InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Obadja 1:1 - Wie was de profeet Obadja?

Obadja 1:1 - Wie was de profeet Obadja?

Obadja 1:1 - Wie was de profeet Obadja? In het Bijbelboek Obadja, deel van de profeten in het Oude Testament, wordt het 'gezicht van Obadja', een profetie, beschreven. De profeet die het gezicht te zien kreeg wordt in het boek echter niet voorgesteld. Het boek vertelt alleen maar dat hij Obadja heet. Dit roept onder christelijke theologen de vraag op wie deze Obadja was. Is hij te identificeren met een andere in de Bijbel genoemde Obadja? Of wordt hij verder niet genoemd in de Bijbel en is hij een grote onbekende?

De tekst

Het Bijbelboek Obadja begint met de aanhef "Gezicht van Obadja" (Ob. 1:1a - NBG 1951). Hiermee is voor het Bijbelboek alles over Obadja gezegd. Obadja wordt verder niet voorgesteld. Gegevens die gebruikelijk waren, als men duidelijk wilde maken wie iemand was, zoals wie zijn vader was en een indicatie van wanneer hij leefde, ontbreken. De enige manier om erachter te komen of de profeet Obadja ook elders in de Bijbel wordt beschreven is daarom door op basis van het Bijbelboek Obadja een inschatting te maken van wanneer hij zijn profetie uitsprak en/of opschreef en om dan te kijken of hij in dezelfde tijd leefde als één van de andere in de Bijbel genoemde Obadja's.

De Bijbelse Obadja's
In de Bijbel worden, naast de profeet Obadja, nog twaalf andere Obadja's genoemd. Deze staan hieronder, met daarbij de informatie die over hun levens gegeven wordt:
  1. Obadja, de hofmaarschalk onder koning Achab (1 Kon. 18:1-15). Deze Obadja redde de levens van honderd profeten toen koningin Izebel (de vrouw van Achab) hen wilde doden
  2. Obadja, de zoon van Chananja (1 Kron. 3:21)
  3. Obadja, de zoon van Uzzi (1 Kron. 7:3)
  4. Obadja, de zoon van Asel (1 Kron. 8:28; 9:44)
  5. Obadja, de zoon van Semaja (1 Kron. 9:16)
  6. Obadja, een legeraanvoerder die David aanhing voordat hij koning werd (1 Kron. 12:9)
  7. Obadja, de vader van Jismaja, die weer hoofd was van de stam Zebulon (1 Kron. 27:19)
  8. Obadja, overste onder koning Josafat (2 Kron. 17:7)
  9. Obadja, één van de leidinggevenden bij herstelwerkzaamheden aan de tempel onder koning Josia (2 Kron. 34:8-13)
  10. Obadja, de zoon van Joab (Ezra 8:9)
  11. Obadja, één van de medetekenaars van een verbond waarin het Israëlische volk beloofde zich weer aan de wet te houden, waarschijnlijk opgesteld door Nehemia (Neh. 10:5)
  12. Obadja, de tempelzanger (Neh. 12:24)

De datering van de profeet Obadja

Het Bijbelboek Obadja biedt een aantal hints op basis waarvan men een inschatting kan maken wanneer Obadja leefde. De eerste hiervan ligt in het feit dat er niets wordt gezegd over wie er koning was in Obadja's tijd. De tweede ligt in het feit dat er wordt beschreven dat de stad Jeruzalem gevallen was. De derde, aan de tweede verbonden, ligt in het feit Obadja specifiek de Edomieten oproept om zich niet te verheugen over de val van Jeruzalem en niet de stad te plunderen nu deze kwetsbaar is. De vierde is dat de gebeurtenissen die zijn beschreven zich hebben afgespeeld voordat Obadja ze beschreef.

Geen koning
Doorgaans wordt in de Bijbelboeken die in het Oude Testament onder de profeten vallen in de openingsverzen beschreven van welke profeet de volgende woorden afkomstig zijn. Hierbij wordt dan ook de koning van Israël en/of de koning van Juda genoemd die regeerde in de tijd dat de profeet de woorden ontving of uitsprak, zodat de lezer wist wanneer de woorden ongeveer zijn uitgesproken en in welke context. Een voorbeeld hiervan is het boek Amos. In Amos 1:1 staat beschreven dat Amos de geschreven woorden schouwde in de dagen van Uzzia, koning van Juda en in de dagen van Jerobeam, koning van Israël. Op basis daarvan kan een inschatting worden gemaakt van wanneer Amos leefde. In het boek Obadja ontbreekt echter het benoemen van de koning tijdens wiens regering Obadja profeteerde.

Dit kan betekenen dat de profeet, of degene die zijn woorden opschreef, erg slordig was. Het kan echter ook betekenen dat er geen koning was in Israël en Juda. Het lijkt er daarom op dat Obadja schreef in een periode dat Jeruzalem (recent) gevallen was, en dat er geen koning was die regeerde over Juda, waarvan Jeruzalem de hoofdstad was.

De val van Jeruzalem
In vers 11 van het boek, dat slechts één hoofdstuk telt, benoemt Obadja de val van Jeruzalem. Er waren volgens B.C. Cresson (Bron 1) zes gebeurtenissen in het Oude Testament waarbij Jeruzalem viel, namelijk:
  1. De opstand tegen koning David door Absalom (2 Sam. 15-18)
  2. De invasie door koning Sisak (1 Kon. 14:25-26)
  3. De Filistijns-Arabische invasie (2 Kron. 21:16-18)
  4. De invasie door koning Joas van Israël (2 Kron. 25:17-24)
  5. De invasie door Nebukadnessar in 597 v.Chr. (2 Kron. 36:5-10)
  6. De invasie door Nebukadnessar in 587 v.Chr. waarmee de Babylonische ballingschap begon (2 Kron. 36:11-21)

Obadja moet zijn profetie hebben uitgesproken in de periode na één van de bovengenoemde gebeurtenissen. In een periode dat er geen koning was die over Juda regeerde.

Het gedrag van de Edomieten
In verzen 12-14 geeft de Obadja de Edomieten de volgende acht verboden:
  1. Zij moesten niet met leedvermaak kijken naar de ondergang van Jeruzalem
  2. Zij moesten zich niet vrolijk maken over de kinderen van Juda
  3. Zij moesten geen grote mond opzetten hierover
  4. Zij moesten niet in de poort van Jeruzalem komen komen ten tijde van haar ongeluk
  5. Zij moesten niet met leedvermaak kijken naar het onheil van het volk
  6. Zij moesten niet hun hand uitstrekken naar de bezittingen van het volk
  7. Zij moesten mensen die wilden vluchten niet uitroeien
  8. Zij moesten mensen die wilden vluchten niet uitleveren aan hun vijanden

Het geven van deze verboden is een aanwijzing dat de Edomieten zich ten tijde van de val van Jeruzalem schuldig maakten aan de zaken die Obadja verbood. In het Oude Testament zijn er twee teksten waarin de Edomieten van vergelijkbare zaken beschuldigd worden. De eerste tekst is Psalm 137, waarin wordt teruggekeken naar de val van Jeruzalem door iemand die zich op 'vreemde grond' bevond en die aan God vraagt om de kinderen van Edom toe te rekenen dat zij zeiden dat Jeruzalem tot op de grond toe afgebroken moesten worden.

De tweede tekst is Klaagliederen 4:21-22, waarin de schrijver tegen de 'dochter van Edom' zegt dat zij zich maar moet verblijden en verheugen, maar dat de beker ook tot haar zal komen. Hiermee wordt geïmpliceerd dat Edom hetzelfde lot zal overkomen als Jeruzalem.

Verleden tijd
De val van Jeruzalem en de manier waarop de Edomieten zich daarbij gedroegen worden beschreven als iets dat in het verleden is gebeurd. Er wordt dus niet geprofeteerd dat deze dingen nog gaan gebeuren. Dat wil zeggen dat Obadja zijn profetie na de gebeurtenissen uitsprak.

Wanneer leefde Obadja?
Deze twee teksten over het gedrag van de Edomieten lijken allebei in de context van de Babylonische ballingschap geschreven te zijn. Psalm 137 begint namelijk met de tekst "Aan Babels stromen, daar zaten wij, ook weenden wij, als wij Sion gedachten.". In deze zin zou het woord 'zaten' ook kunnen worden vertaald met 'woonden' of 'verbleven'. In dat geval zou het gaan over mensen die woonden in Babel. Het enige moment in het Oude Testament waarin de joden (massaal) in Babel verbleven was namelijk na de val van Jeruzalem in 587 v.Chr.

Klaagliederen 4 is deel van een boek bestaande uit vijf liederen die gaan over het lot van Jeruzalem na haar val in 587 v.Chr. Het boek werd in christelijke kringen geassocieerd met de profeet Jeremia (de hoofdpersoon in het Bijbelboek Jeremia), die een ooggetuige was van de val van Jeruzalem. Redenen hiervoor waren dat het boek Jeremia en het boek Klaagliederen dezelfde toon (van nationale rouw) hebben, de val van het land aan dezelfde redenen toeschrijven,1 dezelfde metaforen en spreekwoorden gebruiken2 en dat de boeken een elftal zinnen bevatten die haast identiek zijn.3 Hoewel moderne geleerden niet meer direct aannemen dat Jeremia het boek geschreven heeft gaan zij er wel van uit dat het boek in dezelfde tijd is ontstaan als de tijd waarin Jeremia schreef, of daarna. Dat wil zeggen dat het boek vrijwel zeker is geschreven in de tijd na de val van Jeruzalem in 587 v.Chr.

Het is dan ook vrijwel zeker dat Obadja zijn profetie uitsprak en/of opschreef, en dus ook leefde, in deze periode. Dit is namelijk de enige bekende periode waarin er na de val van Jeruzalem geen koning meer was die over Juda regeerde en waarbij de Edomieten misbruik maakten van de zwakke positie van Jeruzalem.

Obadja, een onbekende profeet

Het moeilijke aan deze datum is dat vermoedelijk geen van de twaalf andere in het Oude Testament genoemde Obadja's in deze tijd geleefd hebben. De Obadja's die in Ezra en Nehemia worden beschreven leefden namelijk na de Babylonische ballingschap, ongeveer rond 400 v.Chr. De andere Obadja's leefden allemaal voor de val van Jeruzalem. Al moet gezegd worden dat het mogelijk is dat de Obadja die onder koning Josia leiding gaf aan de herstelwerkzaamheden aan de tempel nog leefde toen Jeruzalem viel. Dat gebeurde namelijk 35 en een half jaar jaar na de herstelwerkzaamheden.4 Het is daardoor goed mogelijk dat Obadja (voor Oudtestamentische begrippen) hoogbejaard was toen Jeruzalem viel. Het is echter waarschijnlijker dat hij toen al was overleden. Het lijkt er daardoor op dat de profeet Obadja een onbekende profeet was.



1 Driver (bron 2) beschrijft dit als volgt: "both books attribute the nation’s demise to the same causes. Judah falls as a result of national sin (compare Lam 1:5, 8, 14, 18; 3:42; 4:6, 22; 5:7, 16 to Jer 14:7; 16:10–12; 17:1–3; and so on), sinful prophets and priests (compare Lam 2:14; 4:13–15 to Jer 2:7–8; 5:31; 14:13; 23:11–40; 27:1–28:17), and vain confidence in weak and unreliable allies (compare Lam 1:2, 19; 4:17 to Jer 2:18, 36; 30:14; 37:5–10)."
2 Driver noemt hierbij als voorbeelden dat beide boeken Jeruzalem beschrijven als maagdelijke dochter die gebroken is met een onherstelbare breuk (vgl. Klg. 1:15; 2:13 & Jer 8:21-22; 14:17). Ook roepen beide boeken op tot de vernietiging van hun vijanden en verwachten zij dat de gebieden van hun vijanden net zo verlaten zullen zijn als Jeruzalem (vgl. Klg. 4:21 & Jer. 49:12).
3 Driver noemt hierbij de volgende 11 voorbeelden:
  1. Jerusalem’s lovers offer her no comfort (Lam 1:2; 1:8b–9; Jer 30:14; 13:22b, 26).
  2. Jerusalem’s eyes and Jeremiah’s eyes are running down with tears (Lam 1:16a; 2:11a, 18b; 3:48–49; Jer 9:1, 18b; 13:17b; 14:17).
  3. Jerusalem’s breach has been great (Lam 2:11, 13; 3:47–48; 4:10; Jer 6:14; 8:11, 21).
  4. Israel’s priests and prophets have sinned (Lam 2:14; 4:13; Jer 2:8; 5:31; 14:13ff.; 23:11).
  5. Israel’s women eat their own children during a siege (Lam 2:20; 4:10; Jer 19:9).
  6. Israel has terrors all around her (Lam 2:22; Jer 6:25; 20:10).
  7. The speaker in Lam 3:14 says, “I have become a derision,” a phrase also found on Jeremiah’s lips in Jer 20:7.
  8. Both books use the terms “wormwood” and “wormwood and gall” (Lam 3:15; Jer 9:15; 23:15).
  9. Both books use the terms “fear and the snare” (Lam 3:47; Jer 48:43).
  10. Both books use the phrase “they hunt me” (Lam 3:52; Jer 16:16b).
  11. Both books use the term “the cup” (Lam 4:21; 5:16; Jer 13:18b; 25:15; 49:12).
4 De herstelwerkzaamheden begonnen namelijk in het achttiende regeringsjaar van koning Josia (2 Kron. 34:8), die in totaal 31 jaar regeerde, dus dertien jaar na het begin van de werkzaamheden (2 kron. 34:1). Na Koning Josia regeerden koning Joachaz, Jojakim en Jojakin respectievelijk drie maanden, elf jaar en drie maanden en tien dagen. Hierna regeerde koning Sedekia elf jaar in Jeruzalem en werd de tempel verwoest en het volk in ballingschap weggevoerd. In totaal zat er tussen de start van de herstelwerkzaamheden en de vernietiging van de tempel dus (13 + 0,25 + 11 + 0,25 + 11 =) vijfendertig en een half jaar.
© 2017 Theoloog, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
De bijbel: Kronieken, Jesaja, Jeremia en EzechiëlDe bijbel: Kronieken, Jesaja, Jeremia en EzechiëlDe bijbel is geen makkelijk boek om zo maar te lezen. Interessant en de moeite waard is het zeker wel. Hieronder tref je…
Bijbelse geschiedenis: het koninkrijk van JeroboamBijbelse geschiedenis: het koninkrijk van JeroboamJeroboam komt in opstand tegen Koning Rehabeam die zijn vader Koning Salomo had opgevolgd. Na de succesvolle opstand tra…
Religieuze geschiedenis Joden 23: val Jeruzalem en TempelMet de val van de stam Juda (Jeruzalem en de Tempel) komt een eind aan het Koninkrijk Israël. De tien stammen zijn al ee…
Geschiedenis Joodse volk (Koninkrijken Juda en Israël)Geschiedenis Joodse volk (Koninkrijken Juda en Israël)Na de splitsing van het koninkrijk is er veel onderlinge strijd geweest tussen Juda en Israël. Veel koningen verbreidden…
Geschiedenis Joodse volk (Koning David, Salomo, Jerobeam)Geschiedenis Joodse volk (Koning David, Salomo, Jerobeam)In deel 4 van de Joodse geschiedenis behandel ik het koninkrijk van David en Salomo en de splitsing van het koninkrijk.…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Terratimes / Openclipart
  • 1. Cresson, B.C. 1972. Obadiah. BBC 7. Nashville, TN.: Broadman. Aangehaald door: Smith, B.K., en F.S. Page. 1995. Amos, Obadiah, Jonah. Bewerkt door D.S. Dockery. The New American commentary, v. 19B. Nashville, Tenn.: Broadman & Holman Publishers.
  • 2. Driver, S.R. 1897. An Introduction to the Literature of the Old Testament. Herdruk 1972. Gloucester, MA: Peter Smith.
  • Aangehaald door: Garrett, D., en P.R. House. 2004. Song of Songs/Lamentations. Bewerkt door D.A. Hubbard, G.W. Barker, B.M. Metzger, en R.P. Martin. Word Biblical Commentary, Vol. 23,B. Nashville: Nelson.
  • 3. Hays, C.B. 2005. “How shall we sing?: Psalm 137 in historical and canonical context”. Horizons in Biblical Theology 27 (2): 35–55.
  • 4. Smith, B.K., en F.S. Page. 1995. Amos, Obadiah, Jonah. Bewerkt door D.S. Dockery. The New American commentary, v. 19B. Nashville, Tenn.: Broadman & Holman Publishers.
  • 5. Stuart, Douglas. 1987. Hosea - Jonah. Bewerkt door David A. Hubbard, Glenn W. Barker, Bruce M. Metzger, en J.D.W. Watts. Word Biblical Commentary, Vol. 31. Waco, Tex: Word Books, Publ.

Reageer op het artikel "Obadja 1:1 - Wie was de profeet Obadja?"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Theoloog
Laatste update: 22-03-2017
Gepubliceerd: 21-02-2017
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Bronnen en referenties: 7
Schrijf mee!