Torastudie 62: Jakobs laatste woorden 2 -Genesis(49:10-33)

In Genesis 49:10-33 spreekt Jakob zijn laatste woorden tot de rest van zijn zonen: Juda, Zebulon, Issachar, Dan, Gad, Aser, Naftali, Jozef en Benjamin. Voordat Jakob zijn geest begeeft (hij sterft niet!) zegent hij alle zonen stuk voor stuk.

Genesis 49:10-33

De scepter zal van Juda niet wijken, noch de heersersstaf tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en hem zullen de volken gehoorzaam zijn. Hij zal zijn ezel aan de wijnstok binden en het jong zijner ezelin aan de wingerd; hij zal zijn kleed in wijn wassen en in druivenbloed zijn gewaad. Hij zal donkerder van ogen zijn dan wijn en witter van tanden dan melk....Aser, zijn spijze zal vet zijn, en hij zal koninklijke lekkernijen leveren. Naftali is een losgelaten hinde; hij laat schone woorden horen...Dit zijn al de stammen van Israël, twaalf in getal; en dit is wat hun vader over hen gesproken heeft, toen hij hen zegende; ieder zegende hij met een eigen zegen...Toen Jakob geëindigd had zijn zonen bevelen te geven, trok hij zijn voeten terug en gaf de geest, en hij werd tot zijn voorgeslacht vergaderd.

De volledige tekst in het Hebreeuws luidt:
יא אֹסְרִי לַגֶּפֶן עִירֹה וְלַשֹּׂרֵקָה בְּנִי אֲתֹנוֹ כִּבֵּס בַּיַּיִן לְבֻשׁוֹ וּבְדַם-עֲנָבִים סוּתֹה. יב חַכְלִילִי עֵינַיִם מִיָּיִן וּלְבֶן-שִׁנַּיִם מֵחָלָב. {פ}

יג זְבוּלֻן לְחוֹף יַמִּים יִשְׁכֹּן וְהוּא לְחוֹף אֳנִיֹּת וְיַרְכָתוֹ עַל-צִידֹן. {פ}

יד יִשָּׂשכָר חֲמֹר גָּרֶם רֹבֵץ בֵּין הַמִּשְׁפְּתָיִם. טו וַיַּרְא מְנֻחָה כִּי טוֹב וְאֶת-הָאָרֶץ כִּי נָעֵמָה וַיֵּט שִׁכְמוֹ לִסְבֹּל וַיְהִי לְמַס-עֹבֵד. {ס} טז דָּן יָדִין עַמּוֹ כְּאַחַד שִׁבְטֵי יִשְׂרָאֵל. יז יְהִי-דָן נָחָשׁ עֲלֵי-דֶרֶךְ שְׁפִיפֹן עֲלֵי-אֹרַח הַנֹּשֵׁךְ עִקְּבֵי-סוּס וַיִּפֹּל רֹכְבוֹ אָחוֹר. יח לִישׁוּעָתְךָ קִוִּיתִי יְהוָה. {ס} יט גָּד גְּדוּד יְגוּדֶנּוּ וְהוּא יָגֻד עָקֵב. {ס} כ מֵאָשֵׁר שְׁמֵנָה לַחְמוֹ וְהוּא יִתֵּן מַעֲדַנֵּי-מֶלֶךְ. {ס} כא נַפְתָּלִי אַיָּלָה שְׁלֻחָה הַנֹּתֵן אִמְרֵי-שָׁפֶר. {ס} כב בֵּן פֹּרָת יוֹסֵף בֵּן פֹּרָת עֲלֵי-עָיִן בָּנוֹת צָעֲדָה עֲלֵי-שׁוּר. כג וַיְמָרְרֻהוּ וָרֹבּוּ וַיִּשְׂטְמֻהוּ בַּעֲלֵי חִצִּים. כד וַתֵּשֶׁב בְּאֵיתָן קַשְׁתּוֹ וַיָּפֹזּוּ זְרֹעֵי יָדָיו מִידֵי אֲבִיר יַעֲקֹב מִשָּׁם רֹעֶה אֶבֶן יִשְׂרָאֵל. כה מֵאֵל אָבִיךָ וְיַעְזְרֶךָּ וְאֵת שַׁדַּי וִיבָרְכֶךָּ בִּרְכֹת שָׁמַיִם מֵעָל בִּרְכֹת תְּהוֹם רֹבֶצֶת תָּחַת בִּרְכֹת שָׁדַיִם וָרָחַם. כו בִּרְכֹת אָבִיךָ גָּבְרוּ עַל-בִּרְכֹת הוֹרַי עַד-תַּאֲוַת גִּבְעֹת עוֹלָם תִּהְיֶיןָ לְרֹאשׁ יוֹסֵף וּלְקָדְקֹד נְזִיר אֶחָיו. {פ}

כז בִּנְיָמִין זְאֵב יִטְרָף בַּבֹּקֶר יֹאכַל עַד וְלָעֶרֶב יְחַלֵּק שָׁלָל. כח כָּל-אֵלֶּה שִׁבְטֵי יִשְׂרָאֵל שְׁנֵים עָשָׂר וְזֹאת אֲשֶׁר-דִּבֶּר לָהֶם אֲבִיהֶם וַיְבָרֶךְ אוֹתָם אִישׁ אֲשֶׁר כְּבִרְכָתוֹ בֵּרַךְ אֹתָם. כט וַיְצַו אוֹתָם וַיֹּאמֶר אֲלֵהֶם אֲנִי נֶאֱסָף אֶל-עַמִּי קִבְרוּ אֹתִי אֶל-אֲבֹתָי אֶל-הַמְּעָרָה אֲשֶׁר בִּשְׂדֵה עֶפְרוֹן הַחִתִּי. ל בַּמְּעָרָה אֲשֶׁר בִּשְׂדֵה הַמַּכְפֵּלָה אֲשֶׁר עַל-פְּנֵי-מַמְרֵא בְּאֶרֶץ כְּנָעַן אֲשֶׁר קָנָה אַבְרָהָם אֶת-הַשָּׂדֶה מֵאֵת עֶפְרֹן הַחִתִּי לַאֲחֻזַּת-קָבֶר. לא שָׁמָּה קָבְרוּ אֶת-אַבְרָהָם וְאֵת שָׂרָה אִשְׁתּוֹ שָׁמָּה קָבְרוּ אֶת-יִצְחָק וְאֵת רִבְקָה אִשְׁתּוֹ וְשָׁמָּה קָבַרְתִּי אֶת-לֵאָה. לב מִקְנֵה הַשָּׂדֶה וְהַמְּעָרָה אֲשֶׁר-בּוֹ מֵאֵת בְּנֵי-חֵת. לג וַיְכַל יַעֲקֹב לְצַוֹּת אֶת-בָּנָיו וַיֶּאֱסֹף רַגְלָיו אֶל-הַמִּטָּה וַיִּגְוַע וַיֵּאָסֶף אֶל-עַמָּיו.

Genesis 49:10

Totdat hij komen zal naar Shilo.

Midrash Rabbah
De volgelingen van Rav Shila zouden zeggen: De naam van de Messias is Shilo, want er staat: "Totdat hij komen zal naar Shilo"
De volgelingen van Rabbi Chaninah zouden zeggen: Zijn naam is Chaninah, want er staat geschreven in Jeremia 16:13: "Ik zal je niet Chaninah geven."
De volgelingen van Rabbi Yannai zouden zeggen: Zijn naam is Yinnon, want er staat geschreven in Psalm 72:17. "E'er de zon was, zijn naam is Yinnon."

Genesis 49:13-14

Zebulon zal dicht bij het strand der zee wonen...Issachar is een sterk gebeende ezel, nederliggend tussen de omheiningen.

Midrash Tanchuma
De stammen van Zebulon en Issachar vormden een partnership. Zebulon hield zich bezig met de handel en Issachar met Tora studie.
Daarom plaatste Jakob Zebulon voor Issachar omdat Issachar anders niet in staat was zichzelf met de Tora bezig te houden.

Rashi
"een sterk gebeende ezel" die het juk van de Tora verduurt, zoals de ezel die capabel is erg zware ladingen te dragen; "Nederliggend tussen de omheiningen" zoals de ezel die dag en nacht wandelt, nooit thuis slaapt, rust bij de stadsgrenzen waar hij de koopwaar aflevert.

Yalkut Albichani
"Nederliggend tussen de omheiningen" -tussen de geheimen van de schepping en de geheimen van de Goddelijke Strijdwagen.

Genesis 49:16

Dan zal richten zijn volk, als een der stammen Israëls.

Talmoed, Pesachim 4a
Iemand die zegt: "Geef me rechtvaardigheid", bewijst dat hij van de stam Dan is; want er staat geschreven: "Dan zal zijn mensen beoordelen."

Genesis 49:17

Dan zal zijn een slang op de weg, een adder op het pad, die bijt de verzenen van het paard, zodat zijn berijder achterover valt.

Rashi
Dit verwijst naar Samson (Simson), die voortkwam uit de stam Dan.

Genesis 49:18

Op Uwe hulp hoop ik, Eeuwige!

Midrash Rabbah
Jakob zag Samson (Simson) en dacht dat hij de Masjiach was. Maar toen hij hem dood zag riep hij uit: "Hij is ook dood! Dan wacht ik op Uw redding, o God!"

Genesis 49:21

Van Asher: vet is zijn spijs, en hij levert koningslekkernijen.

Rashi
Er zal een overvloed zijn aan olijven in dit deel van het Land. Mozes zegende de stam Asher ook, zeggende: "hij dope zijn voet in olie."

Talmoed, Menachot 85b
Eens had de bevolking van Laodicië behoefte aan olie; zij wezen een zaakwaarnemer aan en instrueerden hem olie te kopen voor honderd maneh.
Hij kwam in Jeruzalem waar hem verteld werd naar Tyrus te gaan. In Tyrus werd hij verwezen naar Gush Halab. Daar werd hij verwezen naar een veld. Daar trof hij een man. De zaakwaarnemer vroeg zich af of de man wel voldoende olie had. De man ging naar huis en waste zijn handen en voeten. Daarna doopte hij zijn handen en voeten in de olie. Daarna gaf de man de zaakwaarnemer olie voor honderd maneh. Daarna nam de zaakwaarnemer nog meer olie mee naar Laodicië.

Genesis 49:21

Naftali is een losgelaten hinde, die voortbrengt schone reden.

Midrash Tanchoema; Rashi
Dit verwijst naar de Genousar Vallei (in de provincie van Naftali), waar het fruit zo snel rijpt als een hinde rent, en waarop men God dankt en prijst.

Een andere betekenis is dat Jakob profeteerde over de oorlog met Sisra, waarin een overwinning werd bereikt door 10.000 strijders van de stam Naftali; "Die woorden van schoonheid brengt," refereert aan het lied van Debora (van de stam Naftali)

Genesis 49:27

Benjamin is een wolf, die verscheurt; 's ochtends verteert hij roof en 's avonds verdeelt hij buit.

Midrash Rabbah
Dit verwijst naar het altaar in de Heilige Tempel (die stond in de provincie van Benjamin), waarop de offers elke morgen en avond werden geofferd.

Midrash Tanchuma
Dit is een verwijzing naar Mordechai en Esther (die van de stam Benjamin waren), die de plunderingen van Haman verdeelden, want er staat geschreven: "Op die dag, gaf Koning Achashverosh het huis van Haman aan koningin Esther.

Genesis 49:28

Alle deze zijn de stammen Israëls, twaalf...ieder naar zijn zegen zegende hij hen.

Rashi
Dit wordt gezegd om duidelijk te maken dat ook daadwerkelijk iedereen (ook Ruben, Simon en Levie) werd gezegend.

Genesis 49:33

Toen Jakob geëindigd had zijn zonen te gelasten, trok hij zijn voeten in het bed; hij verscheidde en werd verzameld tot zijn volkeren.

Talmoed, Taanit 5b
Rav Nachman zei tegen Rav Jitschak: "Dus zei Rabbi Jochanan: Onze vader Jakob stierf niet."

Rav Jitschak vroeg: "Was het voor geen reden dat de prijzers prezen, de balsemers balsemden en de begravers begroeven?

Rav Nachman zei: "Ik citeer slechts een vers. Er staat geschreven in Jeremia 30:10: "Gij dan, vrees niet, mijn knecht Jakob, luidt het woord des Heren, en wees niet verschrikt, Israël, want zie, Ik verlos u uit verre streken, uw nakroost uit het land hunner gevangenschap; Jakob zal terugkeren en rustig en veilig zijn, door niemand opgeschrikt."

Meer informatie is te vinden in mijn special Tora-exegese (deel V) - Genesis 49-50.
© 2008 - 2012 Etsel, gepubliceerd in Religie (Mens en Samenleving) op . Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.

Gerelateerde artikelen
Bijbelse geschiedenis 15: Jakob bij Laban Jakob arriveert na zijn vlucht voor Ezau bij zijn oom Laban in Haran. Hij ontmo…
Joodse jongensnamen en hun betekenis: letter U V Y Z In dit artikel aandacht voor Joodse jongensnamen. In dit deel worden…
Torastudie 56: Studiehuis in Egypte - Genesis 46 In Genesis 46 wordt verteld dat Jakob naar Egypte verhuist en Juda vooru…
Torastudie 58: Jakobs verzoek om rust - Genesis 47 Clichés zijn banaal maar vaak waar. Bijvoorbeeld "onwetendheid is gelu…
Bijbelse geschiedenis 17: Jozef en zijn broers Jozef is de favoriete zoon van Jakob. Dit wekt veel jaloezie op bij de and…

Bronnen en referenties
  • Midrash Rabbah
  • Midrash Tanchuma
  • Rashi
  • Yalkut Albichani
  • Talmoed, Pesachim 4a
  • Talmoed, Menachot 85b
  • Midrash Tanchoema

Reageer op het artikel "Torastudie 62: Jakobs laatste woorden 2 -Genesis(49:10-33)"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Naam: E-mailadres: Meld mij aan voor de wekelijkse InfoNu nieuwsbrief. Reactie:
Infoteur: Etsel
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Bronnen en referenties: 7
Schrijf mee!