Religie en Ingangshal

De Joodse Tempel VI: de Ingangshal (Oelam)

Deze ingangshal die leidt naar het Heilige der Heiligen werd de Oelam genoemd. Het wordt beschreven door commentatoren als 100 cubits van noord naar zuid, 100 cubits hoog en 11 cubits van oost naar west. Het was één verdieping hoog. Binnen, kettingen werden opgehangen van het plafond naar de grond, deze weg kon jonge priesters de muren en de ramen repareren door de kettingen te beklimmen. Dit is deel VI van de beschrijving van de Tempel.


Dit is het vervolg op het artikel het Hart (Beth Hamoked).

Cederbalken verbonden de voor- en achtermuren en dienden als beugels om de hoge muren tegen vallen te behoeden.

De doorgang

De doorgang was 6 cubits dik en had vier deuren. De deuren waren van olijfhout gemaakt waar een laag goud op zat. Gesmeed in goud waren engelen, palmbomen en bloemen. De voormuren van de Heichal en de deurposten waren 6 cubits dik.

Twee deuren werden geplaatst aan de voorkant van de 6 cubits doorgang, en twee deuren werden geplaatst aan de achterkant. De deuren aan de voorkant werden binnenwaarts geopend en gevouwen tegen de binnenmuur van de doorgang. De achterdeuren openden zich ook binnenwaarts en vouwden tegen de muren.

Voor de deuren was een gordijn dat kan worden opgehesen en kon zakken. Wanneer de Hoge Priester in het Heilige was werd het gordijn naar beneden gehaald om hem privacy te verschaffen.

Kamer van de messen

Aan de noordelijke en zuidelijke einden van de Oelam waren twee kamers die Beit Hachalifot -Kamer van de messen- heette. De slachtmessen werden hier in kluizen tegen de muren bewaard. De botte of beschadigde messen werden in de zuidelijk kamer bewaard waar zij werden geslepen of gerepareerd. Messen die geschikt waren voor gebruik werden in de noordelijke kamer opgeslagen.

Kleine poorten

In de zuidwestelijke en noordwestelijke hoek van de Oelam waren de deuren 8 cubits hoog. Omdat alle offers geofferd moesten worden tegenover 'de deur van de Heichal' (zoals beschreven in de Tora), werden deze deuren zo gebouwd dat het slachten overal gedaan kon worden in de Azara tegenover de deur.

De grote doorgang

De doorgang naar de hal was 20 cubits breed en 40 cubits hoog en het was de grootste doorgang in de Tempel. Boven de doorgang waren vijf grote mahonie balken geplaatst voor het gebouw, elk ingekerfd met versierde ontwerpen. De beneden balk werd direct boven de doorgang geplaatst en was 22 cubits lang, en hing 1 cubit over de doorgang aan beide zijden. Dus het was met de andere balken vijf balken die 30 cubits lang waren. Tussen de balken waren rijen stenen geplaatst.

De grote doorgang had geen deuren, maar een groot gordijn van fijn linnen met franjes en gouden bloemen erop geborduurd.

Yachin en Bo'az

Aan deze ingang waren twee grote koperen kolommen geflankeerd. Elk was 18 cubits hoog, 12 cubits in omtrek, 2/3 cubit dik en had een kapiteel op de top, die 5 cubits mat met gekerfde bloemen en lelies.
De rechter pilaar heette Yachin die het koninkrijk David vertegenwoordigde voor altijd voorbereid (Yachin in het Hebreeuws). De linker pilaar werd Boaz genoemd naar de rechtelijke voorvader van David.

In het volgende artikel komt deel VII aan de orde.

Meer over de Tempel is te lezen in mijn special De beschrijving van de joodse Tempel.
© 2008 - 2009 Etsel, gepubliceerd in Religie (Mens en Samenleving) op 31-01-2008, laatst gewijzigd op 10-03-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Etsel is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Chabad

Reageer op het artikel "De Joodse Tempel VI: de Ingangshal (Oelam)"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.