
De Joodse Tempel VIII: het binnenste heiligdom (de kodesj)
De doorgang van de Kodesj was 10 cubits breed en 20 cubits hoog. Boven de doorgang stond een gouden menora geschonken door Koningin Helena, een bekeerling tot het Jodendom. De ochtend dienst kon niet beginnen voor zonsopkomst. Vanwege de hoge muren moest een priester naar buiten gaan om te kijken wanneer de zon opkwam. Maar toen de menora er eenmaal stond scheen de zon tegen de menora en wisten de priesters dat de dienst kon beginnen.
Dit is een vervolg op het artikel kantoren (Ta'iem).
De doorgang
De doorgang was 6 cubits dik en had vier deuren. De deuren werden gemaakt van olijfhout met een laag goud. Gesneden in het goud waren engelen, palmbomen en bloemen. De voorste muren van de Heichal en de deurposten waren 6 cubits dik.Twee deuren werden geplaatst aan de voorkant van de 6 cubit doorgang en twee deuren werden geplaatst aan de achterkant. De twee deuren aan de voorkant werden binnenwaarts geopend en gevouwen tegen de binnenmuur van de doorgang. De achterdeuren openden ook binnenwaarts en vouwden tegen de muur (Rabbi Jehoeda had een andere mening betreffende de deuren).
Voor de deuren was een gordijn dat kon worden opgetrokken of neergelaten. Wanneer de Hoge Priester in de Kodesh was, werd het gordijn naar beneden gelaten om hem privacy te verschaffen.
De ramen
De ramen van de Kodesh waren 20 cubits hoog en bestonden uit lange nauwe openingen in de muur. De openingen waren breder aan de buitenkant dan aan de binnenkant. In een privé-ruimte waren raam openingen nauw aan de buitenkant en breed aan de binnenkant zodat het licht naar binnen kon komen. De rabbijnen zagen de Heichal als de 'lichtbron' van de wereld, dus de ramen werden geconstrueerd om het licht naar buiten te spreiden.De Kodesj was 40 cubits lang, 20 cubits breed en 40 cubits hoog. De muren werden met hout betimmerd en kregen een laagje goud, behalve voor de plekken die de deuren bedekten als zij werden geopend. In het goud waren palmbomen, bloemen, engelen en wijnstokken gegraveerd.
De heilige vaten
Bij de noordelijke muur van de Kodesh was de Sjoelchan (Gouden Tafel). Het werd geplaatst in een oost-west richting. Op de Tafel lagen de twaalf toonbroden en twee eetlepels. Er waren andere gouden tafels in de Kodesj; vijf ten noorden van de Gouden Tafel, en vijf ten zuiden. Deze moesten de schoonheid van de Gouden Tafel verheffen.De Menora werd geplaatst met een noord-zuid richting bij de zuidelijke muur van de Kodesj, hoewel sommigen zeggen dat het werd geplaatst met een oost-west richting. Er waren tien ander menora's in de Kodesh. Vijf werden geplaatst ten noorden van de Menora, en vijf ten zuiden ervan. Deze waren ook voor versieringsdoeleinden.
In het centrum van de Kodesj was het gouden Altaar. De Menora, Altaar en Tafel werden geplaatst binnen de binnen helft van de Kodesj. Het Altaar stond iets naar het oosten.
In de Eerste Tempel scheidde een 1 cubit dikke muur de Kodesj van het Heilige der Heiligen. In die Tempel was het plafond slechts 30 cubits hoog. De Tweede Tempel had een hoogte van 40 cubits. Een muur van 1 cubit dik kon niet worden opgericht tot de 40 cubit hoogte. Zij wilden geen dikkere muur maken om niet enig gebied van de Kodesj of het Heilige der Heiligste te verminderen.
Er werd besloten de Kodesj een volle 40 cubits lang en het Heilige der Heiligen een volle 20 cubits te bouwen. Een neutrale ruimte van 1 cubit zou tussen hen geplaatst worden en afgescheiden worden door twee gordijnen. Eén gordijn werd geplaatst tussen het einde van de Kodesh en het begin van de cubit ruimte. Het andere gordijn werd geplaatst tussen het einde van de cubit ruimte en het begin van het Heilige der Heiligen. Het buiten gordijn werd terug gevouwen aan de zuidkant en de binnen gordijn werd terug gevouwen aan de noordkant.
De gordijnen werden nooit geopend behalve gedurende de feesten, waar ze terug gerold werden zodat de mensen het beeldsnijkunst van de engelen op de muren konden zien. De engelen in de beeldsnijkunst omarmden elkaar dat de liefde vertegenwoordigde van God aan de Kinderen van Israël.
In het volgende artikel komt deel IX aan de orde.
Meer over de Tempel is te lezen in mijn special De beschrijving van de joodse Tempel. © 2008 - 2009 Etsel, gepubliceerd in Religie (Mens en Samenleving) op 03-03-2008, laatst gewijzigd op 10-03-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Etsel is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...
Verwante artikelen
- De Joodse Tempel VII: kantoren (Ta'iem): In de Joodse Tempel tussen de Kodesj en het Heilige der Heiligen waren kantoren. In totaal 38 stuks. Hun enige doel was een scheiding te brengen tussen de Kodesj en h…
- De Joodse Tempel IX: Heilige der Heiligen en de Heilige Ark: In dit laatste artikel over de Joodse Tempel besteed ik aandacht aan het Heilige der Heiligen (Kodesj Hakodsjim) en de Heilige Ark (Aron Hakodesj)…
- De onderdelen van de Egyptische tempel: Elke Egyptische tempel bestaat uit verschillende onderdelen. Deze onderdelen hadden zowel een praktische als symbolische functie.
- De Joodse Tempel VI: de Ingangshal (Oelam): Deze ingangshal die leidt naar het Heilige der Heiligen werd de Oelam genoemd. Het wordt beschreven door commentatoren als 100 cubits van noord naar zuid, 100 cubi…
- Bijbel 8: Hooglied, Ruth, Klaagliederen, Prediker en Esther: In dit artikel aandacht voor de 5 megillot: Hooglied, Ruth, Klaagliederen, Prediker en Esther. Hooglied heeft als groot thema de relatie tussen Go…
Bronnen en/of referenties
- Chabad

Reageer op het artikel "De Joodse Tempel VIII: het binnenste heiligdom (de kodesj)"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

