
Tora-exegese 59: Jakobs laatste jaren - Genesis (47:28-31)
In Genesis 47:28-31 kunnen we lezen hoe Jakob de zeventien laatste jaren van zijn leven in Egypte doorbrengt. Het zijn jaren van voorspoed, goedheid en vrede. Dit komt omdat Jakob zijn zoon Juda destijds vooruit heeft gestuurd om een studiehuis te laten bouwen in Egypte. Daar bestudeert Jakob de Tora en voelt zich zo heel dichtbij God.
Genesis 47:28-31
Israël dan woonde in het land Egypte, in het land Gosen, en zij werden daar ingezetenen. Zij waren vruchtbaar en vermenigvuldigden zich zeer. En Jakob leefde in het land Egypte nog zeventien jaar, en de dagen van Jakob, de jaren van zijn leven, waren honderdzevenenveertig jaar. Toen de tijd naderde, dat Israël sterven zou, riep hij zijn zoon Jozef en zei tot hem: Indien gij mij genegenheid toedraagt, leg dan uw hand onder mijn heup, (en zweer) dat gij mij liefde en trouw zult bewijzen: begraaf mij niet in Egypte. Want ik wil bij mijn vaderen liggen, vervoer mij daarom uit Egypte en begraaf mij in hun graf. En hij zei: Ik zal doen naar uw woord. Daarop zei hij: Zweer het mij dan. En hij zwoer het hem. En Israël boog zich aanbiddend neder aan het hoofdeinde van het bed.De complete Hebreeuwse tekst luidt:
כז וַיֵּשֶׁב יִשְׂרָאֵל בְּאֶרֶץ מִצְרַיִם בְּאֶרֶץ גֹּשֶׁן וַיֵּאָחֲזוּ בָהּ וַיִּפְרוּ וַיִּרְבּוּ מְאֹד. כח וַיְחִי יַעֲקֹב בְּאֶרֶץ מִצְרַיִם שְׁבַע עֶשְׂרֵה שָׁנָה וַיְהִי יְמֵי-יַעֲקֹב שְׁנֵי חַיָּיו שֶׁבַע שָׁנִים וְאַרְבָּעִים וּמְאַת שָׁנָה. כט וַיִּקְרְבוּ יְמֵי-יִשְׂרָאֵל לָמוּת וַיִּקְרָא לִבְנוֹ לְיוֹסֵף וַיֹּאמֶר לוֹ אִם-נָא מָצָאתִי חֵן בְּעֵינֶיךָ שִׂים-נָא יָדְךָ תַּחַת יְרֵכִי וְעָשִׂיתָ עִמָּדִי חֶסֶד וֶאֱמֶת אַל-נָא תִקְבְּרֵנִי בְּמִצְרָיִם. ל וְשָׁכַבְתִּי עִם-אֲבֹתַי וּנְשָׂאתַנִי מִמִּצְרַיִם וּקְבַרְתַּנִי בִּקְבֻרָתָם וַיֹּאמַר אָנֹכִי אֶעֱשֶׂה כִדְבָרֶךָ. לא וַיֹּאמֶר הִשָּׁבְעָה לִי וַיִּשָּׁבַע לוֹ וַיִּשְׁתַּחוּ יִשְׂרָאֵל עַל-רֹאשׁ הַמִּטָּה. {פ}
Genesis 47:28
Jakob leefde in het land Egypte zeventien jaar.Midrash; Baal HaTurim:
Deze zeventien jaren waren de beste jaren van zijn leven - jaren van voorspoed, goedheid en vrede; zijn andere 130 jaar waren vervuld met pijn.
HaYom Yom:
Toen Rabbijn Menachem Mendel van Lubavitch (1789-1866) een kind was en de cheider bezocht, leerde de leraar hem een vers "En Jakob leefde zeventien jaar in het land Egypte" volgens het commentaar van de Baal HaTurim - dat Jakob de beste jaren van zijn leven in Egypte leefde.
Het kind vroeg aan zijn grootvader, Rabbi Schneur Zalman van Liadi: "Hoe kan het dat Jakob zijn beste jaren in het heidense Egypte leefde?"
De rabbi antwoordde: "Er staat geschreven dat Jakob Juda vooruit zond (Genesis 46:28). De Midrasj legt uit dat dit was om een studiehuis op te richten, waar de zonen van Jakob zouden studeren. Wanneer men de Tora bestudeert, komt men dichter tot God, dus zelfs in Egypte kan men een waar 'leven' leiden."
Lubavitcher Rebbe:
Toch zegt Jakob tegen Jozef: Draag me uit Egypte! Een Jood kan een ideaal leven leiden in de Galoet (diaspora), maar is is niet zijn ware thuis. We benaderen God drie keer per dag in gebed met het verzoek ons uit Egypte te nemen.
Genesis 47:29
Toen nu de tijd voor Israël genaderd was, om te sterven.Midrash Rabbah:
Rabbi Shimon ben Lakish zei: de dagen van de rechtvaardige sterft, maar zij sterven niet...Het zegt niet "Israël genaderd was te sterven," maar "de tijd voor Israël genaderd was te sterven."
Genesis 47:30
Ik zal handelen naar uw woord.Rashi:
Een vriendelijkheid naar de doden is een ware vriendelijkheid, want men verwacht geen gunst retour.
Lubavitcher Rebbe:
De Midrasj vertelt dat toen God verlangde de mens te scheppen, de Waarheid beargumenteerde dat "hij niet geschapen moest worden want hij zit vol leugens." Vriendelijkheid zei echter: "Hij behoort geschapen te worden, want hij is vol vriendelijkheid." De Waarheid antwoordde: "Maar dat is ook één van de leugens van de mens. De mens handelt vriendelijk naar zijn naaste niet omdat hij vol vriendelijkheid is, maar omdat hij verwacht dat aardig naar hem wordt terug gedaan." Echter er is één soort vriendelijkheid waarbij de Waarheid fout zit: de vriendelijkheid gedaan naar de dood. Dit is een altruïstische daad.
Genesis 47:31
Hierop wierp Israël zich neder aan het hoofdeinde van de legerstede.Talmoed, Megillah 16b:
Een vos in zijn uur buigt er naar toe.
- Meer over de Tora is te lezen in mijn special Tora-exegese (deel IV).
Verwante artikelen
- Tora-exegese 56: Studiehuis in Egypte - Genesis 46: In Genesis 46 wordt verteld dat Jakob naar Egypte verhuist en Juda vooruit stuurt om een studiehuis te vestigen voor het bestuderen van de Tora. Jozef was…
- Tora-exegese 58: Jakobs verzoek om rust - Genesis 47: Clichés zijn banaal maar vaak waar. Bijvoorbeeld "onwetendheid is geluk". Ben je moedeloos van al de onrechtvaardigheid in de wereld? Sluit je ogen en de…
- Geschiedenis Joodse volk 1 (aartsvaders en exodus): Het Bijbelboek Genesis spreekt over drie aartsvaders (patriarchen): Abraham, Izaäk en Jakob. Van hen stamt het Joodse volk af. De geschiedenis van het Jood…
- Tora-exegese 55: Jakob trekt naar Egypte -Genesis (46:1-29): In Genesis 46:1-29 trekt Jakob naar Egypte samen met zijn hele familie. Hij zendt Juda vooruit om Jozef te ontmoeten. Wanneer Jozef zijn vader Is…
- Tora-exegese 33: Izaäks zegen - Genesis (27:11-22 en 28:9): In Genesis 27:11-22 ontsteelt Jakob de vaderlijke zegen van Ezau. Jakob wordt hierbij geholpen door zijn moeder Rebekka, die in hem een waardigere…
Bronnen en/of referenties
- Midrash; Baal HaTurim
- HaYom Yom
- Lubavitcher Rebbe
- Midrash Rabbah
- Rashi

Reageer op het artikel "Tora-exegese 59: Jakobs laatste jaren - Genesis (47:28-31)"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

