De goden antwoorden ook niet op het uitvoeren van allerlei rituelen. De enige uitweg die de lijder heeft is de god Marduk te prijzen en zich zijn uitreddingen uit het verleden te herinneren. Heel duidelijk laat deze tekst dus de mogelijkheid open dat men, hoewel men lijdt, toch rechtvaardig kan zijn.
  • De oplossing die De Babylonische theodicee biedt, gaat nog een stapje verder. Ook hier wordt weer niet gesproken over zonden die beleden moeten worden. Op basis van de ervaring wordt het nut van het dienen van de goden in Frage gestellt. En de lijder gaat zelfs zover dat hij zegt dat hij de goden niet meer dienen zal. De vriend neemt het op voor de soevereiniteit van de goden en verwijst uiteindelijk voor de oorzaak van het lijden van de rechtvaardigen naar de goden zelf. Zij hebben de mensen een verkeerde en onware taal gegeven.
  • Wanneer men vraagt naar de reden van deze ontwikkeling, van de schuld van de mens naar de 'schuld' van de goden, dan is daar natuurlijk niets zekers over te zeggen, maar het is wel waarschijnlijk dat die ontwikkeling geboren is uit de ervaring dat ook de rechtvaardigen lijden in dit leven ontvangen.
  • In de bovenstaande conclusies zijn de verschillende oplossingen die de drie verschillende teksten bieden, nogal tegenover elkaar gezet, maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat ze diametraal tegenover elkaar staan. De vriend van de lijder in De Babylonische theodicee houdt aan een belangrijk element uit de traditionele theodicee vast, namelijk dat uiteindelijk wie de goden dient het beter zal vergaan dan die dat niet doet. Het lijkt mij beter om de latere theodicee's op te vatten als aanvullingen op de traditionele theodicee.
© 2008 - 2010 Kevin_dover, gepubliceerd in Religie (Mens en Samenleving) op 26-08-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Kevin_dover is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • J. Bottéro, Religion in ancient Mesopotamia, Chicago - London 2001.
  • W. W. Hallo, K. L. Younger, jr. (ed.), The Context of Scripture, Canonical Compositions from the Biblical World, volume 1, Leiden - New York - Köln 1997.
  • G. L. Mattingly, 'The Pious Sufferer: Mesopotamia's Traditional Theodicy and Job's Counselors', The Bible in the Light of Cuneiform Literature, Scripture in Contex III, Lewsiton - Queenston - Lampeter 1990, pp. 305-348.
  • M. Sarot, 'De theodicee. Een nieuwe benadering van een oud probleem?', Nederlands Theologisch Tijdschrift, 58 (2004) 3, pp. 178-195.

Reageer op het artikel "Theodicee in Mesopothamië"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.