InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Achtergronden bij de profetie tegen Edom in het boek Obadja

Achtergronden bij de profetie tegen Edom in het boek Obadja

Achtergronden bij de profetie tegen Edom in het boek Obadja In het Bijbelboek Obadja wordt alleen maar geprofeteerd tegen de Edomieten. Dit roept de vraag op hoe de verhoudingen tussen Israël en Juda enerzijds en de Edomieten anderzijds lagen. Obadja benadrukt meerdere malen dat Edom het land van Esau is en dat Israël en Juda de landen van Jakob en Jozef zijn. Daarom moet men, om Obadja goed te begrijpen, een beeld hebben van de geschiedenis die begint bij Jakob en Esau, de kleinzoons van Abraham en zoons van Isaak en eindigt rond de Babylonische ballingschap. De vraag is dan ook hoe het Oude Testament deze geschiedenis beschrijft.

De manier waarop Obadja de Edomieten beschrijft

Wat opvalt als iemand het boek Obadja doorleest is dat de profeet Edom maar twee keer daadwerkelijk 'Edom' noemt (vers 1 en 8), terwijl hij het land één keer 'Esau' noemt (vers 6), vier keer spreekt van 'het gebergte van Esau' (verzen 8, 9, 18, 19 en 21) en twee keer het land het 'huis van Esau' noemt (vers 18). Hetzelfde valt ook op als het gaat over Israël en Juda, die respectievelijk het 'huis van Jakob' (vers 17 en 18) en het 'huis van Jozef' (vers 18) genoemd worden.

Het lijkt erop dat Obadja hiermee de verwantschap tussen de volken heeft willen benadrukken. Het ene volk stamt af van Jakob, het andere volk van Esau, die weer broers van elkaar waren. Israël/Juda en Edom waren dus broedervolken. Hiernaast benadrukt Obadja hier de geschiedenis tussen de broers en tussen de uit hen voortgekomen volken mee. Om Obadja's profetie goed te begrijpen is het daarom belangrijk om het verleden tussen de broers en de uit hen voortgevloeide volken te kennen.

Esau en Jakob

In Genesis 25:19-34 en 27 staat het begin van deze geschiedenis beschreven. Isaak en Rebekka, zijn vrouw, willen graag kinderen, maar zij was onvruchtbaar. Isaak bad echter voor haar en God liet zich verbidden, waardoor Rebekka zwanger raakte. Zij werd zwanger van een tweeling die in de buik elkaar al stootten. De reden hiervoor was volgens God dat uit Rebekka twee naties zouden voortvloeien, de ene zou sterker worden dan de ander en de oudste zou de jongste dienstbaar wezen.

Eerstgeboorterecht
Bij hun geboorte kwam Esau eerst, hij was dus de oudste, maar Jakob hield zijn hiel vast en kwam er daardoor meteen achteraan. Esau zou opgroeien tot een jager, terwijl Jakob een huiselijke man werd. Isaak had Esau lief, omdat hij hield van de wildbraad die Esau binnenhaalde met de jacht, terwijl Rebekka Jakob liefhad.

Op een dag kwam Esau vermoeid thuis na de jacht. Jakob had net een gerecht gekookt en Esau wilde heel graag wat daarvan hebben. Jakob wilde hem best iets te eten geven, maar alleen in ruil voor zijn eerstgeboorterecht. Esau nam dit aanbod aan en zweerde dat Jakob het eerstgeboorterecht zou krijgen.

De vaderlijke zegen
Toen Isaak oud werd en aanvoelde dat hij binnenkort zou gaan sterven wilde hij zijn oudste zoon zegenen. Hij vroeg Esau daarom om een stuk wild te schieten en dat klaar te maken, zodat zij samen konden eten en hij zijn oudste zoon kon zegenen. Rebekka hoorde hier echter van en maakte snel iets te eten klaar en stuurde Jakob, gekleed in Esau's kleding en met geitenvellen op zijn armen om de ruige huid van Esau na te bootsen, naar Isaak toe, zodat Jakob zijn zegen zou krijgen. Isaak was blind, waardoor de vermomming werkte en hij Jakob zegende in plaats van Esau.

Toen Esau bij Isaak kwam met de vers bereidde wildbraad vertelde Isaak hem dat hij zijn zegen al aan een ander had gegeven. Esau werd hier ontzettend kwaad om. Eerst had Jakob volgens hem zijn eerstgeboorterecht gestolen en nu ook al zijn zegen. Twee keer had Jakob Esau bedrogen. Toen Esau aan zijn vader vroeg om hem ook te zegenen, profeteerde zijn vader dat Esau's volk zou leven van het zwaard en Jakob's volk zou dienen.

Haat en liefde tussen de broers
Wanneer Isaak sterft neemt Esau zich voor om Jakob te doden, maar Rebekka hoort dit en laat Jakob op tijd vluchten naar zijn oom Laban. Daar leeft Jakob ten minste vijftien jaar en trouwt hij de twee dochters van Laban en verwerft hij een deel van diens kudde. Ook krijgt hij kinderen.

Na die tijd gaat hij echter terug naar het land waar hij vandaan kwam. In Genesis 32 staat de angst beschreven die hij voelde voor zijn broer, Esau. Hij stuurde daarom een geschenk vooruit in de vorm van meerdere kudden dieren bestaande uit in totaal vijfhonderdenvijftig dieren. Zelf bleef hij met zijn gezin achter in de legerplaats.

In Genesis 33 wordt verteld dat Esau de volgende dag eraan kwam met vierhonderd mannen. Jakob stelde zijn mensen op en ging zelf vooruit naar Esau toe en boog voor hem. Hij ging er vrijwel zeker van uit dat het met hem gedaan was, maar Esau omarmde hem, viel hem op de hals en kuste hem, waarop zij beiden weenden. Esau wilde het geschenk teruggeven, maar deed dit op aandringen van Jakob niet en Esau wilde met zijn mannen Jakobs reisgezelschap van begeleiding voorzien, maar ook hier had Jakob geen behoefte aan, omdat hij in de gunst wilde komen bij Esau. In plaats van haat was er verzoening.

De rol van Edom tijdens de uittocht uit Egypte

In Numeri 20:14-21 wordt het moment beschreven dat het Israëlische volk, onder leiding van Mozes, bij het grondgebied van Edom aankwam. Om bij het beloofde land te komen moesten zij door dit grondgebied heentrekken of omreizen. Mozes stuurt om deze reden boden naar de koning van Edom om te vragen om toestemming om door het grondgebied heen te trekken. Mozes herinnert de koning hierbij aan het feit dat Israël en Edom broedervolken zijn, maar de koning weigerde en bracht een groot leger in stelling om het volk tegen te houden.

In Deuteronomium 23:7, een wet die voor de intocht in het beloofde land aan het volk Israël werd gegeven, staat echter dat de Israëlieten de Edomieten niet mogen verafschuwen, omdat zij hun broedervolk zijn. De grens van het beloofde land ligt dan ook onder andere bij het land van de Edomieten (Joz. 15:1 & 21).

De verhouding met Edom na de intocht in het beloofde land

De verhouding met de Edomieten verslechterde nadat de Israëlieten het beloofde land hadden ingenomen. In de periode tussen de intocht in het beloofde land en de ballingschap beschrijft het Oude Testament een zestal gewapende conflicten tussen beide volken:
  1. Koning Saul, de eerste koning die Israël zou hebben, voerde al oorlog tegen de Edomieten (1 Sam. 14:47).
  2. Tijdens de regering van Sauls opvolger David zouden de Edomieten zelfs onderdanen worden van Israël (2 Sam. 8:13-14).
  3. Tijdens de regering van Davids opvolger Salomo stond de Edomiet Hadad, die tot het koninklijk geslacht van de Edomieten hoorde, tegen hem op, waarop Salomo deze opstand neersloeg (1 Kon. 11:14-17).1
  4. In 2 Koningen 8:20-22 wordt beschreven dat de Edomieten zich succesvol onttrokken aan de macht van Juda. Koning Joram, de zoon van Josafat, niet dezelfde als de koning van Israël, deed namelijk wat slecht was in de ogen van God (2 Kon. 8:16-19).
  5. In 2 Koningen 14:7 wordt een veldslag tussen Juda en Edom beschreven. De aanleiding naar het conflict is onduidelijk, maar Juda, onder leiding van koning Amasja, versloeg de Edomieten in de veldslag.
  6. In 2 Kronieken 28 staat de regeringsperiode van koning Achaz van Juda beschreven. Hij deed wat slecht was in de ogen van God en kreeg om die reden te maken met militaire verliezen. Eén daarvan wordt beschreven als een nederlaag die de Edomieten Juda hadden toegebracht.

Naast deze conflicten is er maar weinig informatie over de verhoudingen tussen Israël/Juda en Edom. De enige hint die het Oude Testament hiernaast geeft hierover ligt in het feit dat er rond het begin van de Babylonische ballingschap nog Judeeërs woonden in Edom, die naar aanleiding van de ballingschap terug verhuisden naar Jeruzalem (Jer. 40:11). Hoe zij zich verhielden tot de Edomieten is niet bekend, maar het feit dat zij er woonden kan erop wijzen dat de Edomieten een leefbaar klimaat voor hen schiepen.

Algemeen beeld van de verhoudingen tussen Israël en Edom

De relatie tussen Jakob en Esau, en later de relatie tussen Israël/Juda en Edom, was er één waarin een aantal hoogtepunten te zien is, maar waarin veel spanning zat. Zowel de broers als de volken die uit hen voortkwamen waren vaker met elkaar in conflict dan niet. Hierbij lijken de landen een hekel aan elkaar gehad te hebben, al konden hun onderdanen het rond de tijd van de ballingschap waarschijnlijk redelijk goed met elkaar vinden. In het laatste conflict dat de Bijbel beschrijft lijkt het er echter op dat de Edomieten bewust gebruikmaakten van het feit dat Juda verzwakt was, een situatie van waaruit Obadja ook zijn profetie uitsprak/opschreef.

Duiding van Obadja's profetie vanuit de geschiedenis
Gezien de geschiedenis is het niet vreemd dat in Obadja's tijd de Edomieten hun kans schoon zagen om te plunderen in Jeruzalem. Jeruzalem had aan het begin van de Babylonische ballingschap geen leger of een stadsmuur meer en was een makkelijke prooi. Hiernaast hadden de Edomieten historisch gezien nog een appeltje met Jeruzalem te schillen. Om dit tegen te gaan is het niet vreemd dat Obadja in herinnering bracht dat de volken broeders waren. Misschien hoopte hij hierbij dat Edom, net zoals Esau dat deed bij Jakob, de Judeeërs en Israëlieten tegemoet zou komen en hen zou willen helpen.



1 In de periode dat Edom onder Israël viel (en bij de scheiding van Israël in twee koninkrijken onder het koninkrijk Juda) was het leger van Edom ook één keer de (onvrijwillige) bondgenoot van Israël en Juda. In 2 Koningen 3:6-27 staat namelijk een conflict tussen Israël en Moab beschreven. Israël, onder leiding van koning Joram, wilde ten strijde trekken tegen Moab en riep hierbij de hulp in van Juda, dat onder leiding stond van koning Josafat. Naast de legers van deze twee landen trok echter ook Edom, met hen op.
© 2017 Theoloog, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Bijbel: De twaalf kleine profetenBijbel: De twaalf kleine profetenHosea, Joël, Amos, Obadja, Jona, Micha, Nahum, Habakuk, Zefanja, Haggaï, Zacharia en Maleachi behoren tot de zogenaamde…
De eerste vijf boeken van de bijbelDe eerste vijf boeken van de bijbelWie de bijbel leest, begint meestal bij het begin. Om deze reden hier een korte inhoud van de eerste vijf boeken van de…
Bijbelse persoonlijkheden: Jakob  vechten tegen duisternisBijbelse persoonlijkheden: Jakob vechten tegen duisternisElie Wiesel bespreekt in zijn boek Bijbels Eerbetoon aartsvader Jakob. Hij analyseert de derde aartsvader: wie Jakob is,…
Religieuze geschiedenis Joden 31: de RomeinenVolgens de Joodse traditie zijn de Romeinen nakomelingen van Ezau, de roodharige en bloeddorstige broer van Jakob. De Ro…
Bijbels Christen Zionisme: wat geloven christen zionisten?Bijbels Christen Zionisme: wat geloven christen zionisten?Christen zionisten zijn christenen die geloven dat de terugkeer van de Joden naar het Heilige Land, Eretz Yisrael, en de…
Bronnen en referenties

Reageer op het artikel "Achtergronden bij de profetie tegen Edom in het boek Obadja"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Reactie

Etsel (infoteur), 27-02-2017 09:17 #1
Dag Theoloog,

De engel waarmee Jakob vecht wordt gezien als de 'prins' van Ezau (in de engel zat de geest van Ezau). Zo wordt het gevecht met Ezau's engel gezien als een voorteken van het fysieke lijden in de Diaspora (Galoet). De engel van Ezau verwondt Jakobs heupgewricht en daarmee zijn rechtvaardige nakomelingen. De nakomelingen van Ezau vestigen zich in Edom. Edom wordt gezien als de eeuwige vijand van Israël waarvan Amalek de grootste vijand is. Edom wordt door Rabbijnen tevens vaak gelijkgesteld met Rome. Nadat de Romeinen het Joodse volk uit het Heilige Land verjagen leven de Joden in de Diaspora. Deze Diaspora wordt ook wel Edom-Galoet genoemd. De Romeinen (die later christenen worden) proberen het geloof van Israël uit te wissen. Het is dus interessant te zien dat het gevecht tussen Joden en christenen reeds begint met de strubbelingen tussen Ezau en Jakob die al in de baarmoeder van Rebekka plaatsvinden. Ezau zou Jakob altijd haten. Toch is er een uitzondering wanneer zij elkaar weer ontmoeten en Ezau zijn broer met heel zijn hart kuste. In het Bijbelboek Obadja wordt ook verwezen naar de strijd tussen Jakob en Ezau, zie hoofdstuk 1, vers 18: En Jakobs huis zal een vuur zijn, en Jozefs huis een vlam, en Ezau's huis tot een stoppel; en zij zullen tegen hen ontbranden, en zullen ze verteren, zodat Ezau's huis geen overgeblevene zal hebben; want de Eeuwige heeft het gesproken. Volgens Joodse geleerden verwijst dit naar Mashiach ben Jozef die de vijanden van Israël zal verslaan.

Edom is the perpetual enemy of Israel (see Sifre, Beha'alotecha, par. 69, cited by Rashi on Genesis 33:4; and see also Megilah 6a) and its final foe: the present galut is referred to as the galut of Edom (see Bereishit Rabba 44:17; Vayikra Rabba 13:5; and parallel passages) and Edom will be defeated ultimately by Mashiach (Obadiah; Yoma 10a; Midrash Tehilim 6:2; and cf. Tanchuma, Bo:4).
Interestingly enough, according to Pirkei deR. Eliezer ch. 28 (in non-censored versions), the Ishmaelites (Arabs) will be the final kingdom to be defeated by Mashiach. Other sources state "Edom and Ishmael" (see Torah Shelemah on Genesis 15:12, note 130). Note, however, Pirkei deR. Eliezer, ch. 44 (and cf. Midrash Tehilim 2:6 and 83:3) that Edom and Ishmael have become intermingled. See also Mayanei Hayeshu'ah, Mayan 11:8. (bron: Chabad)

Groet,

Etsel Reactie infoteur, 03-03-2017
Beste Etsel,

Dank voor je aanvullende reactie! Interessant om te zien dat Edom in de joodse messiaanse verwachting nog een grote rol speelt.

Vriendelijke groet,

Theoloog

Infoteur: Theoloog
Laatste update: 27-02-2017
Gepubliceerd: 27-02-2017
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Bronnen en referenties: 2
Reacties: 1
Schrijf mee!