Religie en Sodom

Tora-exegese 25: Zonde Sodom en Gomorra - Genesis (18:20-23)

Tora-exegese 25: Zonde Sodom en Gomorra - Genesis (18:20-23)

In Genesis 18:20-23 zegt God tegen Abraham dat de zonde van Sodom en Gomorra zeer groot is. Abraham vroeg echter aan God of deze de rechtvaardigen wilde verdelgen samen met de goddelozen. Deze vraag van Abraham aan God toont aan dat Abraham betrokken is bij zijn medemens. Hierin verschilt hij van Noach die niet bad voor de goddelozen.


Genesis 18:20-23

Daarop zei de Here: Het geroep over Sodom en Gomorra is voorwaar groot, en haar zonde is voorwaar zeer zwaar. Ik wil nederdalen om te zien, of zij inderdaad gedaan hebben naar het geroep, dat tot Mij gekomen is, of niet; Ik wil het weten. Toen wendden die mannen zich vandaar en gingen naar Sodom, maar Abraham bleef nog staan voor de Here. En Abraham trad nader en zei: Zult Gij dan de rechtvaardigen met de goddeloze verdelgen?

De volledige tekst in het Hebreeuws luidt:
כ וַיֹּאמֶר יְהוָה זַעֲקַת סְדֹם וַעֲמֹרָה כִּי-רָבָּה וְחַטָּאתָם כִּי כָבְדָה מְאֹד. כא אֵרְדָה-נָּא וְאֶרְאֶה הַכְּצַעֲקָתָהּ הַבָּאָה אֵלַי עָשׂוּ כָּלָה וְאִם-לֹא אֵדָעָה. כב וַיִּפְנוּ מִשָּׁם הָאֲנָשִׁים וַיֵּלְכוּ סְדֹמָה וְאַבְרָהָם עוֹדֶנּוּ עֹמֵד לִפְנֵי יְהוָה. כג וַיִּגַּשׁ אַבְרָהָם וַיֹּאמַר הַאַף תִּסְפֶּה צַדִּיק עִם-רָשָׁע.

Genesis 18:23

En Abraham naderde en zeide: zult Gij ook de braven verdelgen met de goddeloze?

Zohar:
De Zohar vergelijkt de twee acties van de twee rechtvaardige mannen, Noach en Abraham, wanneer geconfronteerd met de kennis dat God van plan is hun medemensen te straffen voor hun goddeloosheid. Noach moet een Ark bouwen die het handjevol rechtvaardigen dat overblijft in de corrupte wereld bescherming biedt. Daarnaast beschrijft de Midrash hoe hij probeerde zijn generatie te overtuigen hun manieren te veranderen en dus gered te worden van het Goddelijke vonnis. Maar de Zohar veroordeelt Noach ook niet te bidden voor hun noodlot zoals Abraham deed voor de goddeloze inwoners van Sodom

Lubavitcher rebbe:
De Lubavitcher rebbe legt uit dat het feit dat Noach niet bidt voor de goddelozen van zijn generatie impliceert dat, uiteindelijk, het niet uitmaakt wat er van hen terecht komt. Had hij echte zorgen dat zou hij God gevraagd hebben Zijn vonnis van vernietiging te herroepen.

Met andere woorden Noachs poging voor anderen is alleen ontleend aan zijn gevoel wat hij voor hen behoort te doen, in tegenstelling tot echte bezorgdheid voor hun welzijn. Dit was de omvang van zijn 'liefde' -zijn eigen behoefte het juiste te doen.

Dit verklaart ook een vreemd aspect van Noachs poging zijn generatie te helpen. Toen de Zondvloed kwam, gingen Noach en zijn familie alleen de ark binnen. Zijn 120-jarige campagne bracht geen enkele berouwende op! Misschien was public relations nooit Noachs sterkste punt, maar hoe moeten we verklaren dat hij niet één enkele individu overhaalde?

Maar om andere te beïnvloeden moeten iemands motieven puur zijn; in de woorden van de wijzen: "Woorden die vanuit het hart komen, komen het hart binnen." Diep van binnen zal een persoon altijd voelen of je werkelijk zijn belangen behartigt of dat je je eigen behoefte zoekt door hem te veranderen. Als je werk om je naaste beter te maken afstamt van een verlangen om het juiste te doen en de mitswa te vervullen om je naaste even lief te hebben als jezelf, maar zonder echt zorgen te maken om het resultaat, zal je roep beantwoord worden met een schraal antwoord.

Abraham aan de ander kant bezat een altruïstische liefde voor zijn naaste, als gedemonstreerd door zijn gewaagde interventie voor de vijf zondige steden van de Sodom Vallei. Abraham spreekt God namens hen aan, de sterkste termen gebruikend om van God te eisen dat hij deze steden spaart voor de paar rechtvaardigen die ze misschien bevatten. "Gij behoort niet zo iets te doen!" zo daagt hij God uit. "Zal de rechter van het universum niet juist handelen?"

En omdat de mensen voelden dat hij hun eigen goed ter harte name, antwoorden ze. Toen Abraham en Sara Charan verlieten voor het Heilige Land, werden ze vergezeld door "de zielen die zij hadden gemaakt in Charan." 65 jaar later was Abraham in staat tegen zijn dienstknecht Eliëzer te zeggen: "Toen God me sommeerde van mijn vaders huis, was Hij God van de hemelen en niet van de aarde: de inwoners van de aarde erkende Hem niet en Zijn Naam werd niet gebruikt in het land. Maar nu ik Zijn Naam bekend heb gemaakt in de monden van Zijn schepsels, is Hij zowel God in de hemelen als op de aarde."

Meer over de Tora is te lezen in mijn special Tora-exegese (deel II).
© 2007 - 2009 Etsel, gepubliceerd in Religie (Mens en Samenleving) op 12-12-2007, laatst gewijzigd op 28-10-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Etsel is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Zohar
  • Lubavitcher rebbe

Reageer op het artikel "Tora-exegese 25: Zonde Sodom en Gomorra - Genesis (18:20-23)"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.