Religie en Mohammed

Religieuze geschiedenis Joden 41: De opkomst van de Islam

Mohammed gelooft dat de Arabieren afstammen van Ismaël. Hij wil ze terugbrengen naar het geloof in de Joodse God. Uiteindelijk lukt het Mohammed heel Arabië islamitisch te maken. Maar het lukt hem niet de Joden te bekeren. Mohammed reageert woedend wanneer de Joden hem weigeren als laatste profeet te erkennen. Joden worden vervolgd. Uiteindelijk krijgen ze een inferieure positie binnen de islam.


Joden vluchten naar Arabië

Tijdens de vervolgingen in het Romeinse Rijk vluchten Joden naar gebieden in Arabië. Ze stichten daar de stad Yathrib dat later Medina wordt, de één na heiligste plaats binnen de islam.
Net zoals in het Romeinse Rijk heeft het Jodendom in Arabië vele bewonderaars. Eén van de belangrijkste bewonderaar is Mohammed ibn Abdallah. Mohammed had ook interesse in het christendom, maar de Drie-eenheid stoot hem af. Mohammed heeft kennis van de Tora en citeert Mozes meer dan honderd keer. Negentien van de vijfentwintig profeten in de Koran stammen van de Bijbel af. Ook hebben de moslims een rituele besnijdenis en eten ze geen varkensvlees.

Kinderen van Ismaël

Mohammed gelooft dat de Arabieren de andere kinderen van Abraham zijn via de lijn Ismaël. Ze zijn het geloof in Eén God vergeten en het is Mohammeds taak om de Arabieren terug te brengen in het geloof in Eén God. Mohammed accepteert de Joodse God en hun profeten. De Koran is de vervanging van de Bijbel. Ook heeft de islam een mondelinge leer. De Arabieren hebben oorspronkelijk veel goden. De Kaaba in Mekka is een voormalig heidens heiligdom.

De visioenen van Mohammed

Op zijn veertigste krijgt Mohammed verschillende visioenen, inclusief openbaringen van de engel Gabriël. Hij gaat vrede, rechtvaardigheid en sociale verantwoordelijkheid prediken. Hij verbetert het lot van slaven, wezens, vrouwen en armen. Islam betekent 'onderworpen aan God.'

De islam kent volgense Mohammed vijf zuilen:
  1. Geloof in Eén God ("er is geen God behalve Allah")
  2. Gebed (vijf keer per dag)
  3. Liefdadigheid (2,5 procent van het inkomen)
  4. Pelgrimstocht (Hadj) naar Mekka één keer in het leven
  5. Vasten (van zonsopgang tot zonsondergang gedurende de maand Ramadan)

Een ander belangrijk principe is: Jihad. Dit betekent zowel interne (goed en kwaad) als externe (tegen de niet-islamitische wereld) strijd.

Aanvankelijk heeft Mohammed maar weinig volgelingen. Hij wordt ook bijna vermoord. In Medina wordt Mohammed populair. Vanuit Medina veroverd hij met een leger van 10.000 mensen Mekka. Bij zijn dood is heel Arabië onder moslim controle.

Mohammed en de Joden

Eén probleem waarmee Mohammed geconfronteerd wordt zijn de Joden. Zij willen geen Arabische versie van het Jodendom. Net zoals ze het christendom verwerpen, zo verwerpen ze de islam hoewel ze daar minder problemen mee hebben. De islam gelooft in Eén God, ze heeft veel Joodse wetten overgenomen en hebben Abraham als voorvader. Maar het grote verschil is dat de Joden het ondenkbaar vinden dat Mohammeds woord de laatste openbaring is. De Tora kan nooit veranderd worden.

Mohammed reageert furieus op de Joden. Hij doet veel moeite om de islam te ontdoen van zijn Joodse wortels. Vrijdag wordt de heilige dag; gebed richting Mekka i.p.v. Jeruzalem; veel Joodse kosjere wetten worden niet meer nageleefd; Ismaël wordt gezien als offer op de Kaaba en niet Izaäk op de berg Moria; Joden worden vervloekt in de Koran (Soera 2:61 en Soera 5:58 en Soera 4:48-49).

Daarnaast worden Joden afgeslacht. Het gaat om de Joodse stammen Nadir, Khaybar en Banu Qurayza. De overwinningen op de Joden wordt in Soera 59 besproken.

Jihad

Bij de dood van Mohammed in 632 is Arabië klaar voor de jihad tegen het Byzantijnse en Perzische Rijk. Wat betekent dit voor de Joden? De opkomst van de islam wordt gunstig gezien voor de Joden omdat het Byzantijnse Rijk het Jodendom zo niet kan uitroeien. De Joden zijn een beschermd volk binnen de islam (ahl al-dhimma) en kunnen in de islamitische landen wonen zonder bekeerd te worden. Toch hebben ze een inferieure status. De Joden mogen bijvoorbeeld niet langer zijn dan een moslim. Dus als een moslim passeert moet een Jood in de goot lopen. Een Jood kan nooit getuigen tegen een moslim (er is dus geen rechtvaardigheid voor Joden). Een synagoge mag nooit hoger zijn dan een moskee. Er zijn periodes waarin Joden goed behandeld worden, maar ook periodes waarin Joden vervolgd worden.

Meer is te lezen in mijn special Religieuze Joodse geschiedenis (III): Rome tot kruisvaarders.
© 2008 - 2010 Etsel, gepubliceerd in Religie (Mens en Samenleving) op 07-07-2008, laatst gewijzigd op 10-11-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Etsel is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Religieuze geschiedenis Joden 41: De opkomst van de Islam"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.