
Torastudie 30: Huwelijk Izaäk en Rebekka- Genesis (24:42-67)
In Genesis 24:42-67 wordt vertelt hoe de knecht Eliëzer Rebekka ontmoette. Volgens het plan van God werd Rebekka de vrouw van Izaäk. Ook hier zien we weer hoe God de geschiedenis van de mens bepaalt. Alles gaat volgens zijn grote masterplan. Dat Izaäk met Rebekka zou gaan trouwen is al van tevoren door God bedacht. Daarom wist Eliëzer precies welke vrouw hij voor Izaäk moest kiezen.
Genesis 24:42-67
Nu kwam ik heden bij de bron en ik zei: Here, God van mijn heer Abraham, wil toch de weg, waarop ik ga, voorspoedig maken; zie, ik sta bij de waterbron; laat het nu zo zijn, dat de maagd, die naar buiten komt om te putten en die, als ik tot haar zeg: Geef mij toch een weinig water te drinken uit uw kruik, tot mij zal zeggen: Drink zelf, en ook voor uw kamelen zal ik putten, dat zij de vrouw zal zijn, die de Here voor de zoon van mijn heer bestemd heeft...Toen antwoordde Laban, alsook Bethuël en zij zeiden: Dit is een bestiering van de Here; wij kunnen niets tot u zeggen, ten kwade of ten goede. Zie, daar is Rebekka, neem haar en ga heen, opdat zij de vrouw wordt van de zoon van uw heer, zoals de Here gesproken heeft...En Izaäk kwam uit de richting van de put Lachai-Rof; hij woonde namelijk in het Zuiderland. Izaäk ging tegen het vallen van de avond uit om te peinzen in het veld. Hij sloeg zijn ogen op, en zag daar kamelen aankomen. Toen Rebekka haar ogen opsloeg en Izaäk zag, liet hij zich van de kameel glijden. En zij zeide tot de knecht: Wie is die man daar, die ons tegemoet komt in het veld? En de knecht zei: Dat is mijn heer. Daarop nam zij de sluier en bedekte zich. En de knecht vertelde Izaäk alles wat hij gedaan had. Toen bracht Izaäk haar in de tent van zijn moeder Sara, en hij nam Rebekka, en zij werd hem tot vrouw, en hij kreeg haar lief. Zo vond Izaäk troost na de dood van zijn moeder.De volledige tekst in het Hebreeuws luidt:
מב וָאָבֹא הַיּוֹם אֶל-הָעָיִן וָאֹמַר יְהוָה אֱלֹהֵי אֲדֹנִי אַבְרָהָם אִם-יֶשְׁךָ-נָּא מַצְלִיחַ דַּרְכִּי אֲשֶׁר אָנֹכִי הֹלֵךְ עָלֶיהָ. מג הִנֵּה אָנֹכִי נִצָּב עַל-עֵין הַמָּיִם וְהָיָה הָעַלְמָה הַיֹּצֵאת לִשְׁאֹב וְאָמַרְתִּי אֵלֶיהָ הַשְׁקִינִי-נָא מְעַט-מַיִם מִכַּדֵּךְ. מד וְאָמְרָה אֵלַי גַּם-אַתָּה שְׁתֵה וְגַם לִגְמַלֶּיךָ אֶשְׁאָב הִוא הָאִשָּׁה אֲשֶׁר-הֹכִיחַ יְהוָה לְבֶן-אֲדֹנִי. מה אֲנִי טֶרֶם אֲכַלֶּה לְדַבֵּר אֶל-לִבִּי וְהִנֵּה רִבְקָה יֹצֵאת וְכַדָּהּ עַל-שִׁכְמָהּ וַתֵּרֶד הָעַיְנָה וַתִּשְׁאָב וָאֹמַר אֵלֶיהָ הַשְׁקִינִי נָא. מו וַתְּמַהֵר וַתּוֹרֶד כַּדָּהּ מֵעָלֶיהָ וַתֹּאמֶר שְׁתֵה וְגַם-גְּמַלֶּיךָ אַשְׁקֶה וָאֵשְׁתְּ וְגַם הַגְּמַלִּים הִשְׁקָתָה. מז וָאֶשְׁאַל אֹתָהּ וָאֹמַר בַּת-מִי אַתְּ וַתֹּאמֶר בַּת-בְּתוּאֵל בֶּן-נָחוֹר אֲשֶׁר יָלְדָה-לּוֹ מִלְכָּה וָאָשִׂם הַנֶּזֶם עַל-אַפָּהּ וְהַצְּמִידִים עַל-יָדֶיהָ. מח וָאֶקֹּד וָאֶשְׁתַּחֲוֶה לַיהוָה וָאֲבָרֵךְ אֶת-יְהוָה אֱלֹהֵי אֲדֹנִי אַבְרָהָם אֲשֶׁר הִנְחַנִי בְּדֶרֶךְ אֱמֶת לָקַחַת אֶת-בַּת-אֲחִי אֲדֹנִי לִבְנוֹ. מט וְעַתָּה אִם-יֶשְׁכֶם עֹשִׂים חֶסֶד וֶאֱמֶת אֶת-אֲדֹנִי הַגִּידוּ לִי וְאִם-לֹא הַגִּידוּ לִי וְאֶפְנֶה עַל-יָמִין אוֹ עַל-שְׂמֹאל. נ וַיַּעַן לָבָן וּבְתוּאֵל וַיֹּאמְרוּ מֵיְהוָה יָצָא הַדָּבָר לֹא נוּכַל דַּבֵּר אֵלֶיךָ רַע אוֹ-טוֹב. נא הִנֵּה-רִבְקָה לְפָנֶיךָ קַח וָלֵךְ וּתְהִי אִשָּׁה לְבֶן-אֲדֹנֶיךָ כַּאֲשֶׁר דִּבֶּר יְהוָה. נב וַיְהִי כַּאֲשֶׁר שָׁמַע עֶבֶד אַבְרָהָם אֶת-דִּבְרֵיהֶם וַיִּשְׁתַּחוּ אַרְצָה לַיהוָה. נג וַיּוֹצֵא הָעֶבֶד כְּלֵי-כֶסֶף וּכְלֵי זָהָב וּבְגָדִים וַיִּתֵּן לְרִבְקָה וּמִגְדָּנֹת נָתַן לְאָחִיהָ וּלְאִמָּהּ. נד וַיֹּאכְלוּ וַיִּשְׁתּוּ הוּא וְהָאֲנָשִׁים אֲשֶׁר-עִמּוֹ וַיָּלִינוּ וַיָּקוּמוּ בַבֹּקֶר וַיֹּאמֶר שַׁלְּחֻנִי לַאדֹנִי. נה וַיֹּאמֶר אָחִיהָ וְאִמָּהּ תֵּשֵׁב הַנַּעֲרָ אִתָּנוּ יָמִים אוֹ עָשׂוֹר אַחַר תֵּלֵךְ. נו וַיֹּאמֶר אֲלֵהֶם אַל-תְּאַחֲרוּ אֹתִי וַיהוָה הִצְלִיחַ דַּרְכִּי שַׁלְּחוּנִי וְאֵלְכָה לַאדֹנִי. נז וַיֹּאמְרוּ נִקְרָא לַנַּעֲרָ וְנִשְׁאֲלָה אֶת-פִּיהָ. נח וַיִּקְרְאוּ לְרִבְקָה וַיֹּאמְרוּ אֵלֶיהָ הֲתֵלְכִי עִם-הָאִישׁ הַזֶּה וַתֹּאמֶר אֵלֵךְ. נט וַיְשַׁלְּחוּ אֶת-רִבְקָה אֲחֹתָם וְאֶת-מֵנִקְתָּהּ וְאֶת-עֶבֶד אַבְרָהָם וְאֶת-אֲנָשָׁיו. ס וַיְבָרְכוּ אֶת-רִבְקָה וַיֹּאמְרוּ לָהּ אֲחֹתֵנוּ אַתְּ הֲיִי לְאַלְפֵי רְבָבָה וְיִירַשׁ זַרְעֵךְ אֵת שַׁעַר שֹׂנְאָיו. סא וַתָּקָם רִבְקָה וְנַעֲרֹתֶיהָ וַתִּרְכַּבְנָה עַל-הַגְּמַלִּים וַתֵּלַכְנָה אַחֲרֵי הָאִישׁ וַיִּקַּח הָעֶבֶד אֶת-רִבְקָה וַיֵּלַךְ. סב וְיִצְחָק בָּא מִבּוֹא בְּאֵר לַחַי רֹאִי וְהוּא יוֹשֵׁב בְּאֶרֶץ הַנֶּגֶב. סג וַיֵּצֵא יִצְחָק לָשׂוּחַ בַּשָּׂדֶה לִפְנוֹת עָרֶב וַיִּשָּׂא עֵינָיו וַיַּרְא וְהִנֵּה גְמַלִּים בָּאִים. סד וַתִּשָּׂא רִבְקָה אֶת-עֵינֶיהָ וַתֵּרֶא אֶת-יִצְחָק וַתִּפֹּל מֵעַל הַגָּמָל. סה וַתֹּאמֶר אֶל-הָעֶבֶד מִי-הָאִישׁ הַלָּזֶה הַהֹלֵךְ בַּשָּׂדֶה לִקְרָאתֵנוּ וַיֹּאמֶר הָעֶבֶד הוּא אֲדֹנִי וַתִּקַּח הַצָּעִיף וַתִּתְכָּס. סו וַיְסַפֵּר הָעֶבֶד לְיִצְחָק אֵת כָּל-הַדְּבָרִים אֲשֶׁר עָשָׂה. סז וַיְבִאֶהָ יִצְחָק הָאֹהֱלָה שָׂרָה אִמּוֹ וַיִּקַּח אֶת-רִבְקָה וַתְּהִי-לוֹ לְאִשָּׁה וַיֶּאֱהָבֶהָ וַיִּנָּחֵם יִצְחָק אַחֲרֵי אִמּוֹ.
Genesis 24:42
Nu kwam ik heden aan de wel.Pirkei d'Rabbi Eliezer, hfd 16:
Van Hebron tot Charan is een 17-daagse reis en Eliëzer maakte de reis in drie uur.
Genesis 24:55
Toen zeide haar broeder en hare moeder.Midrash Rabbah:
Maar waar was Bethuel? Hij wenste het te verhinderen en zo werd hij getroffen gedurende de nacht.
Genesis 24:57
Laat ons het meisje roepen en haar om uitspraak vragen.Rashi:
Van dit leren we dat we niet een vrouw moeten uithuwelijken zonder haar toestemming.
Genesis 24:63
Izaäk ging naar buiten om te bidden op het veld....en zie! daar komen kamelen aan.Midrash HaGadol:
Soms moet een persoon naar zijn partner gaan en soms komt zijn partner naar hem. In dit geval van Izaäk, kwam zijn vrouw naar hem toe, want er staat geschreven: "En hij zag en zie, daar komen kamelen aan." Jacob echter ging naar zijn vrouw want er staat geschreven: "En Jacob ging naar Beer Sheva...." (Genesis 28:10)
Genesis 24:67
En Izaäk bracht haar naar de tent van Sara.Midrash Rabbah; Rashi:
Dit vers kan ook worden geaccentueerd: "En Izaäk bracht haar in de tent -zijn moeder Sara" benadrukkend dat toen zij in de tent kwam zij zijn moeder Sara werd. Want zolang Sara leefde, hing er een wolk (die de Goddelijke aanwezigheid betekent) boven haar tent; toen ze stierf verdween de tent; maar toen Rebekka kwam keerde de wolk terug. Zolang Sara leefde waren haar deuren wijd open; bij haar dood nam de openheid af; maar toen Rebekka kwam keerde deze terug. Zolang Sara leefde was er een zegen op haar deeg en de lamp die gewoonlijk brandde van de avond van de sjabbat tot de avond van de volgende sjabbat; toen zij stierf namen deze af; maar toen Rebekka kwam keerden zij terug.
Genesis 24:67
En Izaäk troostte zich over zijn moeder.Rashi:
Zo gaat het in de wereld: zolang de moeder van een persoon leeft, voelt hij zich aangetrokken tot haar; wanneer ze sterft vindt hij troost bij zijn vrouw.
Meer over de Tora is te lezen in mijn special Tora-exegese (deel II). © 2007 - 2010 Etsel, gepubliceerd in Religie (Mens en Samenleving) op 18-12-2007, laatst gewijzigd op 31-10-2009. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Etsel is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...
Verwante artikelen
- Bijbelse geschiedenis 9: Izaäk en Ismaël: Abraham verhuist van Hebron naar Gerar in het land van de Filistijnen. Daar krijgen hij en Sara een zoon, Izaäk. Izaäk wordt op de achtste dag besneden als verbondst…
- Bijbelse geschiedenis 12: Jakob en Ezau: Na twintig jaar krijgen Izaäk en Rebekka eindelijk kinderen: een tweeling, Jakob en Ezau. Hoewel het tweelingen zijn hebben ze verschillende karakters. Jakob is veel…
- Torastudie 33: Izaäks zegen - Genesis (27:11-22 en 28:9): In Genesis 27:11-22 ontsteelt Jakob de vaderlijke zegen van Ezau. Jakob wordt hierbij geholpen door zijn moeder Rebekka, die in hem een waardigere op…
- Torastudie 31: Dood Abraham/ Zonen Izaäk Genesis (25:1-29): In Genesis 25:1-29 wordt de dood van Abraham en de geboorte van Jakob en Ezau besproken. Wanneer Abraham de leeftijd van 175 jaar heeft bereikt, ov…
- Bijbelse geschiedenis 14: de vlucht van Jakob: Nadat Jakob de zegen van zijn vader Izaäk heeft ontvangen moet hij vluchten voor Ezau die hem wil doden. Rebekka stelt aan Jakob voor om naar haar broer Laban t…
Bronnen en/of referenties
- Pirkei d'Rabbi Eliezer, hfd 16
- Midrash Rabbah
- Rashi
- Midrash HaGadol

Reageer op het artikel "Torastudie 30: Huwelijk Izaäk en Rebekka- Genesis (24:42-67)"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

